display Peugeot 308 CC 2011 Handleiding (in Dutch)

Page 138 of 292

8
ii
136
RIJDEN





Parkeerhulp vóór

De parkeerhulp vóór is een aanvulling
op de parkeerhulp achter en wordt geac-
tiveerd zodra er bij een wagensnelheid
van maximaal 10 km/h voor de auto een
obstakel wordt gedetecteerd.
Aan de hand van het geluid dat via de
luidspreker (voor of achter) wordt weer-
gegeven, is te herkennen of het obstakel
zich voor of achter de auto bevindt.
De parkeerhulp vóór wordt uitgeschakeld
zodra de auto langer dan drie seconden
stilstaat met een ingeschakelde versnel-
ling vooruit, als er geen obstakel meer
wordt gedetecteerd of wanneer de wa-
gensnelheid hoger wordt dan 10 km/h.


Uitschakelen/activeren van de
parkeerhulp vóór en achter
De functie kan worden uitgeschakeld
door deze knop in te drukken. Het ver-
klikkerlampje in de knop gaat branden.
Door de knop opnieuw in te drukken
wordt de functie weer geactiveerd. Het
verklikkerlampje dooft.


Uitschakelen/activeren parkeerhulp
achter


De functie wordt automatisch uit-
geschakeld zodra een aanhanger
wordt aangekoppeld of een fi etsen-
drager wordt gemonteerd (auto's
voorzien van een door PEUGEOT
aanbevolen trekhaak of fi etsendra-
ger).



Storing

Als er een storing optreedt,
gaat bij het inschakelen van de
achteruitversnelling dit verklik-
kerlampje op het instrumen-
tenpaneel branden en/of wordt er een
bericht op het display weergegeven,
in combinatie met een geluidssignaal
(korte pieptoon).
Raadpleeg het PEUGEOT-netwerk of
een gekwalifi ceerde werkplaats.

Controleer bij slecht weer of in win-
terse omstandigheden of de sen-
soren niet zijn bedekt met modder,
ijs of sneeuw. Bij het inschakelen
van de achteruitversnelling geeft
een geluidssignaal (lange piep-
toon) aan dat de sensoren vuil
kunnen zijn.
Als de snelheid van de auto lager
is dan 10 km/h, kan de parkeer-
hulp geluidssignalen geven als
reactie op bepaalde omgevings-
geluiden (motoren, vrachtwagens,
drilboren, enz.).
De parkeerhulp kan worden
geactiveerd of uitgescha-
keld via het confi guratie-
menu van de auto.
De status van de functie
wordt opgeslagen bij het
afzetten van het contact.
Raadpleeg voor meer in-
formatie over de toegang tot het menu
van de parkeerhulp het hoofdstuk over
het instellen van de uitrustingen van uw
auto.

Page 145 of 292

9
!
ONDERHOUD

Niveau ruiten- en
koplampsproeiervloeistof
Wanneer uw auto is voorzien
van koplampsproeiers, wordt
een te laag vloeistofniveau van
de ruiten- en koplampsproeiers
aangegeven door een geluids-
signaal en een melding op het display
van het instrumentenpaneel.
Vul bij de eerstvolgende gelegenheid
het reservoir bij.

Type ruiten- en
koplampsproeiervloeistof
Voor een optimale reiniging en om het
bevriezen van de sproeiers te voorko-
men is het (bij)vullen van het reservoir
met water niet toegestaan.
Vermijd langdurig huidcontact met
afgewerkte olie en andere vloei-
stoffen.
De meeste van deze vloeistoffen
zijn bijtend en schadelijk voor de
gezondheid.
Gooi afgewerkte olie en andere
vloeistoffen niet in het riool, in het
water of op de grond.
Deponeer afgewerkte olie in de
daarvoor bestemde containers bij
het PEUGEOT-netwerk of een ge-
kwalifi ceerde werkplaats.








Afgewerkte producten







Additiefniveau (dieseluitvoering
met roetfilter)

Bijvullen
Het reservoir moet snel worden bijge-
vuld door het PEUGEOT-netwerk of
door een gekwalifi ceerde werkplaats.

Het minimumniveau van het
additief wordt aangegeven door
het permanent branden van dit
verklikkerlampje in combinatie
met een geluidssignaal en een
melding met betrekking tot een
te laag additiefniveau van het
roetfi lter.

Page 163 of 292

10
161
PRAKTISCHE INFORMATIE

Zekeringen dashboard

De zekeringkast bevindt zich aan de
onderzijde van het dashboard (linker-
zijde).

