window Peugeot 208 2014 Handleiding (in Dutch)
Page 138 of 336
136
Veiligheid
Zijairbags
Activering
De zijairbags worden aan de desbetreffende zijde opgeblazen bij een ernstige zijdelingse aanrijding binnen (een gedeelte van) de impactzone opzij ( B ), loodrecht op de lengteas van de auto en vanaf de buitenzijde richting de binnenzijde van de auto. De zijairbag wordt opgeblazen tussen de inzittende voorin en het desbetreffende portierpaneel.
De zijairbags beschermen de bestuurder en de voorpassagier bij een ernstige zijdelingse aanrijding om de kans op letsel te verkleinen. De zijairbags zijn aangebracht in het frame van de rugleuning, aan de portierzijde.
Detectiezones voor een aanrijding
A. Impactzone vóór. B. Impactzone opzij.
Windowairbags
De windowairbags beschermen de bestuurder en passagiers (uitgezonderd de middelste passagier achter) bij een ernstige zijdelingse aanrijding, om de kans op letsel aan de zijkant van het hoofd te verkleinen. De windowairbags zijn aangebracht in de stijlen en in de hemelbekleding.
Bij een lichte zijdelingse aanrijding of bij over de kop slaan, kan het zijn dat de airbag niet wordt geactiveerd. Bij een aanrijding van achteren of een frontale aanrijding wordt de airbag niet geactiveerd.
Activering
De windowairbag wordt gelijktijdig met de zijairbag aan de desbetreffende zijde opgeblazen bij een ernstige zijdelingse aanrijding binnen (een gedeelte van) de impactzone opzij ( B ), waarbij de krachten loodrecht op de lengterichting van de auto en vanaf de buitenzijde richting de binnenzijde van de auto worden uitgeoefend. De windowairbag wordt opgeblazen tussen de inzittenden vóór en achter en de ruiten.
Als dit waarschuwingslampje gaat branden in combinatie met een geluidssignaal en een melding op het multifunctionele display, raadpleeg dan het PEUGEOT-netwerk of een gekwalificeerde werkplaats om het systeem te laten controleren. De kans bestaat dat de airbags bij een ernstige aanrijding niet worden geactiveerd.
Storing
Page 139 of 336
137
6
Veiligheid
Maak er een gewoonte van om normaal rechtop in de voorstoelen te zitten. Draag altijd een correct afgestelde autogordel. Zorg dat er zich niets bevindt tussen de airbag en de inzittenden (kinderen, huisdieren, objecten...). Dit kan de goede werking van de airbag belemmeren en/of de inzittende bij het opblazen van de airbag verwonden. Laat na een aanrijding of diefstal van uw auto de airbagsystemen controleren. Werkzaamheden aan airbagsystemen mogen uitsluitend door het PEUGEOT-netwerk of door een gekwalificeerde werkplaats worden uitgevoerd. Zelfs als alle bovenstaande voorschriften worden nageleefd, blijft de kans bestaan op letsel of lichte brandwonden aan het hoofd, de borst of de armen als de airbag wordt geactiveerd. De airbag wordt namelijk zeer snel opgeblazen (binnen enkele milliseconden) en loopt vervolgens even snel leeg, waarbij de warme gassen via de daarvoor bestemde openingen naar buiten stromen.
Zijairbags
Bedek de stoelen uitsluitend met daarvoor goedgekeurde stoelhoezen, die in combinatie met actieve zijairbags gebruikt kunnen worden. Voor informatie over de stoelhoezen die geschikt zijn voor uw auto kunt u zich wenden tot het PEUGEOT-netwerk. Raadpleeg de rubriek "Accessoires". Bevestig nooit iets aan de rugleuning van de stoelen (kleding...): dit zou bij het afgaan van de airbags kunnen leiden tot verwondingen aan armen of borstkas. Ga niet onnodig dicht tegen het portierpaneel zitten.
Airbags vóór
Houd het stuur wiel niet aan de spaken vast en laat uw handen niet op het stuurwielkussen rusten. De voorpassagier mag zijn voeten niet op het dashboard laten rusten. Het is raadzaam niet te roken in de auto. Als de airbag wordt opgeblazen, kunnen brandende sigaretten of een pijp brandwonden of ander letsel veroorzaken. Verwijder het stuurwiel nooit, maak geen gaten in de stuur wielbekleding en sla er niet op.
Houd u aan de volgende veiligheidsvoorschriften voor een maximale effectiviteit van de airbags:
Window-airbags
Bevestig nooit iets op de hemelbekleding; dit zou bij het afgaan van de window-airbags kunnen leiden tot hoofdletsel. Demonteer nooit de handgrepen van het dak (indien aanwezig); deze maken deel uit van de bevestiging van de window-airbags.
Page 331 of 336
.
329
Index
Tankbeveiliging .............................................195Technische gegevens ..........203, 205, 208, 210Te laag brandstofniveau ...............................193Telefoon ...............................260, 262, 263, 265Temperatuurregeling.......................................70Tijdelijke bandenspanning (met set) .............149Tijd instellen ....................................................43TMC (verkeersinformatie) .............................234Toegang tot de achterbank ( 3 -deurs) ............58Toevoer van buitenlucht ..................................70Touchscreen ...........................................40, 217Trekhaak .......................................................183
T
Veiligheidsgordels ..........................131-13 3, 141Veiligheidsvoorzieningen voor kinderen ......13 4, 13 8, 13 9, 142, 14 4, 146, 147Ventilatie .......................................14, 19, 66-68Ventilatieroosters ............................................66Vergrendeling kofferdeksel .............................55Verkeersinformatie (TA) .......................235, 284Verkeersinformatie (TMC) ...................234, 235Verklikkerlampjes ................................23, 27, 28Verlichting overdag ........................115, 163 -165Versnellingshendel .........................................19Verwarming .........................................14, 19, 68Voor stoelen .....................................................57
V
W
Zekeringen ....................................................170Zekeringen vervangen ..................................170Zekeringkast dashboard ...............................170Zekeringkast motorruimte .............................170Zij-airbags .............................................13 6, 137Zijknipperlicht ................................................167Zonnescherm (panoramadak) ........................56Zuinig rijden ....................................................19
Z
Uitschakelen airbag passagier .....................Uitschakelen airbag passagier .....................Uitschakelen airbag passagier13 4Updaten risicozones .....................................230USB ...............................................................250USB-aansluiting ......................................76, 288USB-poort .....................................................250
U
Stoelen verstellen ...........................................57Stoelverwarming .............................................59Stop Start ...........42, 73, 96, 176, 19 0, 193, 201Streaming audio Bluetooth ..........250, 253, 290Stuurkolomschakelaars ................................281Stuurslot ..........................................................47Stuurwiel (verstellen) ......................................63Synchroniseren afstandsbediening ................49Synchroniseren van de afstandsbediening ....49
Waarschuwingssignaal sleutel in contact ......81Waarschuwing vergeten verlichting .............114Wassen (adviezen)........................................18 6Wiel demonteren ...........................................15 8Wiel monteren ...............................................15 8Wiel verwisselen ...................................155, 15 6Window-airbags ....................................13 6, 137