dashboard Peugeot 308 CC 2009 Handleiding (in Dutch)

Page 65 of 291

4
!
i
i
64
TOEGANG TOT DE AUTO
De supervergrendeling blokkeert
het van buitenaf en van binnenuit
openen van de portieren.
Als de supervergrendeling is inge-
schakeld, is ook de vergrendelings-
schakelaar in het interieur buiten
werking.
Schakel daarom nooit de superver-
grendeling in als er zich iemand in
de auto bevindt.
Als één van de portieren of het
kofferdeksel geopend is, werkt de
centrale vergrendeling niet.
Als de auto wordt ontgrendeld zon-
der dat binnen dertig seconden een
van de portieren of het kofferdeksel
wordt geopend, wordt de auto au-
tomatisch weer vergrendeld.
Supervergrendeling met de
afstandsbediening Supervergrendeling met de sleutel
Het in- en uitklappen van de buiten-
spiegels met de afstandsbediening
kan worden uitgeschakeld door het
PEUGEOT-netwerk.
 Druk op het gesloten hang-
slot om de auto volledig te
vergrendelen.

 Druk binnen 5 seconden
nogmaals op het gesloten
hangslot om de superver-
grendeling van de auto in
te schakelen.
Sluiten van de auto

 Druk op het gesloten hang-
slot om de auto te vergren-
delen.
Normale vergrendeling met de
sleutel

 Draai de sleutel rechtsom in het slot
van het bestuurdersportier om de
auto te vergrendelen.
Normale vergrendeling met de
afstandsbediening
De supervergrendeling wordt bevestigd
door het gedurende ongeveer 2 secon-
den branden van de richtingaanwijzers.
Tegelijkertijd worden de buitenspiegels
ingeklapt (volgens uitvoering).
Het vergrendelen wordt bevestigd door
het gedurende ongeveer 2 seconden
branden van de richtingaanwijzers.
Het dashboardkastje en het opbergvak
in de middenarmsteun vóór worden te-
gelijkertijd met de auto vergrendeld.
Tegelijkertijd worden, afhankelijk van de
uitvoering van de auto, de buitenspie-
gels ingeklapt.
 Draai de sleutel rechtsom in het slot
van het bestuurdersportier om de
auto volledig te vergrendelen.

 Draai binnen 5 seconden de sleu-
tel nogmaals rechtsom om de su-
pervergrendeling van de auto in te
schakelen.

Page 76 of 291

4
i
!
i
!
73
TOEGANG TOT DE AUTO
Als de auto van buitenaf is ver-
grendeld of de supervergrendeling
is ingeschakeld, knippert het rode
lampje en is de knop A inactief.

 Gebruik in dat geval de af-
standsbediening of de sleutel
om de auto te ontgrendelen. De automatische centrale vergren-
deling werkt niet als een van de
portieren is geopend.
Als de achterklep is geopend, is de
automatische centrale vergrende-
ling van de portieren actief.
Handmatige centrale
vergrendeling
Deze functie biedt de mogelijkheid de
portieren en het kofferdeksel van bin-
nenuit handmatig en volledig te ver-
grendelen of te ontgrendelen.
Vergrendelen

 Druk op de knop A om de auto te
vergrendelen.
Het rode lampje van de knop gaat
branden. Automatische centrale
vergrendeling
Deze functie zorgt ervoor dat de portieren
en de achterklep tijdens het rijden auto-
matisch en volledig worden vergrendeld.
U kunt de functie desgewenst inschake-
len of uitschakelen.
Ontgrendelen

 Druk als sneller wordt gereden dan
10 km/h op de knop A om de portie-
ren en de achterklep tijdelijk te ont-
grendelen.
Als één van de portieren of het
kofferdeksel is geopend, werkt de
centrale vergrendeling van binnen-
uit niet. Ontgrendelen

 Druk nogmaals op de knop A om de
auto te ontgrendelen.
Het rode lampje van de knop gaat uit.
Vergrendelen
Zodra sneller wordt gereden dan 10 km/h,
worden de portieren en de achterklep
automatisch vergrendeld.
Het dashboardkastje en het opberg-
vak in de middenarmsteun vóór
worden niet vergrendeld en blijven
dus toegankelijk.

