display Peugeot 301 2016 Handleiding (in Dutch)

Page 53 of 260

51
301_nl_Chap03_confort_ed01-2016
1. Temperatuurregeling
F Draai de knop van blauw
(koel) naar rood (warm) om de
temperatuur naar behoefte in te
stellen. Dit systeem werkt alleen als de motor draait.
2. Luchtopbrengstregeling
F Draai de knop in één
va n de
vier standen om de gewenste
luchtopbrengst te verkrijgen. Wanneer de knop van de
luchtopbrengstregeling in de
stand
0 st

aat (uitschakeling van het
systeem), wordt het thermische comfort
niet meer geregeld.
er bli

jft door de
rijwind echter nog wel een kleine
luchtstroom gehandhaafd.
Handbediende airconditioning
(zonder display)
Verwarming / ventilatie
Dit systeem werkt uitsluitend bij draaiende motor.
3
Comfort

Page 55 of 260

53
301_nl_Chap03_confort_ed01-2016
elektronische airconditioning (met display)
Dit systeem werkt uitsluitend bij draaiende motor.
1. Toevoer van buitenlucht/
luchtrecirculatie
De recirculatiestand dient om de luchttoevoer
af te sluiten bij stank en stofoverlast.
2. Temperatuurregeling
F Druk op de toetsen " 5" (r ood
voor warm) en " 6" (blauw voor
koud) om de temperatuur naar
behoefte in te stellen.
er ve

rschijnen of verdwijnen
geleidelijk temperatuurbalkjes op het
display van de airconditioning.
Schakel deze stand, zodra dit mogelijk is, weer
uit om te voorkomen dat de luchtkwaliteit in het
interieur achteruitgaat en de ruiten beslaan.
F
Dru

k op deze toets om de toevoer van
buitenlucht uit te schakelen en de lucht
in het interieur te laten recirculeren.
Het lampje op het display van de
airconditioning gaat branden. F
Dru

k nogmaals op de toets om
de toevoer van buitenlucht weer
in te schakelen. Het lampje op
het display van de airconditioning
gaat uit.
3. Ontdooiing - ontwaseming vóór
Zie de desbetreffende rubriek.
3
Comfort

Page 56 of 260

54
301_nl_Chap03_confort_ed01-2016
4. Aan / Uit airconditioning
F Druk op de toets "A /C ", he t
verklikkerlampje op het display
van de airconditioning gaat
branden.
Uitschakelen
Met deze toets wordt de lucht in het
interieur snel gekoeld.
5. Airconditioning: toets A/C
MAX
A
an
F Druk op de toets "A /C M A X " , he t
verklikkerlampje op het display van de
airconditioning gaat branden.
F
Dru

k opnieuw op de toets "A /C " , het
verklikkerlampje op het display van de
airconditioning gaat uit.
Als de airconditioning wordt uitgeschakeld,
wordt het thermische comfort niet meer
geregeld (vocht, beslagen ruiten).
Inschakelen
Uit
F Druk opnieuw op de toets "A /C M A X ",
he t verklikkerlampje op het display van de
airconditioning gaat uit.
6. Luchtverdeling
F Druk herhaaldelijk op de toets
om d e luchtstroom te verdelen
naar:
-
de vo

orruit en de zijruiten
(ontwasemen of ontdooien),
-
de vo

orruit, de zijruiten en de
ventilatieroosters,
-
de vo

orruit, de zijruiten,
de ventilatieroosters en de
beenruimte,
-
de vo

orruit, de zijruiten en de
beenruimte,
-
de be

enruimte,
-
de ve

ntilatieroosters en de
beenruimte,
-
de v

entilatieroosters.
Comfort

Page 57 of 260

55
301_nl_Chap03_confort_ed01-2016
7. Luchtopbrengstregeling
F Druk op de toets "Gro te
propeller " om de luchtopbrengst
te verhogen.
F
Dru

