air filter Peugeot 208 2012 Handleiding (in Dutch)

Page 68 of 328

66
Comfort








Vent ilat ie
De lucht kan afhankelijk van de instellingen van de bestuurder via verschillende circuits worden
toegevoerd:
- rechtstreekse toevoer naar het interieur (toevoer van buitenlucht),
- toevoer via het ver warmingscircuit,
- toevoer via het circuit van deairconditioning.

Bedieningspaneel
Het systeem wordt bediend via het bedieningspaneel A
van de middenconsole.
1.Uitstroomopeningen voor het ontdooien of ontwasemen van de voorruit.
2. Uitstroomopeningen voor het ontdooien of ontwasemen van de zijruiten. 3.
Afsluitbare en verstelbare
zijventilatieroosters.
4. Afsluitbare en verstelbare middelste
ventilatieroosters.
5. Uitstroomopeningen beenruimte
voorpassagiers.
6.Uitstroomopeningen beenruimteachterpassagiers.

Luchtverdeling
Luchttoevoer
De lucht in het interieur, die overigens wordt
gefilterd, wordt van buitenaf toegevoerd via het
luchtrooster onder de voorruit, of is lucht die in
het interieur wordt gerecirculeerd.

Page 69 of 328

67
3
Comfort
Neem voor een optimale werking van de ver warming, ventilatie en airconditioning de volgende gebruiksadviezen in acht: )Let erop dat voor een gelijkmatige verdeling van de lucht naar het interieur de
uitstroomopening onder de voorruit, de verschillende luchtkanalen, ventilatieroosters enoverige uitstroomopeningen alsmede de ventilatieopening in de bagageruimte vrij blijven.)
Let erop dat de zonnesensor op het dashboard niet wordt afgedekt. Deze sensor dient voor de regeling van de automatische airconditioning. )
Zet de airconditioning minstens één tot twee keer per maand vijf tot tien minuten aan om het systeem in per fecte staat te houden. )
Controleer regelmatig de staat van het interieur filter en laat de filterelementen periodiek ver vangen (zie het hoofdstuk "Controles"). Wij raden u een gecombineerd interieurfilter aan. Dankzij het toegevoegde specialeactieve middel draagt het bij tot een gezuiverde lucht voor de inzittenden en een schooninterieur (vermindering van allergische reacties, stank en vetaanslag).)
Laat de airconditioning regelmatig controleren zoals voorgeschreven in hetonderhoudsboekje, om het systeem in perfecte staat te houden.)
Gebruik de airconditioning niet als deze niet koelt en raadpleeg het PEUGEOT- net wer k of een gekwalificeerde werkplaats.
Bij een zware belasting van de motor (trekken van een aanhanger op een steile helling bij een hoge buitentemperatuur) kan de airconditioning tijdelijk worden uitgeschakeld voor eenoptimale trekkracht van de motor.











Gebruiksadviezen voor de verwarming, ventilatie en airconditioning


Als de auto lange tijd in de zon heeftgestaan en de temperatuur in hetinterieur hoog is opgelopen, zet dan de
ruiten enige tijd open.Zorg ervoor dat de aanjagersnelheidvoldoende hoog is ingesteld, zodat de lucht in het interieur goed ver verst
wordt.
Het airconditioningssysteem is chloor vrijen is niet schadelijk voor de ozonlaag.


Condensvorming in de airconditioningkan ertoe leiden dat zich een klein plasje water onder de auto vormt. Dit is een normaal verschijnsel.




Stop & Start-systeem
De ver warming en de airconditioning werken uitsluitend bij draaiende motor. Als u het thermische comfor t in de auto op het door u gewenste niveau wilt houden, kunt u tijdelijk de functie Stop & Start uitschakelen (zie het hoofdstuk "Rijden").

Page 196 of 328

194
Onderhoud






Controles
12V- accu

De accu is onderhoudsvrij.
Niettemin is het raadzaam om
regelmatig te controleren of de
accupolen en -klemmen schoon zijn,
vooral bij warm weer en in de winter. Raadpleeg voordat u de accukabels losneemthet hoofdstuk "Praktische informatie"
voor meer informatie over de te nemen
voorzorgsmaatregelen.
Deze sticker, die hoort bi
j het Stop & Start-systeem, geeft aan dat er een speciale 12V-loodaccu is gebruikt die alleen
losgekoppeld en/of vervangen mag worden
door het PEUGEOT-netwerk of door eengekwalificeerde werkplaats.
Roetfilter (diesel)

Als het roetfilter ver vuild is, wordt u hierop geattendeerd door het
tijdelijk branden van dit lampje in combinatie met een waarschuwingsmelding op het display.
Ga om het roetfilter te regenereren, zodra de
omstandigheden het toelaten, met een snelheid
van minimaal 60 km/h rijden tot het lampje dooft.
Als het lampje blijft branden is het minimum
brandstofadditiefniveau bereikt: raadpleeg deparagraaf "Niveau brandstofadditief ".