Page 95 of 291

6
86
INDELINGEN
INDELING INTERIEUR

1. Zonneklep
(zie de volgende bladzijde voor meer informatie)

2. Opbergvak

3. Opbergvakje

4. Tashaak
(zie de volgende bladzijde voor meer informatie)

5. Afsluitbaar en gekoeld
dashboardkastje
(zie de volgende bladzijde voor meer informatie)

6. Grote portiervakken

7. Kleine portiervakken

8. Verlichte asbak
(zie de volgende bladzijde voor meer informatie)

9. Opbergvak met antislipmat

10. 12V-aansluiting
(zie de volgende bladzijde voor meer informatie)

11. Armsteun vóór met afsluitbaar
opbergvak
(zie de volgende bladzijde voor meer informatie)

12. Opbergvak


(zie de volgende bladzijde voor
meer informatie)

Page 96 of 291

6
87
INDELINGEN
AFSLUITBAAR EN GEKOELD DASHBOARDKASTJE
Het dashboardkastje bestaat uit speci-
ale ruimtes voor het opbergen van een
fl es mineraalwater, de boorddocumen-
tatie van de auto, ...
In het deksel zijn speciale ruimtes ge-
creëerd voor een pen, een bril, klein-
geld, kaarten, een blikje, ...
Het dashboardkastje wordt ver- en ont-
grendeld bij het ver- en ontgrendelen
van de auto met de afstandsbediening
of de sleutel.

 Trek de handgreep omhoog om het
dashboardkastje te openen.
De verlichting van het dashboardkastje
treedt in werking zodra het deksel wordt
geopend.
Als uw auto is uitgerust met airconditio-
ning, bevat het dashboardkastje een af-
sluitbare ventilatiebuis A , via welke het
dashboardkastje wordt voorzien van de-
zelfde airconditioning als het interieur.
ZONNEKLEP
De zonneklep kan zowel omlaag als
naar opzij worden geklapt en is voor-
zien van een make-upspiegel met ver-
lichting.

 Open als het contact aan is het afdek-
kapje. De verlichting van de make-up-
spiegel gaat automatisch branden.
De zonneklep bevat tevens een moge-
lijkheid voor het opbergen van pasjes.
TASHAAK

 Druk op het onderste gedeelte van
de haak om deze uit te klappen.

 Hang uw tas er met het hengsel aan
vast.

Page 99 of 291

6
87
INDELINGEN
AFSLUITBAAR EN GEKOELD DASHBOARDKASTJE
Het dashboardkastje bestaat uit speci-
ale ruimtes voor het opbergen van een
fl es mineraalwater, de boorddocumen-
tatie van de auto, ...
In het deksel zijn speciale ruimtes ge-
creëerd voor een pen, een bril, klein-
geld, kaarten, een blikje, ...
Het dashboardkastje wordt ver- en ont-
grendeld bij het ver- en ontgrendelen
van de auto met de afstandsbediening
of de sleutel.

 Trek de handgreep omhoog om het
dashboardkastje te openen.
De verlichting van het dashboardkastje
treedt in werking zodra het deksel wordt
geopend.
Als uw auto is uitgerust met airconditio-
ning, bevat het dashboardkastje een af-
sluitbare ventilatiebuis A , via welke het
dashboardkastje wordt voorzien van de-
zelfde airconditioning als het interieur.
ZONNEKLEP
De zonneklep kan zowel omlaag als
naar opzij worden geklapt en is voor-
zien van een make-upspiegel met ver-
lichting.

 Open als het contact aan is het afdek-
kapje. De verlichting van de make-up-
spiegel gaat automatisch branden.
De zonneklep bevat tevens een moge-
lijkheid voor het opbergen van pasjes.
TASHAAK

 Druk op het onderste gedeelte van
de haak om deze uit te klappen.

 Hang uw tas er met het hengsel aan
vast.

Page 112 of 291

7
i
!
100
VEILIGHEID
AIRBAGS
De airbags zijn speciaal ontworpen om
de inzittenden te beschermen bij ern-
stige aanrijdingen. De airbags vormen
een aanvulling op de werking van de
veiligheidsgordels met gordelkrachtbe-
grenzers.
De elektronische schoksensoren re-
gistreren in dat geval de frontale en
zijdelingse aanrijdingen waaraan de re-
gistratiezones voor een aanrijding wor-
den blootgesteld:
- bij een ernstige aanrijding worden de airbags onmiddellijk opgeblazen
en beschermen ze de inzittenden
van de auto; direct na de aanrijding
ontsnapt het gas uit de airbags zo-
dat noch het zicht, noch het even-
tueel verlaten van de auto door de
inzittenden wordt belemmerd,
- bij een minder ernstige aanrijding of een aanrijding van achteren en in
bepaalde gevallen waarin de auto
over de kop slaat, treden de airbags
niet in werking. De veiligheidsgor-
dels zorgen in deze situaties voor
een afdoende bescherming. Het activeren van de airbags gaat
gepaard met wat onschadelijke
rook en een knal, als gevolg van
de activering van de pyrotechni-
sche lading die in het systeem is
geïntegreerd.
Deze rook is niet schadelijk, maar
kan voor personen die daar gevoe-
lig voor zijn irriteren.
De knal die bij de ontsteking wordt
geproduceerd, kan het gehoor ge-
durende een korte periode enigs-
zins verminderen. Airbags vóór
De airbags vóór beschermen de be-
stuurder en voorpassagier bij een ern-
stige frontale aanrijding, om de kans op
hoofd- en borstletsel te verkleinen.
De bestuurdersairbag is geïntegreerd
in het stuurwiel en de passagiersairbag
in het dashboard boven het dashboard-
kastje.
Activering
De airbags worden gelijktijdig opgebla-
zen, behalve als de airbag aan pas-
sagierszijde is uitgeschakeld, bij een
ernstige frontale aanrijding binnen (een
gedeelte van) de impactzone vóór
(A) ,
in de lengterichting van de auto en van-
af de voorzijde richting de achterzijde
van de auto, die zich op een horizontale
ondergrond moet bevinden.
De airbag vóór wordt opgeblazen tus-
sen de inzittende vóór en het dashboard
om te verhinderen dat deze naar voren
wordt geslingerd.
Registratiezones voor een
aanrijding

