PEUGEOT 207 2009 Instructieboekje (in Dutch)

Page 231 of 267

236
03 NAVIGATIE
POI-lijst
* Afhankelijk van beschikbaarheid in het land.
Dit pictogram verschijnt als er zich meerdere Points of Interest in hetzelfde gebied bevinden. Door op dit pictogram in te zoomen kunt u de verschillende Points of Interest bekijken.

Page 232 of 267

237
03
5
4
6
3
2
1
Selecteer de functie "Volume gesproken berichten" en draai aan de draaiknop om het volume van de verschillende gesproken berichttypen (verkeersinformatie, waarschuwingsmeldingen…) in te stellen.
Selecteer "Instellen risicozones" voor toegang tot de functies "Op kaart weergeven", "Visuele melding" en "Geluidssignaal".
Selecteer de functie "POI-categorieën op kaart" om de POI's die standaard op de kaart worden weergegeven in te stellen.
VOLUME GESPROKEN BERICHTEN
Druk op de toets NAV.
Druk nogmaals op de toets NAV of selecteer de functie Menu "Navigatie" en druk op de draaiknop om te bevestigen.
Selecteer de functie "Instellingen" en druk op de draaiknop om te bevestigen.
POI-CATEGORIEËN OP KAART
INSTELLINGEN INSTELLEN RISICOZONES
MENU "NAVIGATIE"
NAVIGATIE
Raadpleeg het PEUGEOT-netwerk voor meer informatie
over de procedure voor het instellen van RISICOZONE-POI'S. Voor het updaten van RISICOZONE-POI's is een SDHC- speler (High Capacity) vereist.

Page 233 of 267

238
04
2
1
3
4
5
VERKEERSINFORMATIE
INSTELLEN VAN DE FILTERS EN DE
WEERGAVE VAN TMC-BERICHTEN
Selecteer vervolgens de gewenste straal van het fi lter (in km), afhankelijk van de route, en bevestig door op de draaiknop te drukken. Wanneer alle berichten over het traject worden geselecteerd, wordt aanbevolen een geografi sche fi lter (over een straal van 5 km bijvoorbeeld) toe te voegen om het aantal berichten dat op de kaart verschijnt te verkleinen. Het geografi sch fi lter volgt de verplaatsing van de auto.
Druk nogmaals op de toets TRAFFIC of selecteer het Menu "Verkeer" en druk op de draaiknop om te bevestigen.
Druk op de toets TRAFFIC.
De fi lters werken onafhankelijk en cumulatief. Het is raadzaam om een fi lter op de route en een fi lter rondom de auto in te schakelen van: - 3 km of 5 km voor een gebied met een dicht wegennet, - 10 km voor een gebied met een normaal wegennet , - 50 km voor lange trajecten (autosnelweg).
Selecteer de functie "Geografi sch fi lter" en druk op de draaiknop om te bevestigen.
BERICHTEN OP ROUTE
De lijst met TMC-berichten verschijnt onder Menu " Verkeer" op De lijst met TMC-berichten verschijnt onder Menu "Verkeer" op volgorde van nabijheid.
ALLEEN WAARSCH.BERICHTEN OP ROUTE
MENU "VERKEER"
Selecteer het gewenste fi lter:
ALLE WAARSCHUWINGSBERICHTEN
ALLE BERICHTEN
De berichten verschijnen op de kaart en in de lijst. Druk op ESC om het fi lter uit te schakelen.
Het symbool TMC links onder aan het scherm kan op Het symbool TMC links onder aan het scherm kan op 3 verschillende manieren worden weergegeergegeven: - Geen TMC-zender beschikbaar, - TMC-zender beschikbaar, geen berichten voor de ze - TMC-zender beschikbaar, geen berichten voor deze route, - TMC-zender beschikbaar, met berichten voor deze - TMC-zender beschikbaar, met berichten voor deze route (indien navigatie actief).
GEOGRAFISCH FILTER

