ESP OPEL CASCADA 2016.5 Handleiding Infotainment (in Dutch)

Page 104 of 127

104CD-speler● Zelfgebrande cd-r's en cd-rw'sworden mogelijk niet correct of
zelfs helemaal niet afgespeeld. In
dergelijke gevallen is er dus niets mis met de apparatuur.
● Bij Mixed-Mode-CD’s (waarop audiotracks en gecomprimeerde
bestanden, bijv. MP3 zijn opge‐
slagen) kunnen audiotrackge‐ deelte en de gecomprimeerde
bestanden separaat worden af‐
gespeeld.
● Zorg dat er bij het wisselen van cd's geen vingerafdrukken op de
cd's komen.
● Berg cd's onmiddellijk veilig op na het uitnemen uit de cd-speler
om ze tegen beschadiging en vuil
te beschermen.
● Vuil en vloeistof op de cd's kun‐ nen de lens van de cd-speler bin‐nen in het apparaat vies maken
en storingen veroorzaken.
● Bescherm cd's tegen warmte en direct zonlicht.
● De volgende beperkingen zijn van toepassing op gegevens dieop een mp3/wma-cd zijn opge‐
slagen:
Aantal tracks: max. 999
Aantal mappen: max. 255
Mapstructuurdiepte: max.
64 niveaus (aanbevolen: max. 8 niveaus)
Aantal afspeellijsten: max. 15
Aantal songs per afspeellijst:
max. 255
Toepasbare afspeellijstexten‐
sies: .m3u, .pls, .asx, .wpl
● In dit hoofdstuk wordt alleen het afspelen van mp3-bestanden be‐handeld, omdat de werking voor
mp3- en wma-bestanden het‐
zelfde is. Wanneer een cd met
wma-bestanden wordt geplaatst,
worden mp3-gerelateerde me‐
nu's weergegeven.Gebruik
Cd afspelen starten
Druk op CD om het CD- of MP3-menu
te openen.
Als er zich een cd in de cd-speler be‐ vindt, wordt deze automatisch afge‐
speeld.
Afhankelijk van de data die op de au‐
dio- of mp3-cd is opgeslagen, ver‐
schijnt er op het display dienovereen‐
komstig informatie over de cd en de
actuele track.
Cd plaatsen
Plaats de CD met de bedrukte kant
naar boven in de CD-sleuf totdat de
CD naar binnen wordt getrokken.

Page 105 of 127

CD-speler105Let op
Bij het aanbrengen van een cd ver‐
schijnt er een cd-symbool op de bo‐
venste regel van het display.
Wijzigen van de standaard
paginaweergave
Tijdens het afspelen van een audio-
of mp3-cd: druk op de multifunctio‐
nele knop en selecteer Standaard‐
weergave cd-pagina of Standaard‐
weergave pagina mp3 .
Selecteer de gewenste optie.
Mapniveau wijzigen Druk op g of e om naar een hoger
of lager mapniveau te gaan.
Naar de volgende of vorige track
gaan
Druk kort op s of u .
Snel vooruit of achteruit Houd s of u ingedrukt voor snel
vooruit of achteruit van de huidige
track.Selecteren van tracks via het
audio-CD of MP3-menu
Tijdens het afspelen van een audio-
cd
Druk op de multifunctionele knop om
het audio-cd-gerelateerde menu te
openen.
Voor het afspelen van alle track in wil‐ lekeurige volgorde: Tracks shuffelen
op Aan zetten.
Om een track op de audio-CD te se‐
lecteren: selecteer Trackslijst en se‐
lecteer daarna de gewenste track.
Tijdens het afspelen van mp3
Druk op de multifunctionele knop om
het mp3-gerelateerde menu te ope‐ nen.
Voor het afspelen van alle track in wil‐ lekeurige volgorde: Tracks shuffelen
op Aan zetten.
Een track uit een map of afspeellijst selecteren: selecteer Playlists/
Mappen .
Selecteer een map of afspeellijst en selecteer daarna de gewenste track.Let op
Als een cd zowel audio- als
mp3-data bevat, kan de audiodata
worden geselecteerd via Playlists/
Mappen .
Voor het openen van een menu met
de extra opties voor het zoeken en
selecteren van tracks: selecteer
Zoeken . Welke opties beschikbaar
zijn, is afhankelijk van de op de
mp3-cd opgeslagen gegevens.
Het doorzoeken van de mp3-cd kan
enkele minuten duren. Tijdens dit pro‐
ces wordt de laatst ontvangen zender afgespeeld.
Een cd verwijderen
Druk op d.
De cd wordt uit de cd-sleuf geworpen. Als de cd na het uitwerpen niet wordt
verwijderd, wordt hij na enkele secon‐ den automatisch weer naar binnen
getrokken.