A. Impactzone vóór.

B. Impactzone opzij.
De airbags werken alleen als het
contact aan is.
De airbags werken slechts een-
maal. Als er een tweede aanrijding
plaatsvindt (tijdens hetzelfde of een
volgend ongeval), werken de air-
bags niet meer.

Page 115 of 291

7
!
103
VEILIGHEID
Houd u aan de volgende
veiligheidsvoorschriften voor
een maximale effectiviteit van de
airbags:
Maak er een gewoonte van om normaal
rechtop in de voorstoelen te zitten.
Draag altijd een correct afgestelde
veiligheidsgordel.
Zorg dat er zich niets bevindt tussen
de airbag en de inzittenden (kinderen,
huisdieren, objecten...). Dit kan de
goede werking van de airbag belem-
meren en/of de inzittende bij het op-
blazen van de airbag verwonden.
Laat na een aanrijding of diefstal van uw
auto de airbagsystemen controleren.
Het is beslist niet toegestaan om
werkzaamheden uit te voeren aan air-
bagsystemen, alleen het PEUGEOT-
netwerk heeft hiervoor gekwalifi ceerd
personeel.
Zelfs als alle bovenstaande voor-
schriften worden nageleefd, blijft de
kans bestaan op letsel of lichte brand-
wonden aan het hoofd, de borst of
de armen als de airbag wordt geacti-
veerd. De airbag wordt namelijk zeer
snel opgeblazen (binnen enkele milli-
seconden) en loopt vervolgens even
snel leeg, waarbij de warme gassen
via de daarvoor bestemde openingen
naar buiten stromen. Airbags vóór
Houd het stuurwiel niet aan de spaken vast en laat uw ha
nden niet op het stuur-
wielkussen rusten.
Laat aan passagierszijde uw voeten niet op het dashboard ru sten.
Het is raadzaam niet te roken in de auto. Als de a irbag wordt opgeblazen, kunnen
brandende sigaretten of een pijp brandwonden of and er letsel veroorzaken.
Verwijder het stuurwiel nooit, maak geen gaten in de stuu rwielbekleding en sla
er niet op.
Zij-airbags
Bedek de stoelen uitsluitend met daarvoor goedgekeurde stoelh oezen. Deze
belemmeren het activeren van de zij-airbags niet. Raadpleeg he t PEUGEOT-
netwerk.
Bevestig nooit iets aan de rugleuning van de stoelen, dit zou bij het afgaan van
de airbags kunnen leiden tot verwondingen aan armen of bors tkas.
Bevestig nooit iets aan de hoofdsteunen vóór, dit zou bij het afgaan van de zij-
airbags kunnen leiden tot hoofdletsel.
Ga niet onnodig dicht tegen het portierpaneel zitten.

Page 146 of 291

10
i
132
PRAKTISCHE INFORMATIE
WIEL VERWISSELEN
In het geval van een lekke band kunt u
het wiel met het bij de auto geleverde
gereedschap verwisselen volgens de
onderstaande procedure.
Het gereedschap bevindt zich onder de
vloer van de bagageruimte.
Voer de volgende handelingen uit om
toegang te krijgen tot het gereedschap:

 sluit het dak,

 open de achterklep,

 til de vloerplaat op,

 zet de vloerplaat in deze positie vast
door de handgreep aan het koffer-
dekselrubber te bevestigen,

 maak de houder met het gereed-
schap los en verwijder deze. Dit gereedschap is specifi ek voor uw
auto. Gebruik het niet voor andere
doeleinden.