Toegang tot de zekeringen


)
Zie de paragraaf "Toegang tot het
gereedschap".

Overzicht zekeringen


Zekering No.


Ampère


Functies



F1



-

Niet gebruikt.


F2



30 A

Massa vergrendeling en supervergrendeling


F3



5 A

Elektronische eenheid airbags en pyrotechnische
gordelspanners.


F4



10 A

Schakelaar koppelingspedaal en
rempedaalschakelaar met twee functies,
automatisch dimmende binnenspiegel,
airconditioning, sensor verdraaiing stuurwiel,
automatische transmissie, eenheid
veiligheidsschakeling.


F5



30 A

Eentraps elektrische ruitbediening vóór, voeding
inklapbare buitenspiegels.


F6



30 A

Eentraps elektrische ruitbediening achter, bediening
van de buitenportiergrepen.


F7



5 A

Plafonniers voor en achter, kaartleeslampjes,
verlichting zonneklep, verlichting dashboardkastje.


F8



20 A



Autoradio, radiotelefoon, multifunctioneel display, detectiesysteem
te lage bandenspanning, opbergvakken interieur.


F9



30 A

12V-aansluiting vóór, aansteker.


F10



15 A

Stuurkolomschakelaars, sirene alarmsysteem,
elektronische eenheid alarmsysteem.


F11



15 A

Contactslot met circuit lage stroomsterkte.

Page 164 of 292

10
162
PRAKTISCHE INFORMATIE


Zekering



Ampère


Functies



F12



15 A

Instrumentenpaneel, pictogrammendisplay
veiligheidsgordels/airbag aan passagierszijde,
airconditioning, geheugeneenheid bestuurdersstoel,
module wegklapbaar dak.


F13



5 A

Servicecentrale motor, airbags.


F14



15 A

Multifunctioneel display, versterker, handsfree
set, regen-/lichtsensor, elektronische eenheid
parkeerhulp, geheugeneenheid passagiersstoel.


F15



30 A

Vergrendeling en supervergrendeling.


F17



40 A

Achterruit- en buitenspiegelverwarming.


SH



-

Shunt tijdens opslag.


Zekering



Ampère


Functies



G36



30 A

Stoelverwarming bestuurder en voorpassagier.


G37



5 A

Servicecentrale trekhaakaansluiting.


G38



30 A

Geheugeneenheid positie bestuurdersstoel.


G39



-

Niet gebruikt.


G40



30 A

Hifi -versterker, geheugeneenheid passagiersstoel.

Page 170 of 292

10
!
!
i
168
PRAKTISCHE INFORMATIE

Vóór het loskoppelen van de
accukabels
Wacht 2 minuten na het afzetten
van het contact.
Sluit het dak, de ruiten en de voor-
portieren voordat u de accukabels
loskoppelt.

Na het weer aansluiten van de
accukabels
Zet het contact aan en wacht 1 mi-
nuut alvorens de motor te starten,
zodat de elektronische systemen
geïnitialiseerd kunnen worden.
Raadpleeg het PEUGEOT-netwerk
of een gekwalifi ceerde werkplaats
als er zich na deze handeling toch
nog problemen voordoen.
Raadpleeg het desbetreffende
hoofdstuk voor het zelf opnieuw
initialiseren van:


- de sleutel met afstandsbedie-
ning,

- de elektrische ruitbediening en
het automatisch op een kier
zetten van de portierruiten,

- het GPS-navigatiesysteem.

Neem de tijd die nodig is voor het
starten van de motor in acht om
een juiste lading van de accu te
garanderen.
Vermijd het herhaaldelijk en con-
tinu starten van de motor om de
accu bij te laden.
Als de accu ontladen is, kan de
motor niet gestart worden (zie de
paragraaf "Accu"). Als u op het moment dat de eco-
mode wordt ingeschakeld aan het
telefoneren bent:


- kan het gesprek nog 5 minuten
worden voortgezet met de hands-
free set van uw Peugeot Connect
Sound of Peugeot Connect Nav,

- kan het telefoongesprek ge-
woon worden voortgezet met
de Peugeot Connect 3D Nav.

ECO-MODE

De eco-mode bepaalt de maximale ge-
bruiksduur van een aantal functies om
te voorkomen dat de accu ontladen
raakt.
Nadat de motor is afgezet, kunt u een
aantal elektrische functies zoals het au-
dio- en telematicasysteem, de ruitenwis-
sers, dimlichten, plafonniers, ... nog in
totaal maximaal 30 minuten gebruiken.
Deze periode kan, afhankelijk van de
laadtoestand van de accu, veel korter
zijn.

