display OPEL VIVARO B 2019 Handleiding Infotainment (in Dutch)

Page 106 of 141

106NavigatieLet op
Deze opties zijn ook tijdens de route‐
begeleiding toegankelijk als u het gedeelte 'Ritinformatie' van het
displayscherm aanraakt (bijv.
verwachte aankomsttijd en totale
resterende afstand).
Raadpleeg (NAVI 50 IntelliLink)
"Displayweergave" in het hoofdstuk
"Gebruik" 3 84.Navigatie simuleren
Met deze functie krijgt u snel een
beeld van de voorgestelde route.
U hebt de volgende opties:r:Routesimulatie starten
of pauzerenf:Naar vorige
manoeuvree:Naar volgende
manoeuvre1x / 4x / 8x:Snelheid van de route‐ simulatie verhogenr / q:Terug naar vorige
schermNAVI 80 IntelliLink - Route-informatie
Om de route te bekijken voordat de
begeleiding begint, raakt u < aan (om
een pop-upmenu te openen), en
selecteert u Details route nadat een
bestemming is ingevoerd.
U hebt de volgende opties: ● Aanwijzingen weergeven :
Toont de routeplanning.
De volgende gegevens verschij‐
nen:
● pijlen die richtingsverande‐ ringen aangeven
● wegtypes
● straatnamen
● afstand tot een wegsplitsing (km/mijl)
● Routekaart weergeven :
Een kaart van de route bekijken.
● Routedemo weergeven :
Een demonstratie van de route bekijken.
● Route-overzicht :
Terug naar het vorige scherm.
De gegevens van de reistijd, de
afstand en het rittype wordenweergegeven. Raadpleeg
(NAVI 80 IntelliLink)
&#34;IQ routes™&#34; in het hoofdstuk
&#34;Invoer van de bestemming&#34;
3 98.
● Bestemming weergeven :
Bekijk richtingswijzigingen als
afbeeldingen.
● Verkeer op route weergeven :
Er verschijnt een overzicht van alle verkeersincidenten die van
invloed zijn op de huidige reis,
inclusief een gedetailleerde
weergave van de afzonderlijke
incidenten.
Indien u op de LIVE-services
bent geabonneerd, biedt het
tabblad &#34;Live&#34; een gedetailleer‐
der overzicht van de reis (bijv.
met vertragingen, vaste en
mobiele snelheidscontroles).
Ga voor meer informatie naar
(NAVI 80 IntelliLink) &#34;LIVE-servi‐
ces&#34; in het hoofdstuk &#34;Gebruik&#34;
3 84.

Page 107 of 141

Navigatie107Route bewerken
NAVI 50 IntelliLink - Route bewerken
Met deze functie kunt u de geplande
route naar de ingevoerde bestem‐
ming bekijken en wijzigen.
U kunt hier op ieder gewenst moment heen gaan door 7 aan te raken,
gevolgd door yNAVI / ýNav en dan
Route . Selecteer Route.
De volgende informatie verschijnt: ● pijlen die richtingsveranderingen aangeven
● wegnummer
● afstand tot een richtingsverande‐
ring
Raak Opties aan om de routegege‐
vens te wijzigen en te sorteren.
U hebt de volgende opties: ● Overzicht
De afzonderlijke waypoints en de
bestemming worden getoond,
inclusief de waypointafstand, de resterende tijd tot het volgende
waypoint en de aankomsttijd.● Normaal
De afzonderlijke manoeuvres worden getoond, inclusief straat-
of plaatsnamen, afstand en
nummers van wegvakken.
Bij deze optie worden ook gege‐
vens van wegwijzers, toegangs-
en richtingsbeperkingen, waar‐
schuwingen en systeemvoorkeu‐ ren weergegeven.
● Wegenlijst
De belangrijkste wegvakken van
de route worden met straatna‐
men/wegnummers aangegeven.
Bij deze optie worden ook de
lengtes van de afzonderlijke
wegvakken, de resterende tijd tot
het volgende wegvak, de
aankomsttijd en de gemiddelde
rijrichting weergegeven.
Daarnaast kunt u deze route/reis-
opties wijzigen door op het display het tabblad &#34;Richting en afstand tot
volgende richtingsverandering&#34; aan
te raken tijdens de routebegeleiding.
Selecteer Opties aan om de routege‐
gevens te wijzigen en te sorteren.Raadpleeg (NAVI 50 IntelliLink)
&#34;Displayweergave&#34;, &#34;Kaartscherm&#34; in
het hoofdstuk Gebruik 3 84.Route bewerken
U kunt de route bewerken door de lijst met waypoints te wijzigen. Raak hier‐voor 7 aan, gevolgd door yNAVI /
ý Nav , Route en dan op Route
bewerken op het displayscherm.
U hebt de volgende opties:Bovenste <:Waypoint toevoegenOnderste <:Nieuwe bestemming
toevoegenë:Bestemming verwijde‐
reny:Het vertrekadres van
de route wijzigen
(afhankelijk van de
versie)
Om de volgorde van de waypoints in
de lijst te wijzigen, raakt u Opties en
Volgorde aanpassen aan, waarna u
de waypoints naar boven of beneden
verplaatst.
Raadpleeg (NAVI 50 IntelliLink)
&#34;Invoer van de bestemming&#34; voor de
verschillende methoden om een
bestemming in te voeren 3 98.

