display Peugeot 208 2012 Handleiding (in Dutch)

Page 72 of 328

70
Comfort




















Automatische airconditioning met gescheiden regeling De airconditioning werkt uitsluitend bij draaiende motor.
Automatische werking
1. Automatisch programma "comfort"
Er zijn drie standen waaruit de bestuurder en zijn passagier kunnen kiezen voor het
gewenste comfor t in het interieur.

Om bij koude motor de toevoer vankoude lucht te beperken, wordt de ventilatie geleidelijk op het optimaleniveau gebracht.
Bij koud weer wordt de warme luchtuitsluitend naar de voorruit, de zijruiten en de beenruimte van de passagiersverdeeld.


2 - 3. Te m p e r a t u u r r egeling aan bestuurders-/passagierszijde
De bestuurder en voorpassagier kunnen de
temperatuur afzonderlijk naar wens instellen.
De op het displa
y weergegeven waarde heeft
betrekking op een bepaald comfortniveau enniet op de temperatuur in graden Celsius of
Fahrenheit.
) Duw de impulstoets 2 of 3
omlaag(blauw) om de waarde te verlagen
o
f omhoog (rood) om de waarde
te verhogen. Voor het beste com
promis tussen
thermisch comfor t en een laaggeluidsniveau. Voor een aan
genaam comfor t en een zo laag mogelijk geluidsniveau,
aan
gezien de aanjagersnelheid beperkt wordt.
V
oor een doeltreffende en
dynamische luchttoevoer.
)
Druk herhaaldelijk op de toets "AUTO". Het lampje gaat branden zodra de toets wordt
ingedrukt; de ingeschakelde stand verschijnt op het
display van de automatische
airconditioning.

Page 74 of 328

72
Comfort
7. R egeling luchtopbrengst
) Druk op deze toets"gevulde ventilator"om de luchtopbrengst te verhogen.
)
Druk op deze toets"lege ventilator"om deluchtopbrengst te verlagen.



8. Toevoer van buitenlucht/luchtrecirculatie
)
Druk op de toets "legeventilator"tot het symbool vande ventilator is verdwenen en"---" wordt weergegeven.

Uitschakelen van het systeem
)Druk deze toets in om de lucht in hetinterieur te laten recirculeren. Hetlampje van de toets gaat branden en het symbool van de luchtrecirculatie
wordt weergegeven.
Deze stand dient om de toevoer van buitenluchtbij stank en stofoverlast af te sluiten. Deluchtrecirculatie wordt automatisch ingeschakeld
als de ruitensproeiers worden geactiveerd.
Vermijd het te lang rijden met een uitgeschakeldsysteem om te voorkomen dat de ruiten beslaan of deluchtkwaliteit vermindert.
Als u op de toets " gevulde ventilator" drukt, wordtrhet systeem weer ingeschakeld waarbij de instellingen van vóór de uitschakeling worden toegepast.

Het symbool van de luchtopbrengst (ventilator) wordt op het display weergegeven en wordt afhankelijk
van de ingestelde waarde geleidelijk voller.
Hierdoor worden alle functies van de
airconditioning uitgeschakeld.
Het thermische comfort wordt niet meer geregeld. Door de rijwind blijft er nog wel een
kleine luchtstroom gehandhaafd. ) Druk zodra de omstandigheden het
toelaten de toets nogmaals in om de
toevoer van buitenlucht weer te activeren en het beslaan van de ruiten te voorkomen. Het lampje van de toets gaat uit.

)
Druk deze toets herhaaldelijk inom de luchtstroom te verdelen naar:
6. Regeling luchtverdeling
- de voorruit, de zijruiten en de beenruimte,
- de voorruit en zijruiten (ontwasemen of
ontdooien),
- de middelste ventilatieroosters enzijventilatieroosters,
- de middelste ventilatieroosters, de
zijventilatieroosters en de beenruimte,
- de beenruimte.
Gebruik de luchtrecirculatie alleenals dit echt nodig is (kans op beslaanvan de ruiten en vermindering van de luchtkwaliteit).

