ESP Peugeot 208 2012 Handleiding (in Dutch)

Page 136 of 328

134
Veiligheid
Kinderzitje op de passagiersstoel voor
"Met de rug in de rijrichting"
Wanneer een kinderzitje voor het
ver voeren met de rug in de rijrichting opde passagiersstoel voor wordt geplaatst, rmoet de airbag aan passagierszijde zijn
uitgeschakeld. Gebeurt dit niet, dan kan
het kind bij het afgaan van de airbag levensgevaarlijk gewond raken
.


"Met het gezicht in de rijrichting"

Wanneer een kinderzitje met het gezicht inde rijrichting op de passagiersstoel voor
wordt geplaatst, moet de stoel in de achterste
stand van de voor-/achterwaartse verstelling
worden gezet, in de hoogste stand en met
de ru
gleuning rechtop en mag de airbag aan
passagierszijde niet worden uitgeschakeld.
Passagiersstoel in de hoogste stand en zover mogelijk naar achteren.
Let erop dat de veiligheidsgordel goed aansgespannen is.

Page 140 of 328

138
Veiligheid
De onjuiste bevestiging van een kinderzitjebrengt de veiligheid van het kind in gevaar bij
een aanrijding.
Zorg er voor dat de veiligheidsgordels of hettuigje van het kinderzitje, zelfs bij kor te ritten,worden vastgemaakt waarbij de speling ten
opzichte van het lichaam van het kind zoveel mogelijk moet worden beperkt.
Zorg er bij het bevestigen van hetkinderzitje met de veiligheidsgordel voor dat de veiligheidsgordel correct tegen het kinderzitje is gespannen en dat de gordel het kinderzitje stevig op zijn plaats houdt. Schuif de passagiersstoel, wanneer deze versteld kan worden, indien nodig naar voren.
Zorg er voor een optimale bevestiging van het kinderzitje "met het gezicht in de rijrichting" voor dat de rugleuning van hetzitje tegen de rugleuning van de stoel van de auto aandrukt en dat de hoofdsteun geen belemmering vormt. Als de hoofdsteun verwijderd moetworden, berg deze dan zorgvuldig op om te voorkomen dat de hoofdsteun door de autovliegt bij krachtig afremmen.





Adviezen voor kinderzitjes
Laat uit veiligheidsoverwegingen:- geen kinderen zonder toezicht achter in
een auto,- nooit een kind of een dier in een auto achter wanneer alle ruiten gesloten zijn en de auto in de zon staat,
- de sleutels nooit binnen bereik van dekinderen achter in de auto.Gebruik de kindersloten om te voorkomendat de portieren en de portierruiten achter per ongeluk geopend worden. Zorg er voor dat de por tierruiten achter niet verder dan voor 1/3 deel geopend worden. Plaats zonneschermen om uw jonge kinderen tegen de zon te beschermen.


Kinderen jonger dan 10 jaar mogen niet met het gezicht in de rijrichting op de
passagiersstoel voor worden vervoerd,behalve als de achterzitplaatsen al bezet zijndoor andere kinderen of als de achterbank niet bruikbaar, neergeklapt of ver wijderd is.

Schakel de airbag aan passagierszijde uit zodra een kinderzitje met de rug in derijrichting op de voorstoel wordt geplaatst.
Het kind kan anders bij het afgaan van deairbag levensgevaarlijk gewond raken.


Plaatsen van een stoelverhoger

Het bovenste gedeelte van deveiligheidsgordel moet over de schouder vanhet kind liggen zonder de hals te raken. Controleer of de heupgordel goed over de
bovenbenen van het kind ligt.
PEUGEOT beveelt aan een stoelverhoger met rugleuning te gebruiken voorzienvan een gordelgeleider ter hoogte van deschouder.