Page 108 of 127

108USB-poortVoor het weergeven van een menumet de verschillende extra opties
voor het zoeken en selecteren van tracks: selecteer Zoeken.
Het zoekproces op het USB-apparaat
kan enkele minuten duren. Tijdens dit proces wordt de laatst ontvangenzender afgespeeld.
Voor het afspelen van alle track in wil‐
lekeurige volgorde: Nummers door
elkaar (willekeurig) op Aan zetten.
Om de huidige track te herhalen: Herhalen op Aan zetten.

Page 109 of 127

Spraakherkenning109SpraakherkenningAlgemene informatie..................109
Telefoonregeling ........................110Algemene informatie
De spraakherkenning van het Info‐
tainmentsysteem stelt u in staat om
het telefoonportaal met uw stem te
besturen. De spraakbesturing her‐
kent commando's en cijferreeksen,
ongeacht wie de spreker is. De in‐
structies en cijferreeksen kunnen
zonder pauze tussen de afzonderlijke woorden worden uitgesproken.
U kunt telefoonnummers onder een
toegewezen naam opslaan (spraak‐
label). Met deze namen kunt u later
een telefoonverbinding tot stand
brengen.
Bij onjuist gebruik of onjuiste com‐
mando's geeft de spraakherkenning u
visuele en/of akoestische feedback
en wordt u gevraagd het gewenste
commando te herhalen. Bovendien
bevestigt de spraakherkenning be‐
langrijke instructies en stelt zo nodig
een vraag hierover.
Om te voorkomen dat gesprekken in
de auto onbedoeld de systeemfunc‐
ties beïnvloeden, moet u de spraak‐
herkenning pas starten nadat deze is geactiveerd.Belangrijke opmerkingen over
taalondersteuning
● Niet alle talen die voor het display
van het Infotainmentsysteem be‐ schikbaar zijn, zijn ook beschik‐
baar voor de spraakherkenning.
● Als de momenteel geselecteerde
taal voor het display niet door de
spraakherkenning wordt onder‐
steund, moet u de spraakcom‐
mando's in het Engels invoeren.
Om spraakcommando's in het
Engels te kunnen invoeren moet
u eerst het telefoonhoofdmenu
activeren door op PHONE op het
Infotainmentsysteem te drukken
en dan de spraakherkenning van
het telefoonportaal te activeren
door op w op het stuurwiel te
drukken.

Page 110 of 127

110SpraakherkenningTelefoonregelingSpraakherkenning activeren
Druk op w op het stuurwiel om de
spraakherkenning van het telefoon‐
portaal in te schakelen. Voor de duur
van de dialoog wordt het geluid van
alle actieve audiobronnen onderdrukt
en worden er geen verkeersmeldin‐ gen weergegeven.
Het volume van de stemoutput
instellen
Draai de volumeknop op het Infotain‐
mentsysteem of druk op + of ― op het
stuurwiel.
Een dialoog annuleren
Er zijn diverse manieren om de
spraakherkenning uit te schakelen en de dialoog te annuleren:
● Druk op x op het stuurwiel.
● Zeg " Annuleren ".● Gedurende een bepaalde tijd
geen commando's invoeren
(zeggen).
● Na het derde niet herkende com‐
mando.
Bediening
Met behulp van de spraakherkenning kunt u de mobiele telefoon handig
met uw stem bedienen. Het is vol‐
doende om de spraakherkenning te
activeren en het gewenste com‐
mando in te voeren (te zeggen). Na
het geven van het commando leidt het Infotainmentsysteem u door de
dialoog door de voor het uitvoeren
van de gewenste handeling beno‐
digde vragen te stellen en feedback
te geven.
Hoofdcommando's Na het inschakelen van de spraak‐
herkenning geeft een korte toon aan
dat de spraakherkenning een com‐
mando verwacht.
Beschikbare hoofdcommando's: ● " Kiezen "
● " Bellen "● "Opnieuw kiezen "
● " Opslaan "
● " Verwijderen "
● " Lijst"
● " Koppelen "
● " Selecteer apparaat "
● " Gesproken feedback "
Veelal beschikbare commando's ● " Help ": de dialoog wordt afgeslo‐
ten en alle in de actuele functie beschikbare commando's wor‐
den opgesomd.
● " Annuleren ": de spraakherken‐
ning is uitgeschakeld.
● " Ja": afhankelijk van de context
wordt een geschikte actie onder‐
nomen.
● " Nee": afhankelijk van de context
wordt een geschikte actie onder‐
nomen.
Een telefoonnummer invoeren
Na het commando " Kiezen" vraagt de
spraakherkenning om het invoeren
van een nummer.

