dashboard MAZDA MODEL MX-5 2018 Handleiding (in Dutch)

Page 64 of 679

Rijd niet met een auto met beschadigde onderdelen van het systeem van airbag/
veiligheidsgordelvoorspanners:
Geactiveerde of beschadigde componenten van het airbag/
veiligheidsgordelvoorspannersysteem dienen na elke botsing waarbij deze geactiveerd of
beschadigd werden te worden vernieuwd. Alleen een getrainde deskundige reparateur, bij
voorkeur een officiële Mazda-reparateur kan deze systemen volledig beoordelen om te zien of
deze bij een volgend ongeval zullen functioneren. Rijden met een geactiveerde of
beschadigde airbag of voorspannermodule geeft u verminderde beveiliging bij een volgend
ongeval, waardoor de kans bestaat op ernstig of dodelijk letsel.
De airbagonderdelen in het interieur niet verwijderen:
Het verwijderen van componenten zoals de zittingen, het voordashboard of het stuurwiel die
airbagonderdelen of sensoren bevatten, is gevaarlijk. In deze onderdelen zijn belangrijke
airbagcomponenten ingebouwd. De airbag zou onvoorzien geactiveerd kunnen worden en
daardoor ernstig letsel kunnen veroorzaken. Laat deze onderdelen altijd door een officiële
Mazda reparateur verwijderen.
Ruim het airbagsysteem op de juiste wijze op:
Het op ondeskundige wijze opruimen van een airbag of slopen van een auto met airbags die
onder stroom staan, kan uiterst gevaarlijk zijn. Ernstig letsel kan het gevolg zijn wanneer niet
alle veiligheidsmaatregelen in acht worden genomen. Laat een deskundige reparateur, bij
voorkeur een officiële Mazda reparateur het airbagsysteem veilig opruimen of een auto
uitgerust met een airbagsysteem slopen.
OPMERKING
xDe activering van een airbag gaat gepaard met een hard opblaasgeluid en enige
rookontwikkeling. Beide veroorzaken echter geen letsel, alhoewel de weefselstructuur van
de airbags als gevolg van wrijving lichte huidverwondingen kan veroorzaken op
lichaamsdelen die niet door kleding beschermd zijn.
xIn het geval u uw Mazda gaat verkopen, dient u de nieuwe eigenaar te informeren omtrent
de aanwezigheid van de aanvullende beveiligingssystemen en hem/haar aan te raden zich
op de hoogte te stellen van de verband houdende instructies, zoals beschreven in het
instructieboekje.
%HODQJULMNHYHLOLJKHLGVXLWUXVWLQJ
656DLUEDJV


Page 86 of 679

6OHXWHOV
:$$56&+8:,1*
Laat nooit de sleutel in uw auto achter
wanneer er zich kinderen in bevinden en
bewaar ze op een plaats waar uw kinderen
ze niet kunnen vinden en er niet mee
kunnen spelen:
Het is gevaarlijk kinderen in een auto
achter te laten waarvan de sleutel in het
contact steekt. Dit kan tot gevolg hebben
dat iemand ernstig letsel wordt
toegebracht of zelfs tot een ongeluk met
dodelijke afloop leiden. Kinderen vinden
deze sleutels mogelijk interessant
speelgoed en zouden de elektrische
ruitbediening of andere functies in werking
kunnen stellen of zelfs de auto in beweging
kunnen zetten.
23*(/(7
¾Aangezien de sleutel (zender) gebruik
maakt van radiogolven van lage
intensiteit, bestaat de kans dat deze
onder de volgende omstandigheden niet
correct functioneert:
¾De sleutel wordt meegedragen samen
met communicatieapparatuur zoals
mobiele telefoons.
¾De sleutel komt in contact met of
wordt afgedekt door een metalen
voorwerp.
¾De sleutel bevindt zich in de buurt van
elektronische apparatuur zoals
personal computers.
¾Er is niet-originele Mazda apparatuur
in de auto geïnstalleerd.
¾Er bevindt zich apparatuur welke
radiogolven uitzendt in de buurt van
de auto.
¾Het is mogelijk dat de sleutel (zender)
buitengewoon veel batterijvermogen
verbruikt als deze radiogolven van hoge
intensiteit ontvangt. Plaats de sleutel niet
in de buurt van elektronische apparatuur
zoals televisies of personal computers.
¾Volg onderstaande instructies om
beschadiging van de sleutel (zender) te
voorkomen:
¾Laat de sleutel niet vallen.
¾Laat de sleutel niet nat worden.
¾Demonteer de sleutel niet.
¾Stel de sleutel niet bloot aan hoge
temperaturen op plaatsen zoals het
dashboard of de motorkap, onder
direct zonlicht.
¾Stel de sleutel niet bloot aan
magnetische velden van enigerlei
aard.
¾Plaats geen zware voorwerpen op de
sleutel.
¾De sleutel niet in een ultrasonisch
reinigingsapparaat plaatsen.
¾Geen magnetische voorwerpen in de
buurt van de sleutel brengen.