Page 78 of 328

76
Comfort








Extra USB-
aansluiting
Afhankelijk van de uitvoering is uw auto
voorzien van een tweede USB-aansluiting opde middenconsole.Tijdens het gebruik mag de USB- /Jack-aansluiting niet worden gebruikt voor het
opladen van draagbare apparatuur (kans op
overbelasting).









USB-/Jack-aansluiting
Deze aansluitmodule, die bestaat uit een JACK-aansluiting en een USB-poort, bevindt
zich op de middenconsole.
Hierop kunt u draagbare apparatuur aansluiten,
z
oals een iPod ®of een USB-stick.
Dankzij de aansluitmodule kunt u deaudiobestanden op uw draagbare apparatuur
beluisteren via de luidsprekers van uw
audiosysteem.U kunt deze bestanden beheren met de toetsen
op het stuur wiel of het bedieningspaneel vande autoradio en ze weergeven op het displayvan het instrumentenpaneel.
Ti
jdens het gebruik van de USB-poor t kan dedraagbare apparatuur automatisch worden
opgeladen.
Raadpleeg voor meer informatieover het gebruik van dezeuitrusting het hoofdstuk "Audio enTe l e m a t i c a systeem".

Page 84 of 328

82
Rijden





Handbediende parkeerrem
)Trek de hefboom van de parkeerrem aanom uw auto stil te zetten.


Vrijzetten
)
Trek de hefboom van de parkeerrem licht omhoog, druk de ontgrendelknop in en duw
de hefboom geheel omlaag.

Draai bij het parkeren van de auto op een helling de wielen vast tegen hettrottoir, t r ek de parkeerrem aan, schakel een versnelling in en zet het contact uit.


Als tijdens het rijden dit
verklikkerlampje en het
verklikkerlampje STOP
branden incombinatie met een geluidssignaal en een
melding op het display, geeft dit aan dat de
parkeerrem nog (iets) is aangetrokken.

Page 88 of 328

86
Rijden
Standen van de selectiehendel
N. Neutral (neutraalstand). R.Reverse (achteruitversnelling). 1, 2, 3, 4, 5.Versnellingen in de handgeschakelde stand.AUTO.
Verschijnt bij de selectie van de
automatische stand en verdwijnt
weer als de handbediendestand wordt geselecteerd. 7 Als in de automatische stand dit
pictogram verschijnt, geeft dit aandat de transmissie detecteert dat de
wielen onvoldoende grip hebben.
)Selecteer de stand N.)Trap het rempedaal helemaal in.)Star t de motor.
De aanduiding Nwordt weergegeven
op het instrumentenpaneel.

Starten van de auto
De aanduiding N
op het display knippertals u de motor probeer t te star ten zonder dat de selectiehendel in de stand Nstaat.
)
Trap het rempedaal
in als dit
pictogram knippert (bijv.: star ten
van de motor).



Bij het inschakelen van de achteruitversnelling klinkt een geluidssignaal.Geef bij het wegrijden op een helling geleidelijk gas terwijl u de handrem loszet.
)
Selecteer de eerste versnelling (stand Mof A
) of de achteruitversnelling (stand AR
).R)
Zet de handrem los. )
Laat het rempedaal geleidelijk los en geef gas.
De aanduidin
gen AUTOen 1 of Rworden weergegeven op het
instrumentenpaneel.

Stoppen - Wegrijden op een helling
Gebruik nooit het gaspedaal om de auto opeen helling stil te laten staan, maar gebruik
daarvoor de handrem.


Handbediende stand
De aanduiding AUTOverdwijnt ende ingeschakelde versnellingen
verschijnen achtereenvolgend op het
instrumentenpaneel.
)Beweeg na het starten van de auto de selectiehendel in de stand Mom dehandbediende stand in te schakelen.

Het schakelen naar een andere versnelling is alleen mogelijk als de snelheid van de auto en het motortoerental dit
toestaan.
Als de auto vrijwel geheel tot stilstand is gekomen,bijvoorbeeld voor een verkeerslicht, schakelt de
versnellingsbak automatisch terug naar de eerste versnelling.
Tijdens het starten van de motor moet hetrempedaal worden ingetrapt.