Page 111 of 127

Spraakherkenning111Het telefoonnummer moet met nor‐
male stem worden gesproken, zonder
kunstmatige pauzes tussen de afzon‐
derlijke cijfers.
De spraakherkenning werkt het best
als er tussen elke drie tot vijf cijfers
een pauze van minimaal een halve
seconde wordt ingelast. Het Infotain‐ mentsysteem herhaalt vervolgens de
herkende cijfers.
Daarna kunt u een nieuw nummer in‐
voeren of de volgende commando's
geven:
● " Kiezen ": de invoer is geaccep‐
teerd.
● " Verwijderen ": het laatst inge‐
voerde cijfer of de laatst inge‐ voerde cijferreeks wordt gewist.
● " Plus": een "+" wordt voor het
nummer geplaatst voor telefone‐
ren met het buitenland.
● " Controleren ": de invoer wordt
door de stemoutput gerepeteerd.
● " Sterretje ": er wordt een sterretje
"*" ingevoerd.
● " Hekje ": er wordt een hekje "#"
ingevoerd.● " Help "
● " Annuleren "
De maximumlengte van het inge‐ voerde telefoonnummer is 25 cijfers.
Om met het buitenland te kunnen te‐
lefoneren, kunt u aan het begin van
het telefoonnummer het woord "Plus" (+) zeggen. De plus stelt u in staat om
vanuit elk willekeurig land te bellen
zonder dat u de internationale toe‐
gangscode kent van het land waarin
u zich bevindt. Zeg vervolgens het ge‐ wenste landnummer.Voorbeeld van een dialoog
Gebruiker: " Kiezen"
Stemoutput: " Zeg het nummer dat u
wilt bellen "
Gebruiker: " Plus Vier Negen "
Stemoutput: " Plus Vier Negen "
Gebruiker: " Zeven Drie Eén "
Stemoutput: " Zeven Drie Eén "
Gebruiker: " Eén Eén Negen Negen "
Stemoutput: " Eén Eén Negen Negen "
Gebruiker: " Kiezen"
Stemoutput: " Het nummer wordt
gekozen "Een naam invoeren
Met het commando " Bellen" wordt er
een telefoonnummer ingevoerd dat in
het telefoonboek onder een bepaalde naam (spraaklabel) is opgeslagen.
Beschikbare commando's: ● " Ja"
● " Nee"
● " Help "
● " Annuleren "Voorbeeld van een dialoog
Gebruiker: " Bellen"
Stemoutput: " Zeg de naam die u wilt
bellen "
Gebruiker: <Naam>
Stemoutput: &#34; Wilt u <Michael>
bellen? &#34;
Gebruiker: &#34; Ja&#34;
Stemoutput: &#34; Het nummer wordt
gekozen &#34;
Een tweede gesprek starten
Tijdens een actief telefoongesprek
kan er een tweede gesprek worden
gestart. Druk hiertoe op w.