1. Wielsleutel.
Hiermee kan de wieldop worden verwijderd en kunnen de wielbou-
ten worden losgedraaid.

2. Krik met geïntegreerde slinger.
Hiermee kan de auto worden op- gekrikt.

3. Gereedschap voor het verwijde-
ren van sierdoppen.
Hiermee kunnen bij lichtmeta- len velgen de sierdoppen van de
wielbouten worden verwijderd.

4. Centreerpen.
Hiermee kunnen lichtmetalen vel- gen op de naaf worden geplaatst.
Beschikbaar gereedschap
Overige accessoires

6. Afneembaar sleepoog.
Zie de paragraaf "Slepen van uw auto".
Toegang tot het gereedschap
Wiel met wieldop

Demonteren: verwijder eerst de
wieldop door deze met behulp van
de wielsleutel 1 bij de ventielope-
ning los te wippen en vervolgens
los te trekken.

Monteren: plaats de wieldop, be-
gin bij de ventielopening en druk de
wieldop rondom met de hand vast.

5. Dop voor het verwijderen van slot-
bouten (in het dashboardkastje).
Hiermee kunnen met behulp van de wielsleutel de speciale slot-
bouten worden verwijderd.

Page 155 of 291

10
!
i
141
PRAKTISCHE INFORMATIE
PEUGEOT is niet aansprakelijk
voor kosten die voortvloeien uit sto-
ringen veroorzaakt door het monte-
ren van extra accessoires die niet
door PEUGEOT aanbevolen en
geleverd worden, en niet volgens
de voorschriften van zijn gemon-
teerd. Dit geldt met name als het
gezamenlijke stroomverbruik van
de extra accessoires meer dan
10 milliampère bedraagt.
Montage van elektrische accessoires
Bij het ontwerp van het elektrische
circuit van uw auto is reeds reke-
ning gehouden met de montage
van zowel de standaarduitrusting
als eventuele opties.
Raadpleeg het PEUGEOT-netwerk
voordat u andere elektrische voor-
zieningen of accessoires in de auto
monteert of laat monteren.
ZEKERINGEN VERVANGEN
In het geval van een storing in een be-
paalde functie kunt u de desbetreffende
defecte zekering vervangen volgens de
onderstaande procedure.
Toegang tot het gereedschap
De tang voor het verwijderen van zeke-
ringen bevindt zich aan de binnenzijde
van het deksel van de zekeringkast
dashboard:

 draai de schroef een kwart omwen-
teling naar links,

 trek het deksel rechts boven los,

 verwijder het deksel volledig,

 maak de tang los. Vervangen van een zekering
Voordat u een zekering vervangt, dient
u de oorzaak van de storing op te spo-
ren en te (laten) verhelpen.

 U kunt aan de draad van een zeke-
ring zien of deze defect is.

 Gebruik de speciale tang om de ze-
kering uit de zekeringkast te verwij-
deren.

 Vervang een defecte zekering al-
tijd door een zekering met dezelfde
stroomsterkte.

 Selecteer de zekering aan de hand
van het nummer op de zekering-
kast, de op de zekering aangegeven
stroomsterkte en het onderstaande
overzicht.
Goed Defect

Page 156 of 291

10PRAKTISCHE INFORMATIE
Zekeringen dashboard
De zekeringkast bevindt zich aan de
onderzijde van het dashboard (linker-
zijde).
Toegang tot de zekeringen

 zie de paragraaf "Toegang tot het
gereedschap". Overzicht zekeringen

Zekering Ampère Functies

G36 30 A Stoelverwarming bestuurder en voorpassagier.

G37 5 A Servicecentrale trekhaakaansluiting.

G38 30 A Geheugeneenheid positie bestuurdersstoel.

G39 - Niet gebruikt.

G40 30 A Hifi -versterker, geheugeneenheid passagiersstoel.

Zekering Ampère Functies

F1 - Niet gebruikt.

F2 - Niet gebruikt.

F3 5 A Elektronische eenheid airbags en pyrotechnische
gordelspanners.

F4 10 A Schakelaar koppelingspedaal en
rempedaalschakelaar met twee functies,
automatisch dimmende binnenspiegel,
airconditioning, sensor verdraaiing stuurwiel,
automatische transmissie, eenheid
veiligheidsschakeling.

F5 30 A Eentraps elektrische ruitbediening vóór, voeding
inklapbare buitenspiegels.

F6 30 A Eentraps elektrische ruitbediening achter, bediening
van de buitenportiergrepen.

F7 5 A Plafonniers voor en achter, kaartleeslampjes,
verlichting zonneklep, verlichting dashboardkastje.

Page:   < prev 1-10 11-20 21-30 next >