Page 108 of 141

108NavigatieWegen vermijden
U kunt de route bewerken door
bepaalde gedeelten te vermijden.
Raak hiervoor 7 aan, gevolgd door
y NAVI / ýNav , Route en dan Wegen
vermijden .
Selecteer het te vermijden wegvak uit
de lijst op het displayscherm. Het te
vermijden wegvak wordt rood gemar‐ keerd.
Raak OK aan om de nieuwe route te
bevestigen.Alternatieve routes
Raak om de routeplanningsmethode
te wijzigen 7 aan, gevolgd door
y NAVI / ýNav , Route en dan
Alternatieve routes .
De volgende opties zijn beschikbaar,
elk met de afstand en de geschatte
tijd:
● snelste route
● kortste route
● zuinigste route
Selecteer een van de opties en
bevestig de nieuwe route door r aan
te raken.Raadpleeg voor meer informatie
(NAVI 50 IntelliLink) &#34;Navigatiesys‐
teem instellen&#34; in het hoofdstuk
&#34;Gebruik&#34; 3 84.
NAVI 80 IntelliLink - Route bewerken
U kunt ritten vooraf plannen door
zowel het beginpunt als de bestem‐
ming te selecteren.
Raak op de startpagina MENU
daarna Navigatie aan, gevolgd door
Routes .
Selecteer het vertrekpunt op dezelfde wijze als de invoer van een bestem‐
ming. Raadpleeg
(NAVI 80 IntelliLink) &#34;Invoer van de
bestemming&#34; 3 98. Selecteer vervol‐
gens een bestemming, kies het route‐
type en bevestig uw keuze.
Het systeem plant de route, waarna u
de gegevens kunt bekijken.Route wijzigen
Om de route tijdens actieve routebe‐
geleiding te wijzigen, raakt u op de
startpagina MENU aan, gevolgd door
Navigatie en Route wijzigen .U hebt de volgende opties:
● Alternatieve route berekenen
● Route annuleren
● Reis via
● Wegversperring vermijden
● Deel van de route vermijden
● Vertragingen beperkenAlternatieve route berekenen
Selecteer deze optie om een alterna‐
tieve route naar de bestemming te
berekenen.Route annuleren
Selecteer deze optie om de huidige
routebegeleiding te stoppen.
Start de begeleiding opnieuw door Rij
naar.., aan te raken, gevolgd door
Recente bestemmingen en selecteer
de route opnieuw.Reis via (waypoints)
Selecteer deze optie om de bere‐
kende route naar uw bestemming te
wijzigen, zodat een bepaalde locatie wordt aangedaan (waypoint).
De locatie die moet worden opgeno‐
men, wordt op dezelfde ingevoerd als
de bestemming.

