reset Peugeot 208 2018 Handleiding (in Dutch)

Page 192 of 240

22
Instellingen
VR A AGANTWOORDOPLOSSING
Na het instellen van de lage tonen en hoge tonen wordt de
instelling van de geluidssfeer geannuleerd.
Na het wijzigen van de instellingen voor de geluidssfeer
wordt de instelling van de lage tonen en hoge tonen gereset.De instelling van de geluidssfeer is gekoppeld
aan de lage en hoge tonen.Wijzig de instelling van de lage en de hoge
tonen of de geluidssfeer om de gewenste
geluidskwaliteit te verkrijgen.
Bij het veranderen van de balans wordt de
geluidsverdeling uitgeschakeld.
Bij het veranderen van de geluidsverdeling worden
de instellingen van de balans uitgeschakeld.De geluidsverdeling is gekoppeld aan de
balans.Stel de balans in of kies een geluidsverdeling
naar eigen wens.
Er is een verschil in geluidskwaliteit tussen de
verschillende geluidsbronnen. Voor een optimale geluidskwaliteit kunnen
de audio-instellingen worden aangepast aan
verschillende geluidsbronnen die hoorbare
verschillen kunnen genereren bij het
veranderen van de bron.Controleer of de audio-instellingen zijn
afgestemd op de geluidsbron die u


gebruikt.
Zet de audiofuncties in de middelste stand.
Na het afzetten van de motor wordt het
systeem na enkele minuten automatisch
uitgeschakeld.
Als de motor is afgezet, blijft het audiosysteem nog
werken zolang de laadtoestand van de accu dat
toestaat.
In de normale uitgeschakelde stand, gaat het systeem
na een bepaalde tijd automatisch over op de eco-mode
om de laadtoestand van de accu op peil te houden.Zet het contact aan om de laadstroom van de
accu te verhogen.
PEUGEOT Connect Radio

Page 222 of 240

30
Configuratie van de profielen
Het configureren van de profielen mag, om
veiligheidsredenen en vanwege het feit dat deze
handeling volledige aandacht van de bestuurder vraagt,
uitsluitend worden uitgevoerd bij stilstaande auto.
Druk op Instellingen om de
hoofdpagina weer te geven.
Druk op de toets " OPTIES" om de tweede
pagina te openen.
Selecteer " Configuratie van de
profielen ".
Selecteer " Profiel 1", "Profiel 2 ", "Profiel 3 " of
" Gemeenschap. prof. ".
Druk op deze toets om een
profielnaam in te voeren met het
virtuele toetsenbord.
Druk op " OK" om te bevestigen.
Druk op deze toets om een
profielfoto toe te voegen.
Plaats een USB-stick met daarop de
foto in de USB-aansluiting.
Selecteer de foto.
Druk op " OK" om toestemming te
geven voor de overdracht van de foto.
Druk nogmaals op " OK" om de
instellingen op te slaan.
Het kader voor de profielfoto heeft een
vierkante vorm, het systeem past de
oorspronkelijke vorm van de foto aan dit
vierkant aan. Druk op deze toets om het
geselecteerde profiel te resetten.
Bij het resetten van het profiel wordt
Engels als taal ingesteld.
Selecteer een " Profiel" (1, 2
of 3) om dit te
koppelen aan " Audio-instellingen ".
Selecteer " Audio-instellingen ".
Selecteer " Sferen".
Of
" Verdeling ".
Of
" Geluid ". Of
"
Spraak ".
Of
" Beltonen ".
Druk op " OK" om de instellingen op
te slaan.
Instellingen van het
systeem wijzigen
Druk op Instellingen om de
hoofdpagina weer te geven.
Druk op de toets " OPTIES" om de tweede
pagina te openen.
Selecteer " Schermconfiguratie ".
Selecteer " Animatie".
Activeer of deactiveer:
" Automatische tekstweergave ".
Selecteer " Helderheid ".
PEUGEOT Connect Nav