Uitschakelen van de eco-mode

De functies worden automatisch weer
ingeschakeld als de motor gestart
wordt.
Start om de functies direct weer te kun-
nen gebruiken de motor en laat deze vijf
minuten draaien.

Inschakelen van de eco-mode

Na deze periode geeft een melding op
het display aan dat de eco-mode is in-
geschakeld en de actieve functies wor-
den in de ruststand gezet.
SPAARFASE
De spaarfase stuurt de elektrische func-
ties van de auto aan om het ontladen
van de accu te voorkomen.
Tijdens het rijden kunnen in verband
met de laadtoestand van de accu enke-
le functies (airconditioning, "AIRWAVE"
systemen, achterruitverwarming, ...) tij-
delijk worden uitgeschakeld.
Sommige functies worden automatisch
weer ingeschakeld zodra de laadtoe-
stand van de accu dit toelaat.

Page 187 of 292

185
2ABC3DEF5JKL4GHI6MNO8TUV7PQRS9WXYZ0*#
1
RADIO MEDIANAV ESC TRAFFIC
SETUPADDR
BOOK

De Peugeot Connect 3D Nav is zodanig gecodeerd dat
deze uitsluitend in uw auto functioneert. Raadpleeg het PEUGEOT-netwerk als u het systeem voor gebruik in een andere auto wilt laten confi gureren.

Bepaalde
functies die in deze handleiding worden
beschreven, zullen in de loop van het jaar beschikbaar
zijn.




PEUGEOT CONNECT 3D NAV

Om veiligheidsredenen mag de bestuurder handelingen
die zijn volledige aandacht vragen uitsluitend uitvoeren
bij stilstaande auto.
Na het afzetten van de motor schakelt de Peu
geot Connect 3D Nav zichzelf tijdens de overgang naar deeco-mode uit om te voorkomen dat de accu ontladenraakt.


01 Basisfuncties

02 Gesproken commando's en
stuurkolomschakelaars

03 Algemene werking

04 Navigatie

05 Verkeersinformatie

06 Radio

07 Multimediaspelers

08 Bellen

09 Configuratie

10 Menustructuren displays blz.
blz.
blz.
blz.
blz.
blz.
blz.
blz.
blz.
blz. 186
188
191
196
205
207
208
213
218
219

INHOUD

Veelgestelde vragen blz.
224


AUTORADIO MULTIMEDIA / BLUETOOTH-TELEFOON
GPS EUROPA

Page 189 of 292

187
01
2ABC3DEF
5JKL4GHI6MNO
8TUV7PQRS9WXYZ
0*#
1
13
14
12. SD-kaartlezer.
13. OK: bevestigen van het op het display geselecteerde item.
- 4-weg navigatietoets: druk naar links of naar
r
echts.
Bij RADIO weergave: vorige/volgende frequentie selecteren.
Bij MEDIA weergave: vorige/volgende track selecteren.
Bij weergave van KAART of NAVIGATIE:
horizontaal verplaatsen van de kaart. - 4-we
g navigatietoets: druk op omhoog/omlaag.
Bij RADIO weergave: vorige/volgende
voorkeuzezender selecteren.
Bij MEDIA weergave: MP3-map selecteren.
Bij weergave van KAART of NAVIGATIE:
verticaal verplaatsen van de kaart.
Verder
gaan naar de volgende bladzijde of
terugkeren naar de vorige bladzijde.
Verplaatsen op het virtueel weergegeven
toetsenbord.
BASISFUNCTIES
14. Draaien aan de draaiknop:
Bij RADIO weergave: selecteren van de vorige/
volgende voorkeuzezender in de lijst.
Bij MEDIA weergave: vorige/volgende MP3- of CD-track selecteren.
Bij weergave van KAART of NAVIGATIE:
in-/uitzoomen op de kaart.
Ve r
plaatsen van de cursor in een menu.



NAVIGATIETOETS Peugeot Connect 3D Nav

Page 193 of 292

191
03
SETUP
TRAFFIC
MEDIA
ALGEMENE WERKING

Raadpleeg voor een gedetailleerd overzicht van de keuzemogelijkheden de rubriek "Menustructuren displays" in deze handleiding.
Door meerdere keren achter elkaar op de toets M
ODE te drukken, kunt u kiezen voor de volgende weergaven:


Lang indrukken: toegang tot de GPS-dekking en de demomodus.
Gebruik voor het schoonmaken van het display een zacht,niet-schurend doekje (bijvoorbeeld een brillendoekje) zonder schoonmaakmiddel.
RADIO/ MULTIMEDIA / VIDEO
TELEFOON
(
Tijdens een telefoongesprek)
KAARTWEERGAVE OP VOLLEDIG SCHERM
NAVIGATIE
( Tijdens navigatie )
SETUP:
toegang tot het menu "SETUP": taalkeuze *
enstemfuncties *
, steminstellingen (rubriek 09),datum en tijd *
, weergave, eenheden ensysteeminstellingen.
VERKEER:
toegang tot het Menu Verkeer: weergave van actuele verkeersberichten.








