PEUGEOT 207 2009 Instructieboekje (in Dutch)

Page 61 of 267

!i
i
71
De supervergrendeling blokkeert
het van binnenuit en van buitenaf
openen van de portieren.
Als de supervergrendeling is inge-
schakeld, is ook de vergrendelings-
schakelaar in het interieur buiten
werking.
Schakel daarom nooit de superver-
grendeling in als er zich iemand in
de auto bevindt.
Supervergrendeling met de
afstandsbediening

 Druk op het gesloten hangslot om
de auto te vergrendelen.

 Druk binnen 5 seconden nogmaals
op het gesloten hangslot om de su-
pervergrendeling van de auto in te
schakelen.
Supervergrendeling met de sleutel

 Draai de sleutel rechtsom in het slot
van het bestuurdersportier om de
auto te vergrendelen.

 Draai de sleutel binnen 5 secon-
den nogmaals rechtsom om de su-
pervergrendeling van de auto in te
schakelen.
De supervergrendeling wordt bevestigd
door het gedurende ongeveer 2 secon-
den branden van de richtingaanwijzers.
Tegelijkertijd worden, afhankelijk van de
uitvoering, de buitenspiegels automa-
tisch ingeklapt.
Als de auto is vergrendeld en per
ongeluk wordt ontgrendeld zonder
dat binnen 30 seconden een por-
tier wordt geopend, wordt de auto
automatisch weer vergrendeld.

Het automatisch in- en uitklappen
van de buitenspiegels kan worden
uitgeschakeld door het PEUGEOT-
netwerk
Inklappen van de sleutel

 Druk op de knop A om de sleutel in
te klappen.


Elektronische startblokkering
In de sleutel is een chip aangebracht
die over een specifi eke code beschikt.
Om te kunnen starten, moet bij het
aanzetten van het contact de code van
de sleutel worden herkend door de
startblokkering.
Deze elektronische startblokkering
blokkeert het motormanagementsy-
steem zodra het contact wordt afgezet
en voorkomt zo het starten van de mo-
tor bij een inbraak.
Diefstalbeveiliging
Bij een storing in het systeem wordt u gewaarschuwd door dit verklikkerlampje in combinatie met
een geluidssignaal en een melding
op het multifunctionele display.
De auto kan dan niet gestart worden. Raad-
pleeg zo snel mogelijk het PEUGEOT-net-
werk.
Ontgrendelen en gedeeltelijk
openen van de achterruit (SW)

 Houd deze knop langer dan
twee seconden ingedrukt
om de achterruit gedeelte-
lijk te openen. Bij deze han-
deling wordt eerst de auto
ontgrendeld.
De achterklep en achterruit kunnen
niet gelijktijdig worden geopend.

Page 62 of 267

i
TOEGANG TOT DE AUTO
72
Starten van de motor

 Steek de sleutel in het contactslot.
Het systeem herkent de code van de startblokkering.

 Draai de sleutel rechtsom in de
stand 3 (Starten) .

 Laat zodra de motor draait de sleu-
tel los.
Afzetten van de motor

 Zet de auto stil.

 Draai de sleutel linksom in de stand 1
(Stop) .

 Verwijder de sleutel uit het contactslot. Storing afstandsbediening
Na het losnemen en weer aansluiten
van de accukabels, het vervangen van
de batterij van de afstandsbediening
of een storing in de afstandsbediening
kan de auto niet meer met de afstands-
bediening ontgrendeld, vergrendeld en
gelokaliseerd worden.

 Ontgrendel of vergrendel de auto
eerst met de sleutel in het slot.

 Synchroniseer vervolgens de af-
standsbediening.
Raadpleeg zo snel mogelijk het
PEUGEOT-netwerk als de storing niet
is verholpen. Batterij vervangen
Batterij ref.: CR1620 / 3 V.
Synchroniseren

 Zet het contact af.

 Zet de sleutel in de stand 2 (Contact) .

 Druk zo snel mogelijk gedurende
enkele seconden op de vergrendel-
knop (gesloten hangslot) van de af-
standsbediening.

 Zet het contact af en verwijder de
sleutel uit het contactslot.
De afstandsbediening werkt nu weer.
 Wip het huis met een muntstuk bij
het oog los.

 Verwijder de lege batterij.

 Schuif de nieuwe batterij in de juiste
richting op zijn plaats.

 Klik het huis vast.

