reset Peugeot 208 2012 Handleiding (in Dutch)

Page 23 of 328

1
21
Controle tijdens het rijden





Instrumentenpaneel met LCD-display
1.
Koelvloeistoftemperatuurmeter. 2.Toerenteller (x 1000 t/min of rpm),schaalverdeling afhankelijk van de motoruitvoering (benzine of diesel). 3.Motorolieniveaumeter. 4.
Opschakelindicator (handgeschakelde
versnellingsbak) of weergave positie selectiehendel (2Tronic versnellingsbak of automatische transmissie).
5. Digitale snelheidsmeter (km/h of mph).
Door lang op de toets B te drukken kan
deze functie worden uitgeschakeld.
A. Dimmer verlichting. B.Informatie over het onderhoud.
Resetten van de geselecteerde functie(onderhoudsindicator of dagteller).
Instellen van de tijd.
Inschakelen/uitschakelen van de digitale snelheidsmeter.
6. Aanwijzingen van de snelheidsregelaar of de snelheidsbegrenzer. 7.
Onderhoudsindicator, vervolgens kilometerteller (km of miles).
Deze functies worden na het aanzetten van
het contact achter elkaar weergegeven.8. Dagteller (km of miles).
9. Analoge snelheidsmeter (km/h of mph).
10.Brandstofniveaumeter.

Meters en displays
Bedieningstoetsen

Page 24 of 328

22
Controle tijdens het rijden
Instrumentenpaneel met matrixdisplay
Meters en displays
Bedieningstoetsen
1.
Koelvloeistoftemperatuurmeter. 2.
Toerenteller (x 1000 t/min of rpm),
schaalverdeling afhankelijk van de motoruitvoering (benzine of diesel). 3. Aanwijzingen van de snelheidsregelaar of
de snelheidsbegrenzer.4. Opschakelindicator (handgeschakelde
versnellingsbak) of weergave positie
selectiehendel (2Tronic versnellingsbak of automatische transmissie). 5. Digitale snelheidsmeter (km/h of mph).
A.Dimmer verlichting.B.Sfeerverlichting van het
instrumentenpaneel.
C.Informatie over het onderhoud.
Resetten van de geselecteerde functie(onderhoudsindicator of dagteller). 6
. Onderhoudsindicator, vervolgens kilometerteller (km of miles).
Deze functies worden na het aanzetten van
het contact achter elkaar weergegeven.
7.Dagteller (km of miles). 8. Analoge snelheidsmeter (km/h of mph).9.Brandstofniveaumeter.

Page 38 of 328

36
Controle tijdens het rijden
De afstand tot de eerstvolgende beurt is overschreden
Als het contact wordt aangezet, gaat gedurende 7 seconden de sleutel knipperenom aan tegeven dat de onderhoudswerkzaamheden zo
spoedig mogelijk uitgevoerd moeten worden.Voorbeeld:u hebt de afstand tot de eerstvolgendeonderhoudsbeurt met 300 km overschreden.
Als het contact wordt aangezet, geeft het displaygedurende 7 seconden het volgende aan:

De factor tijd kan worden meegewogen bij de nog af te leggen kilometers, afhankelijk van de rijgewoonten van de bestuurder.

De sleutel kan ook gaan branden als hetinter val van twee jaar is overschreden.

Als u na deze handeling de accu wilt loskoppelen, vergrendel dan de auto enwacht minimaal 5 minuten. Het op 0zetten van de onderhoudsindicator zalanders niet worden opgeslagen.
Op 0 zetten van deonderhoudsindicator

De onderhoudsindicator moet na elkeonderhoudsbeurt op 0 gezet worden.
Voer dit als volgt uit:)
zet het contact af,)
druk op de resetknop van de dagteller en houd deze ingedrukt,)
zet het contact aan; de kilometerteller
begint terug te tellen,)
laat de knop los als het display "=0"
aangeeft; de sleutel verdwijnt.

Opnieuw weergeven van de
onderhoudsinformatie
U kunt op elk moment de onderhoudsinformatie
weergeven. )Druk op de knop voor nulstelling van dedagteller.
De onderhoudsinformatie wordt enkeleseconden weergegeven en verdwijnt
ver volgens weer.
7
seconden na het aanzetten van het contact
treedt de kilometerteller weer in werking enblijft de sleutel branden.

