stop start Peugeot 208 2012 Handleiding (in Dutch)

Page 83 of 328

81
4
Rijden








Starten-afzetten van de motor Handgeschakelde versnellingsbak: zet de versnellingshendel in de neutraalstand. 2Tr o n i c v e r s n e l l i ngsbak
: zet de selectiehendel in de stand N
.
Automatische transmissie : zet de selectiehendel in de stand Pof N.
)Steek de sleutel in het contactslot.
Het systeem herkent de code van destartblokkering. )Draai de sleutel rechtsom in de stand 3 (Starten).)Laat zodra de motor draait de sleutel los.



Starten van de motor
Zorg dat er geen gewicht (bijvoorbeeldeen zware sleutelhanger...) aan desleutel hangt: dit kan namelijk storingenaan het contactslot veroorzaken.
Sleutel vergeten

Als de sleutel nog in het contactslot zit en in de stand 1 (Stop)
staat, wordt bij hetopenen van het bestuurdersportier een waarschuwingsmelding weergegeven in combinatie met een geluidssignaal.
)
Zet de auto stil.)
Draai de sleutel linksom in de stand1 (Stop).)
Ver wijder de sleutel uit het contactslot.
Afzetten van de motor

Als de sleutel onbedoeld in de stand2 (Contact)
van het contactslot blijft staan, zal het contact na een uur automatisch worden afgezet.
Draai de sleutel in de stand 1 (Stop)en ver volgens opnieuw in de stand2 (Contact)
om het contact weer aan te zetten.

Neutraalstand
Rijd uit veiligheidsoverwegingen nooit met de versnellingsbak in de neutraalstand. Bepaalde functies van de auto kunnendan namelijk zijn uitgeschakeld.

Page 88 of 328

86
Rijden
Standen van de selectiehendel
N. Neutral (neutraalstand). R.Reverse (achteruitversnelling). 1, 2, 3, 4, 5.Versnellingen in de handgeschakelde stand.AUTO.
Verschijnt bij de selectie van de
automatische stand en verdwijnt
weer als de handbediendestand wordt geselecteerd. 7 Als in de automatische stand dit
pictogram verschijnt, geeft dit aandat de transmissie detecteert dat de
wielen onvoldoende grip hebben.
)Selecteer de stand N.)Trap het rempedaal helemaal in.)Star t de motor.
De aanduiding Nwordt weergegeven
op het instrumentenpaneel.

Starten van de auto
De aanduiding N
op het display knippertals u de motor probeer t te star ten zonder dat de selectiehendel in de stand Nstaat.
)
Trap het rempedaal
in als dit
pictogram knippert (bijv.: star ten
van de motor).



Bij het inschakelen van de achteruitversnelling klinkt een geluidssignaal.Geef bij het wegrijden op een helling geleidelijk gas terwijl u de handrem loszet.
)
Selecteer de eerste versnelling (stand Mof A
) of de achteruitversnelling (stand AR
).R)
Zet de handrem los. )
Laat het rempedaal geleidelijk los en geef gas.
De aanduidin
gen AUTOen 1 of Rworden weergegeven op het
instrumentenpaneel.

Stoppen - Wegrijden op een helling
Gebruik nooit het gaspedaal om de auto opeen helling stil te laten staan, maar gebruik
daarvoor de handrem.


Handbediende stand
De aanduiding AUTOverdwijnt ende ingeschakelde versnellingen
verschijnen achtereenvolgend op het
instrumentenpaneel.
)Beweeg na het starten van de auto de selectiehendel in de stand Mom dehandbediende stand in te schakelen.

Het schakelen naar een andere versnelling is alleen mogelijk als de snelheid van de auto en het motortoerental dit
toestaan.
Als de auto vrijwel geheel tot stilstand is gekomen,bijvoorbeeld voor een verkeerslicht, schakelt de
versnellingsbak automatisch terug naar de eerste versnelling.
Tijdens het starten van de motor moet hetrempedaal worden ingetrapt.

Automatische stand
)Selecteer vanuit de handbediende stand de stand A
om terug te keren naar deautomatische stand.

Op het instrumentenpaneel
verschijnen de aanduiding AUTO
en
de ingeschakelde versnelling.
De versnellingsbak werkt dan automatisch,
z
onder dat u zelf hoeft te schakelen. De
versnellingsbak kiest voortdurend de meest geschikte versnelling, afhankelijk van de
volgende parameters:


- optimaal brandstofverbruik,

-
de rijstijl,

- het pro
fiel van de weg,

- de belading van de auto.