 Synchroniseer de afstandsbediening. Deze batterij is in het PEUGEOT-
netwerk verkrijgbaar.
Als de batterij van de afstands-
b e d i e n i n g l e e g i s , w o r d t u
gewaarschuwd door dit verklik-
kerlampje, een geluidssignaal
en een melding op het multi-
functionele display.
Lokaliseren van de auto
Om de eerder vergrendelde auto te lo-
kaliseren op een parkeerplaats :

 Druk op het gesloten hangslot, de
plafonniers gaan branden en de
knipperlichten knipperen gedurende
enkele seconden.
Waarschuwingssignaal sleutel
Als het bestuurdersportier wordt
geopend terwijl de sleutel nog in
het contact steekt, klinkt er een
geluidssignaal.

Page 63 of 267

!
73
Sleutels verloren
Ga met het kentekenbewijs van de auto en uw legitimatiebewijs naar het
PEUGEOT-netwerk.
Het PEUGEOT-netwerk kan de speciale code van de sleutel en de transpon-
der opzoeken en voor nieuwe sleutels zorgen. Gooi de lege batterijen van de af-
standsbediening niet weg: ze be-
vatten metalen die schadelijk zijn
voor het milieu.
Lever lege batterijen in bij een spe-
ciaal verzamelpunt.
Afstandsbediening
De radiografi sche afstandsbediening is een systeem met een groo t bereik.
Het is raadzaam om niet met de knop van de afstandsbediening te spelen om
te voorkomen dat de portieren per ongeluk ontgrendeld worden.
Druk nooit op de knoppen van uw afstandsbediening buiten het bereik en
het zicht van uw auto. De afstandsbediening kan dan onbrui kbaar worden en
moet in dat geval opnieuw worden gesynchroniseerd.
De afstandsbediening kan niet functioneren als de sleutel in het contactslot
zit, zelfs als het contact uitstaat, behalve voor het synchronisere n.
Vergrendelen van de auto
Het rijden met vergrendelde portieren kan in geval van nood de toegang tot
het interieur belemmeren.
Neem uit veiligheidsoverwegingen (kinderen in de auto) de sl eutel met af-
standsbediening mee als u de auto verlaat, zelfs al is dit vo or korte duur.
Diefstalbeveiliging
Breng geen wijzigingen aan in de elektronische startblokkering , dit kan tot
storingen leiden.
Bij het aanschaffen van een gebruikte auto
Laat uw sleutels door het PEUGEOT-netwerk in het elektronische geheugen
opslaan, zodat u er zeker van kunt zijn dat de in uw bezit zij nde sleutels de
enige zijn waarmee de auto kan worden gestart.

Page 64 of 267

!
i
TOEGANG TOT DE AUTO
74
ALARM
Dit systeem beveiligt uw auto tegen in-
braak en diefstal. Het systeem bestaat
uit een omtrek- en een interieurbevei-
liging en is voorzien van een anti-in-
braakfunctie. Vergrendelen van de auto met
volledig ingeschakeld alarm
Breng geen wijzigingen aan het
alarmsysteem aan, dit kan leiden
tot storingen. De interieurbeveiliging wordt uit-
sluitend uitgeschakeld als deze
procedure wordt uitgevoerd na het
afzetten van het contact.
Inschakelen van de
interieurbeveiliging

 Ontgrendel de auto met de ontgren-
delknop van de afstandsbediening.

 Vergrendel de auto met de afstands-
bediening.
Het alarm wordt weer ingeschakeld met
twee beveiligingsniveaus; het verklik-
kerlampje van de knop A gaat uit.
Vergrendelen van de auto met
alleen de omtrekbeveiliging
Inschakelen

 Zet het contact af en verlaat de
auto.

 Vergrendel de auto of schakel de
supervergrendeling in met de ver-
grendelknop van de afstandsbedie-
ning.
Het alarm is geactiveerd; het verklikker-
lampje van de knop A zal één keer per
seconde knipperen.
Omtrekbeveiliging
Dit systeem houdt de te openen carros-
seriedelen van de auto in de gaten.
Het alarm gaat af als iemand probeert
in te breken door een portier, de achter-
klep of de motorkap te forceren.
Interieurbeveiliging
Dit systeem treedt in werking als er be-
wegingen in het interieur worden waar-
genomen.
Het alarm gaat af als er een ruit wordt
ingeslagen of als iets of iemand in de
auto beweegt.
Schakel de interieurbeveiliging uit als
u tijdens uw afwezigheid een ruit een
stukje open wilt laten of als er een huis-
dier in de auto achterblijft.
Anti-inbraakfunctie
Dit systeem treedt in werking als ie-
mand probeert het alarm te saboteren.
Het alarm gaat af als iemand probeert
de kabels van de sirene, de bedienings-
eenheid of de accu door te knippen.
Uitschakelen

 Ontgrendel de auto met de ontgren-
delknop van de afstandsbediening.
Het alarm wordt uitgeschakeld; het ver-
klikkerlampje van de knop A gaat uit. Uitschakelen van de
interieurbeveiliging

 Zet het contact af.