Page 234 of 267

239
05
3
2
1
1
SELECTEREN VAN EEN ZENDER
Druk tijdens het luisteren naar de radio op de draaiknop.
Het snelkeuzemenu van de radiofunctie verschijnt e
n ge en geeft toegang tot de volgende opties:
Selecteer de gewenste functie en druk op de draaiknop om te bevestigen en de desbetreffende instellingen te wijzigen.
VERKEERSBERICHT
Als de RDS-functie is ingeschakeld, zoekt de radio steeo steeds naar de sterkste frequentie van een zender, zodat u erna ar kaar kunt blijven luisteren zonder dat u zelf de frequentie hoeft te wijzigenijzigen. Sommige RDS-zenders zijn echter niet in het hele land te on tvangtvangen, omdat de frequenties van de zender niet het hele land dek ken.kken. Dit verklaart dat de zender tijdens het rijden kan wegvallen.
Er kunnen storingen in de ontvangst optreden door obstakels in de omgeving (bergen, gebouwen, tunnels, parkeergarages, enz.), ook als d e RDS-functie is ingeschakeld. Dit is een normaal verschijnsel en heeft niets te maken me t een storing in de autoradio.
RDS - REGIONALE FUNCTIE -
VERKEERSINFORMATIE
Druk op de toets RADIO om de alfabetische lijst met lokaal ontvangen zenders weer te geven. Selecteer het gewenste station met de draaiknop en druk op de draaiknop om te bevestigen.
Druk tijdens het luisteren naar de radio op een va n de toetsen om de vorige of volgende zender in de lijst te selecteren.
Druk langer dan 2 seconden op een van de numerieke rieke toetsen om de zender waarop is afgestemd op te slaan. Druk op de numerieke toets om naar de zender te luiste luisteren die onder die toets is opgeslagen.
RDS
RADIOTEKST
REGIOPROG. (REG)
AM
RADIO
Houd een van de toetsen lang ingedrukt om automatisch in afl opende of oplopende volgorde naar zenders te zoeken.

Page 235 of 267

240
06 MULTIMEDIASPELERS
CD, CD MET MP3- OF WMA-BESTANDEN,
SD-KAART MP3/WMA
INFORMATIE EN TIPS
Selecteer bij het branden van een CD-R of CD-RW de s de standaard ISO 9660 niveau 1, 2 of bij voorkeur Joliet om deze te kunnen ISO 9660 niveau 1, 2 of bij voorkeur Joliet om deze te kunnen afspelen. Als de CD in een ander formaat is gebrand, kan het zijnet zijn dat deze niet goed wordt afgespeeld. Het is raadzaam voor één CD niet meer dan één stan dastandaard voor het branden te gebruiken. Stel de laagst mogelijke snelheidelheid in (maximaal 4 x) voor een optimale geluidskwaliteit. Voor het branden van een multisessie-CD is het raa dzaaadzaam de standaard Joliet te gebruiken.
De Peugeot Connect Nav speelt bestanden met de ex tensie ".mp3" De Peugeot Connect Nav speelt bestanden met de extensie ".mp3" en een bitrate van 8 tot 320 Kbps en bestanden met deet de extensie ".wma" en een bitrate van 5 tot 384 Kbps af. Ook bestanden met een VBR (Variable Bit Rate) kunn ekunnen worden afgespeeld. Geluidsbestanden met een andere extensie (.mp4,.m3 u4,.m3u...) kunnen niet worden afgespeeld.
De formaten MP3 (afkorting van MPEG 1, 2 & 2.5 Audio Layer 3) De formaten MP3 (afkorting van MPEG 1, 2 & 2.5 Audio Layer 3) en WMA (afkorting van Windows Media AudioM, eigendo m van en WMA (afkorting van Windows Media AudioM, eigendom van Microsoft) zijn standaarden voor het comprimeren van geluid die Microsoft) zijn standaarden voor het comprimeren van geluid die de mogelijkheid bieden enkele tientallen nummers op és op één CD te plaatsen.
Gebruik voor bestandsnamen maximaal 20 karakters e nters en verwijder speciale tekens (bijv.: " ", ?, ù) om problemen met het at het afspelen of de weergave te voorkomen.