Page 97 of 328

95
4
Rijden











Stop & Start-systeem
Het Stop & Start-systeem zet de motor tijdelijk af (STOP-stand) als u stopt (bij rood licht, opstoppingen enz.). De motor wordt automatisch gestar t(STA R T- s t a n d) als u weer weg wilt rijden. Het starten gebeur t direct, snel en stil.Het Stop & Start-systeem is per fect afgestemd op stadsgebruik en zorgt voor een lager brandstofverbruik, minder uitstoot van schadelijke stoffen eneen aangename rust in het interieur tijdens het wachten.


Werking


Overgang naar de STOP-stand
Het controlelampje "ECO"op het instrumentenpaneel gaat branden en de
motor wordt in de STOP-stand gezet:


- als u,
bij een handgeschakelde
versnellingsbak,bij een snelheid lager
dan 20 km/h de versnellingshendel in
de neutraalstand zet en vervolgens het
koppelingspedaal loslaat.

- a
ls u, bij een gestuurdehandgeschakelde versnellingsbak
bij een snelheid lager dan 8 km/h het rempedaal intrapt of de selectiehendel inde stand N
zet.

Tank nooit als de motor door het Stop & Start-systeem in de STOP-standis gezet. Zet in dat geval altijd hetcontact af en neem de sleutel uit het contactslot.
Het systeem werkt de eerste10 seconden na het inschakelen van deachteruitversnelling niet.
Als de motor door het systeem in deSTOP-stand wordt gezet, blijven alle andere componenten zoals de remmenen de stuurbekrachtiging normaalfunctioneren.


Bijzonderheden: STOP-stand nietbeschikbaar

De STOP-stand wordt niet geactiveerd als:


- het bestuurderportier geopend is,

- de veiligheidsgordel van de bestuurder
losgemaakt is,

-
de auto sinds de laatste start met de sleutelniet sneller dan 10 km/h heeft gereden,

- de klimaatregeling in het interieur dat niet
toelaat,

- de voorruitontwaseming is ingeschakeld,

- er bepaalde bijzondere omstandigheden
zijn (laadtoestand accu, motor temperatuur,
rembekrachtiging, buitentemperatuur...).
E
en teller telt de duur van de momenten dat de motor afgezet is, op. Elke keer als u het contact
opnieuw aanzet, wordt deze
teller op 0 gezet.
Het controlelampje "ECO"knippert eenpaar seconden en gaat vervolgens uit.
Deze werking van het systeem is volkomen
normaal.

Page 98 of 328

96
Rijden
Het controlelampje "ECO"
gaat uit ende motor wordt automatisch gestart:
-
bij een handgeschakelde
versnellingsbak , als u hetkoppelingspedaal intrapt, -
bij een gestuurde handgeschakelde
versnellingsbak:●
met de selectiehendel in de stand A
of M
, wanneer u het rempedaal loslaat,

met de selectiehendel in de stand N
en het rempedaal niet ingetrapt, wanneer u de selectiehendel in de stand A
of Mzet,

of wanneer u de achteruitversnellinginschakelt.

Uit veili
gheids- of comfor tover wegingen kan deSTART-stand automatisch worden geactiveerdals:


Bijzonderheden: automatisch
activeren van de START-stand


- het bestuurderportier wordt geopend,

- de veiligheidsgordel van de bestuurder
wordt losgemaakt,

- de snelheid van de auto hoger is dan
11 k m / h (gestuurde handgeschakelde
versnellingsbak),

- er bepaalde bijzondere omstandigheden
zijn (laadtoestand accu, motortemperatuur,
rembekrachtiging, instelling
airconditioning...).


Als het systeem in de STOP-standwordt uitgeschakeld, dan wordt de motor direct weer gestart.
U kunt deze functie op elk willekeuri
g moment uitschakelen door de schakelaar "ECO OFF"inte drukken.
Het controlelampje in de schakelaar gaatbranden en er verschijnt een melding op het
display.

Uitschakelen
Het controlelampje "ECO"
knippert eenpaar seconden en gaat ver volgens uit.
Dat onder deze omstandigheden de START-stand wordt geactiveerd, is volkomen
normaal.

Page 99 of 328

97
4
Rijden
Het systeem wordt automatisch ingeschakeld zodra u het contactopnieuw aanzet.