 Druk binnen 10 seconden op de
knop A tot het verklikkerlampje blijft
branden.

 Verlaat de auto.

 Vergrendel de auto of schakel de su-
pervergrendeling in met de vergren-
delknop van de afstandsbediening.
Alleen de omtrekbeveiliging wordt inge-
schakeld; het verklikkerlampje van de
knop A zal één keer per seconde knip-
peren.

Page 65 of 267

!
75
Activering
Als het alarm afgaat, treedt de sirene in
werking en knipperen de richtingaanwij-
zers ongeveer dertig seconden.
Nadat het alarm is gestopt, zijn de om-
trek- en interieurbeveiliging weer actief. Als het alarm 10 keer achter elkaar
is afgegaan, wordt het bij de elfde
keer uitgeschakeld.
Als het lampje van de knop A snel
knippert, betekent dit dat het alarm
tijdens uw afwezigheid is afgegaan.
Het lampje stopt met knipperen als
het contact wordt aangezet.
Om te voorkomen dat tijdens het
wassen van uw auto het alarm af-
gaat, is het raadzaam de auto in dat
geval met de sleutel af te sluiten.
Schakel voordat u de accukabels
losneemt het alarm uit om te voor-
komen dat de sirene afgaat. Storing afstandsbediening

 Ontgrendel de auto met de sleutel in
het slot van het bestuurdersportier.

 Open het portier; het alarm gaat af.

 Zet het contact aan; het alarm stopt.
* Volgens land van bestemming.
Storing
Als bij het aanzetten van het contact het
verklikkerlampje van de knop
A gedu-
rende 10 seconden blijft branden, duidt
dit op een storing in de verbinding met
de sirene.
Laat het systeem controleren door het
PEUGEOT-netwerk.
Vergrendelen van de auto zonder
het alarm in te schakelen

 Vergrendel de auto of schakel de su-
pervergrendeling in met de sleutel in
het slot van het bestuurdersportier. Automatisch inschakelen *
Afhankelijk van de wetgeving in uw land
is het volgende van toepassing:
- het alarm wordt 45 seconden na-
dat de auto met behulp van de af-
standsbediening is vergrendeld
geactiveerd, ongeacht de toestand
van de portieren en de achterklep.
- het alarm wordt 2 minuten nadat het laatste portier of de achterklep is ge-
sloten, geactiveerd.

 Om het afgaan van het alarm bij
het openen van een portier of de
achterklep te voorkomen, moet
eerst op de ontgrendelknop van
de afstandsbediening worden ge-
drukt.

Page 66 of 267

i
i
i
TOEGANG TOT DE AUTO
76
RUITBEDIENING Elektrische ruitbediening Als de ruit bijvoorbeeld bij vorst niet
wil sluiten:

 druk dan op de schakelaar om
de ruit helemaal te openen,

 trek vervolgens de schakelaar
omhoog tot de ruit volledig is
gesloten,

 houd de schakelaar na het slui-
ten nog ongeveer 1 seconde
vast.

Tijdens deze handelingen is de
beveiliging tegen beknellen uit-
geschakeld.
Eentraps elektrische
ruitbediening
U hebt twee mogelijkheden:
- handmatige bediening

 Duw of trek de schakelaar tot het
zware punt. De ruit stopt zodra u
de schakelaar loslaat.
- automatische bediening

 Duw of trek de schakelaar voorbij
het zware punt. Als u de schake-
laar hebt losgelaten, opent of sluit
de ruit volledig.