Page 230 of 240

38
Instellingen
VR A AGANTWOORDOPLOSSING
Na het instellen van de lage en hoge tonen wordt de
instelling van de geluidssfeer geannuleerd.
Als u
de instelling van de geluidssfeer wijzigt, worden
de instellingen van de lage en de hoge tonen gereset.De instelling van de geluidssfeer is gekoppeld
aan de lage en hoge tonen. Wijzig de instelling van de lage en de hoge
tonen of de geluidssfeer om de gewenste
geluidskwaliteit te verkrijgen.
Bij het veranderen van de balans wordt de
geluidsverdeling uitgeschakeld.
Bij het veranderen van de geluidsverdeling worden
de instellingen van de balans uitgeschakeld.De geluidsverdeling is gekoppeld aan de
balans.Stel de balans in of kies een geluidsverdeling
naar eigen wens.
Er is een verschil in geluidskwaliteit tussen de
verschillende geluidsbronnen. Voor een optimale geluidskwaliteit kunnen
de audio-instellingen worden aangepast
aan verschillende geluidsbronnen, die
hoorbare verschillen kunnen genereren bij het
veranderen van de bron.Controleer of de audio-instellingen zijn
afgestemd op de geluidsbron die u


gebruikt.
Het is raadzaam de audiofuncties (Lage tonen,
Hoge tonen, Balans) in de middelste stand te
zetten, de geluidssfeer "Geen" te selecteren
en de functie Loudness in de stand "Actief " te
zetten bij gebruik van de CD-speler en in de
stand "Inactief " bij gebruik van de radio.
Na het afzetten van de motor wordt het
systeem na enkele minuten automatisch
uitgeschakeld.
Als de motor is afgezet, blijft het audiosysteem nog
werken zolang de laadtoestand van de accu dat
toestaat.
In de normale uitgeschakelde stand, gaat het systeem
na een bepaalde tijd automatisch over op de eco-mode
om de laadtoestand van de accu op peil te houden.Start de motor om de laadstroom van de accu
te verhogen.
Ik kan de datum en tijd niet instellen. De datum en tijd kunnen alleen worden
ingesteld als u

de synchronisatie met de
satellieten deactiveert. Menu instellingen/Opties/Datum en tijd
instellen. Selecteer het tabblad "Tijd" en
deactiveer de "GPS-synchronisatie" (UTC).
PEUGEOT Connect Nav

Page 233 of 240

151
Monteren allesdragers ~ Allesdragers monteren ........................11 0 -111
Motordiagnosesysteem


..................................15
Motoren


.......................................... 142-143, 145
Motorkap


....................................................... 111
Motorkapsteun


.............................................. 111
Motorolie


................................................ 112 -113
Motorolieniveaumeter


.............................2 1, 113
M P3


(CD)
..............................
........................3-5
OOliefilter ......................................................... 115
Oliefilter (vervangen) .................................... 115
Olieniveau
......................................... 2

1, 112 -113
Oliepeilstok


....................................... 2 1, 112 -113
Olieverbruik


............................................ 112 -113
Onder de motorkap ~ Motorruimte
...............112
Onderhoudscontroles


..................................... 20Panoramadak


.............................................
47- 4 8
Park Assist
...............................
.....................
10 0
Parkeerrem
..............................
..........
82-83, 116
Parkeerhulp achter

.........................................
98
Parkeerhulp achter met grafische weergave en geluidssignalen
....... 98
P
arkeerhulp vóór .......................................
98-99
Parkeerlichten ............................51, 5 4, 13 0 -132
PEUGEOT Connect Nav
...................................1
PEUGEOT Connect Radio

...............................1
P

lafonnier

..................................................46 - 47
Profielen


....................................................16, 30
Pyrotechnische gordelspanners


.....................64
P
RRadio ...................................... 2, 2, 6 -7, 9, 21, 24
Radiozender ............................... 2
, 2, 6 -7, 21-22
RDS
................