Page 148 of 328

146
Praktische informatie

Schakel de compressor niet in voordatde witte slang is aangesloten op hetventiel van de band: het afdichtmiddelwordt anders buiten de band gespoten.
)Activeer de compressor door de schakelaar Bin de stand "I"te zetten, tot de
bandenspanning 2,0 bar bedraagt.
Het afdichtmiddel wordt onder druk in
de band gespoten; neem gedurendedeze handeling de slang niet los van deaansluiting (kans op spatten).
) Ver wijder de set en draai de dop van de
witte slang vast.
Zorg er voor dat restanten van de vloeistof
niet op of in de auto terecht kunnen komen.
Houd de set binnen handbereik. ) Maak direct een rit van ongeveer vijf kilometer met matige snelheid (tussen
20 en 60 km/h), zodat het afdichtmiddel het lek kan dichten.) Zet de auto stil en controleer de reparatie en de bandenspanning met de set.



Als na vijf tot zeven minuten de gewenste bandenspanning niet is bereikt, is de band niet te repareren met de bandenreparatieset; neem contactop met het PEUGEOT-netwerk of eengekwalificeerde werkplaats om u verder te helpen.

Page 174 of 328

172
Praktische informatie
De eco-mode bepaalt de maximale gebruiksduur van een aantal functies om te
voorkomen dat de accu ontladen raakt.
Nadat de motor is af
gezet, kunt u eenaantal elektrische functies zoals het audio-en telematicasysteem, de ruitenwissers,
dimlichten, plafonniers, ... nog in totaal maximaal 30 minuten gebruiken.







Eco-mode


Inschakelen van de
eco-mode

Als deze tijd is verstreken, geeft een melding
op het display aan dat de eco-mode is
ingeschakeld en worden de actieve functies inde ruststand gezet.
Als u o
p het moment dat de eco-mode wordt
ingeschakeld aan het telefoneren bent, kan hetgesprek nog gedurende ongeveer 10 minuten
worden voortgezet via de handsfree set van uw autoradio.


Uitschakelen van de
eco-mode

De functies worden automatisch weer
ingeschakeld als de motor gestart wordt.)Start om de functies direct weer te kunnen
gebruiken de motor en laat deze minstens
5 minuten draaien.
Als de accu ontladen is, kan demotor niet gestart worden (zie de desbetreffende paragraaf).

Page 179 of 328

177
7
Praktische informatie

Adviezen


Gewichtsverdeling
)Verdeel het gewicht in de caravan/aanhanger gelijkmatig, plaats zware
voor werpen zo dicht mogelijk bij de as en houd u aan de toegestane kogeldruk.

Door een geringere luchtdichtheid nemen
de prestaties van de motor af als men opgrotere hoogte boven de zeespiegel komt.
Trek boven de 1000 m 10% van het maximale
aanhangergewicht af en herhaal dit voor elke
volgende 1000 m.


Zijwind
)Houd er rekening mee dat de
zijwindgevoeligheid van de auto groter is.
Koeling
Het trekken van een aanhanger op
een helling veroorzaakt een hogere koelvloeistoftemperatuur.De koelventilator wordt elektrisch bediend en is
niet afhankelijk van het motortoerental.) Pas uw snelheid aan om het toerental tebeperken.
Het maximale aanhangergewicht is afhankelijk van het hellingspercentage en de
buitentemperatuur.
Let in elk
geval goed op de aanwijzing van de koelvloeistoftemperatuurmeter.
) Als het waarschuwingslampje
van de koelvloeistoftemperatuur gaat branden in combinatie met het waarschuwingslampje STOP,Pstop dan zo snel mogelijk en zetde motor af.



Remmen

Het trekken van een aanhanger verlengt de
remweg.
Bij een lange afdaling is het, om te voorkomen dat de remmen over verhit raken, raadzaam omop de motor af te remmen.

Banden
)
Controleer de bandenspanning van de auto en de aanhanger en breng deze indiennodig op de juiste waarde.


Verlichting
)
Controleer de verlichting van de
aanhanger.



De parkeerhulp wordt automatisch uitgeschakeld als bij het aankoppelenvan een aanhanger een originele PEUGEOT-trekhaak wordt gebruikt.
Raadpleeg de rubriek "Technische gegevens"
voor de gewichten en aanhangergewichten die
voor uw auto van toepassing zijn.

