alarm Peugeot 301 2012 Handleiding (in Dutch)

Page 4 of 236

.
.
Inhoud
Instrumentenpaneel 22
Verklikkerlampjes 23
Onderhoudsindicator 32
Kilometertellers 34
Datum en tijd instellen 35
Boordcomputer 36
Monochroom display C(Autoradio / Bluetooth) 38
Controle tijdens het rijdenIn één oogopslag
Sleutel met afstandsbediening 42
Alarm 46
Portieren 48
Achterklep 49
Ruitbediening 51
Brandstoftank 52
Vulpistoolrestrictie (diesel) 53
Toegang tot de auto
Voor stoelen 55
Achterbank 57
Spiegels 58
Stuurwielverstelling 60
Ventilatie 61
Ver war ming 63
Handbediende airconditioning(zonder display) 63
Elektronische airconditioning (met display) 65
Ontwasemen - Ontdooien voorzijde 68
Achterruitverwarming 69
Comfort
Starten - afzetten van de motor 75
Handbediende parkeerrem 76
Handgeschakelde versnellingsbak 77
Elektronisch gestuurde versnellingsbak 78
Automatische versnellingsbak 82
Snelheidsbegrenzer 85
Snelheidsregelaar 87
Parkeerhulp achter 89
Rijden
Lichtschakelaar 91
Koplampen verstellen 96
Ruitenwisserschakelaar 97
Plafonniers 99
Zicht Eco-rijden
Indeling van het interieur 70
Voorzieningen bagageruimte 73
Indelingen

Page 5 of 236

.
.
Inhoud
Richtingaanwijzers 100
Alarmknipperlichten 100
Claxon 100
Hulpsystemen bij het remmen 101
Stabiliteitscontrolesystemen 102
Veiligheidsgordels 103
Airbags 106
Veiligheid
Kinderzitjes 110
ISOFIX-kinderzitjes 116
Veiligheidsvoorzieningen voor kinderen 119
Veiligheidsvoorzieningen voor kinderen
Bandenreparatieset 120
Wiel verwisselen 126
Een lamp ver vangen 133
Zekering ver vangen 139
12V-accu 144
Eco-mode 147
Wisserbladen vervangen 148
Slepen van de auto 149
Trekken van een aanhanger 151
Sneeuwscherm(en) 153
Onderhoudstips 154
Accessoires 154
Matten 156
Allesdragers 157
Praktische informatie
Benzinemotoren 168
Gewichten (benzine) 169
Dieselmotor 170
Gewichten (diesel) 171
Afmetingen 172
Identifi catie 173
Technische gegevens
Autoradio / Bluetooth 175
Autoradio 205
Audio en telematica
Visuele index
Index Onderhoud
Motorkap 159
Benzinemotoren 160
Dieselmotor 161
Brandstoftank leeg (diesel) 162
Niveaus controleren 163
Controles 166

Page 10 of 236

8
In één oogopslag
Cockpit
1.
Schakelaars snelheidsregelaar/-begrenzer. 2.
Hendel stuurwielverstelling. 3.
Schakelaar verlichting en
richtingaanwijzers. Claxon *
. 4.
Instrumentenpaneel.5.
Airbag bestuurder en claxon *
.
6.Aansteker / 12V- aansluiting.
USB-/Jack-aansluiting.
7. Schakelaar stoelverwarming.8.Hendel brandstofvulklep.Hendel ontgrendeling achterklep * .
9.
Hendel motorkapontgrendeling.10.Zekeringenkast.11.
Koplampverstelling. 12 .Knop dynamische stabiliteitscontrole(ESP/ASR)

.
Knop openen achterklep * .
Verklikkerlampje alarm.13.Bediening verstelling buitenspiegels. 14.Verstelbaar en afsluitbaar zijventilatierooster. 15. Zijruitontwaseming vóór.
*
Vol
gens uitvoering.