k op de toets "Kleine
propeller" om de luchtopbrengst
te verlagen.
Uitschakelen van het systeem
F Druk op de toets "Kleine propeller"
va n de luchtopbrengstregeling totdat
alle balkjes op het display van de
airconditioning zijn verdwenen.
Hiermee worden alle functies van de
airconditioning uitgeschakeld.
De temperatuur wordt niet meer geregeld, maar
er blijft een kleine luchtstroom gehandhaafd.
Druk op de toets "Grote propeller" van de
luchtopbrengstregeling om het systeem weer in
te schakelen.
er ver

schijnen geleidelijk balkjes van de
luchtopbrengst.
Rijd niet te lang met een uitgeschakeld
airconditioningssysteem (kans op
beslaan van de ruiten en vermindering
van de luchtkwaliteit).
De balkjes van de luchtopbrengst verdwijnen
geleidelijk.
3
Comfort

Page 58 of 260

56
301_nl_Chap03_confort_ed01-2016
ontwasemen - ontdooien voorzijde
Deze opdruk op het bedieningspaneel geeft aan in welke stand de knoppen moeten
staan om de voorruit en de zijruiten snel te ontwasemen of te ontdooien.
Met verwarmings-/
ventilatiesysteem Met handbediende
airconditioning (zonder
display)Met elektronische
airconditioning (met
display)
F Zet de knoppen van de luchttemperatuur
en d
e aanjagersnelheid in de met de
desbetreffende opdruk weergegeven
stand.
F
Zet d

e knop van de luchttoevoer in de
stand "
toev

oer van buitenlucht"
(kn

op naar rechts geschoven).
F
Zet d

e knop van de luchtverdeling in de
stand "Voorruit". F Dru
k op deze toets. Het l
ampje van de toets gaat
branden.
F
Dru

k nogmaals op deze toets om
de airconditioning uit te zetten.
Het l

ampje van de toets gaat uit.
F Zet d
e knoppen van de luchttemperatuur
en de aanjagersnelheid in de met de
desbetreffende opdruk weergegeven
stand.
F
Zet d

e knop van de luchttoevoer in de
stand "
toev

oer van buitenlucht"
(kn

op naar rechts geschoven).
F
Zet d

e knop van de luchtverdeling in de
stand "Voorruit".
F
Sch

akel de airconditioning in door de
desbetreffende toets in te drukken; de
bijbehorende knop gaat branden.
Comfort

Page 62 of 260

60
301_nl_Chap04_amenagements_ed01-2016
USB-/Jack-aansluiting
Deze aansluitmodule "AUX ", die bestaat uit
een JACK-aansluiting en een uSB- poort,
bevindt zich op de middenconsole.
Hierop kunt u draagbare apparatuur aansluiten,
zoals een iPod
® of een uSB-stick.
Da
nkzij de aansluitmodule kunt u de
audiobestanden op uw draagbare apparatuur
beluisteren via de luidsprekers van uw
audiosysteem.
u ku

nt deze bestanden beheren met
het bedieningspaneel van de autoradio
en ze weergeven op het display van het
instrumentenpaneel.
tijdens het gebruik van de uSB- poort kan de
draagbare apparatuur automatisch worden opgeladen.
tijd

ens het opladen wordt een melding weergegeven
als het stroomverbruik van het externe apparaat groter
is dan de door de auto geleverde stroomsterkte.
Armsteun vóór
Voor het comfort en als opbergmogelijkheid
voor de bestuurder en voorpassagier.
Opbergvakken
F toegang tot het afgesloten opbergvak: til
de h andgreep op om het deksel op te tillen.
F
toeg

ang tot het open opbergvak onder de
armsteun: klap de armsteun in zijn geheel
naar achteren.
Aansteker / 12V-aansluiting
F Druk wanneer u de aansteker wilt gebruiken,
de ze in en wacht enkele seconden tot de
aansteker uit zichzelf naar buiten springt.
F
Ver

