service Peugeot 207 CC 2010 Handleiding (in Dutch)

Page 19 of 207

!
CONTROLE TIJDENS HET RIJDEN
22
Waarschuwingslampjes
Als bij draaiende motor of tijdens het rijden een
van de volgende verklikkerlampjes gaat branden,
wijst dit op een storing in het desbetreffende sy-
steem en moet de bestuurder actie ondernemen. Lees in het geval van een storing waarbij een waarschuwingslampje gaat
branden de aanvullende informatie, die via een melding op het multifunctio-
nele display wordt weergegeven.
Raadpleeg indien nodig het PEUGEOT-netwerk.

Controlelampje brandt Oorzaak Acties / Opmerkingen

STOP permanent in
combinatie
met een ander
controlelampje en een
geluidssignaal. Dit controlelampje brandt bij
een storing met betrekking
tot het remsysteem
of bij een te hoge
koelvloeistoftemperatuur.
Zet de auto zo snel mogelijk stil op een veilige
plaats.
Zet het contact af en neem contact op met het
PEUGEOT-netwerk.

Service tijdelijk.
Er is een kleine storing
opgetreden waarbij geen
specifi ek controlelampje
gaat branden. Identifi ceer de storing met behulp van de melding
op het display zoals bijvoorbeeld:
- het motorolieniveau,
- het niveau van de ruitensproeiervloeistof,
- de batterij van de afstandsbediening,
- vervuiling van het roetfi lter (diesel).
Raadpleeg in andere gevallen het
PEUGEOT-netwerk.
permanent.
Er is een ernstige storing
opgetreden waarbij geen specifi ek
controlelampje gaat branden. Identifi ceer de storing met behulp van de melding
op het display en raadpleeg het
PEUGEOT-netwerk.


Remsysteem permanent.
Het remvloeistofniveau is
te laag. Vul het niveau bij met een vloeistof voorzien van
een
artikelnummer van PEUGEOT.
Als het probleem zich blijft voordoen, laat het
systeem dan controleren bij het PEUGEOT-netwerk.
+
permanent, in
combinatie met het
waarschuwingslampje ABS.

Er is een storing in
de elektronische
remdrukregelaar (REF). Laat het systeem controleren door het
PEUGEOT-netwerk.

Page 25 of 207

i
CONTROLE TIJDENS HET RIJDEN
28
Een controle van het olieniveau
is alleen betrouwbaar als de auto
op een vlakke, horizontale onder-
grond staat en de motor minstens
15 minuten niet heeft gedraaid.
Motorolieniveaumeter
De motorolieniveaumeter geeft aan of
het motoroliepeil in orde is.
Bij het aanzetten van het contact wordt
eerst de onderhoudsindicator weerge-
geven en vervolgens gedurende enkele
seconden het motorolieniveau.
Olieniveau correct
Te weinig olie
Storing motorolieniveaumeter
Oliepeilstok
Als de aanduiding "OIL" knippert in
combinatie met het verklikkerlampje
service, een geluidssignaal en een mel-
ding op het multifunctionele display, is
het motorolieniveau te laag.
Controleer het olieniveau met de peil-
stok. Als blijkt dat het olieniveau te laag
is, moet olie worden bijgevuld om te
voorkomen dat ernstige motorschade
ontstaat. Als de aanduiding
"OIL --" knippert,
duidt dit op een storing in de mo-
torolieniveaumeter. Raadpleeg het
PEUGEOT-netwerk.
Raadpleeg het hoofdstuk "Controles"
voor de plaats van de peilstok en het
bijvullen van motorolie voor het motor-
type van uw auto.
2 merktekens op de peil-
stok:
- A = maxi; het oliepeil
mag nooit boven het ni-
veau A uitkomen (kans
op schade aan de
motor),
- B = mini; als het oliepeil
niet boven het niveau B
uitkomt, moet het voor
de motor van uw auto
voorgeschreven type
motorolie worden bijge-
vuld via de vuldop.