Page 11 of 236

.
9
In één oogopslag
Cockpit
1.
Stuur- en contactslot. 2.Schakelaar ruitenwissers enruitensproeiers/boordcomputer.3.Knop centrale vergrendeling /
ontgrendeling. 4. Open opbergvak.
of
Monochroom display C(Autoradio / Bluetooth).
5. Middelste verstelbare en afsluitbareventilatieroosters.
6.Voor r uitont waseming.7. Passagiersairbag.8.Dashboardkastje
.
Uitschakeling passagiersairbag. 9. Schakelaar alarmknipperlichten. 10.Autoradio.11.
Bediening ver warming / airconditioning.12.
Asbak / bekerhouder.13.Bediening elektrische ruitbediening.
14.Ver snellingshendel. 15.Handrem.

Page 17 of 236

.
15
In één oogopslag
Controle tijdens het rijden
A.Als het contact wordt aangezet, moeten
de segmenten gaan branden die het resterende brandstofniveau weergeven.
B.Bij draaiende motor moet het
verklikkerlampje laag brandstofniveau
uitgaan.


Instrumentenpaneel

Als het contact wordt aangezet, gaan de oranje
en rode waarschuwingslampjes branden.
Bij draaiende motor moeten deze lampjes weer uitgaan.
Raadpleeg de desbetreffende bladzijde als er lampjes blijven branden.
Verklikkerlampjes
23-3122
Het branden van een verklikkerlampje geeft u informatie over de status van de desbetreffende functie.


Rij drukschakelaars
102
A.Uitschakeling van het ESP-/ASR-systeem.
49
B.Openen van de achterklep (volgens
uitvoering).
C.Verklikkerlampje van het alarmsysteem.
46

Page 48 of 236

46
Toegang tot de auto
Dit systeem beveiligt uw auto tegen inbraak en
diefstal en bestaat uit een omtrekbeveiliging en een automatische beveiliging.






Alarm
Omtrekbeveiliging
Dit systeem houdt de te openen carrosseriedelen van de auto in de gaten.
Het alarm gaat af als iemand een por tier, deachterklep of de motorkap probeer t te openen.


Automatische beveiligingsfunctie
Dit systeem treedt in werking alsiemand probeert het alarm tesaboteren.Het alarm gaat af als iemand probeert de accu, de bedieningseenheid of dekabels van de sirene uit te schakelen of te beschadigen.

Vergrendelen van de auto met
inschakelen van het alarm


Inschakelen
)Zet het contact af en verlaat de auto.
)
Druk op de vergrendelknop van
de afstandsbediening.
De omtrekbeveili
ging wordt 5 seconden nadat
de vergrendelknop van de afstandsbediening is
ingedrukt, geactiveerd.
Indien een portier of de achterklep niet goed isgesloten, wordt de auto niet vergrendeld, maar
wordt het alarm wel ingeschakeld.
)
Druk op de ontgrendelknop van
de afstandsbediening.
Uitschakelen

Het alarm wordt uitgeschakeld; het
verklikkerlampje gaat uit. Het alarm wordt
geactiveerd: een
verklikkerlampje op de rij schakelaars links van het stuurwiel zal één keer
per seconde knipperen.

Raadpleeg het PEUGEOT- net wer k of een gekwalificeerde werkplaatsalvorens wijzigingen aan het alarmsysteem aan te brengen.

Page 49 of 236

47
2
Toegang tot de auto

Afgaan van het alarmVergrendelen van de auto
zon
der het alarm in te schakelen
) Vergrendel de auto met de sleutel.


Storing afstandsbediening
Om de alarmsystemen uit te schakelen:
)
Ontgrendel de auto met de sleutel. )
Open het por tier; het alarm gaat af. )
Zet het contact aan; het alarm stopt.
Storing


Als het alarm afgaat, treedt de sirene in werkingen knipperen de richtingaanwijzers gedurendedertig seconden.

Als bij het aanzetten van het contact het
verklikkerlamp
je blijft branden, duidt dit op een
storing in het systeem.
Laat het systeem controleren door het PEUGEOT-netwerk of door eengekwalificeerde werkplaats.