Inschakelen

Druk nogmaals op de schakelaar "ECO OFF"
.
Het s
ysteem is dan weer ingeschakeld; hetcontrolelampje in de schakelaar gaat uit en er
wordt een melding op het display weergegeven.
Storingen
Bij een storing in het systeem gaat hetcontrolelampje in de schakelaar "ECO OFF"knipperen en ver volgens constant branden. Laat het systeem controleren door het PEUGEOT- netwerk of door een
gekwalificeerde werkplaats.
Als er in de
STOP-stand een storing zou
optreden, kan het zijn dat de motor niet
meer wil aanslaan of direct afslaat. Allecontrolelampjes op het instrumentenpaneelgaan branden. Zet in dat geval het contact af en
start de auto dan met behulp van de sleutel.
Schakel omwille van de veiligheid het Stop & Start-systeem altijd uit als u handelingen onder de motorkap wiltuitvoeren.

Dit s
ysteem heeft specifieke kenmerkenen maakt gebruik van een speciale accu(raadpleeg voor meer informatie het
PEUGEOT-netwerk of een gekwalificeerde
werkplaats).
Het gebruik van een andere dan de door
PEUGEOT voorgeschreven accu's kan leiden
tot storingen in het systeem.



Onderhoud

Het Stop & Start-systeem maakt gebruik van geavanceerde technologie. Laateventuele werkzaamheden aan dit type accu uitvoeren door het PEUGEOT- net wer kof door een gekwalificeerde werkplaats.

Page 171 of 328

169
7
Praktische informatie




12V- ac c u
Deze sticker geeft aan dat er een speciale 12V-loodaccu is gebruikt die alleen losgekoppeld en/of vervangen mag worden bij het PEUGEOT- net wer k of bij een gekwalificeerde werkplaats. Het negeren van deze aanwijzing kaner toe leiden dat de accu vroegtijdig aanver vanging toe is.

Na het monteren van de accukan het, afhankelijk van deweersomstandigheden en delaadtoestand van de accu, enkele uren(tot ongeveer 8 uur) duren voordat het Stop & Star t-systeem weer zal werken.
)
Trek de vergrendelingshendel zo ver mogelijk omhoog.




Accukabels loskoppelen

Weer aansluiten van de kabels
)
Plaats de geopende accupoolklem 1
op depluspool (+) van de accu.
)
Druk ver ticaal op de accupoolklem 1 omhem goed tegen de accu aan te drukken.)
Zet de accupoolklem vast door de pasnok
opzij te bewegen en vervolgens de hendel 2omlaag te duwen.
Forceer de hendel niet, aangezien
de accupoolklem niet kan wordenvergrendeld als deze niet correct isgeplaatst; herhaal de procedure.

Procedure voor het opladen van de accu en het
gebruik van een hulpaccu voor het starten van de motor met behulp van startkabels.
De accu bevindt zich in de motorruimte.Toegang tot de accu:)
open de motorkap via hendel in het
interieur en bedien gebruik vervolgens de
veiligheidshaak aan de buitenzijde,) bevestig de motorkapsteun,)
ver wijder de kunststof afdekkap voor
toegang tot de pluspool.

Toegang tot de accu

Page 172 of 328

170
Praktische informatie
Voor het opladen van de accu van het Stop & Start-systeem hoeven deaccukabels niet losgenomen te worden.
Starten van de motor met
een hulpaccu en startkabels
)Sluit de rode kabel aan op de (+) pool van de ontladen accu Aen vervolgens op de (+)pool van de hulpaccu B . )Sluit de groene of zwar te kabel aan op de(-) pool van de hulpaccu B.
)
Sluit het andere uiteinde van de groene of
zwar te kabel aan op het massapunt Cvan uw auto (motorsteun). ) Stel de startmotor in werking en laat de
motor draaien.) Wacht tot de motor stationair draait en
neem dan de kabels los.
Laden met behulp van een
acculader
)Maak de accupoolklemmen los. )Volg de aanwijzingen van de fabrikant van de acculader. )Sluit de accukabels weer aan, te beginnen met de (-) kabel.)Controleer of de accupolen en de klemmen schoon zijn. Indien ze bedekt zijn met een(witte of groene) oxidatielaag, neem dan
de accukabels los en reinig de polen en
klemmen.

Page 185 of 328

183
8
Onderhoud











Motorkap
)Open het linker voorportier.


Schakel het Stop&Start-systeem altijduit als u handelingen onder de motorkapwilt uitvoeren, om letsel door het automatisch activeren van de STA R T-stand te voorkomen.


Sluiten
)
Haal de motorkapsteun uit de uitsparing. )
Bevestig de motorkapsteun in de houder. )
Laat de motorkap voorzichtig zakken en
laat deze aan het einde van de slag in hetslot vallen.
) Trek aan de motorkap om te controleren of
deze goed vergrendeld is.


)
Neem de motorkapsteun uit de houder en bevestig deze in de uitsparing om demotorkap geopend te houden.