+HWFRGHQXPPHUYDQGHVOHXWHOVLV
LQJHSRQVWRSKHWSODDWMHGDWDDQGH
VOHXWHOVHWEHYHVWLJGLVPDDNGLWSODDWMHORV
HQEHZDDUGLWRSHHQYHLOLJHSODDWV QLHWLQ
GHDXWR YRRUKHWJHYDOXHHQQLHXZH
VOHXWHOPRHWEHVWHOOHQ KXOSVOHXWHO 
$OYRUHQVWHJDDQULMGHQ
6OHXWHOV


Page 134 of 679

$DQEUHQJHQYDQ
ZLM]LJLQJHQHQDDQYXOOHQGH
DSSDUDWXXU
0D]GDNDQQLHWJDUDQWVWDDQYRRUGHMXLVWH
ZHUNLQJYDQKHWVWDUWEORNNHHUV\VWHHPHQ
KHWDQWLGLHIVWDOEHYHLOLJLQJVV\VWHHPDOVHU
ZLM]LJLQJHQDDQKHWV\VWHHP]LMQ
DDQJHEUDFKWRIDOVHUDDQYXOOHQGH
DSSDUDWXXULVDDQJHVORWHQ
23*(/(7
Om beschadiging van de auto te
voorkomen, geen wijzigingen aan het
systeem aanbrengen of aanvullende
apparatuur op het startblokkeersysteem en
het anti-diefstal beveiligingssysteem of de
auto aansluiten.
6WDUWEORNNHHUV\VWHHP
+HWVWDUWEORNNHHUV\VWHHP]RUJWHUYRRUGDW
GHPRWRUHQNHONDQZRUGHQJHVWDUWPHW
HHQVOHXWHOGLHGRRUKHWV\VWHHPKHUNHQG
ZRUGW

$OVLHPDQGSUREHHUWGHPRWRUWHVWDUWHQ
PHWHHQVOHXWHOGLHQLHWZRUGWKHUNHQG]DO
GHPRWRUQLHWVWDUWHQKHWJHHQDXWRGLHIVWDO
KHOSWYRRUNRPHQ
1HHPFRQWDFWRSPHWHHQRIILFLsOH
0D]GDUHSDUDWHXULQGLHQXHHQSUREOHHP
KHHIWPHWKHWVWDUWEORNNHHUV\VWHHPRIPHW
GHVOHXWHO
23*(/(7
¾Veranderingen of
modificaties die niet
uitdrukkelijk zijn goedgekeurd door de
partij die verantwoordelijk is voor de
compliantie kunnen de garantie op de
apparatuur ongeldig maken.
¾Volg onderstaande instructies om
beschadiging van de sleutel te
voorkomen:
¾Laat de sleutel niet vallen.
¾Laat de sleutel niet nat worden.
¾Stel de sleutel niet bloot aan
magnetische velden van enigerlei
aard.
¾Stel de sleutel niet bloot aan hoge
temperaturen op plaatsen zoals het
dashboard of de motorkap, onder
direct zonlicht.
$OYRUHQVWHJDDQULMGHQ
%HYHLOLJLQJVV\VWHHP