Bij een nieuwe auto kunt u de eerste paar keer dat het roetfilter geregenereerd wordt een brandlucht
ruiken; dit is volkomen normaal.
Als langdurig met zeer lage snelheidwordt gereden of de motor langdurigstationair draait, kan bij gasgeven soms rook uit de uitlaat waargenomen worden. Dit heeft geen invloed op deprestaties en heeft geen gevolgen voor het milieu. Raadplee
g, tenzij anders aangegeven, de bladzijden in het onderhoudsboekje die betrekking hebben op de motoruitvoering van uw auto voor het laten controleren van bepaalde onderdelen volgens het onderhoudsschema van de constructeur.
Laat de controles eventueel uitvoeren door het PEUGEOT-netwerk of een gekwalificeerde werkplaats.
Luchtfilter en interieurfilter

Laat de filters periodiek ver vangen
volgens de in het onderhoudsboekje
aangegeven intervallen.
Als de omgeving (veel stof...) en
het gebruik (veel stadsverkeer...) daartoe
aanleiding geven, moeten de filters twee keer zo vaak worden vervangen. Een verstopt interieurfilter kan de prestaties
van de airconditioning verstoren en
onaan
gename geuren veroorzaken.

Oliefilter

Laat bij het olie ver versen tevens het oliefilter vervangen.
Raadpleeg het onderhoudsboekje
voor het ver vangingsinterval.

Page 323 of 328

.
321
Index
Ontgrendelen bagageruimte...........................55Ontluchten brandstofsysteem ....................... 190Ontwasemen.............................................68, 73Opbergvakken.....................................59, 74, 75Opbergvakken portieren.................................74Openen bagageruimte....................................55Openen brandstofvulklep..............................186Openen motorkap ......................................... 183Openen portieren............................................44Openen zonnescherm panoramadak.............56Opschakelindicator.........................................r84Overzicht gewichten .............................198,203Overzicht motoren........................196, 201,203Overzicht zekeringen.................................... 163
Panoramadak ..................................................56Parkeerhulp achter........................................r104Parkeerlichten.......................106, 110,111,156,
158, 160,161PEUGEOT CONNECT ASSISTA NCE..........210PEUGEOT CONNECT SOS.........................210Plafonnier......................................................r119Portieren sluiten ..............................................45
Radio.............................................................274Regeling luchtopbrengst .................................70Regeling luchtverdeling..................................70Regelmatige controles..........................194, 195Regelmatig onderhoud ...................................19Regeneratie roetfilter....................................r194Reinigen (adviezen)......................................179Remblokken ..................................................195Remlichten............................................160,161
Remmen........................................................195Remschijven..................................................195Reservewiel..........................................149,150Reservoir ruitensproeiers.............................192Richtingaanwijzers ........................111,121, 156,157,160, 161Roetfilter.................................................r192-194Ruitbediening..................................................53Ruitensproeier achter...................................r116Ruitensproeiers.............................................116Ruitenwisser achter......................................r116Ruitenwisserbladen (ver vangen)..........118,173Ruitenwissers..................................26, 115, 117Ruitenwisserschakelaar.........................r115-117
Schakelaars stoelverwarming ........................59Selectiehendel automatische transmissie......92Selectiehendel gestuurde
handgeschakelde
versnellingsbak ..............................85,88,195Selectiehendel handgeschakelde
versnellingsbak .............................................83Serienummer auto ........................................207Set voor tijdelijke bandenreparatie...............143Sfeerverlichting.............................................120Sjorogen..........................................................78Slepen van een auto.....................................174Sleutel .......................................................44, 45Sleutel met afstandsbediening.................47, 50Snelheidsbegrenzer................................r99, 103Snelheidsregelaar.................................r101, 103Spaarfase ......................................................171Starten...........................................................170Starten van de auto .......................81, 85,88,92Stilzetten van de auto ...................81, 85,88,92Stoelen achter...........................................r58,62
Stoelen verstellen ...........................................57Stoelverwarming.............................................59Stop Start...........42, 73, 95,169, 183,186,194Streaming audio Bluetooth...........................282Stuurkolomschakelaars ................................273Stuurslot..........................................................47Stuurwiel (verstellen) ......................................65Supervergrendeling........................................46Synchroniseren afstandsbediening................49Synchroniseren van de afstandsbediening ....49
P
R
S
Ta n k b e v e i l iging.............................................188Technische gegevens..........196,198, 201,203Te l a ag brandstofniveau................................186Te m p e r a t u u r r egeling .......................................70Tijdelijke bandenspanning (met set).............143Tijd instellen....................................................43To egang tot de achterbank ( 3-deurs)............58To evoer van buitenlucht..................................70Touchscreen....................................................40Trekhaak........................................................176
T
Uitschakelen airbag passagier.....................r129USB-aansluiting......................................76, 280
U
Veiligheidsgordels ..........................126-128, 136Veiligheidsvoorzieningen voor kinderen.......................129,133,137,139-141Ventilatie........................................14, 19, 66-68Ventilatieroosters............................................66
V