Page 191 of 328

189
8
Onderhoud
Brandstofkwaliteit voor
benzinemotoren
Auto's met benzinemotoren kunnen probleemloos rijden op biobrandstoffen vanhet type E10 en E24 (deze bevatten resp. 10% en 24% ethanol) die voldoen aan de Europese
richtlijnen EN 228 en EN 15376.
Brandsto
ffen van het type E85 (deze bevatten
tot 85% ethanol) zijn uitsluitend geschikt voor
auto's die speciaal bestemd zijn voor dit type
brandstof (BioFlex-auto's). De kwaliteit van de ethanol moet voldoen aan de Europese richtlijn EN 15293.
Auto's die kunnen rijden op brandstoffen meteen ethanolgehalte tot 100% (type E100),
worden alleen verkocht in Brazilië.

Brandstofkwaliteit voor
dieselmotoren

Auto's met dieselmotoren kunnen probleemloosrijden op biobrandstoffen die aan de huidige
en toekomstige Europese richtlijnen voldoen (diesel die voldoet aan de richtlijn EN 590
gemengd met biobrandsto
f die voldoet aan de richtlijn EN 14214) en die aan de pomp getankt kunnen worden (met een gehalte aan
methyl-estervetzuren van 0 tot 7%).
Het gebruik van biobrandstof B30 is mogelijk
bij bepaalde dieselmotoren op voor waarde dat
de bijzondere onderhoudsvoorschriften striktworden nageleefd. Raadpleeg het PEUGEOT-netwerk of een gekwalificeerde werkplaats.
Het gebruik van elk ander type (bio)brandstof (zuivere of verdunde plantaardige of dierlijke
olie, stookolie ...) is nadrukkelijk verboden(kans op schade aan de motor en het
brandstofcircuit).

Page 212 of 328

210
URGENCE-OPROEP OF ASSISTANCE-OPROEP
Druk in geval van nood langer dan 2 seconden op deze toets. Het knipperen van het groene ledlampje eneen geluidssignaal bevestigen dat de oproep naar de alarmcentrale PEUGEOT CONNECT SOS is verstuurd * .
Het
groene ledlampje blijft branden (zonder te knipperen) wanneer de
verbinding tot stand is gebracht. Aan het einde van het gesprek gaat het lampje uit.

Bi
j het aanzetten van het contact, gaat het groene lampje 3 seconden branden. Dit duidt op een goede werking van hetsysteem.
Door deze toets meteen opnieuw in te drukken, wordt de aanvraag geannuleerd.
Dit wordt bevestigd door een gesproken bericht.

Druk langer dan 2 seconden op deze toets voor het
aanvra
gen van hulp bij het stranden van de auto.
Een
gesproken bericht bevestigt dat de oproep is
verstuurd ** .


WERKING VAN HET SYSTEEM Door deze toets meteen opnieuw in te drukken, wordt de oproepgeannuleerd. Het groene ledlampje dooft. De annulering wordt bevestigd
met een gesproken bericht.
Om een oproep te annuleren kunt u ook de alarmcentrale PEUGEOT CONNECT SOS melden dat de oproep per vergissing werd verstuurd.
De alarmcentrale PEUGE
OT CONNECT SOS lokaliseert onmiddellijk uwauto, neemt in uw landstaal contact met u op ** en roept indien nodig de
hulp in van de bevoegde hulpdiensten ** . In landen waar de alarmcentrale
niet operationeel is of wanneer de lokalisatie uitdrukkelijk is geweigerd,
wordt de oproep meteen doorgestuurd naar de hulpdiensten (11 2), zonder lokalisatie.

Wanneer de elektronische eenheid airba
gs een botsing heeft
waargenomen, wordt onafhankelijk van het eventueel afgaan van
de airbags, automatisch een noodoproep gedaan.
*
Afhankelijk van de algemene gebruiksvoorwaarden, die u bij uw verkooppunt kunt opvragen, en de technische beperkingen van het systeem.
**

Afhankelijk van de geografi sche dekking van PEUGEOT CONNECT SOS en PEUGEOT CONNECT ASSISTA NCE en van de offi ciÎle landstaal die door de eigenaar van de auto is gekozen. De lijst van de landen waar het systeem werkzaam is en de lijst van beschikbare diensten
van PEUGEOT CONNECT kunt u bij uw verkooppunt opvragen of op www.peugeot.nl
bekijken.
Het oranje lampje knippert: er is een storingin het systeem.
Het oran
je lampje blijft branden: denoodbatterij moet vervangen worden.
Raadplee
g in beide gevallen het
PEUGEOT-netwerk.