........................................ 7, 2 1 - 2 2
Regeling luchtopbrengst ~ Aanjager, regeling


.................................. 43-45
Regeling luchtverdeling ~ Luchtverdeling ...43-45Regelmatige controles ~ Controles... 8 3 , 114 -11 6
Regelmatig onderhoud ..................................... 6
R
egeneratie roetfilter
.................................... 11

5
Remblokken


............................................ 8 3 , 11 6
Remlichten
...............................

..................... 132
Remmen


............................................ 12, 83, 116
Remschijven ............................................ 8 3 , 11 6
Reservewiel


................................... 116, 125 -126
Reservoir ruitensproeiers ~ Ruitensproeierreservoir


.............................. 114
Resetten bandenspanningscontrolesysteem ...90
R
ichtingaanwijzers
.................... 52, 54, 130, 132
Rijadviezen
..............................

................. 80 - 81
Roetfilter
...............................

.................. 114 -115
Ruitbediening
...............................

................... 34
Ruitensproeier achter


..................................... 57
Ruitensproeiers


............................................... 56
Ruitenwisser achter


........................................ 57
Ruitenwisserbladen (vervangen)


.................... 57
Ruitenwisserbladen vervangen
...................... 57
R

uitenwissers


...................................... 19, 55 - 56
Ruitenwisserschakelaar
............................ 5

5-57
Niveau AdBlue
® .............................................
11 4
Niveau brandstofadditief diesel ~ Brandstofaddititiefniveau


......................... 114
Niveau koelvloeistof ~ Koelvloeistofniveau
.............................. 2

1, 114
Niveau remvloeistof ~ Remvloeistofniveau ...113
Niveau ruitensproeiervloeistof ~ Ruitensproeiervloeistofniveau


................ 114
Niveaus controleren


............................... 112 -114
Niveaus en controles


............................. 112 -114
Noodbediening achterklep


.............................. 32
Noodbediening portieren
.......................... 3

0 - 31
Noodoproep ~ Urgence-oproep


............... 59-60
Noodprocedure starten


................................. 13 8
Noodremassistentie ~ Brake Assist System (BAS)

.................................... 60
NRA


................................................................. 60
Nulstelling onderhoudsindicator ~
Onderhoudsintervalindicator resetten


... 20 -21
N
Onderhoudsindicator ~
Onderhoudsintervalindicator ........................ 20
O
ntdooien .................................................. 45-46
Ontgrendelen
.................................................. 28
O

ntgrendelen bagageruimte ~
Bagageruimte ontgrendelen


...................28, 32
Ontgrendelen portieren ~ Portieren ontgrendelen .................... 28, 30, 33
Ontgrendelen van binnenuit ~ Vanuit het interieur ontgrendelen
................. 3

0
Ontluchten brandstofsysteem ~ Brandstofsysteem ontluchten

..................12

1
Ontwasemen


............................................. 45-46
Opbergvakken


........................................... 39, 48
Opbergvakken portieren
................................. 48
O

penen bagageruimte ~
Bagageruimte openen


..................................32
Openen brandstofvulklep ~ Brandstoftanklep openen


...........................107
Openen motorkap ~ Motorkap, openen

.......111
O

penen zonnescherm
panoramadak ~
Zonnescherm panoramadak openen
...... 4

7- 4 8
Overzicht zekeringen ~ Zekeringentabel
................................... 13

3 -13 6
SSchakelaar ................................................ 81- 82
Schakelaars stoelverwarming ~ Stoelverwarming, schakelaars


..................39
Schakelindicator


............................................. 86
SCR (Selective Catalytic Reduction)


............117
SCR-systeem
...............................

.................117
Selectiehendel
................................................ 85
Sel

ectiehendel
handgeschakelde
versnellingsbak ~ Schakelen
elektronisch bediende versnellingsbak


........83
.
Trefwoordenregister

Page:   < prev 1-10 11-20