Page 110 of 141

110NavigatieNAVI 80 IntelliLink - Bekijk kaart
Om vanuit de startpagina zonder
navigatie naar het kaartscherm te
gaan, raakt u MENU aan, gevolgd
door Navigatie en Bekijk kaart .
Raak ergens de kaart aan. De cursor
geeft de huidige geselecteerde posi‐
tie aan. Om de kaart te verschuiven,
sleept u de cursor in de gewenste
richting.
Als het kaartscherm wordt weergege‐ ven, raakt u < aan om een pop-
upmenu met de volgende opties te
openen:
● Gebruik deze locatie om...
● Zoeken
● Kaartgegevens wijzigen
● Toevoegen aan opgeslagen
locatiesGebruik deze locatie om...
Selecteer deze optie om een van de
volgende acties uit te voeren:
● de kaart op de locatie van de auto
centreren
● naar een punt op de kaart te navi‐
geren● naar een punt op de kaart te zoeken
● een punt op de kaart toe te voegen aan de favorieten
● een punt op de kaart toevoegen aan de NP-lijst
● de locatie van uw auto corrigerenZoeken
Selecteer deze optie om de kaart te
centreren op:
● uw thuisadres
● een opgeslagen adres
● een adres
● een recente bestemming
● een lokale zoekactie
● een nuttige plaats
● huidige positie van auto
● een coördinaat (lengte-/breedte‐ graad)Kaartgegevens wijzigen
Selecteer deze optie om de volgende
kaartinstellingen in en uit te schake‐
len:
● verkeer
● namen● nuttige plaatsen (NP)
● satellietbeeld als achtergrond van de kaart
● GPS-coördinatenToevoegen aan opgeslagen locaties
Selecteer deze optie om de huidige
positie als een opgeslagen bestem‐
ming toe te voegen aan de kaart.
Gebruik het toetsenbord om een
naam in te voeren of bevestig de
voorgestelde naam.
Ga voor bediening van het toet‐
senbord naar (NAVI 80 IntelliLink)
&#34; Toetsenborden op het display
bedienen &#34; in het hoofdstuk &#34; Gebruik&#34;
3 84.
Help!
NAVI 50 IntelliLink - Help!
Als het kaartscherm wordt weergege‐ ven, raakt u Opties aan, gevolgd door
Waar ben ik? om nuttige informatie
over de huidige locatie te raadplegen
of om naar nuttige plaatsen (NP) in de buurt te zoeken.
Om te allen tijde naar het kaart‐
scherm gaan, raakt u 7 aan, gevolgd
door sKAART .

Page 116 of 141

116StemherkenningDruk op 5 op de knoppen op het
stuurwiel/de stuurkolom; 5 verschijnt
in rechterbenedenhoek van het
display samen met informatie over
het audiosysteem.
Let op
Tijdens het gebruik van de stemher‐ kenningsfunctie wordt het afspelen
van de audiobron onderbroken.
Voor een leidraad voor het gebruik
van gesproken opdrachten kunt u
(NAVI 50 IntelliLink) &#34;Hulp&#34; in het
hoofdstuk &#34;Algemene informatie&#34;
raadplegen 3 114.
NAVI 80 IntelliLink
Stemherkenning inschakelen
De stemherkenningsfunctie active‐
ren:
Druk op 5 op het stuurwiel/de stuur‐
kolom om het hoofdmenu
Stembediening te openen.
Geef na het geluidssignaal het commando &#34; Bestemming&#34; om een
nieuw adres in te voeren. Geef het
commando &#34; Adres&#34; en geef vervol‐gens alle gegevens van het nieuwe
adres (huisnummer, straatnaam,
plaats/stad).
Het door het systeem herkende adres wordt weergegeven. Bevestig de
bestemming wanneer daar om wordt
gevraagd om de begeleiding te star‐
ten.
Daarnaast kunt u na het geluidssig‐ naal het commando &#34; Recente
bestemmingen &#34; geven om naar een
lijst met de meest recente bestem‐
mingen te gaan, waar u de gewenste bestemming kunt selecteren.
Let op
Voor de stemherkenning van het
navigatiesysteem moet u een
compatibele SD Card plaatsen.
Ga voor meer informatie naar
(NAVI 80 IntelliLink) &#34;Invoer van de
bestemming&#34; in het hoofdstuk &#34;Navi‐
gatie&#34; 3 98.Telefoonregeling
NAVI 50 IntelliLink
Stemherkenning inschakelen
De stemherkenningsfunctie active‐
ren:
Druk op 5 op de knoppen op het
stuurwiel/de stuurkolom om het menu Smartphone te openen; u hoort een
pieptoon en 5 verschijnt op het
display, wat activering aangeeft.
Voor gebruik van stemherkenning
raakt u 5 op het display aan (of druk
op 5).
Let op
Tijdens de bediening van de stem‐
herkenningsfunctie zijn de functies
Radio en Media niet beschikbaar
voor gebruik.
Voor deactiveren raakt u 5 op het
display aan en houdt u deze ingedrukt
(of druk op 5).
Voor een leidraad voor het gebruik
van gesproken opdrachten kunt u
(NAVI 50 IntelliLink) &#34;Hulp&#34; in het
hoofdstuk &#34;Algemene informatie&#34;
raadplegen 3 114.