Automatische stand
)Selecteer vanuit de handbediende stand de stand A
om terug te keren naar deautomatische stand.

Op het instrumentenpaneel
verschijnen de aanduiding AUTO
en
de ingeschakelde versnelling.
De versnellingsbak werkt dan automatisch,
z
onder dat u zelf hoeft te schakelen. De
versnellingsbak kiest voortdurend de meest geschikte versnelling, afhankelijk van de
volgende parameters:


- optimaal brandstofverbruik,

-
de rijstijl,

- het pro
fiel van de weg,

- de belading van de auto.

Page 89 of 328

87
4
Rijden

Zet de selectiehendel tijdens het rijdennooit in de stand N
(neutraalstand).
Zet de selectiehendel alleen in destand R(achteruit) als de auto volledigstilstaat en het rempedaal is ingetrapt. Trek altijd de handrem aan om de autovolledig stil te zetten.



Auto-sequentiële stand

In de automatische stand kan de bestuurder
altijd zelf ingrijpen door gebruik te maken van de stuurkolomschakelaar.
De stuurkolomschakelaar kan gebruikt
worden in omstandigheden waarbij sneller
terugschakelen gewenst is (naderen van een
rotonde, verlaten van een parkeergarage met een steile helling, inhalen...).
De versnellingsbak wordt dan in de
desbetre
ffende versnelling geschakeld, als de snelheid van de auto en het motortoerental dit
toestaan. De aanduiding AUTOblijft op het
display staan.
Na enige tijd gaat de versnellingsbak weer over
op de automatische stand.
Automatische stand "sneeuw"

Als de versnellingsbak detecteert dat de wielen
onvoldoende grip hebben, wordt automatisch
over
geschakeld op de sneeuwstand.
Op het instrumentenpaneel
verschijnen de aanduidingen AUTOen 7 .

Resetten
Nadat de accukabels los zijn geweest, moet de
versnellingsbak gereset worden.) Zet het contact aan.
Op het instrumentenpaneel
verschijnen de aanduidingen AUTO,7
en -.


Storing
Als bij aangezet contact dit
verklikkerlampje gaat branden en de
aanduiding AUTOgaat knipperen incombinatie met een geluidssignaal en een melding op het display, duidt dit op een storing in de versnellingsbak.
Laat het systeem controleren door het PEUGEOT-netwerk of een gekwalificeerde werkplaats.


Trap om krachtig te accelereren,bijvoorbeeld voor een inhaalmanoeuvre,het gaspedaal met kracht in, tot voorbij
het zware punt.

Parkeren van de auto
Voordat u de motor afzet, kunt u deselectiehendel in de stand N
bewegen om deneutraalstand te selecteren.Trek
in dat geval altijdde handremaanom deauto volledig stil te zetten.
)
Selecteer de stand N
. )
Trap het rempedaal in.)
Wacht ongeveer 30 seconden tot op het
instrumentenpaneel de aanduiding Nof de
ingeschakelde versnelling verschijnt. ) Laat het rempedaal los.
De versnellingsbak werkt dan weer normaal.

Page 91 of 328

89
4
Rijden
Bij het inschakelen van de achteruitversnelling klinkt een geluidssignaal.
De aanduiding N
op het display knippert als u de motor probeert te startenzonder dat de selectiehendel in de stand N
staat.

Trap om krachtig te accelereren(bijvoorbeeld voor een inhaalmanoeuvre) het gaspedaal metkracht in, tot voorbij het zware punt.



Weergave op het instrumentenpaneelStarten van de auto
Automatische bediening


Standen van de selectiehendel
N.
Neutral (neutraalstand).
R.Reverse (achteruitversnelling). 1, 2, 3, 4, 5, 6.Ver snellingen bij handmatig schakelen. AUTO. Gaat branden als u kiest voor
automatische bediening en gaat uit als
u kiest voor handmatige bediening.
S.Sport (stand Sport).
)Trap het rempedaal inals dit
verklikkerlampje knipper t (bijv.:starten van de motor).
) Selecteer de stand N.)
Houd het rempedaal ingetrapt.)
Start de motor.