Page 85 of 207

!
ZICHT
Dek de lichtsensor die zich in het
midden van de voorruit achter de
binnenspiegel bevindt, niet af.
Deze sensor regelt de automati-
sche verlichting.
Koppeling met
follow me home-verlichting
De koppeling van dit systeem aan de
automatische verlichting biedt de vol-
gende extra mogelijkheden:
- instellen van de duur van de fol-
low me home-verlichting (15, 30 of
60 seconden) via het confi guratie-
menu van de auto op het multifunc-
tionele display,
- automatische inschakeling van de follow me home verlichting als de
automatische verlichting is inge-
schakeld.
Automatische verlichting
Het parkeerlicht en het dimlicht worden
automatisch ingeschakeld als de licht-
sterkte van de omgeving onvoldoende
is (gesignaleerd door de sensor achter
de binnenspiegel).
De verlichting wordt uitgeschakeld als
de lichtsterkte van de omgeving weer
voldoende is.
Follow me home
Deze functie zorgt ervoor dat na het af-
zetten van het contact de dimlichten nog
even blijven branden om het uitstappen
in het donker te vergemakkelijken.
Inschakelen

 Geef bij afgezet contact een "licht-
signaal" met de hendel B .

 Geef nogmaals een "lichtsignaal"
om de functie te deactiveren.
Uitschakelen
Na het vergrendelen van de auto met
de afstandsbediening of na de ingestel-
de tijd wordt de follow me home-verlich-
ting automatisch uitgeschakeld. Inschakelen

 Draai de ring A in de stand "AUTO" .
Bij het inschakelen van de functie
verschijnt een melding op het multi-
functionele display.
Als de lichtsensor bij mist of sneeuwval
voldoende licht waarneemt, wordt de
verlichting niet automatisch ingescha-
keld. U moet het dimlicht dan handma-
tig inschakelen.
Uitschakelen

 Draai de ring A in een andere stand
dan de stand "AUTO" . Bij het uit-
schakelen van de functie verschijnt
een melding op het multifunctionele
display. Storing
Bij een storing in de lichtsen-
sor gaat de verlichting branden
en wordt het pictogram service
weergegeven in combinatie
met een geluidssignaal en een melding
op het multifunctionele display.
Laat het controleren door het PEUGEOT-
netwerk.

Page 86 of 207

!
ZICHT
Dek de lichtsensor die zich in het
midden van de voorruit achter de
binnenspiegel bevindt, niet af.
Deze sensor regelt de automati-
sche verlichting.
Koppeling met
follow me home-verlichting
De koppeling van dit systeem aan de
automatische verlichting biedt de vol-
gende extra mogelijkheden:
- instellen van de duur van de fol-
low me home-verlichting (15, 30 of
60 seconden) via het confi guratie-
menu van de auto op het multifunc-
tionele display,
- automatische inschakeling van de follow me home verlichting als de
automatische verlichting is inge-
schakeld.
Automatische verlichting
Het parkeerlicht en het dimlicht worden
automatisch ingeschakeld als de licht-
sterkte van de omgeving onvoldoende
is (gesignaleerd door de sensor achter
de binnenspiegel).
De verlichting wordt uitgeschakeld als
de lichtsterkte van de omgeving weer
voldoende is.
Follow me home
Deze functie zorgt ervoor dat na het af-
zetten van het contact de dimlichten nog
even blijven branden om het uitstappen
in het donker te vergemakkelijken.
Inschakelen

 Geef bij afgezet contact een "licht-
signaal" met de hendel B .