 Bedien de schakelaar opnieuw
om het openen of sluiten te stop-
pen.
 Druk op of trek aan de scha-
kelaar. De ruit stopt zodra u
de schakelaar loslaat.
De schakelaars van de ruitbedie-
ning kunnen na het afzetten van
het contact nog gedurende onge-
veer 45 seconden of totdat een van
de voorportieren geopend wordt,
worden bediend.
U kunt de ruiten handmatig of automa-
tisch volledig openen en sluiten. De rui-
ten met eentrapsbediening zijn voorzien
van een beveiliging tegen beknellen en
de elektrisch bedienbare ruiten achter
kunnen bij alle uitvoeringen worden ge-
blokkeerd voor de veiligheid van kinde-
ren op de achterbank.

1. Schakelaar ruitbediening
bestuurderszijde.

2. Schakelaar ruitbediening
passagierszijde.

3. Schakelaar ruitbediening
rechts achter.

4. Schakelaar ruitbediening
links achter.

5. Blokkeerschakelaar elektrisch
bedienbare ruiten achter. Nadat de sleutel uit het contact is
genomen, kunnen de ruiten nog
ongeveer 45 seconden, of tot een
voorportier wordt geopend, worden
bediend.
Beveiliging tegen beknellen
Als de ruit automatisch wordt gesloten
en tegen een obstakel stuit, stopt de ruit
en gaat deze gedeeltelijk weer open.

Page 67 of 267

!
77
Blokkering van de ruitbediening
achter
Resetten
Nadat de accukabels los zijn geweest
of na een storing moet de ruitbediening
worden gereset:

 laat de schakelaar los en trek hem
opnieuw omhoog totdat de ruit vol-
ledig is gesloten,

 houd de schakelaar na het sluiten
nog ongeveer 1 seconde vast, Neem bij het verlaten van de auto,
zelfs voor een korte periode, altijd
de sleutel uit het contact.
Wanneer tijdens het bedienen van
de ruit iets tussen de ruit en de spon-
ning bekneld raakt, moet de ruit weer
worden geopend. Druk daarvoor op
de desbetreffende schakelaar.
Wanneer de bestuurder de ruit
aan passagierszijde bedient, moet
deze ervan verzekerd zijn dat niets
het correcte sluiten van de ruit ver-
hindert.
De bestuurder moet ervan verze-
kerd zijn dat de passagiers op de
juiste manier gebruik maken van
de elektrische ruitbediening.
Zorg ervoor dat kinderen zich tij-
dens het bedienen van de ruit niet
kunnen bezeren. ZIJRUITEN ACHTER
Bij de 3-deurs uitvoering zijn de achter-
ste zijruiten uitstelbaar voor een optimale
ventilatie van de achterste zitplaatsen.
Openen

 Druk, voor de veiligheid van uw kin-
deren, op de schakelaar 5 om de
ruitbediening achter, ongeacht de
stand van de ruiten, te blokkeren.
Als de schakelaar omlaag staat, is de
ruitbediening geblokkeerd.
Als de schakelaar omhoog staat, is de
ruitbediening niet geblokkeerd.
Sluiten

 Trek de hendel naar binnen om de
ruit te ontgrendelen.

 Kantel de hendel volledig naar ach-
teren om de ruit in de gesloten stand
te vergrendelen.

 Kantel de hendel naar voren.

 Duw de hendel zo ver mogelijk naar
buiten om de ruit in de geopende
stand te vergrendelen.

 druk op de schakelaar om de ruit
automatisch te openen,

 druk als de ruit volledig is geopend
nogmaals op de schakelaar en houd
deze nog ongeveer 1 seconde vast.

Tijdens deze handelingen is de be-
veiliging tegen beknellen uitgescha-
keld.

Page 68 of 267

!
77
Blokkering van de ruitbediening
achter
Resetten
Nadat de accukabels los zijn geweest
of na een storing moet de ruitbediening
worden gereset:

 laat de schakelaar los en trek hem
opnieuw omhoog totdat de ruit vol-
ledig is gesloten,

 houd de schakelaar na het sluiten
nog ongeveer 1 seconde vast, Neem bij het verlaten van de auto,
zelfs voor een korte periode, altijd
de sleutel uit het contact.
Wanneer tijdens het bedienen van
de ruit iets tussen de ruit en de spon-
ning bekneld raakt, moet de ruit weer
worden geopend. Druk daarvoor op
de desbetreffende schakelaar.
Wanneer de bestuurder de ruit
aan passagierszijde bedient, moet
deze ervan verzekerd zijn dat niets
het correcte sluiten van de ruit ver-
hindert.
De bestuurder moet ervan verze-
kerd zijn dat de passagiers op de
juiste manier gebruik maken van
de elektrische ruitbediening.
Zorg ervoor dat kinderen zich tij-
dens het bedienen van de ruit niet
kunnen bezeren. ZIJRUITEN ACHTER
Bij de 3-deurs uitvoering zijn de achter-
ste zijruiten uitstelbaar voor een optimale
ventilatie van de achterste zitplaatsen.
Openen