Page 112 of 127

112SpraakherkenningBeschikbare commando&#39;s:● &#34; Verzenden &#34;: handmatig DTMF
(toondruktoets-kiezen) inschake‐ len, bijv. voor voicemail of telefo‐
nisch bankieren.
● &#34; Naam verzenden &#34;: DTMF (toon‐
druktoetskiezen) inschakelen
door een naam (spraaklabel) in
te voeren.
● &#34; Kiezen &#34;
● &#34; Bellen &#34;
● &#34; Opnieuw kiezen &#34;
● &#34; Help &#34;
● &#34; Annuleren &#34;Voorbeeld van een dialoog
Gebruiker: als er een telefoongesprek
actief is: druk op w
Gebruiker: &#34; Verzenden&#34;
Stemoutput: &#34; Zeg het nummer dat u
wilt verzenden &#34;
(voor het invoeren van een nummer
zie het dialoogvoorbeeld bij Een
telefoonnummer invoeren )
Gebruiker: &#34; Verzenden&#34;Opnieuw kiezen
Het laatst gekozen nummer wordt op‐
nieuw gekozen met het commando
&#34; Opnieuw kiezen &#34;.
Opslaan
Met het commando &#34; Opslaan&#34; kunt u
een telefoonnummer onder een naam (spraaklabel) opslaan in het telefoon‐boek.
De ingevoerde naam moet een keer
worden herhaald. De toonhoogte en
de uitspraak moeten beide keren zo
gelijk mogelijk zijn. Anders verwerpt
de spraakherkenning de invoer.
Er kunnen maximaal 50 spraaklabels
in het telefoonboek worden opgesla‐
gen.
Spraaklabels zijn sprekerafhankelijk,
d.w.z. dat alleen de persoon die het
spraaklabel heeft ingesproken ze kan openen.
Om te voorkomen dat het begin van
de opname van een opgeslagen
naam wordt afgesneden, moet er na
een verzoek om invoer een korte
pauze in acht worden genomen.Om het spraaklabel onafhankelijk van
de locatie, d.w.z. ook in andere lan‐
den, te kunnen gebruiken, moeten
alle telefoonnummers met een &#34;plus&#34;
en een landnummer worden inge‐
voerd.
Beschikbare commando&#39;s: ● &#34; Opslaan &#34;: de invoer is geaccep‐
teerd.
● &#34; Controleren &#34;: de laatste invoer
wordt herhaald.
● &#34; Help &#34;
● &#34; Annuleren &#34;Voorbeeld van een dialoog
Gebruiker: &#34; Opslaan&#34;
Stemoutput: &#34; Zeg het nummer dat u
wilt opslaan &#34;
(voor het invoeren van een nummer
zie het dialoogvoorbeeld bij Een
telefoonnummer invoeren )
Gebruiker: &#34; Opslaan&#34;
Stemoutput: &#34; Zeg de naam die u wilt
opslaan &#34;
Gebruiker: <Naam>
Stemoutput: &#34; Herhaal de naam om te
bevestigen &#34;

Page 114 of 127

114SpraakherkenningGesproken feedback
Elke steminvoer wordt door het Info‐
tainmentsysteem beantwoord of be‐
commentarieerd met een aan de si‐
tuatie aangepaste stemoutput.
Als u de gesproken uitvoer wilt in- of
uitschakelen, zegt u &#34; Gesproken
feedback &#34; of drukt u op w.

