stop start OPEL ASTRA K 2016 Gebruikershandleiding (in Dutch)
Page 170 of 281
168Rijden en bedieningStoring
De storingsmodus van de elektrische
handrem wordt aangeduid door con‐
trolelamp j en een bericht op het Dri‐
ver Information Center. Boordinfor‐
matie 3 108.
Trek de elektrische handrem aan:
houd de schakelaar m meer dan
vijf seconden uitgetrokken. Als con‐
trolelamp m brandt, is de elektrische
handrem aangetrokken.
Zet de elektrische handrem los: houd de schakelaar m langer dan
twee seconden ingedrukt. Als contro‐
lelamp m dooft, is de elektrische
handrem losgezet.
Controlelamp m knippert: elektrische
handrem is niet helemaal aangetrok‐
ken of losgezet. Knippert de lamp
continu, zet de elektrische handrem
dan los en probeer deze weer aan te
trekken.
Remassistentie Bij het snel en krachtig intrappen van
het rempedaal remt het systeem au‐
tomatisch met maximale kracht.Het werken van de remassistentie
blijkt mogelijk uit het pulseren van het
rempedaal en een grotere weerstand bij het intrappen van het rempedaal.
Blijf het rempedaal voor het maken
van een noodstop gelijkmatig intrap‐
pen. Bij het loslaten van het rempe‐
daal neemt de maximale remkracht
automatisch af.
Hellingrem
Het systeem voorkomt onbedoeld be‐ wegen bij het wegrijden op hellingen.
Wanneer u het rempedaal loslaat na‐ dat u op een helling bent gestopt, blijft
de rem nog gedurende
twee seconden ingeschakeld. Bij het
optrekken van de auto worden de
remmen automatisch losgezet.Rijregelsystemen
Traction Control De Traction Control (TC) is een on‐ derdeel van de elektronische stabili‐teitsregeling (ESC).
TC verhoogt zo nodig de stabiliteit,
ongeacht het type wegdek of de grip
van de banden, door te voorkomen
dat de aangedreven wielen door‐
slaan.
Zodra de aangedreven wielen begin‐
nen door te slaan, wordt het motor‐
vermogen beperkt en wordt het wiel
met de meeste slip afzonderlijk afge‐
remd. Daardoor wordt de rijstabiliteit
van de auto op een glad wegdek aan‐ merkelijk verbeterd.
TC werkt na elke motorstart zodra
controlelamp b dooft.
Wanneer TC werkt, knippert b.
Page 210 of 281
208Verzorging van de auto
Leg de veiligheidsgrendel links opzij
en open de motorkap.
Motorkapsteun vastzetten.
Als de motorkap wordt geopend tij‐
dens een Autostop, wordt de motor om veiligheidsredenen automatischherstart.
Sluiten
Steun vóór het sluiten van de motor‐ kap stevig in de houder duwen.
Laat de motorkap zakken en laat het
vanaf een lage hoogte (20-25 cm) in het slot vallen. Controleer of de mo‐
torkap vergrendeld is.Voorzichtig
Druk de motorkap niet in het slot
om deuken te voorkomen.
Motorolie
Het motoroliepeil op gezette tijden
handmatig controleren om schade
aan de motor te voorkomen. Contro‐
leer of de gebruikte olie de juiste spe‐ cificatie heeft. Aanbevolen olie en
smeermiddelen 3 252.
Alleen op een vlakke ondergrond
controleren. De motor moet op be‐
drijfstemperatuur zijn en minstens vijf
minuten uitgeschakeld zijn geweest.
Oliepeilstok uittrekken, afvegen, tot
aan de aanslag van de handgreep
weer insteken, opnieuw uittrekken en
het motoroliepeil aflezen.
Peilstok tot aan de aanslag van de
handgreep insteken en een halve
slag draaien.
Afhankelijk van de motor worden er verschillende oliepeilstokken ge‐
bruikt.
Page 213 of 281
Verzorging van de auto211
De remvloeistof moet tussen merkte‐
kens MIN en MAX staan.
Raadpleeg een werkplaats als het
vloeistofpeil lager dan MIN is.
Rem- en koppelingsvloeistof 3 252.