wijder de aansteker en sluit een geschikte
adapter aan als u een 12V-accessoire
(maximaal vermogen: 120
W)

wilt aansluiten.
u ku

nt bijvoorbeeld een telefoonlader of een
flessenwarmer op deze aansluiting aansluiten.
Plaats na het gebruik direct de aansteker terug.
Raadpleeg voor meer informatie over
het gebruik van deze uitrusting de
rubriek "Audio en telematica". Het aansluiten van elektrische
apparatuur die niet door P
eug

eot
is
g

oedgekeurd, zoals een lader met
uSB
-
aansluitingen, kan leiden tot storingen
in de werking van de elektrische
componenten van de auto, zoals een
slechte radio-ontvangst of storingen in
de weergave van de displays.
Indelingen

Page 66 of 260

64
301_nl_Chap05_conduite_ed01-2016
Starten - afzetten van de motor
Het contactslot heeft 3 standen:
- st and 1 (S
top): sleutel in het contactslot
steken en uit het contactslot verwijderen,
stuurslot vergrendeld,
-
st

and 2
(Co

ntact): stuurslot ontgrendeld,
aanzetten van het contact, voorgloeien
dieselmotor, draaien van de motor,
-
st

and 3
(S

tar ten).
Contactslot
In deze stand werkt de elektrische uitrusting
van de auto en kan externe apparatuur worden
opgeladen.
Als het laadniveau van de accu een bepaalde
minimale grenswaarde heeft bereikt,
schakelt het systeem over op de eco-mode:
de elektrische voeding wordt automatisch
uitgeschakeld zodat de accu voldoende
opgeladen blijft.
Stand ContactDiefstalbeveiliging
Elektronische startblokkering
In de sleutel is een chip aangebracht die over
een specifieke code beschikt. om te ku
nnen
starten, moet bij het aanzetten van het contact
de code van de sleutel worden herkend door de
startblokkering.
Deze elektronische startblokkering blokkeert
het motormanagementsysteem zodra het
contact wordt afgezet en voorkomt zo het
starten van de motor bij een inbraak.
Bij een storing in het systeem
wordt u gewaarschuwd door
dit verklikkerlampje in combinatie met een
geluidssignaal en een melding op het display.
De auto kan dan niet gestart worden.
Raadpleeg zo snel mogelijk het P
eug

eot
-
netwe

rk.Bewaar de sticker die u bij de aflevering
van uw auto samen met de sleutels is
overhandigd zorgvuldig op een plaats
buiten de auto. Hang geen zware voor werpen aan de
sleutel: dit kan namelijk storingen aan
het contactslot veroorzaken.
Rijden

Page 69 of 260

67
301_nl_Chap05_conduite_ed01-2016
Parkeerrem
Aantrekken
F trek de hefboom van de parkeerrem aan
om u w auto stil te zetten.
Vrijzetten
F trek de hefboom van de parkeerrem licht
om hoog, druk de ontgrendelknop in en duw
de hefboom geheel omlaag.
Draai bij het parkeren van de auto op
een helling de wielen vast tegen het
trottoir, trek de parkeerrem aan, schakel
een versnelling in en zet het contact uit. Als tijdens het rijden dit
verklikkerlampje en het
verklikkerlampje STOP
branden in
combinatie met een geluidssignaal en een
melding op het display, geeft dit aan dat de
parkeerrem nog (iets) is aangetrokken.
5
Rijden