Page 116 of 127

116Telefoontelefoneren verboden is, als demobiele telefoon interferentie ver‐
oorzaakt of als er zich gevaarlijke
situaties kunnen voordoen.
Bluetooth
Het telefoonportal is gecertificeerd door de Bluetooth Special Interest
Group (SIG).
Meer informatie over de specificatie
vindt u op internet op
http://www.bluetooth.com
De spraakherkenning gebruiken
Gebruik de spraakherkenning niet in
noodsituaties, omdat uw stem onder
stress zodanig kan veranderen dat hij
mogelijk niet meer herkend wordt en
de gewenste verbinding daardoor
wellicht niet snel genoeg tot stand kan worden gebracht.
Bluetooth-verbinding
Bluetooth is een radiografische norm
voor het draadloos verbinden van
bijv. een telefoon met andere appa‐
ratuur. Informatie zoals een telefoon‐
boek, gesprekkenlijsten, de naam
van de netwerkoperator en de sterkte
van de verbinding kan worden over‐
gedragen. Welke functies er beschik‐ baar zijn hangt af van het type tele‐
foon.
Om een Bluetooth-verbinding met de telefoonportal tot stand te kunnenbrengen, moet de Bluetooth-functie
van de mobiele telefoon zijn inge‐
schakeld en moet de mobiele tele‐
foon in de stand &#34;zichtbaar&#34; worden
gezet. U vindt nadere informatie in de gebruiksaanwijzing van de mobiele
telefoon.
Bluetooth-menu Druk op CONFIG .
Selecteer Telefooninstellingen en
vervolgens Bluetooth.Bluetooth inschakelen
Wanneer de Bluetooth-functie van
het telefoonportaal uitgeschakeld is:
Activering instellen op Aan en het
daaropvolgende bericht bevestigen.Apparatenlijst
Wordt een mobiele telefoon voor het
eerst via Bluetooth met het telefoon‐
portaal verbonden, dan wordt de te‐ lefoon in de apparatenlijst opgesla‐gen.
U kunt maximaal 5 mobiele telefoons
in de apparatenlijst opslaan.
Mobiele telefoon voor het eerst
aansluiten
Er zijn twee opties voor het verbindenvan een mobiele telefoon met het te‐
lefoonportaal: door het als een
handsfree-apparaat toe te voegen of
door het SIM Access Profile (SAP) te
gebruiken.
Handsfree-modus
Wanneer de mobiele telefoon wordt
toegevoegd als een handsfree-appa‐
raat kan de gebruiker gesprekken

Page 119 of 127

Telefoon119Afhankelijk van de netwerkprovider
en de mobiele telefoon zijn er ver‐
schillende opties beschikbaar.
● Netwerkselectie : kies tussen au‐
tomatische of handmatige net‐
werkselectie.
● Wisselgesprek : gesprek in de
wacht in- of uitschakelen.
● Gespreksdoorschakeling : door‐
schakelopties selecteren op ba‐
sis van de situatie.
● Gespreksblokkering : gespreks‐
blokkeringsopties configureren
op basis van de situatie.
Voor details over de configuratie van
de netwerkdiensten raadpleegt u de
handleiding van de mobiele telefoon
of u neemt contact op met de mo‐
biele-netwerkprovider.
Nummer sms-centrale configureren
Het nummer van de sms-centrale is
een telefoonnummer dat fungeert als
een poort voor het verzenden van
sms-berichten tussen mobiele tele‐
foons. Dit nummer wordt gewoonlijk
vooraf vastgesteld door de netwerk‐
provider.Om het nummer van de sms-centrale
te configureren, selecteert u Tele‐
fooninstellingen en dan Nummer
sms-centrale . Indien noodzakelijk
past u het nummer van de sms-cen‐
trale aan.
De fabrieksinstellingen van de
mobiele telefoon herstellen
Selecteer Telefooninstellingen en
vervolgens Fabrieksinstellingen
herstellen .
Noodoproep9 Waarschuwing
Het tot stand brengen van de ver‐
binding kan niet onder alle om‐
standigheden worden gegaran‐
deerd. Daarom is het belangrijk
dat u bij gesprekken van levens‐
belang (bijv. bij het inroepen van
medische hulp) niet alleen op een
mobiele telefoon vertrouwt.
Voor sommige netwerken kan het
noodzakelijk zijn dat er op de juiste manier een geldige simkaart in de
mobiele telefoon is aangebracht.
9 Waarschuwing
Denk eraan dat u met uw mobiele
telefoon kunt bellen en ontvangen indien u zich in een gebied bevindt
met een voldoende sterk signaal.
Onder bepaalde omstandigheden
kunnen nooddiensten niet op alle
mobiele telefoonnetwerken wor‐
den gebeld; mogelijkerwijs kun‐
nen deze oproepen niet gedaan
worden wanneer bepaalde net‐
werkdiensten en/of telefoonfunc‐
ties actief zijn. U kunt hierover uw lokale netwerkexploitant raadple‐
gen.
Het alarmnummer kan per land en regio variëren. Wij raden u aan het juiste alarmnummer voor de rele‐
vante regio van tevoren op te vra‐
gen.
Een noodoproep doen
Vorm het noodnummer (bijv. 112).
De telefoonverbinding met de alarm‐
centrale wordt tot stand gebracht.

Page:   < prev 1-10 11-20 21-30 31-40 41-50 next >