 Geef nogmaals een "lichtsignaal"
om de functie te deactiveren.
Uitschakelen
Na het vergrendelen van de auto met
de afstandsbediening of na de ingestel-
de tijd wordt de follow me home-verlich-
ting automatisch uitgeschakeld. Inschakelen

 Draai de ring A in de stand "AUTO" .
Bij het inschakelen van de functie
verschijnt een melding op het multi-
functionele display.
Als de lichtsensor bij mist of sneeuwval
voldoende licht waarneemt, wordt de
verlichting niet automatisch ingescha-
keld. U moet het dimlicht dan handma-
tig inschakelen.
Uitschakelen

 Draai de ring A in een andere stand
dan de stand "AUTO" . Bij het uit-
schakelen van de functie verschijnt
een melding op het multifunctionele
display. Storing
Bij een storing in de lichtsen-
sor gaat de verlichting branden
en wordt het pictogram service
weergegeven in combinatie
met een geluidssignaal en een melding
op het multifunctionele display.
Laat het controleren door het PEUGEOT-
netwerk.

Page 127 of 207

!
i
118
Vermijd langdurig huidcontact met
afgewerkte olie en andere vloei-
stoffen.
De meeste van deze vloeistoffen
zijn bijtend en schadelijk voor de
gezondheid.
Gooi afgewerkte olie en andere
vloeistoffen niet in het riool, in het
water of op de grond.
Deponeer afgewerkte olie in de
daarvoor bestemde containers bij
het PEUGEOT-netwerk.
Niveau brandstofadditief (diesel
met roetfilter)
Een te laag additiefniveau wordt aange-
geven door het verklikkerlampje service
in combinatie met een geluidssignaal
en een melding op het multifunctionele
display.
Afgewerkte producten
CONTROLES
Raadpleeg, tenzij anders aangegeven, de
bladzijden in het onderhoudsboekje, die
betrekking hebben op de motoruitvoering
van uw auto, voor het laten controleren
van bepaalde onderdelen volgens het on-
derhoudsschema van de constructeur.
Laat de controles eventueel uitvoeren
door het PEUGEOT-netwerk. Accu De accu is onderhoudsvrij.
Niettemin is het raadzaam om
regelmatig te controleren of
de accupolen en -klemmen
schoon zijn, vooral bij warm
weer en in de winter.
Raadpleeg voordat u de accukabels
losneemt het hoofdstuk "Praktische in-
formatie" voor meer informatie over de
te nemen voorzorgsmaatregelen.
Luchtfilter en interieurfilter
Laat de fi lters periodiek ver-
vangen volgens de in het on-
derhoudsboekje aangegeven
intervallen.
Als de omgeving (veel stof...)
en het gebruik (veel stadsverkeer...)
daartoe aanleiding geeft, moeten de
fi lters twee keer zo vaak worden ver-
vangen (zie paragraaf "Motoren").
Een verstopt interieurfi lter kan de pres-
taties van de airconditioning verstoren
en onaangename geuren veroorzaken. Roetfilter (diesel)
Het onderhoud van het roetfi lter moet
worden uitgevoerd door het PEUGEOT-
netwerk.
Oliefilter
Laat bij het olie verversen te-
vens het oliefi lter vervangen.
Raadpleeg het onderhouds-
boekje voor het vervangings-
interval.
Als langdurig met zeer lage snel-
heid wordt gereden of de motor
langdurig stationair draait, kan bij
gasgeven soms rook uit de uitlaat
waargenomen worden. Dit heeft
geen invloed op de prestaties en
heeft geen gevolgen voor het mi-
lieu.
Bijvullen
Laat het bijvullen zo spoedig mogelijk
uitvoeren door het PEUGEOT-netwerk.