Accu
De accu bevindt zich in de bagage‐
ruimte, onder een afdekking achter
de achterbank. In de motorruimten
zijn aansluitpunten aangebracht voor het starten met hulpstartkabels.
Starthulp gebruiken 3 244.
De accu van de auto is onderhouds‐ vrij mits uw rijstijl zo is dat de accu
voldoende wordt opgeladen. Bij korte ritten en veelvuldig starten kan de
accu ontladen raken. Vermijd het ge‐
bruik van onnodige elektrische ver‐
bruikers.
Batterijen horen niet in het huisvuil
thuis. Ze moeten via speciale inza‐
melpunten gerecycled worden.
Wanneer de auto meer dan vier we‐ ken achtereen stilstaat, kan de accu
ontladen raken. Poolklem van de min‐
pool van de accu loskoppelen.
Accu van de auto alleen bij uitgescha‐
keld contact aansluiten en loskoppe‐
len.
Ontlaadbeveiliging accu 3 134.
Accu vervangen Let op
Elke afwijking van de in dit hoofdstuk gegeven instructies kan leiden tot
een tijdelijke uitschakeling van het
stop- startsysteem.
Let er bij het vervangen van de accu
op dat er bij de pluspool geen lucht‐
roosters open zijn. Als er in dit gebied een ventilatieopening open is, moet
Page 214 of 281
212Verzorging van de autodeze met een afdekkap worden afge‐sloten en moet de ventilatie bij de
minpool worden geopend.
Vervang bij auto's met een AGM-accu
(Absorptive Glass Mat) de accu door een andere AGM-accu.
U kunt een AGM-accu herkennen aan
het label op de accu. Wij bevelen het
gebruik aan van een originele Opel
accu.
Let op
Als u een andere AGM-accu ge‐
bruikt dan de originele Opel accu,
kunnen slechtere prestaties het ge‐
volg zijn.
Het wordt geadviseerd de accu door
een werkplaats te laten vervangen.
Stop/Start-systeem 3 152.
Accu opladen9 Waarschuwing
Bij auto's met een stop-startsys‐
teem moet u ervoor zorgen dat het oplaadvermogen geen 14,6 volt
overschrijdt wanneer u een accu-
oplader gebruikt. Anders kan de
accu beschadigd raken.
Starthulp gebruiken 3 244.
Waarschuwingssticker
Betekenis van de symbolen:
● Geen vonken, open vuur en niet roken.
● Altijd een veiligheidsbril dragen. Explosieve gassen kunnen aan‐
leiding geven tot blindheid of let‐
sel.
● Houd de accu buiten het bereik van kinderen.
● De accu bevat zwavelzuur dat blindheid of ernstige brandwon‐
den kan veroorzaken.
Page 228 of 281
226Verzorging van de autoNr.Stroomkring17Carrosserieregelmodule18Carrosserieregelmodule19Datalinkconnector20Airbagsysteem21Verwarming en ventilatie22Centrale vergrendeling, achter‐
klep23Elektronisch sleutelsysteem24Geheugenfunctie elektrisch
bediende stoel25Verlichtingsschakelaar stuurwiel26Contactslot/stuurslot27Carrosserieregelmodule28USB-aansluiting29–30Keuzehendel31Achterruitwisser32De transmissieregelmodule
(alleen bij auto's met een stop/
start-systeem)Nr.Stroomkring33Diefstalalarmsysteem/alarm‐
claxon34Parkeerhulp/blindehoeksys‐
teem/infotainmentsysteem/
USB-aansluiting35OnStar36Info-Display/instrumenten‐
groep/cd-speler37Infotainmentsysteem, radio
Klik na het vervangen van doorge‐
brande zekeringen het deksel van de
zekeringenkast weer vast.
Auto's met elektriciteitsstekker: 1. Breng de afdekking aan de rech‐ terkant aan.2. Klap de linkerkant van de afdek‐ king naar voren. Geleid de beves‐tigingsklem naar beneden; zie de
illustratie.
Zekeringenkast in bagageruimte
De zekeringenkast bevindt zich links
in de bagageruimte achter een dek‐
sel.
