PEUGEOT 207 2009 Instructieboekje (in Dutch)

Page 51 of 267

!
!
62
Om te voorkomen dat de werking
van de pedalen wordt geblokkeerd:
- gebruik uitsluitend matten die op de bevestigingen van de auto
passen, het gebruik van deze
bevestigingen is verplicht.
- gebruik nooit meer dan één mat per plaats.
MATTEN
De matten zijn uitneembaar en bescher-
men de vloerbedekking van de auto te-
gen vuil van buitenaf. Terugplaatsen
Terugplaatsen van de mat aan de be-
stuurderszijde:

 leg de mat goed op zijn plaats,

 druk de bevestigingen vast,

 controleer of de mat goed vastzit.
Bevestigen
Gebruik wanneer u een nieuwe mat be-
vestigt uitsluitend de bevestigingen uit
het bijgeleverde zakje.
Verwijderen
Verwijderen van de mat aan de bestuur-
derszijde:

 zet de stoel in de achterste stand,

 maak de bevestigingen los,

 verwijder de bevestigingen en ver-
volgens de mat.
PEUGEOT CONNECT USB
Deze aansluitmodule, die bestaat uit een
JACK-aansluiting en een USB-poort, be-
vindt zich op de middenconsole.
Hierop kunt u draagbare apparatuur
aansluiten, zoals een iPod ® of een
USB-stick.
Dankzij de USB-BOX kunt u de audio-
bestanden (mp3, ogg, wma, wav, ...) op
uw draagbare apparatuur beluisteren
via de luidsprekers van uw autoradio.
U kunt deze bestanden beheren met de
stuurkolomschakelaars of het bedienings-
paneel van de autoradio en ze weerge-
ven op het multifunctionele display.
Tijdens het gebruik kan de draagbare
apparatuur automatisch worden opge-
laden.
Raadpleeg voor meer informatie
over het gebruik van deze uitrus-
ting het gedeelte Peugeot Connect
Sound van het hoofdstuk "Audio en
datacommunicatie".

Page 52 of 267

63
INDELING VAN HET
INTERIEUR

1. Dashboardkastje met verlichting
(zie de volgende bladzijde voor meer informatie)

2. Opbergvak met
antislipmat

3. Kaartenhouder

4. Portiervak

5. Opbergvak met antislipmat

6. USB-aansluiting
(zie de vorige bladzijde voor meer informatie)

7. 12V-aansluiting
(zie de volgende bladzijde voor meer informatie)

8. Opbergvakken

9. Bekerhouder

Page 53 of 267

64
Dashboardkastje met verlichting *
Het dashboardkastje bestaat uit een
open bovenste opbergvak en speciale
ruimtes voor het opbergen van een fl es
mineraalwater, het instructieboekje van
de auto, ...
In het deksel zijn speciale ruimtes ge-
creëerd voor een pen, een bril, munten,
kaarten, een blikje, ...

 Trek de handgreep omhoog om het
te openen.
De verlichting van het dashboardkastje
treedt in werking zodra het wordt ge-
opend.
In het dashboardkastje bevinden zich
de schakelaar voor het uitschakelen
van de airbag aan passagierszijde A .
 Til, wanneer u een accessoire van
12 V (maximaal vermogen: 120 W)
wilt aansluiten, het deksel op en sluit
een geschikte adapter aan.
12V-aansluiting
Als uw auto is uitgerust met auto-
matische airconditioning, bevat het
dashboardkastje een afsluitbare ven-
tilatiebuis B , via welke het dashboard-
kastje wordt voorzien van dezelfde
airconditioning als het interieur.
* Volgens uitvoering .

Page 54 of 267

65
INDELING VAN DE
BAGAGERUIMTE (3-/5-DEURS)

1. Hoedenplank
(zie de volgende bladzijde voor meer informatie)

2. Haken
(zie de volgende bladzijde voor meer informatie)

Page 55 of 267

i
66
Haken
Hoedenplank (3-/5-deurs)
Verwijderen van de hoedenplank:

 maak de twee koorden los,

 til de hoedenplank iets op en verwij-
der hem. Hieraan kunt u een boodschappentas
ophangen.
Bij het verwisselen van een wiel
Bevestig bij het verwisselen van
een wiel het koord van de vloermat
van de bagageruimte aan de ha-
ken voor een optimale toegang tot
het reservewiel.
Er zijn meerdere mogelijkheden om de
hoedenplank op te bergen:
- rechtop achter de voorstoelen,
- rechtop achter de achterbank.