Page 128 of 207

!
i
118
Vermijd langdurig huidcontact met
afgewerkte olie en andere vloei-
stoffen.
De meeste van deze vloeistoffen
zijn bijtend en schadelijk voor de
gezondheid.
Gooi afgewerkte olie en andere
vloeistoffen niet in het riool, in het
water of op de grond.
Deponeer afgewerkte olie in de
daarvoor bestemde containers bij
het PEUGEOT-netwerk.
Niveau brandstofadditief (diesel
met roetfilter)
Een te laag additiefniveau wordt aange-
geven door het verklikkerlampje service
in combinatie met een geluidssignaal
en een melding op het multifunctionele
display.
Afgewerkte producten
CONTROLES
Raadpleeg, tenzij anders aangegeven, de
bladzijden in het onderhoudsboekje, die
betrekking hebben op de motoruitvoering
van uw auto, voor het laten controleren
van bepaalde onderdelen volgens het on-
derhoudsschema van de constructeur.
Laat de controles eventueel uitvoeren
door het PEUGEOT-netwerk. Accu De accu is onderhoudsvrij.
Niettemin is het raadzaam om
regelmatig te controleren of
de accupolen en -klemmen
schoon zijn, vooral bij warm
weer en in de winter.
Raadpleeg voordat u de accukabels
losneemt het hoofdstuk "Praktische in-
formatie" voor meer informatie over de
te nemen voorzorgsmaatregelen.
Luchtfilter en interieurfilter
Laat de fi lters periodiek ver-
vangen volgens de in het on-
derhoudsboekje aangegeven
intervallen.
Als de omgeving (veel stof...)
en het gebruik (veel stadsverkeer...)
daartoe aanleiding geeft, moeten de
fi lters twee keer zo vaak worden ver-
vangen (zie paragraaf "Motoren").
Een verstopt interieurfi lter kan de pres-
taties van de airconditioning verstoren
en onaangename geuren veroorzaken. Roetfilter (diesel)
Het onderhoud van het roetfi lter moet
worden uitgevoerd door het PEUGEOT-
netwerk.
Oliefilter
Laat bij het olie verversen te-
vens het oliefi lter vervangen.
Raadpleeg het onderhouds-
boekje voor het vervangings-
interval.
Als langdurig met zeer lage snel-
heid wordt gereden of de motor
langdurig stationair draait, kan bij
gasgeven soms rook uit de uitlaat
waargenomen worden. Dit heeft
geen invloed op de prestaties en
heeft geen gevolgen voor het mi-
lieu.
Bijvullen
Laat het bijvullen zo spoedig mogelijk
uitvoeren door het PEUGEOT-netwerk.

Page 142 of 207

PRAKTISCHE INFORMATIE
132
Zekeringen dashboard
De zekeringkast bevindt zich aan de
onderzijde van het dashboard (linker-
zijde).
Toegang tot de zekeringen

 zie de paragraaf "Toegang tot het
gereedschap". Overzicht zekeringen

Zekering Ampère Functies

G37 30 A Voeding eenheid wegklapbaar dak.

G38 20 A Hifi versterker.

G39 20 A Stoelverwarming bestuurder en voorpassagier.

G40 40 A Voeding servicecentrale trekhaakaansluiting.

Zekering Ampère Functies

F1 - Niet gebruikt.

F2 - Niet gebruikt.

F3 5 A Elektronische eenheid airbags en pyrotechnische
gordelspanners.

F4 10 A Schakelaar koppelingspedaal, diagnoseaansluiting,
automatisch dimmende binnenspiegel,
airconditioning, sensor verdraaiing stuurwiel,
pomp roetfi lter (diesel).

F5 30 A Elektrisch bedienbare ruiten achter, wegklapbaar
dak.

F6 30 A Elektrisch bedienbare ruiten vóór, voeding
inklapbare buitenspiegels.

F7 5 A Plafonnier vóór, kaartleeslampjes, verlichting
zonneklep, verlichting dashboardkastje.

Page 143 of 207

PRAKTISCHE INFORMATIE
133

Zekering Ampère Functies

F8 20 A Autoradio/telefoon, multifunctioneel display,
stuurkolomschakelaars, detectie te lage
bandenspanning, servicecentrale
trekhaakaansluiting, alarm (naderhand gemonteerd).

F9 30 A 12 V-aansluiting vóór, plafonnier vóór,
kaartleeslampjes, verlichting zonneklep, verlichting
dashboardkastje.

F10 15 A
Sirene alarm, elektronische eenheid alarm, bochtver lichting.

F11 15 A Diagnoseaansluiting, contactslot met circuit lage
stroomsterkte, elektronische eenheid automatische t
ransmissie.