Page 261 of 281
Technische gegevens259MotorgegevensVerkoopaanduiding1.01.41.41.41.6MotoraanduidingB10XFLB14XEB14XFLB14XFTB16SHTAantal cilinders34444Cilinderinhoud [cm3
]9991399139913991598Motorvermogen [kW]777492110147bij 1/min550060004000-56005000-56004700-5500Koppel [Nm]170130245/230 2)245/230 2)300bij 1/min1800-425044002000-35002000-40001700-4700BrandstofsoortBenzineBenzineBenzineBenzineBenzineOctaangetal RONaanbevolen9595959598mogelijk9898989895mogelijk9191919191Gas–––––Motorolieverbruik [l/1000 km] 3)0,60,60,60,60,62)
Met stop-startsysteem.
3) Maximumwaarde.
Page 263 of 281
Technische gegevens261PrestatiesMotorB10XFLB14XEB14XFLB14XFTB16SHTTopsnelheid [km/u]Handgeschakelde versnellingsbak194–5)204 6)
/199216 6)
/210-5)Geautomatiseerde versnellingsbak198––––Automatische versnellingsbak–––––5)
Waarde niet bekend ten tijde van publicatie.
6) Met stop-startsysteem.MotorB16DTCB16DTEB16DTHB16DTRB16DTUTopsnelheid [km/u]Handgeschakelde versnellingsbak181192207-5)-5)Geautomatiseerde versnellingsbak–––––Automatische versnellingsbak––198––5)
Waarde niet bekend ten tijde van publicatie.
Page 279 of 281
277QQuickheat ................................... 143
R
Radiofrequentie-identificatie (RFID) ..................................... 272
Regelbare instrumentenverlichting ...........131
Registratie van voertuigdata en privacy ..................................... 271
Remassistentie .......................... 168
Rem- en koppelingssysteem .......96
Rem- en koppelingsvloeistof ......252
Remmen ............................ 165, 210
Remvloeistof .............................. 210
Reparatie ongevalschade ...........269
Reservewiel ............................... 242
Richtingaanwijzer ........................94
Richtingaanwijzers ..................... 130
Roetfilter .................................... 157
Ruiten ........................................... 37
Rijgedrag en aanhangertips ......200
Rijregelsystemen ........................168
Rijverlichting .......................... 12, 99
S Schakelen ..................................... 97
Service ............................... 145, 251
Service-display ............................ 93
Service-informatie ...................... 251
Sjorogen ...................................... 73Slepen................................ 200, 246
Sleutel, opgeslagen instellingen ...24
Sleutels ........................................ 20
Sleutels, sloten ............................. 20
Sneeuwkettingen .......................236
Snelheidsbegrenzer ...........100, 173
Snelheidsmeter ............................ 90
Spiegelverstelling ..........................9
Sportmodus ............................... 171
Sproeiervloeistof ........................210
Startbeveiliging ......................34, 99
Starten en bediening ..................147
Starthulp gebruiken ...................244
Stoelpositie .................................. 43
Stoelverstelling .............................. 7
Stoelverwarming Stoelverwarming, achter ...........52
Stoelverwarming, voor ..............50
Stop/Start-systeem .....................152
Storing ............................... 161, 165
Storingsindicatielamp ..................96
Stroomonderbreking ..................161
Sturen ......................................... 147
Stuurbedieningsknoppen .............78
Stuurwiel instellen .......................... 9
Stuurwielverstelling ...................... 78
Symbolen ....................................... 4T
Tanken ....................................... 198
Te laag brandstofpeil ...................99
Toerenteller ................................. 92
Topsnelheid ................................ 229
Traction Control .........................168
Traction Control-systeem UIT....... 98 Trekhaak............................. 200, 201
Trekstang.................................... 200
Typeplaatje ................................ 254
U
Uitlaatgassen ............................. 157
Uitrol-brandstofafsluiter .............152
Uitstapverlichting .......................133
Uw autogegevens ..........................3
V Valetmodus................................. 106
Van banden- en velgmaat veranderen ............................. 235
Vaste luchtroosters ....................144
Veiligheidsgordel ...........................8
Veiligheidsgordels .......................52
Velgen en banden .....................229
Ventilatie ............................... 51, 135
Verbanddoos ............................... 74
Vergrendelingssysteem ...............31
Verkeersbordherkenning ....100, 191
Verlichting middenconsole ........133
Verlichtingsfuncties..................... 133