dashboard Peugeot 301 2012 Handleiding (in Dutch)

Page 11 of 236

.
9
In één oogopslag
Cockpit
1.
Stuur- en contactslot. 2.Schakelaar ruitenwissers enruitensproeiers/boordcomputer.3.Knop centrale vergrendeling /
ontgrendeling. 4. Open opbergvak.
of
Monochroom display C(Autoradio / Bluetooth).
5. Middelste verstelbare en afsluitbareventilatieroosters.
6.Voor r uitont waseming.7. Passagiersairbag.8.Dashboardkastje
.
Uitschakeling passagiersairbag. 9. Schakelaar alarmknipperlichten. 10.Autoradio.11.
Bediening ver warming / airconditioning.12.
Asbak / bekerhouder.13.Bediening elektrische ruitbediening.
14.Ver snellingshendel. 15.Handrem.

Page 18 of 236

16
In één oogopslag
1. Open het dashboardkastje.2.
Steek de sleutel in de schakelaar. 3.Selecteer de stand:
"ON"
(inschakelen) wanneer een passagier
op de voorstoel zit of een kinderzitje met het gezicht in de rijrichting is bevestigd,
"OFF"
(uitschakelen) wanneer een kinderzitjemet de rug in de rijrichting is bevestigd.4.
Verwijder de sleutel zonder de stand van de schakelaar te veranderen.
Airbag voorpassagier
107

Veiligheid voor alle inzittenden
A.
Verklikkerlampje niet-vastgemaakte of losgemaakte veiligheidsgordel bestuurder / losgemaakte veiligheidsgordel voorpassagier.B.
Verklikkerlampje storing van één van de
airbags.

Veiligheidsgordels vóór en
airbag vóór aan passagierszijde
26
C.
Verklikkerlampje uitschakeling airbag vóór
aan passagierszijde.
31

Page 28 of 236

26
Controle tijdens het rijden
Verklikkerlampjes uitgeschakelde functies
De volgende verklikkerlampjes geven aan dat de desbetreffende functie handmatig is uitgeschakeld. Soms klinkt er ook een geluidssignaal en verschijnt er een bericht op het display.

ControlelampjeStatusOorzaakActies / Opmerkingen
Passagiersairbagpermanent. De schakelaar in het dashboardkastjestaat in de stand "OFF
".
De frontairbag aan passagierszijde is
uitgeschakeld. In dit geval kunt u een kinderzitje metde "rug in de rijrichting" plaatsen. Z
et de schakelaar in de stand " ON" om de frontairbagaan passagierszijde in te schakelen. Bevestig in dit geval op deze zitplaats geen kinderzitjemet de "rug in de rijrichting".
ESP/ASRpermanent. De toets linksonder op het dashboard
wordt ingedrukt. Het bijbehorende
verklikkerlampje gaat branden.
De functie ESP/ASR wordt
uitgeschakeld.
ESP: dynamische stabiliteitscontrole.
ASR: antispinregeling. Druk o
p de toets om de functie ESP/ASR in te schakelen. Het verklikkerlampje dooft.
De functie ESP/ASR wordt automatisch ingeschakeld
als de motor wordt gestart.
Na uitschakelen van het systeem, wordt het
automatisch opnieuw ingeschakeld bij snelhedenhoger dan ongeveer 50 km/h.

Page 51 of 236

49
2
Toegang tot de auto








Achterklep


Openen


Ontgrendelen en op een kier zetten van de achterklep met de afstandsbediening
)
Druk minimaal een seconde
op de centrale knop van de
afstandsbedienin
g. De achterklep gaat een klein stukjeopen.
Op een kier zetten van de
achterklep van binnenuit
O
penen van de achterklep
) Til de achterklep op tot deze maximaal geopend is.


)
Trek de achterklep omlaag met behulp
van één van de handgrepen aan de binnenzijde.
Sluiten
Elektrisch bedienbare achterklep
geopend
-
bij draaiende motor
gaat hetrverklikkerlampje branden in combinatie met een meldingop het multifunctionele displaygedurende enkele seconden,

-
tijdens het rijden
(snelheid hoger
dan 10 km/h) gaat het verklikkerlampje
branden in combinatie met een geluidssignaal en een melding op het multifunctionele display gedurende enkele seconden.
)
Druk op de knop voor het openen van
de achterklep, links op het dashboard
(elektrisch bedienbare achterklep).of ) Trek de hendel aan de onderzijde van hetbestuurdersportier omhoog (mechanische
achterklep).
De achterklep gaat een klein stukje open.
Mechanische achterklep geopend
Er gaat geen lampje branden als de achterklep
n
iet goed is gesloten.
U moet dit zelf controleren.