Page 117 of 141

Stemherkenning117NAVI 80 IntelliLinkStemherkenning inschakelen
De stemherkenningsfunctie active‐
ren:
Druk op 5 op het stuurwiel/de stuur‐
kolom om het hoofdmenu
Stembediening te openen.
Geef na het geluidssignaal het
commando &#34; Telefoon&#34; om naar het
telefoonmenu te gaan. Geef de naam
van de opgeslagen contactpersoon of
een telefoonnummer. De gewenste
contactpersoon verschijnt op het
display indien deze in het systeem is
opgeslagen.
Geef het commando &#34; Bel&#34; om het
kiezen te starten.
Geef het commando &#34; Verwijder&#34; om
het kiezen te annuleren en het
opnieuw te proberen.
U kunt ook rechtstreeks een oproep
plaatsen vanuit het hoofdmenu
Stembediening : raak 5 aan en geef
de naam van een opgeslagen
contactpersoon of een telefoonnum‐
mer.

Page 119 of 141

Telefoon1199Waarschuwing
Mobiele telefoons hebben invloed
op uw omgeving. Daarom zijn
veiligheidsvoorschriften opgesteld waarvan u zich op de hoogte moet stellen voordat u de telefoon
gebruikt.
Bluetooth
Het telefoonportal is gecertificeerd
door de Bluetooth Special Interest
Group (SIG).
Meer informatie over de specificatie
vindt u op internet op http://www.blue‐
tooth.com
Telefoonbedieningselementen Bedieningslementen op het infotain‐
mentsysteem of de stuurkolom:
● 6 TEL
- of -
● TEL
- of -
● yTELEFOON op het 7 startpa‐
ginascherm (NAVI 50 IntelliLink)
- of -
g TELEFOON op het startmenu‐
scherm (NAVI 80 IntelliLink)
Selecteer Telefoon om het menu
te openen.
Bedieningselementen op de stuurko‐
lom:
● 7, 8 : Gesprek aannemen,
gesprek beëindigen/weigeren.
- of -
● MODE/OK : Gesprek aannemen,
gesprek beëindigen/weigeren,
een handeling bevestigen.
● 5: Stemherkenning activeren/
deactiveren.
Afhankelijk van het Infotainmentsys‐
teem kunnen sommige functies van het handsfree-telefoonsysteem ook
met stemherkenning worden bediend 3 116.Bediening van displayscherm
R15 BT USB, R16 BT USB,
CD16 BT USB, CD18 BT USB -
Bediening van displayscherm
● In het display omhoog/omlaag bewegen: Draai OK.
● Handelingen bevestigen: Druk op OK .
● Handelingen annuleren (en terug
naar vorige menu): Druk op /.
NAVI 50 IntelliLink - Bediening van
displayscherm
Om naar het scherm Telefoonmenu
te gaan selecteert u 7, gevolgd door
y Telefoon .
De volgende submenu&#39;s zijn beschik‐ baar:
● Telefoonboek
● Gesprekkenlijsten
● Bellen
Raak S in de linkerbovenhoek aan
om tussen submenu&#39;s te wisselen.