Page 236 of 267

241
6
4
5
3
2
1
MUZIEK SELECTEREN/BELUISTEREN
CD, MP3-/WMA-CD
Het afspelen of weergeven van een MP3-/WMA-speelli
jst kan Het afspelen of weergeven van een MP3-/WMA-speellijst kan worden beïnvloed door het gebruikte programma voor h voor het branden van de CD en/of de instellingen. Wij raden u aan voor het branden van de CD en/of de instellingen. Wij raden u aan voor het branden van een CD de standaard ISO 9660 te gebruiken.
Druk op de toets MUSIC.
Selecteer de functie "Kies geluidsbron" en druk op de draaiknop om te bevestigen.
Druk op de toets omhoog/omlaag om de volgende/vorige map te selecteren.
Selecteer de gewenste geluidsbron: CD, MP3-/WMA-CD. Druk op de draaiknop om te bevestigen. Het afspelen begint.
KIES GELUIDSBRON
Druk nogmaals op de toets MUSIC of selecteer de functie Menu "Muziek" en druk op de draaiknop om te bevestigen.
Druk op een van de toetsen om een nummer te selecteren. Houd een van de toetsen ingedrukt om snel vooruit of terug te spoelen. MENU "MUZIEK"
De lijst met nummers of MP3-/WMA-bestanden verschi jnt onder het De lijst met nummers of MP3-/WMA-bestanden verschijnt onder het Menu "Muziek".

Page 237 of 267

242
06
43
12
Sluit het externe apparaat (MP3-/WMA-speler…) met een geschikte kabel aan op de JACK-aansluiting.
Druk op de toets MUSIC en druk nogmaals op de toets of selecteer de functie Menu "Muziek" en druk op de draaiknop om te bevestigen.
Selecteer de geluidsbron "AUX" en druk op de draaiknop om te bevestigen, waarna het afspelen automatisch begint.
Selecteer de functie "AUX-aansluiting" en druk op de draaiknop om de aansluiting te activeren.
AUX-AANSLUITING
De weergave- en bedieningsfuncties verlopen via de
ex de externe apparatuur.
AUX-INGANG GEBRUIKEN
AUDIO-/JACK-KABEL NIET BIJGELEVERD
MULTIMEDIASPELERS
MENU "MUZIEK"

Page 238 of 267

243
07
1
2
3
2
1
4
De beschikbare functies zijn afhankelijk van het n
etwerk, de SIM-kaart en de compatibiliteit met de gebruikte Bluetooth-apparatuur. Raadpleeg de gebrui ksaanwijzing van uw telefoon en uw provider voor meer informatie over de beschikbare functies. Een overzicht van de meest geschikte telefoons is verkrijgbaar via het netwerk.
BLUETOOTH-TELEFOON
KOPPELEN VAN EEN TELEFOON
Het koppelen van de Bluetooth-telefoon aan de hand sfrandsfree-set van de Peugeot Connect Nav mag om veiligheidsredenen en va nwege het Peugeot Connect Nav mag om veiligheidsredenen en vanwege het feit dat deze handeling volledige aandacht van de bestu bestuurder vraagt, uitsluitend worden uitgevoerd bij stilstaande auto en meen met aangezet contact.
Activeer de functie Bluetooth van uw telefoon. De laatst gekoppelde telefoon wordt automatisch opnieuw gekoppeld.
Voer de toegangscode in met de telefoon. De in te voeren code wordt weergegeven op het display.
Druk om een andere telefoon te koppelen op de toets PHONE, selecteer vervolgens Menu "Telefoon" en druk op de draaiknop om te bevestigen.
Als de telefoon is gekoppeld, kan Peugeot Connect Nav de Als de telefoon is gekoppeld, kan Peugeot Connect Nav de contacten en de gesprekkenlijst synchroniseren. Dez e seze synchronisatie kan enkele minuten duren.
Selecteer "Telefoon koppelen". Selecteer de telefoon en druk op de draaiknop om te bevestigen.
De lijst met eerder gekoppelde telefoons (maximaal 4) al 4) verschijnt op het multifunctionele display. Selecteer de gewenste telete telefoon om deze opnieuw te koppelen.
Druk op de toets PHONE.
Selecteer als de telefoon nog niet gekoppeld is geweest "Telefoon zoeken" en druk op de draaiknop om te bevestigen. Selecteer vervolgens de naam van de telefoon.
TELEFOON ZOEKEN
TELEFOON KOPPELEN