Als de achterklep niet goed is gesloten:

Page 72 of 236

70
Indelingen




















Indeling van het
interieur
Zonneklep2.Dashboardkastje(zie de volgende bladzijde voor meer informatie) 3.Por tier vakken
4. Open opbergvak5.Asbak / Bekerhouder6.USB-/Jack-aansluitingAansteker / 12V- aansluiting
Zie de volgende bladzijde voor meer informatie.
7.Middenarmsteun met opbergvakof
Asbak / Bekerhouder / Flessenhouder
.

Page 73 of 236

71
4
Indelingen
Dashboardkastje Zonneklep
De zonneklep kan zowel omlaag als naar opzijworden geklapt.
De zonneklep aan passagierszijde is voorzien
van een afdekbare make-upspiegel en een
tickethouder. In het dashboardkast
je kunnen een fles
mineraalwater, de boorddocumentatie enz. worden opgeborgen.
Afhankelijk van de uitvoering, is het
dashboardkastje voorzien van een deksel.
Indien dit het geval is:) Tr e k d e h a n dgreep omhoog om het
dashboardkastje te openen.
De schakelaar voor het uitschakelen van de airbag aan passagierszijde Abevindt zich in het dashboardkastje.

Page 104 of 236

102
Veiligheid
Antislipregeling
(ASR) en elektronisch
stabiliteitspro
gramma (ESP)
De antislipregeling verbetert de tractie van de
wielen om doorslippen te voorkomen, door in
te grijpen op de remmen van de aangedreven
wielen en op het motorkoppel. Het elektronisch stabiliteitsprogramma grijpt
in via de remmen van één of meer wielen en
via het motorkoppel om de auto (binnen de grenzen van de natuurkundige wetmatigheden)
weer in de juiste koers te brengen.
In dat
geval gaat dit controlelampje
op het instrumentenpaneel
knipperen.



Het ASR / ESP verhoogt de veiligheid tijdens het rijden. De bestuurder magechter nooit risico's nemen of te hardrijden.
Deze systemen kunnen alleen goed werken als de voorschriften van deconstructeur op het gebied van wielen (banden en velgen), onderdelen van het remsysteem, elektronischecomponenten en montageproceduresworden opgevolgd en dewerkzaamheden door het PEUGEOT. Laat de systemen na een aanrijdingcontroleren door het PEUGEOT-netwerk of een gekwalificeerde werkplaats.



Storing

Als dit lampje gaat branden, in combinatie met een geluidssignaalen een melding op het display is er sprake van een storing in deze
systemen.

Opnieuw inschakelen
Deze systemen worden weer automatischingeschakeld als het contact wordt afgezet of
vanaf 50 km/h.. ) Druk nogmaals op de knop om desystemen handmatig weer in te schakelen.
Het lampje van de knop gaat uit.
Als het symbool op het instrumentenpaneel
verdwijnt, betekent dit dat het ASR en het ESP
weer in
geschakeld is.
Uitschakelen
In uitzonderlijke omstandigheden (wanneer deauto vastzit in modder, sneeuw, zand, ...) kan het nuttig zijn het ASR / ESP uit te schakelen,
zodat de wielen kunnen spinnen en weer grip
kunnen krijgen.













Stabiliteitscontrolesystemen
Inschakelen
De systemen worden automatisch ingeschakeld
zodra de motor wordt gestart.
De systemen worden geactiveerd zodra de
wielen te weini
g grip hebben of de koers van
de auto afwijkt van de door de bestuurder gewenste richting.
De weergave van dit symbool op het
instrumentenpaneel geeft aan dat het ASR en het ESP is uitgeschakeld.
)
Druk op deze knop aan de onderzijde
van het dashboard (bestuurderszijde)
tot het bijbehorende symbool op het
instrumentenpaneel verschijnt.
Het lampje van de knop gaat branden. Raadplee
g het PEUGEOT-netwerk of eengekwalificeerde werkplaats om het ASR / ESP
te laten controleren.

Als de auto rijdt met stilstaande motor,is de stuurbekrachtiging uitgeschakeld.