Page 217 of 679

OPMERKING
xDe koplampen, overige buitenverlichting en dashboardverlichting gaan mogelijk niet
onmiddellijk uit in het geval de omgeving ineens helder verlicht wordt, aangezien de
lichtsensor bepaalt dat het avond is als de omgeving gedurende enkele minuten continu
donker is, zoals bijvoorbeeld in lange tunnels, bij files in tunnels of in parkeergarages.
In dit geval wordt de verlichting uitgeschakeld als de verlichtingsschakelaar naar de
stand
gedraaid wordt.
xWanneer de koplampschakelaar in de stand staat en het contact op ACC gezet wordt
of uitgezet wordt, zullen de koplampen, de overige buitenverlichting en de
instrumentenpaneelverlichting uitgeschakeld worden.
xDe dashboardverlichting kan afgesteld worden door het draaien van de knop in de
instrumentengroep. Ook kan de dag/nachtstand veranderd worden door de knop te
draaien totdat er een pieptoon gegeven wordt. Afstellen van de helderheid van de
dashboardverlichting: Zie Dashboardverlichting op pagina 4-26.
xDe gevoeligheid van de AUTO lampen kan gewijzigd worden door een officiële Mazda
reparateur. Zie Gebruikersinstellingen op pagina 9-10.
▼.RSODPSHQJURRWOLFKWGLPOLFKW
'HNRSODPSHQVFKDNHOHQRYHUWXVVHQ
JURRWOLFKWHQGLPOLFKWGRRUGHKHQGHOQDDU
YRUHQRIQDDUDFKWHUHQWHYHUSODDWVHQ

Grootlicht
Dimlicht
:DQQHHUKHWJURRWOLFKWYDQGHNRSODPSHQ
LVLQJHVFKDNHOGJDDWKHW
JURRWOLFKWLQGLFDWLHODPSMHYDQGH
NRSODPSHQEUDQGHQ

▼▼.RSODPSOLFKWVLJQDDO
.DQZRUGHQJHEUXLNWZDQQHHUKHWFRQWDFW
RS21JH]HWLV
9RRUKHWJHYHQYDQHHQOLFKWVLJQDDOPHWGH
NRSODPSHQGHKHQGHOYROOHGLJQDDUXWRH
WUHNNHQ GHNRSODPSVFKDNHODDUKRHIWQLHW
LQJHVFKDNHOGWH]LMQ 

UIT
Koplamplichtsignaal
7LMGHQVKHWULMGHQ
6FKDNHODDUVHQUHJHODDUV


Page 342 of 679

▼.LH]HQYDQGHOXFKWVWURRPIXQFWLH
Dashboardluchtroosters
Dashboard- en vloerluchtroosters
Vloerluchtroosters
Ontwasemings- en vloerluchtroosters
Ontwasemingsluchtroosters
OPMERKING
De locatie waar de luchtstroom de ventilatieopeningen verlaat en de hoeveelheid
luchtstroom kunnen veranderen, afhankelijk van de mate waarin de luchtroosters geopend
of gesloten zijn.
,QWHULHXUYRRU]LHQLQJHQ
.OLPDDWUHJHOV\VWHHP