Page 74 of 260

72
301_nl_Chap05_conduite_ed01-2016
op het instrumentenpaneel
ver schijnen de aanduidingen AUTO
en - .
F
Sel

ecteer de stand N .
F
trap h

et rempedaal in.
F
Wac

ht ongeveer 30 seconden tot de
aanduiding N of een ingeschakelde
versnelling op het instrumentenpaneel
verschijnt.
F
Bew

eeg de selectiehendel naar de stand A
en vervolgens naar de stand N .
F
Sta

rt, ter wijl u het rempedaal nog steeds
ingetrapt houdt, de motor.
De versnellingsbak werkt nu weer naar
behoren.
Resetten
Nadat de accu losgekoppeld is geweest, moet
u de versnellingsbak resetten.
F
Zet h

et contact aan.
Controleer voordat u werkzaamheden
onder de motorkap uitvoert of de
selectiehendel in de stand N staat en of
de parkeerrem is aangetrokken. In uitzonderlijke gevallen kan het
voorkomen dat de versnellingsbak
automatisch gereset moet worden: in
dat geval kan de auto niet meer rijden of
schakelt de versnellingsbak niet meer.
op het i

nstrumentenpaneel
verschijnen de aanduidingen
AUTO en -.
u di

ent bij het parkeren echter altijd de
parkeerrem aan te trekken .
Wanneer de auto stilstaat met
draaiende motor, dient u altijd de
selectiehendel in de stand N te zetten.
Voordat u de motor afzet, kunt u:
- de st
and N selecteren om de versnellingsbak
in de neutraalstand te zetten,
of
- de ve

rsnellingsbak in de ingeschakelde
versnelling laten staan. In dat geval kan de
auto niet worden verplaatst.
Volg de hierboven beschreven
procedure.
Parkeren van de auto
Als bij aangezet contact dit
verklikkerlampje gaat branden
en de aanduiding AUTO gaat knipperen in
combinatie met een geluidssignaal en een
melding op het multifunctionele display, duidt
dit op een storing in de versnellingsbak.
Laat het systeem controleren door het
P
euge

ot
-ne
twerk of een gekwalificeerde
werkplaats.
Storing
Rijden

Page 78 of 260

76
301_nl_Chap05_conduite_ed01-2016
Onjuiste waarde bij handmatige
bediening
Dit symbool verschijnt als een
versnelling niet goed is ingeschakeld
(de selectiehendel bevindt zich
tussen twee standen in).
Parkeren van de auto
Voordat u de motor afzet, kunt u de
selectiehendel in de stand P of N bewegen om
de neutraalstand te selecteren.
trek i
n beide gevallen de handrem aan om de
auto stil te zetten.
Storing
geluidssignaal en een waarschuwingsmelding
op het display, duidt dit op een storing in de
transmissie.
In dit geval werkt de transmissie met een
noodprogramma en blijft de 3e versnelling
ingeschakeld.
u ku

nt dan een hevige schok
voelen bij het selecteren van R vanuit de
stand
P , of

R vanuit de stand N . Dit beschadigt
de transmissie niet.
Rijd niet harder dan 100 km/h (afhankelijk van
de geldende snelheidslimiet).
Raadpleeg zo snel mogelijk het P
eug

eot
-
net

werk of een gekwalificeerde werkplaats. De automatische transmissie kan
beschadigd raken:
- als u g
elijktijdig het gas- en het
rempedaal intrapt,
-
als u

, wanneer de accu geen
stroom levert, de selectiehendel
geforceerd in de stand P of een
andere stand zet.
Als u langere tijd stilstaat met draaiende
motor (files...), kunt u, om brandstof
te besparen, de selectiehendel in
de stand
N z

etten en de handrem
aantrekken.
Als de selectiehendel niet in de
stand P staat, verschijnt bij het
openen van het bestuurdersportier
of na ongeveer 45
se

conden een
waarschuwingsmelding op het display.
F
Zet d

e selectiehendel in de stand P;
de melding verdwijnt.
Rijd stapvoets wanneer u op een
ondergelopen weg rijdt of een beek
doorkruist. Als bij aangezet contact
dit verklikkerlampje gaat
branden in combinatie met een
Rijden

Page:   < prev 1-10 11-20 21-30 31-40 41-50 51-60 61-70 ... 70 next >