F12 15 A
Lichtsensor, servicecentrale trekhaakaansluiting, wegklapbaar dak.

F13 5 A Servicecentrale motor, relais ABS,
rempedaalschakelaar met twee functies.

F14 15 A
Instrumentenpaneel, controlepaneel veiligheidsgordel s,
koplampverstelling, airconditioning, autoradio, han dsfree
set, elektronische eenheid parkeerhulp achter.

F15 30 A Vergrendeling en supervergrendeling.

F17 40 A Achterruit- en buitenspiegelverwarming.

SH - Shunt tijdens opslag.

Page 144 of 207

PRAKTISCHE INFORMATIE
134
Zekeringen motorruimte
De zekeringkast bevindt zich onder de
motorkap, naast de accu (links).
Toegang tot de zekeringen

 Maak het deksel los.

 Vervang de zekering (zie de desbe-
treffende paragraaf).

 Sluit na het vervangen van de zeke-
ring zorgvuldig het deksel voor een
goede afdichting van de zekering-
kast. Overzicht zekeringen

Zekering Ampère Functies

F1 20 A
Voeding elektronische eenheid motor en
voedingsrelais motorventilateurgroep, elektrokleppe n
distributie en absorptievat (1,6 liter THP 16V),
luchthoeveelheidsmeter (diesel), inspuitpomp
(diesel), sensor water in brandstoffi lter (diesel),
UGR-elektrokleppen, voorverwarming inlaatlucht (die sel).

F2 15 A Claxon.

F3 10 A Ruitensproeier vóór.

F4 20 A Koplampsproeiers.

F5 15 A Brandstofpomp (benzine), elektrokleppen Turbo
(1,6 liter THP 16V).

F6 10 A Wagensnelheidssensor, automatische transmissie.

F7 10 A Elektrische stuurbekrachtiging, bochtverlichting,
voedingsrelais bochtverlichting, eenheid
veiligheidsschakeling (diesel).

F8 20 A Voeding startmotor.

F9 10 A
Elektronische eenheid ABS/ESP, rempedaalschakelaar.

F10 30 A Regelorganen elektronische eenheid motor (benzine:

bobines, elektrokleppen, lambdasonden, verstuivers,
verwarmingselementen, elektronische thermostaat)
(diesel: elektrokleppen, verwarmingselementen).

F11 40 A Aanjager airconditioning.

F12 30 A Lage/hoge snelheid ruitenwissers vóór.

F13 40 A
Voeding intelligente servicecentrale (BSI) (+ na c ontact).

Page 145 of 207

PRAKTISCHE INFORMATIE
135

Zekering Ampère Functies

F14 30 A Brandstofvoorverwarming (diesel).

F15 10 A Grootlicht links.

F16 10 A Grootlicht rechts.

F17 15 A Dimlicht links.

F18 15 A Dimlicht rechts.
Overzicht hoofdzekeringen
* De hoofdzekeringen zorgen voor een extra beveiliging van de elek-
trische installatie. Werkzaamheden
aan de hoofdzekeringen dienen door
het PEUGEOT-netwerk uitgevoerd te
worden.

Zekering Ampère Functies
Zekeringkast 1

MF1 * 70 A Motorventilateurgroep.

MF2 * 20 A / 30 A Pomp ABS/ESP

MF3 * 20 A / 30 A Elektrokleppen ABS/ESP.

MF4 * 60 A Voeding intelligente servicecentrale (BSI).

MF5 * 60 A Voeding intelligente servicecentrale (BSI).

MF6 * 30 A motorventilateurgroep (1,6 liter THP 16V).

MF7 * 80 A Zekeringkast interieur.

MF8 * - Niet gebruikt.
Zekeringkast 2

MF9 * 80 A Eenheid verwarming (diesel).

MF10 * 80 A Elektrische stuurbekrachtiging.

MF11 * 40 A Elektromotor Valvetronic (1,6 liter THP 16V).