Page 108 of 236

106
Veiligheid





Airbags
De airbags zijn speciaal ontworpen om de
veiligheid van de inzittenden bij ernstige aanrijdingen te verbeteren. Ze vormeneen aanvulling op de werking van de
veiligheidsgordels met spanbegrenzers.
De elektronische schoksensoren registreren
de frontale en zi
jdelingse aanrijdingen waaraan
de registratiezones voor een aanrijding worden blootgesteld:
- bij een ernstige aanrijding gaan de airbags
onmiddellijk af en zorgen ervoor dat deinzittenden van de auto beter wordenbeschermd. Direct na de aanrijding
ontsnapt het gas snel uit de airbags,zodat het zicht niet wordt belemmerd en de inzittenden de auto eventueel kunnen
verlaten,
- bi
j een minder ernstige aanrijding of eenaanrijding van achteren en in bepaalde gevallen waarbij de auto over de kop slaat,
treden de airbags niet in werking. In deze
situaties zorgen de veiligheidsgordels voor uw bescherming.
De airbags werken alleen als hetcontact aan is. De airbags werken slechts eenmaal.
Als er een tweede aanrijding plaatsvindt(tijdens hetzelfde of een volgendongeval), worden de airbags niet meer opgeblazen.
Het activeren van de airbags gaatgepaard met wat rook en geluid,als gevolg van de activering van de pyrotechnische lading die in hetsysteem is geïntegreerd.De rook is niet schadelijk, maar kanvoor personen die hier gevoelig voor zijn, irriterend zijn. De knal die bij het afgaan wordt geproduceerd, kan het gehoor gedurende een kor te periode enigszinsverminderen.


Registratiezones voor een
aanrijding
A. Impactzone vóór.
B. Impactzone opzij.
Airbags vóór


Activering

De airbags worden gelijktijdig opgeblazen,
behalve als de airbag aan passagierszijde
is uitgeschakeld, bij een ernstige frontale
aanrijding binnen (een gedeelte van) de
impactzone vóór (A), in de lengterichting
van de auto en vanaf de voorzijde richting
de achterzijde van de auto, die zich op eenhorizontale ondergrond moet bevinden.
De airbag vóór wordt opgeblazen tussen de
bestuurder en het stuur of tussen de passagier
voorin en het dashboard om te verhinderen dat
deze naar voren wordt geslingerd. De airbags v
óór beschermen de bestuurder en voorpassagier bij een ernstige frontale
aanrijding, om de kans op hoofd- en borstletsel
te verkleinen.
De bestuurdersairbag is geïntegreerd in het stuur wiel en de passagiersairbag in hetdashboard boven het dashboardkastje.

Page 111 of 236

109
7
Veiligheid
Maak er een gewoonte van om normaal rechtop in de voorstoelen te zitten. Draag altijd een correct afgesteldeautogordel.
Zorg dat er zich niets bevindt tussende airbag en de inzittenden (kinderen, huisdieren, objecten...). Dit kan de goedewerking van de airbag belemmeren en/of de inzittende bij het opblazen van de airbag verwonden.
Laat na een aanrijding of diefstal van uwauto de airbagsystemen controleren.
Werkzaamheden aan airbagsystemenmogen uitsluitend door het PEUGEOT-netwerk of door een gekwalificeerdewerkplaats worden uitgevoerd.
Zelfs als alle bovenstaande voorschriftenworden nageleefd, blijft de kans bestaanop letsel of lichte brandwonden aan hethoofd, de borst of de armen als de airbag wordt geactiveerd. De airbag wordt namelijk zeer snel opgeblazen (binnen enkele milliseconden) en loopt ver volgens even snel leeg, waarbij de warme gassen via de daarvoor bestemde openingen naar buiten stromen.
Zijairbags
Bedek de stoelen uitsluitend met daarvoor goedgekeurde stoelhoezen, die in combinatie met actieve zijairbags gebruikt kunnen worden. Voor informatie over destoelhoezen die geschikt zijn voor uw auto kunt u zich wenden tot het PEUGEOT-netwerk. Raadpleeg de rubriek "Accessoires".Bevestig nooit iets aan de rugleuning van de stoelen (kleding...): dit zou bij het afgaan van de airbags kunnen leiden tot ver wondingen aan armen of borstkas.Ga niet onnodig dicht tegen het portierpaneel zitten.



Airbags vóór

Houd het stuur wiel niet aan de spaken vast en laat uw handen niet op het stuurwielkussen rusten.
De voorpassagier mag zijn voeten niet op hetdashboard laten rusten. Het is raadzaam niet te roken in de auto. Als de airbag wordt opgeblazen, kunnen brandende sigaretten of een pijpbrandwonden of ander letsel veroorzaken.
Ver wijder het stuur wiel nooit, maak geengaten in de stuurwielbekleding en sla er nietop.
Houd u aan de volgende veiligheidsvoorschriften voor een maximale effectiviteit van de airbags:

Page 141 of 236

139
9
Praktische informatie



















Zekering vervangen

De tang voor het ver wijderen van zekeringen
is bevestigd aan de binnenzijde van het deksel
van de zekeringkast in het dashboard. )trek het deksel eerst rechtsboven en danlinksboven los, )ver wijder het deksel en keer het om,

To egang tot het gereedschap
)
neem de tang eruit.

Page:   1-10 11-20 next >