Open de motorkap niet als het hard waait.Wees bij warme motor voorzichtig methet bedienen van de veiligheidshaak en de motorkapsteun (kans op brandwonden).


Openen
)
Duw de hendel omhoog en til de motorkap op.


)Trek de hendel aan de onderzijde van het por tierkader naar u toe.

Page 188 of 328

186
Onderhoud
Waarschuwing brandstofniveau
Als dit controlelampje gaat branden, is het minimale niveau in de brandstoftank
bereikt. Op het moment dat hetlampje gaat branden, bevindt zich nog ongeveer 5 liter brandstofin de tank.fGa zo snel mogelijk tanken om te voorkomen
dat u met een lege tank strandt.
Raadpleeg indien u strandt met een lege tank(diesel) de rubriek "Brandstoftank leeg (diesel)".
Zolang de brandstoftankdop niet is vastgedraaid, kan de sleutel niet uit dedop worden ver wijderd.Bij het openen van de brandstoftankdopkan een aanzuiggeluid van lucht hoorbaar
zijn. Dit is normaal en komt doordat deafdichting van het brandstofcircuit een onderdruk veroorzaakt.



























Brandstoftank
Inhoud van de brandstoftank: ongeveer 50 liter.
Op een label aan de binnenzijde van de
tankklep staat de voorgeschreven soor tbrandstof voor uw auto aangegeven.
Voor een juiste weergave van debrandstofmeter is het noodzakelijk minimaal5 liter brandstof te tanken.


Ta n k e n

Veilig tanken: )zet altijd de motor af,)open de brandstoftankklep, )steek de sleutel in de dop en draai de sleutel linksom,
Tank nooit als de motor door het Stop & Start-systeem is afgezet; zet in dat geval altijd het contact af met de sleutel.
)ver wijder de dop en bevestig deze aan dehaak aan de binnenzijde van de klep, )u kunt de auto aftanken, maar laat het
vulpistool nooit meer dan 3 keer afslaan
. Indien dit wel gebeurt, kunnen er storingen optreden.

Page 196 of 328

194
Onderhoud






Controles
12V- accu

De accu is onderhoudsvrij.
Niettemin is het raadzaam om
regelmatig te controleren of de
accupolen en -klemmen schoon zijn,
vooral bij warm weer en in de winter. Raadpleeg voordat u de accukabels losneemthet hoofdstuk "Praktische informatie"
voor meer informatie over de te nemen
voorzorgsmaatregelen.
Deze sticker, die hoort bi
j het Stop & Start-systeem, geeft aan dat er een speciale 12V-loodaccu is gebruikt die alleen
losgekoppeld en/of vervangen mag worden
door het PEUGEOT-netwerk of door eengekwalificeerde werkplaats.
Roetfilter (diesel)

Als het roetfilter ver vuild is, wordt u hierop geattendeerd door het
tijdelijk branden van dit lampje in combinatie met een waarschuwingsmelding op het display.
Ga om het roetfilter te regenereren, zodra de
omstandigheden het toelaten, met een snelheid
van minimaal 60 km/h rijden tot het lampje dooft.
Als het lampje blijft branden is het minimum
brandstofadditiefniveau bereikt: raadpleeg deparagraaf "Niveau brandstofadditief ".

Bij een nieuwe auto kunt u de eerste paar keer dat het roetfilter geregenereerd wordt een brandlucht
ruiken; dit is volkomen normaal.
Als langdurig met zeer lage snelheidwordt gereden of de motor langdurigstationair draait, kan bij gasgeven soms rook uit de uitlaat waargenomen worden. Dit heeft geen invloed op deprestaties en heeft geen gevolgen voor het milieu. Raadplee
g, tenzij anders aangegeven, de bladzijden in het onderhoudsboekje die betrekking hebben op de motoruitvoering van uw auto voor het laten controleren van bepaalde onderdelen volgens het onderhoudsschema van de constructeur.
Laat de controles eventueel uitvoeren door het PEUGEOT-netwerk of een gekwalificeerde werkplaats.
Luchtfilter en interieurfilter

Laat de filters periodiek ver vangen
volgens de in het onderhoudsboekje
aangegeven intervallen.
Als de omgeving (veel stof...) en
het gebruik (veel stadsverkeer...) daartoe
aanleiding geven, moeten de filters twee keer zo vaak worden vervangen. Een verstopt interieurfilter kan de prestaties
van de airconditioning verstoren en
onaan
gename geuren veroorzaken.

Oliefilter

Laat bij het olie ver versen tevens het oliefilter vervangen.
Raadpleeg het onderhoudsboekje
voor het ver vangingsinterval.

Page:   < prev 1-10 11-20 21-30 next >