Op het display van het
instrumentenpaneel verschijnt de
aanduiding N
.
)
Selecteer de automatische bediening (stand A), de handmatige bediening (stand AM ) of de achteruitversnelling (stand R).R)
Zet de handrem vrij. )
Neem uw voet van het rempedaal en geef gas.
Op het display van het instrumentenpaneel
verschijnen de aanduidingen AUTO
en 1, 1of R.
)
Start de auto en selecteer de stand A
omvoor de automatische bediening te kiezen.

Op het display van het
instrumentenpaneel verschijnen
de aanduiding AUTOen deingeschakelde versnelling.
De versnellin
gsbak werkt dan automatisch,
zonder dat u zelf hoeft te schakelen. De
versnellingsbak kiest voortdurend de meest geschikte versnelling, afhankelijk van de
volgende parameters:


- de ri
jstijl,

- het profiel van de weg.
Als bij het star ten het rempedaalniet wordt ingetrapt, knippert op het instrumentenpaneel de aanduiding voet op het rempedaalin combinatie meteen geluidssignaal en een melding op het display van het instrumentenpaneel.

Page 92 of 328

90
Rijden

Als bij stapvoets rijden de achteruitversnelling wordt geselecteerd,wordt deze pas ingeschakeld als de autovolledig tot stilstand is gekomen. Op het display van het instrumentenpaneel wordteen pictogram weergegeven.
Handmatig schakelen
Handmatig schakelen

Bij krachtig accelereren wordt dehoogste versnelling niet ingeschakeld als de bestuurders de flippers achter het stuurwiel niet bedient. Selecteer de neutraalstand N
nooittijdens het rijden.
Selecteer de achteruitversnelling (stand R)RRuitsluitend als de auto volledig stilstaat en de voet op het rempedaal wordtgehouden.
Bi
j de automatische bediening blijft het altijdmogelijk om zelf te schakelen met behulp van
de flippers achter het stuur wiel, bijvoorbeeld om even snel in te halen. )Bedien de flippers "+"
of "-".
De versnellingsbak wordt dan in de gevraagde
versnelling geschakeld, als de snelheid van de auto en het motortoerental dit toestaan. De aanduiding AUTO
blijft op het display staan.
Als de flippers enige tijd niet meer gebruikt
worden, gaat de versnellingsbak weer over op de automatische stand.
)
Zet na het starten de selectiehendel in de
stand M
om handmatig te schakelen.


- Beweeg de hendel in de richting van hetsymbool "+"om op te schakelen.

- Beweeg de hendel in de richting van hetsymbool "-" om terug te schakelen.
De achtereenvol
gend ingeschakelde
versnellingen worden weergegeven
op het display van het instrumentenpaneel.
Het schakelen naar een andere versnellin
g is
alleen mogelijk als de snelheid van de auto en
het motortoerental dit toestaan.
Het is niet noodzakelijk om bij het schakelenhet gaspedaal los te laten.
Bi
j het remmen of het verminderen vande snelheid schakelt de versnellingsbak
automatisch terug, zodat de juiste versnelling
is
geselecteerd op het moment dat u het gaspedaal weer intrapt.

Page 93 of 328

91
4
Rijden

Stand Sport
Storing
Selecteer wanneer u de auto metdraaiende motor stilzet altijd de neutraalstand N
. Controleer voordat u werkzaamheden onder de motorkap uitvoert altijd of de selectiehendel in de neutraalstand Nstaat en de handrem is aangetrokken.

Houd bij het starten van de motor altijd het rempedaal ingetrapt.
Trek de handrem stevig aan om de autovolledig te blokkeren.