 Druk, voor de veiligheid van uw kin-
deren, op de schakelaar 5 om de
ruitbediening achter, ongeacht de
stand van de ruiten, te blokkeren.
Als de schakelaar omlaag staat, is de
ruitbediening geblokkeerd.
Als de schakelaar omhoog staat, is de
ruitbediening niet geblokkeerd.
Sluiten

 Trek de hendel naar binnen om de
ruit te ontgrendelen.

 Kantel de hendel volledig naar ach-
teren om de ruit in de gesloten stand
te vergrendelen.

 Kantel de hendel naar voren.

 Duw de hendel zo ver mogelijk naar
buiten om de ruit in de geopende
stand te vergrendelen.

 druk op de schakelaar om de ruit
automatisch te openen,

 druk als de ruit volledig is geopend
nogmaals op de schakelaar en houd
deze nog ongeveer 1 seconde vast.

Tijdens deze handelingen is de be-
veiliging tegen beknellen uitgescha-
keld.

Page 69 of 267

!
TOEGANG TOT DE AUTO
78
PORTIEREN

 Ontgrendel de auto met de afstands-
bediening of de sleutel en trek aan
de portiergreep. Van binnenuit

 Met de portiergreep van de voor-
portieren kunnen gelijktijdig ook de
achterportieren en de achterklep
worden ontgrendeld.

 Met de portiergreep van de achter-
portieren wordt daarentegen alleen
het desbetreffende portier ontgren-
deld.
De portieren kunnen niet met de
portiergrepen worden geopend op
het moment dat de supervergren-
deling is ingeschakeld. Sluiten
Als een portier niet goed is gesloten:
- bij draaiende motor gaat het verklikkerlampje bran-
den in combinatie met een
melding op het multifunc-
tionele display gedurende
enkele seconden,
- (snelheid hoger dan 10 km/h) gaat het verklikkerlampje branden in
combinatie met een geluidssignaal
en een melding op het multifunc-
tionele display gedurende enkele
seconden.
Openen
Van buitenaf

Page 70 of 267

i
!i
79
Als de auto van buitenaf is ver-
grendeld of de supervergrendeling
is ingeschakeld, knippert het rode
lampje en is de knop A inactief.

 Gebruik in dat geval de af-
standsbediening of de sleutel
om de auto te ontgrendelen.
De automatische centrale vergren-
deling werkt niet als één van de
portieren, de achterklep of de ach-
terruit is geopend.
Handmatige centrale
vergrendeling
Deze functie biedt de mogelijkheid de
portieren en de achterklep van binnen-
uit handmatig en volledig te vergrende-
len of te ontgrendelen.
Vergrendelen

 Druk op de knop A om de auto te
vergrendelen.
Het rode lampje van de knop gaat bran-
den. Automatische centrale
vergrendeling
Deze functie zorgt ervoor dat de portie-
ren, de achterklep en de achterruit tij-
dens het rijden automatisch en volledig
worden vergrendeld.
U kunt de functie desgewenst inschake-
len of uitschakelen. Inschakelen

 Druk langer dan 2 seconden op de
knop A .
Op het multifunctionele display ver-
schijnt een melding ter bevestiging.
Ontgrendelen

 Druk als sneller wordt gereden dan
10 km/h op de knop A om de portie-
ren, de achterklep en de achterruit
tijdelijk te ontgrendelen.
Als één van de portieren is ge-
opend, werkt de centrale vergren-
deling van binnenuit niet.
Ontgrendelen

 Druk nogmaals op de knop A om de
auto te ontgrendelen.
Het rode lampje van de knop gaat uit. Vergrendelen
Zodra sneller wordt gereden dan
10 km/h, worden de portieren, de ach-
terklep en de achterruit automatisch
vergrendeld.
Uitschakelen

 Druk nogmaals langer dan 2 secon-
den op de knop A .
Op het multifunctionele display ver-
schijnt een melding ter bevestiging.

Page:   < prev 1-10 ... 21-30 31-40 41-50 51-60 61-70 71-80 81-90 91-100 101-110 ... 270 next >