Wanneer u uw auto buiten het PEU
GEOT-netwerk hebt gekocht, raden
wij u aan de aanwezigheid van deze diensten bij het netwerk te laten controleren en eventueel confi gureren. In een meertalig land kunt u het systeem laten confi gureren in de offi ciÎle landstaal van uw voorkeur.

Om technische redenenen, zoals het verbeteren van de diensten vanPEUGEOT CONNECT, behoudt de constructeur zich het recht voor om op elk willekeurig moment het telematicasysteem in de auto te wijzigen.

Page 213 of 328

211

Dit systeem is zodanig gecodeerd dat het uitsluitend inuw auto functioneert.
Touchscreen


01 Basisfunctie - Bedieningspaneel

Om veiligheidsredenen mag de bestuurder handelingendie zijn volledige aandacht vragen uitsluitend uitvoeren
bij stilstaande auto.
Wanneer de eco-mode is
geactiveerd, schakelthet systeem zichzelf na het afzetten van de motor automatisch uit om te voorkomen dat de accu ontladen raakt.


INHOUD

02 Stuurkolomschakelaars

03 Algemene werking

04 Navigatie:
routebegeleiding, verkeer, kaart,
instellingen

05 Media:
foto, radio, muziek, instellingen

06 Communicatie:
bluetooth, contacten, logboek
gesprekken, instellingen

07 Instellingen:
systeem, auto, geluid blz.
blz.
blz.
blz.
blz.
blz.
blz.

Veelgestelde vragen blz.
GPS-NAVIGATIE
MULTIMEDIA-AUTORADIO
BLUETOOTH-TELEFOON
2
12
213
216
214
234
248
258
264

Page 215 of 328

02

213


- Indrukken: onderbreken/hervatten
van de geluidsweergave.


- Volume verho
gen.


-
Volume verlagen.


- Indrukken:
geluidsbron wijzigen:radio, media.

-
Herhaaldelijk indrukken: navigerendoor de menu's.-
Draaien.
Radio: automatische selectie van
vorige/volgende zender.
Media: vol
gende/vorige track.
Menu's: verplaatsen.
- In
drukken.
Radio: naar op
geslagen
voorkeuzezenders.
Menu's: bevestigen.
- Binnenkomend
gesprek: aannemen.
- Tijdens een gesprek: Toegang tot het menu Telefoon (telefoonboek, logboek gggg
gesprekken). (
Gesprek beëindigen.
- Radio: weergave van de lijst met
zenders.
Media: weer
gave van de lijst met
albums/nummers.
STUURKOLOMSCHAKELAARS

Page 230 of 328

04
228







VERKEERSINFORMATIE

Selecteer "Verkeer". r

Druk op MENUom het " HOOFDMENU" weer tegeven en selecteer "Navigatie ".

Selecteer de meldin
g in de weergegeven lijst.

Selecteer "Kaart" of " Detail" voor meer
informatie.
Stel de fi lters " Op de route", "In de buurt",
"Rondom
" in om een meer gedetailleerd overzicht van meldingen te krijgen.
Druk no
gmaals op de knop om het fi lter ongedaan te maken.
Selecteer "Instellingen".
Selecteer:
-
"Nieuwe berichten melden",
-
" Alleen berichten over de
verkeerssituatie ",
- "
Alle berichten
".
Ve rfi
jn vervolgens het gebied van het fi lter. Druk op MEN
U
om het "HOOFDMENU" weer te geven enselecteer "Navigatie".
Selecteer "Verkeer".r


WEERGAVE VAN BERICHTENFILTERS INSTELLEN
Wi
j adviseren een fi ltergebied van:
- 20 km in de stad,
- 50 km op de snelweg.


Een TMC-bericht (Trafi c Message Channel) is informatie met betrekking tot het verkeer en het weer die in real time wordtontvangen en doorgestuurd naar de bestuurder in de vorm
van gesproken berichten en visuele waarschuwingen op denavigatiekaart.


Selecteer "Bevestigen
".
VERKEER

Page:   < prev 1-10 11-20 21-30 31-40 41-50 50 next >