Page 405 of 679

*HUHHGPDNHQYDQ
%OXHWRRWK
Š
▼.RSSHOHQYDQDSSDUDWXXU
9RRUKHWJHEUXLNYDQ%OXHWRRWKŠDXGLRHQ
KDQGVIUHHPRHWGHDSSDUDWXXUXLWJHUXVW
PHW%OXHWRRWK
ŠDDQGHKDQGYDQGH
YROJHQGHSURFHGXUHPHWGHHHQKHLG
JHNRSSHOGZRUGHQ0D[LPDDODSSDUDWHQ
]RDOV%OXHWRRWK
ŠDXGLRDSSDUDWXXUHQ
KDQGVIUHHPRELHOHWHOHIRRQVNXQQHQ
JHNRSSHOGZRUGHQ
OPMERKING
xHet is mogelijk dat het Bluetooth®
systeem gedurende 1 of 2 minuten nadat
het contact op ACC of ON is gezet niet
functioneert. Dit duidt echter niet op een
probleem. Controleer of de Bluetooth
®
instelling op het apparaat in orde is en
probeer het Bluetooth
® apparaat vanaf
de auto opnieuw in te stellen als het
Bluetooth
® systeem na 1 of 2 minuten
niet automatisch verbinding maakt.
xAls met Bluetooth® uitgeruste
apparatuur op de volgende plaatsen of
omstandigheden wordt gebruikt, is
verbinding via Bluetooth
® wellicht niet
mogelijk.
xHet apparaat bevindt zich op een
plaats die verborgen is voor de
middendisplay, zoals achter of onder
een zitting of in het dashboardkastje.
xHet apparaat komt in contact met of
wordt afgedekt door een metalen
voorwerp of behuizing.
xHet apparaat is ingesteld op de
energiebesparingsmodus.
.RSSHOLQJVSURFHGXUH
 6HOHFWHHUKHW
SLFWRJUDPRSKHW
EHJLQVFKHUPRPKHW
,QVWHOOLQJHQVFKHUPWHWRQHQ
 6HOHFWHHUKHW
WDEEODG
 6HOHFWHHU

 6FKDNHOGH%OXHWRRWK
ŠLQVWHOOLQJLQ
 6HOHFWHHU
RPKHW
EHULFKWWHWRQHQHQRYHUWHVFKDNHOHQ
QDDUJHEUXLNYDQGHDSSDUDWXXU
 9RHUPHWEHKXOSYDQXZDSSDUDWXXU
HHQ]RHNRSGUDFKWYRRUKHW%OXHWRRWK
Š
DSSDUDDW UDQGDSSDUDWXXU XLW
 .LHV0D]GDXLWGHOLMVWPHWDSSDUDWXXU
GLHGRRUGHDSSDUDWXXUZRUGW
DIJH]RFKW
 $SSDUDDWPHW%OXHWRRWKŠYHUVLH
9RHUGHJHWRRQGHFLMIHULJHNRSSHOFRGHRS
GHDSSDUDWXXULQ
$SSDUDDWPHW%OXHWRRWK
ŠYHUVLHRI
KRJHU
&RQWUROHHUGDWGHJHWRRQGHFLMIHULJHFRGH
RSGHDXGLRLQVWDOODWLHRRNRSGH
DSSDUDWXXUZRUGWJHWRRQGHQUDDN
DDQ
$IKDQNHOLMNYDQKHWPRELHOHDSSDUDDWLVKHW
PRJHOLMNGDWWRHVWHPPLQJYRRUYHUELQGLQJHQ
WHOHIRRQERHNWRHJDQJLVYHUHLVW
 $OVKHWNRSSHOHQJHOXNWLVZRUGHQGH
IXQFWLHVYDQKHWDSSDUDDWGDW
DDQJHVORWHQLVRS%OXHWRRWK
ŠJHWRRQG
 $SSDUDWXXUGLHFRPSDWLEHOLVPHW
GH0D]GDHPDLO606IXQFWLH
606 NRUWHEHULFKWHQVHUYLFH EHULFKWHQ
HQHPDLOZRUGHQDXWRPDWLVFKRSKHW
DSSDUDDWJHGRZQORDG$IKDQNHOLMNYDQ
KHWDSSDUDDWGLHQWHUPRJHOLMNHHQ
GRZQORDGWRHVWHPPLQJYRRUXZ
DSSDUDDWLQJHVWHOGWHZRUGHQ
,QWHULHXUYRRU]LHQLQJHQ
$XGLRVHW>7\SH% DDQUDDNVFKHUP @