Page 120 of 141

120Telefoon● In het display omhoog/omlaagbewegen: Tip R of S aan.
● Handelingen bevestigen: Selec‐ teer OK.
● Handelingen annuleren (en terug
naar vorige menu/startpagina):Raak r/7 aan.
Ga voor meer informatie naar &#34;Bedie‐ ning met aanraakscherm&#34; 3 41.
NAVI 80 IntelliLink - Bediening van
displayscherm
Om vanuit de startpagina naar het
menu &#34;Telefoon&#34; te gaan, selecteert u
MENU , gevolgd door gTelefoon .
De volgende submenu&#39;s zijn beschik‐ baar:
● Telefoonboek
● Gesprekkenlijsten
● Een nummer kiezen
● Voicemail
● Instellingen● In het display omhoog/omlaag
bewegen: Raak ↑ of ↓ aan.
● Handelingen annuleren (en/of terug naar vorige menu): Raak
r aan.
● Pop-upmenu openen (bijv. om contactpersonen toe te voegen
aan een favorietenlijst): Raak <
aan.
Let op
U hebt op elk moment toegang tot de
favorieten door op de startpagina op
f te drukken.
Ga voor meer informatie naar &#34;Bedie‐
ning met aanraakscherm&#34; 3 41.
Toetsenborden in het display
bedienen
R15 BT USB, R16 BT USB,
CD16 BT USB, CD18 BT USB -
Toetsenborden op het display
bedienen
Binnen het numerieke toetsenbord op
het displayscherm bewegen en
tekens erop invoeren: Draai aan en
druk op OK.Ingevoerde gegevens kunnen
worden gecorrigeerd met het toets‐
enbordteken ←.
Druk op / om niet meer met het toet‐
senbord te werken en terug naar het
vorige scherm te gaan.
NAVI 50 IntelliLink,
NAVI 80 IntelliLink - Toetsenborden
op het display bedienen
Gebruik de aanraaktoetsen op het
displayscherm om tekens in te voeren
en tussen tekens te bewegen met het
numerieke toetsenbord.
Ingevoerde gegevens kunnen
worden gecorrigeerd met het toets‐
enbordteken k.
Raak r aan om niet meer met het
toetsenbord te werken en terug naar
het vorige scherm te gaan.
Ga voor meer informatie naar &#34;Bedie‐ ning met aanraakscherm&#34; 3 41.
Verbinding
Een mobiele telefoon moet op het
handsfree-telefoonsysteem zijn
aangesloten om de functies ervan te
regelen via het Infotainmentsysteem.

Page 121 of 141

Telefoon121Er kan geen telefoon op het systeem
zijn aangesloten tenzij deze eerst
gekoppeld is. Raadpleeg het
gedeelte Bluetooth-verbinding
( 3 123) voor het koppelen van een
mobiele telefoon aan het handsfree-
telefoonsysteem via Bluetooth.
Bij ingeschakeld contact zoekt het
handsfree-telefoonsysteem naar
gekoppelde telefoons in de omge‐
ving. Bluetooth moet geactiveerd zijn
op de mobiele telefoon; anders
herkent het handsfree-telefoonsys‐
teem de telefoon niet. Het zoeken
gaat door tot een gekoppelde tele‐
foon is gevonden. Een displaybericht
geeft aan dat de telefoon is aange‐
sloten.
Let op
Wanneer een Bluetooth-verbinding
actief is, wordt bij gebruik van het
handsfree-telefoonsysteem de
batterij van de mobiele telefoon
sneller ontladen.
Automatische verbinding
Uw telefoon wordt wellicht alleen
automatisch verbonden terwijl het
systeem ingeschakeld is, als de auto‐matische Bluetooth-verbindingsfunc‐
tie op uw mobiele telefoon geacti‐
veerd is; raadpleeg de bedieningsin‐
structies van de mobiele telefoon.
Let op
Afhankelijk van het Infotainmentsys‐ teem wordt, wanneer een gekop‐
pelde telefoon opnieuw wordt
verbonden of wanneer twee gekop‐
pelde telefoons zich binnen het
bereik van het handsfree-telefoon‐ systeem bevinden, ofwel de telefoon met voorrang (indien gedefinieerd)
ofwel de laatst verbonden telefoon
automatisch verbonden, zelfs als
deze telefoon zich buiten de auto
maar nog binnen het bereik van het
handsfree-telefoonsysteem bevindt.
Tijdens een automatisch verbinding
schakelt de conversatie automatisch
naar de microfoon en luidsprekers
van de auto als een gesprek reeds
aan de gang is.Als de verbinding mislukt:
● controleer of de telefoon inge‐ schakeld is
● controleer of de batterij van de telefoon niet leeg is
● controleer of de telefoon reeds gekoppeld is
De Bluetooth-functie van de mobiele telefoon en van het handsfree-tele‐
foonsysteem moet ingeschakeld zijn
en de mobiele telefoon moet geconfi‐
gureerd zijn om het verbindingsver‐
zoek van het systeem te accepteren.
Handmatige verbinding
R15 BT USB, R16 BT USB,
CD16 BT USB, CD18 BT USB -
Handmatige verbinding
Om te wisselen tussen de telefoons
die op het handsfree-telefoonsys‐
teem zijn aangesloten drukt u op
TEL en selecteert u het menu
Selecteer apparaat . De apparatenlijst
toont de telefoons die al gekoppeld
zijn.