Als het verklikkerlampje snel knippert bij het ontgrendelen van de auto met
de afstandsbediening, is het alarm
tijdens uw afwezigheid afgegaan. Het
lampje stopt met knipperen als het contact wordt aangezet.

Page 102 of 236

100
Veiligheid









Richtingaanwijzers
Gebruik de richtingaanwijzers om een
verandering van rijrichting of rijstrook aan tegeven.)Links: duw de hendel helemaal omlaag, tot
voorbij de weerstand. )Rechts: duw de hendel helemaal omhoog,
tot voorbij de weerstand.
Functie “snelweg”
)Beweeg de schakelaar kort omhoog
of omlaag, zonder deze door de
weerstand te drukken. De desbetreffenderichtingaanwijzers zullen drie keer knipperen.









Alarmknipperlichten
Automatisch inschakelen
van de alarmknipperlichten
Bij een noodstop worden de
alarmknipperlichten, afhankelijk van de mate
van remvertraging, automatisch ingeschakeld.
Zodra er weer
gas wordt gegeven gaan de
alarmknipperlichten uit.
) U kunt de alarmknipperlichten echter ook uitschakelen door de knop in te drukken.

)
Druk deze knop in: de richtingaanwijzersknipperen tegelijkertijd.
De alarmknipperlichten werken ook als hetcontact is afgezet.







Claxon
)Auto met bestuurdersairbag: druk op hetmiddelste gedeelte van het stuur wiel.
of )Auto zonder bestuurdersairbag: druk hetuiteinde van de lichtschakelaar in.

Systeem om uw medeweggebruikers met een geluidssignaal te waarschuwen voor directgevaar.


Beperk het gebruik van de claxon tot de volgende gevallen:


- direct gevaar,

- inhalen van een fietser of voetganger,

- naderen van een onoverzichtelijke situatie.


Gebruik de alarmknipperlichten om het overige
verkeer te waarschuwen in het geval van file,
pech, slepen of een ongeval.

Page 143 of 236

141
9
Praktische informatie

Zekeringen dashboard

De zekeringkast bevindt zich aan de onderzijde
van het dashboard (linkerzijde).
Toegang tot de zekeringen
)
Zie de paragraaf "Toegang tot het gereedschap".

ZekeringnummerStroomsterkteFuncties
F02
5 A Hoogteverstelling koplampen, diagnoseaansluiting,bedieningspaneel airconditioning.
F09
5 A Alarm, alarm (montage achteraf).
F1
15 A Extra ver warming.
F1
35 A Parkeerhulp, parkeerhulp (montage achteraf).
F1410 A Bedieningspaneel airconditioning.
F1
615 A
Aansteker, 12V-aansluiting.
F17 15 A
Autoradio, autoradio
(montage achteraf).
F1
820 A Autoradio / Bluetooth, autoradio (montage achteraf).
F1
95 A Monochroom display C.
F2
35 A Plafonniers, kaartleeslampen.
F2
615 A Claxon.
F27 15 A
Ruitens
proeierpomp.
F2
85 A Stuurslot.
Overzicht zekeringen

Page 152 of 236

150
Praktische informatie
Slepen van uw
auto
Sle
pen van een andere
auto
)Maak het klepje in de voorbumper los door
op het linker gedeelte van het klepje te
drukken.)Draai het sleepoog vast tot de aanslag. )Bevestig de sleepstang.
Zet de versnellingsbak in de neutraalstand (stand Nbij auto'smet een elektronisch gestuurdeversnellingsbak of een automatische versnellingsbak). Als dit voorschrift niet wordt opgevolgd,kunnen bepaalde onderdelen(remsysteem, aandrijving, ...) beschadigdraken en werkt de rembekrachtiger na het starten van de motor mogelijk niet meer.
)
Ontgrendel de stuurinrichting door de sleutel in het contact één stand teverdraaien en zet de handrem vrij.)
Schakel de alarmknipperlichten van beide auto's in.)
Rijd voorzichtig weg en houd zowel
de snelheid als het af te leggen traject beperkt.
Deze manier van slepen is striktverboden (kans op beschadiging van uw auto).

Page:   1-10 11-20 next >