Page 41 of 328

1
39
Controle tijdens het rijden

Tr aject resetten
)Druk zodra het gewenste traject wordt aangegeven de toets op het uiteinde van
de ruitenwisserschakelaar langer dan
twee seconden in.
De trajecten "1"
en "2"
zijn onafhankelijk enhebben dezelfde eigenschappen.
Traject "1"kan bijvoorbeeld gebruikt worden
voor een dagelijks verbruik en traject "2"voor een maandelijks verbruik.

Page 43 of 328

1
41
Controle tijdens het rijden

Tr aject resetten
)
Druk op het gedeelte voor het
resetten, rechtsonder op het
touchscreen, zodra het
gewenste
traject wordt weergegeven.
De tra
jecten "1"
en "2"
zijn onafhankelijk enhebben dezelfde eigenschappen.
Tr aject "1"kan bijvoorbeeld gebruikt worden
voor een dagelijks verbruik en traject "2"voor een maandelijks verbruik.

Page 56 of 328

54
Toegang tot de auto
Resetten van de
ruitbediening
Neem bij het verlaten van de auto, zelfsvoor een korte periode, altijd de sleutel uithet contact. Wanneer tijdens het bedienen van deruit iets tussen de ruit en de sponningbekneld raakt, moet de ruit weer worden geopend. Druk daar voor op de desbetreffende schakelaar. Wanneer de bestuurder de ruit aan passagierszijde bedient, moet deze ervan verzekerd zijn dat niets het correcte sluiten van de ruit verhindert.De bestuurder moet ervan verzekerd zijn dat de passagiers op de juiste manier gebruik maken van de elektrische ruitbediening. Zorg er voor dat kinderen zich tijdens hetbedienen van de ruit niet kunnen bezeren.

Als de accu is losgekoppeld geweest, moet de
ruitbediening gereset worden.
Tijdens deze handelingen is de beveiliging
tegen beknellen uitgeschakeld:
- open de ruit volledig en sluit de ruit.
Telkens als de schakelaar omhoog wordt getrokken, sluit de ruit enkele centimeters. Laat de schakelaar los en trek hem
opnieuw omhoog totdat de ruit volledig isgesloten,
- houd de schakelaar na het sluiten nog
minimaal 1 seconde omhoog getrokken.

Page 89 of 328

87
4
Rijden

Zet de selectiehendel tijdens het rijdennooit in de stand N
(neutraalstand).
Zet de selectiehendel alleen in destand R(achteruit) als de auto volledigstilstaat en het rempedaal is ingetrapt. Trek altijd de handrem aan om de autovolledig stil te zetten.



Auto-sequentiële stand

In de automatische stand kan de bestuurder
altijd zelf ingrijpen door gebruik te maken van de stuurkolomschakelaar.
De stuurkolomschakelaar kan gebruikt
worden in omstandigheden waarbij sneller
terugschakelen gewenst is (naderen van een
rotonde, verlaten van een parkeergarage met een steile helling, inhalen...).
De versnellingsbak wordt dan in de
desbetre
ffende versnelling geschakeld, als de snelheid van de auto en het motortoerental dit
toestaan. De aanduiding AUTOblijft op het
display staan.
Na enige tijd gaat de versnellingsbak weer over
op de automatische stand.
Automatische stand "sneeuw"

Als de versnellingsbak detecteert dat de wielen
onvoldoende grip hebben, wordt automatisch
over
geschakeld op de sneeuwstand.
Op het instrumentenpaneel
verschijnen de aanduidingen AUTOen 7 .

Resetten
Nadat de accukabels los zijn geweest, moet de
versnellingsbak gereset worden.) Zet het contact aan.
Op het instrumentenpaneel
verschijnen de aanduidingen AUTO,7
en -.


Storing
Als bij aangezet contact dit
verklikkerlampje gaat branden en de
aanduiding AUTOgaat knipperen incombinatie met een geluidssignaal en een melding op het display, duidt dit op een storing in de versnellingsbak.
Laat het systeem controleren door het PEUGEOT-netwerk of een gekwalificeerde werkplaats.


Trap om krachtig te accelereren,bijvoorbeeld voor een inhaalmanoeuvre,het gaspedaal met kracht in, tot voorbij
het zware punt.

Parkeren van de auto
Voordat u de motor afzet, kunt u deselectiehendel in de stand N
bewegen om deneutraalstand te selecteren.Trek
in dat geval altijdde handremaanom deauto volledig stil te zetten.
)
Selecteer de stand N
. )
Trap het rempedaal in.)
Wacht ongeveer 30 seconden tot op het
instrumentenpaneel de aanduiding Nof de
ingeschakelde versnelling verschijnt. ) Laat het rempedaal los.
De versnellingsbak werkt dan weer normaal.