Page 122 of 141

122TelefoonSelecteer de gewenste telefoon uit delijst en bevestig door op OK te druk‐
ken. Een displaybericht bevestigt de
telefoonaansluiting.
NAVI 50 IntelliLink - Handmatige
verbinding
Om te wisselen tussen de telefoons
die op het handsfree-telefoonsys‐
teem zijn aangesloten tikt u 7 aan,
gevolgd door ÿINSTELLING(EN) en
dan Connectiviteit (of selecteer
Telefoon op de startpagina).
Selecteer vervolgens Bluetooth-
apparatenlijst bekijken . De appara‐
tenlijst toont de telefoons die al
gekoppeld zijn.
Selecteer de gewenste telefoon uit de lijst en bevestig door OK aan te
tikken. Afhankelijk van de versie
verschijnt J naast de geselecteerde
telefoon om de verbinding aan te
geven.NAVI 80 IntelliLink - Handmatige
verbinding
Om vanuit de startpagina de telefoon te wijzigen die met het handsfree-
telefoonsysteem is verbonden, tikt u
MENU aan, gevolgd door gTelefoon
en Instellingen .
Selecteer vervolgens Apparaten
beheren . De apparatenlijst toont de
telefoons die al gekoppeld zijn. Kies
de gewenste telefoon uit de lijst.
Telefoonkoppeling verbreken
Wanneer de mobiele telefoon uitge‐
schakeld wordt, wordt de koppeling
tussen de telefoon en het handsfree-
telefoonsysteem verbroken.
Als tijdens het verbreken van de
koppeling een gesprek reeds aan de
gang is, wordt de conversatie auto‐
matisch naar de mobiele telefoon
geschakeld.
R15 BT USB, R16 BT USB,
CD16 BT USB, CD18 BT USB -
Telefoonkoppeling verbreken
Voor het verbreken van de koppeling
van een telefoon van het Infotain‐ mentsysteem drukt u op TEL (ofSETUP ) en selecteert u Bluetooth-
verbinding . Selecteer het gewenste
apparaat uit de apparatenlijst en
selecteer vervolgens Apparaat
loskoppelen door aan OK te draaien
en deze in te drukken. Een display‐
bericht bevestigt het verbreken van
de koppeling van de telefoon.
NAVI 50 IntelliLink -
Telefoonkoppeling verbreken
Om de koppeling tussen een telefoon en het Infotainmentsysteem te
verbreken tikt u, afhankelijk van de
versie, 7 aan, gevolgd door
ÿ INSTELLING(EN) en dan
Connectiviteit (of selecteer
y Telefoon op de startpagina).
Selecteer vervolgens Bluetooth-
apparatenlijst bekijken . Selecteer in
de weergegeven lijst de telefoon
waarvan u de koppeling wilt verbre‐
ken; I verschijnt naast de telefoon
ter indicatie dat de koppeling ervan
wordt verbroken.

Page:   < prev 1-10 ... 21-30 31-40 41-50 51-60 61-70 71-80 81-90 next >