Page 56 of 267

67
INDELING VAN DE
BAGAGERUIMTE (SW)

1. Bagageafdekking
(zie de volgende bladzijde voor meer informatie)

2. Aansluiting 12 V
(zie de volgende bladzijde voor meer informatie)

3. Haken
(zie de vorige bladzijde voor meer informatie)

4. Riemen

5. Sjorogen

6. Bagagenet voor hoge belading
(zie de volgende bladzijde voor meer informatie)

7. Opbergruimte

8. Opbergnet

9. Opbergvak
(zie hoofdstuk "Praktische informatie - § Wiel verwisselen")

Page 57 of 267

i
68
Bagageafdekking (SW)
De bagageafdekking bestaat uit drie
opvouwbare delen.
Vouw de afdekking op en plaats hem
vertikaal achter in de bagageruimte.
Opvouwen vanuit de bagageruimte:

 pak de bagageafdekking vast bij
riem A ,

 vouw de afdekking als een accor-
deon op tot aan de achterbank.
Uitvouwen vanuit de bagageruimte:

 pak de bagageafdekking vast bij
riem A ,

 vouw de afdekking uit tot aan de
achterstijlen.
Toegang vanaf de achterbank:

 til het voorste gedeelte van de ba-
gageafdekking op met behulp van
handgreep B . Aansluiting 12 V (SW)

 Om een accessoire van 12 V aan
te sluiten (maximaal vermogen:
120 W), verwijdert u de dop en sluit
u een geschikte adapter aan.

 Zet het contact aan.
Maximale belading
7,5 kg, bagageafdekking uitgevou-
wen met bagagenet voor hoge be-
lading bij zitrij 2.

Page 58 of 267

i
69
Bagagenet voor hoge belading
(SW)
Het net, dat aan de bovenste bevesti-
gingen en de sjorogen of de ISOFIX be-
vestigingen wordt vastgemaakt, zorgt
ervoor dat de auto tot aan het dak kan
worden beladen:
- achter de achterbank (zitrij 2),
- achter de voorstoelen (zitrij 1) wan-neer de achterbank is neergeklapt.
Voor gebruik bij zitrij 1:

 open de kapjes van de bovenste be-
vestigingen 1 ,

 rol het bagagenet voor hoge bela-
ding uit,

 plaats een van de uiteinden van de
metalen stang van het net in de des-
betreffende bovenste bevestiging 1 ,
en doe vervolgens hetzelfde met de
tweede stang,

 ontspan de riemen maximaal,

 bevestig de musketonhaak van elk
van de riemen aan de desbetreffende
nok 3 onder de zitting van de bank,

 klap de achterbank neer,

 span de riemen aan zonder de bank
weer op te klappen,

 controleer of het net goed is vastge-
maakt en goed gespannen is. Voor gebruik bij zitrij 2:

 vouw de bagageafdekking op of ver-
wijder deze,

 open de kapjes van de bovenste be-
vestigingen 2 ,

 rol het bagagenet voor hoge bela-
ding uit,

 plaats een van de uiteinden van de
metalen stang van het net in de des-
betreffende bovenste bevestiging 2 ,
en doe vervolgens hetzelfde met de
tweede stang,

 bevestig de haak van elk van de rie-
men van het net aan de desbetref-
fende ISOFIX bevestiging 4 ,

 span de riemen aan,

 controleer of het net goed is vastge-
maakt en goed gespannen is.
Controleer bij het plaatsen van het
net of de gespen van de riemen
zichtbaar zijn vanuit de bagage-
ruimte; hierdoor is het makkelijker
de riemen te ontspannen of aan te
spannen.