)Druk na het selecteren van de
automatische bediening of de handmatige bediening op de toets S
om de stand Sport
in te schakelen. Deze stand is geschikt
voor een spor tievere ri
jstijl.
Als dit verklikkerlampje en AUTO
bij het aanzetten van het contact gaan knipperen, in combinatie
met een geluidssignaal en een melding op het
display van het instrumentenpaneel, duidt dit op een storing in de versnellingsbak.
Laat het systeem controleren door
het PEUGEOT-netwerk of door eengekwalificeerde werkplaats.
Op het display van het instrumentenpaneel
wordt naast de ingeschakelde versnelling de letter Sweergegeven.
)Druk nogmaals op de toets Som de stand Sport uit te schakelen.
De letter S wordt dan niet meer op het displayvan het instrumentenpaneel weergegeven.

N
a het afzetten van het contact wordt
automatisch de normale stand ingeschakeld.
Stilzetten van de auto
Voordat u de motor afzet, kunt u:
-
de selectiehendel in de stand Nbewegen
om de neutraalstand te selecteren,
- een versnellin
g ingeschakeld laten. In datgeval kan de auto niet worden verplaatst.
Trek in beide gevallen altijd de handrem aan
om de auto volledig stil te zetten.

Page 96 of 328

94
Rijden
Handmatig schakelen
)Selecteer de stand M om sequentieel
te
sc
hakelen tussen de vier versnellingen. )Duw de selectiehendel naar het symbool +om één versnelling op te schakelen. )Trek de selectiehendel naar het symbool - om één versnelling terug te schakelen.
Het schakelen naar een andere versnellingkan alleen als de snelheid van de auto enhet toerental van de motor dit toestaan,anders wordt er tijdelijk overgegaan op de automatische bediening.

Op het instrumentenpaneel verdwijnt
de aanduiding Den verschijnen
achtereenvolgens de ingeschakelde
versnellingen.

Onjuiste waarde bij handmatigebediening
Dit symbool verschijnt als een
versnelling niet goed is ingeschakeld
(de selectiehendel bevindt zich
tussen twee standen in).



Parkeren van de auto

Voordat u de motor afzet, kunt u de selectiehendel in de stand P
of N
bewegen om de neutraalstand te selecteren.
Trek in beide gevallen de handrem aan om de auto stil te zetten.


Storing
Als bij aangezet contact dit
verklikkerlampje gaat branden in combinatie met een geluidssignaal en een
waarschuwingsmelding op het display, duidt dit
op een storing in de versnellingsbak.
In dit geval werkt de versnellingsbak met eennoodprogramma en blijft de 3e versnelling ingeschakeld. U kunt dan een hevige schokvoelen bij het selecteren van Rvanuit de stand P , of PRvanuit de stand N. Dit beschadigt de
versnellingsbak niet.
Rijd niet harder dan 100 km/h (afhankelijk van
de geldende snelheidslimiet).
Raadpleeg zo snel mogelijk het PEUGEOT-netwerk of een gekwalificeerde werkplaats.

Als het motortoerental te laag of te hoog is,
knippert de geselecteerde versnelling enkele
seconden en ver volgens wordt de werkelijk
ingeschakelde versnelling weergegeven.
Er kan elk moment van de stand D (rijden in deautomatische stand) naar de stand M
(rijden in
de handbediende stand) worden geschakeld.
Als de auto stopt of langzaam rijdt, kiest de
versnellingsbak automatisch de stand M1.De programma's Sport en Sneeuw kunnen niet
worden ingeschakeld in de handbediende stand.

De automatische versnellingsbak kanbeschadigd raken:


- als u gelijktijdig het gas- en hetrempedaal intrapt,

- als u, wanneer de accu geen stroom lever t, de selectiehendelgeforceerd in de stand P
of eenandere stand zet.
Als u langere tijd stilstaat met draaiende
motor (files...), kunt u, om brandstof te besparen, de selectiehendel in de standN
zetten en de handrem aantrekken.


Als de selectiehendel niet in de stand P
staat, verschijnt bij hetopenen van het bestuurdersportier of na ongeveer 45 seconden een waarschuwingsmelding op het display.)Zet de selectiehendel in de stand P
;
de melding verdwijnt.

Page:   < prev 1-10 11-20 21-30 31-40 41-50 51-60 61-70 ... 70 next >