Page 239 of 267

244
2
1
1
3
2
Druk op het uiteinde van de stuurkolomschakelaar o
m de oproep te accepteren of om het gesprek te beëindigen.
Selecteer "Ja" om de oproep te accepteren of "Nee" om de oproep te weigeren en bevestig door op de draaiknop te drukken.
EEN OPROEP ONTVANGEN BELLEN
Wanneer u gebeld wordt, klinkt een beltoon en verschijnrschijnt een pop-upvenster op het multifunctionele display.
JA
Druk op de toets PHONE om het gesprek te beëindigen of druk op de draaiknop, selecteer "Gespr.beëind." en bevestig door op de draaiknop te drukken.
GESPR.BEËIND.
Druk op de toets PHONE.
Selecteer "Nummer kiezen" en voer het nummer in met het toetsenbord op het display.
Selecteer de functie Menu "Telefoon" en druk op de draaiknop om te bevestigen.
De lijst met de laatste 20 vanuit de auto gevoerde telefooelefoongesprekken verschijnt onder het Menu "Telefoon". U kunt een nu mmer selecteren verschijnt onder het Menu "Telefoon". U kunt een nummer selecteren en op de draaiknop drukken om naar dit nummer te be lle bellen.
NEE
Het telefoonnummer kunt u ook kiezen uit het adresboeesboek. Selecteer daarvoor "Bellen vanuit adresboek". Met de Peugeot Connect Nav daarvoor "Bellen vanuit adresboek". Met de Peugeot Connect Nav kunnen maximaal 4000 kaarten worden opgeslagen. Druk langer dan twee seconden op het uiteinde van de n de stuurkolomschakelaar om het adresboek te openen.
MENU "TELEFOON"
NUMMER KIEZEN
Druk, om een nummer te wissen, op de toets PHONE e n vervolgens Druk, om een nummer te wissen, op de toets PHONE en vervolgens lang op een telefoonnummer waarna de volgende keuze keuze op het scherm verschijnt: Vermelding wissen Lijst wissen

Page 240 of 267

245
08
4
3
2
1
6
5
CONFIGURATIE
DATUM EN TIJD INSTELLEN Deze functie geeft toegang tot de volgende opties:
Systeemtaal, Datum & tijd, Display, Helderheid, Kleur, Kleur map, Voertuig, Eenheden, Systeem.
Stel de parameters één voor één in door deze te bevestigen met de draaiknop.
Selecteer de functie "Datumformaat" en druk op de draaiknop om te bevestigen.
Selecteer de functie "Datum & tijd instellen" en druk op de draaiknop om te bevestigen.
Bevestig het gewenste formaat met de draaiknop. Druk langer dan 2 seconden op de toets SET UP voorP voor toegang tot:
Druk op de toets SET UP.
Bevestig het gewenste formaat met de draaiknop. Selecteer de functie "Tijdformaat" en druk op de draaiknop om te bevestigen.
DATUM & TIJD INSTELLEN
Selecteer de functie Datum & tijd en druk op de draaiknop om te bevestigen.
BESCHRIJVING VAN UNIT
GPS-BEREIK
DEMOMODUS
DATUM & TIJD

Page:   < prev 1-10 ... 191-200 201-210 211-220 221-230 231-240 241-250 251-260 261-270 270 next >