Page 59 of 267

i
TOEGANG TOT DE AUTO
70
SLEUTEL MET
AFSTANDSBEDIENING
U kunt om de auto te ontgrendelen of ver-
grendelen de centrale vergrendeling be-
dienen met de sleutel in het portierslot of
met de afstandsbediening. De sleutel met
afstandsbediening dient tevens voor het
lokaliseren en het starten van de auto en
maakt deel uit van de diefstalbeveiliging. Uitklappen van de sleutel

 Druk op de knop A om de sleutel uit
te klappen.
Ontgrendelen van de auto
Het ontgrendelen wordt bevestigd door
het gedurende ongeveer 2 seconden
snel knipperen van de richtingaanwij-
zers.
Tegelijkertijd worden, afhankelijk van de
uitvoering, de buitenspiegels automa-
tisch uitgeklapt. Vergrendelen van de auto

 Druk op het geopende
hangslot om de auto te ont-
grendelen.
Ontgrendelen met de sleutel in het
portierslot

 Draai de sleutel linksom in het slot
van het bestuurdersportier om de
auto te ontgrendelen. Normale vergrendeling met de
sleutel

 Draai de sleutel rechtsom in het slot
van het bestuurdersportier om de
auto te vergrendelen.
Het vergrendelen wordt bevestigd door
het gedurende ongeveer 2 seconden
branden van de richtingaanwijzers.
Tegelijkertijd worden, afhankelijk van de
uitvoering, de buitenspiegels automa-
tisch ingeklapt.
Ontgrendelen met de
afstandsbediening

 Druk op het gesloten hang-
slot om de auto te vergren-
delen.

 Druk langer dan twee seconden
op het gesloten hangslot om
daarnaast de ruiten automa-
tisch te sluiten (indien voorzien
van ééntraps ruitbediening).
Als een van de portieren, de ach-
terklep of de achterruit geopend
is, werkt de centrale vergrende-
ling niet.
Normale vergrendeling met de
afstandsbediening

Page 60 of 267

!i
i
71
De supervergrendeling blokkeert
het van binnenuit en van buitenaf
openen van de portieren.
Als de supervergrendeling is inge-
schakeld, is ook de vergrendelings-
schakelaar in het interieur buiten
werking.
Schakel daarom nooit de superver-
grendeling in als er zich iemand in
de auto bevindt.
Supervergrendeling met de
afstandsbediening

 Druk op het gesloten hangslot om
de auto te vergrendelen.

 Druk binnen 5 seconden nogmaals
op het gesloten hangslot om de su-
pervergrendeling van de auto in te
schakelen.
Supervergrendeling met de sleutel

 Draai de sleutel rechtsom in het slot
van het bestuurdersportier om de
auto te vergrendelen.

 Draai de sleutel binnen 5 secon-
den nogmaals rechtsom om de su-
pervergrendeling van de auto in te
schakelen.
De supervergrendeling wordt bevestigd
door het gedurende ongeveer 2 secon-
den branden van de richtingaanwijzers.
Tegelijkertijd worden, afhankelijk van de
uitvoering, de buitenspiegels automa-
tisch ingeklapt.
Als de auto is vergrendeld en per
ongeluk wordt ontgrendeld zonder
dat binnen 30 seconden een por-
tier wordt geopend, wordt de auto
automatisch weer vergrendeld.

Het automatisch in- en uitklappen
van de buitenspiegels kan worden
uitgeschakeld door het PEUGEOT-
netwerk
Inklappen van de sleutel

 Druk op de knop A om de sleutel in
te klappen.


Elektronische startblokkering
In de sleutel is een chip aangebracht
die over een specifi eke code beschikt.
Om te kunnen starten, moet bij het
aanzetten van het contact de code van
de sleutel worden herkend door de
startblokkering.
Deze elektronische startblokkering
blokkeert het motormanagementsy-
steem zodra het contact wordt afgezet
en voorkomt zo het starten van de mo-
tor bij een inbraak.
Diefstalbeveiliging
Bij een storing in het systeem wordt u gewaarschuwd door dit verklikkerlampje in combinatie met
een geluidssignaal en een melding
op het multifunctionele display.
De auto kan dan niet gestart worden. Raad-
pleeg zo snel mogelijk het PEUGEOT-net-
werk.
Ontgrendelen en gedeeltelijk
openen van de achterruit (SW)

 Houd deze knop langer dan
twee seconden ingedrukt
om de achterruit gedeelte-
lijk te openen. Bij deze han-
deling wordt eerst de auto
ontgrendeld.
De achterklep en achterruit kunnen
niet gelijktijdig worden geopend.

Page:   < prev 1-10 ... 11-20 21-30 31-40 41-50 51-60 61-70 71-80 81-90 91-100 ... 270 next >