WEERGAVE AFHANKELIJK VAN CONTEXT
MEDIA:
Menu Audio-DVD

Menu Dvd-video

*
Beschikbaar afhankelijk van de uitvoering.

Page 208 of 292

206
05
21
2
3
2ABC3DEF5JKL4GHI6MNO8TUV7PQRS9WXYZ0*#
1RADIO MEDIANAV ESC TRAFFIC
SETUPADDR
BOOK
2ABC3DEF5JKL4GHI6MNO8TUV7PQRS9WXYZ0*#
1RADIO MEDIANAV ESC TRAFFIC
SETUPADDR
BOOK





BELANGRIJKSTE PICTOGRAMMEN TMC
Rood-gele driehoek: verkeersberichten, bijvoorbeeld: Zwart-blauwe driehoek: al
gemene informatie, bijvoorbeeld:
Druk op de draaiknop als de huidige
geluidsbron op het display wordt
w
eergegeven.

Het snelkeuzemenu van de
geluidsbron verschijnt en geeft
toegang tot:

Selecteer Verkeersinfo (TA) en druk
ter bevestiging op de draaiknop
voor toegang tot de desbetreffende
instellingen.
Verkeersinfo (TA)()

De functie TA (Traffi c Announcement) geeft voorrang aan het luisteren naar
de verkeersinformatie. Om te worden geactiveerd moet deze functie eenradiozender die deze berichten uitzendt, goed kunnen ontvangen. Zodraer een bericht wordt uitgezonden, wordt de geluidsbron die op dat moment
wordt weergegeven (Radio, CD, ...) automatisch onderbroken en wordt de
verkeersinformatie doorgegeven. Zodra het bericht is afgelopen, wordt de
weergave van de oorspronkelijke geluidsbron hervat.






VERKEERSINFORMATIE BELUISTEREN
- het station zendt verkeersinformatie uit.
- het station zendt
geen verkeersinformatie uit.
- de weergave van verkeersinformatie is uitgeschakeld.

Page 214 of 292

212
07
2ABC3DEF5JKL4GHI6MNO8TUV7PQRS9WXYZ0*#
1RADIO MEDIANAV ESC TRAFFIC
SETUPADDR
BOOK
1
3RADIONAV ESC TRAFFICMEDIAMEDIA
2ABC3DEF5JKL4GHI6MNO8TUV7PQRS9WXYZ0*#
1RADIO MEDIANAV ESC TRAFFIC
SETUPADDR
BOOK
2
1
3
4
2RADIONAV ESC TRAFFICMEDIAMEDIA
2ABC3DEF5JKL4GHI6MNO8TUV7PQRS9WXYZ0*#
1RADIO MEDIANAV ESC TRAFFIC
SETUPADDR
BOOK
2ABC3DEF5JKL4GHI6MNO8TUV7PQRS9WXYZ0*#
1RADIO MEDIANAV ESC TRAFFIC
SETUPADDR
BOOK

Sluit het externe apparaat (MP3-speler/camcorder, fototoestel…)
met een JACK/RCA-audiokabel aan op de RCA-aansluitingen (wit en rood (audio-aansluiting), geel (video-aansluiting)) in hetdashboardkastje.

Druk op de toets MEDIA en druk
nogmaals op de toets of selecteer defunctie Menu "Media" en druk op OK
om te bevestigen.

Selecteer de geluidsbron AUXen druk op OK om te bevestigen,
waarna het afspelen automatisch
begint.
Selecteer "Selecteer media" en
vervolgens "Extern toestel (AV)" en
druk op OK om deze te activeren.
Extern toestel

De weer
gave- en bedieningsfuncties verlopen via de externe
apparatuur zelf.









AUX-INGANG (AUX) GEBRUIKEN
AUDIO-/VIDEO-/RCA-KABEL NIET
BIJGELEVERD

Als de AUX-aansluiting niet is geactiveerd, selecteer dan "Beheer extern toestel (Aux)" om deze te activeren.


EEN VIDEO-DVD AFSPELEN


Selecteer de gewenste videobron (Extern toestel (AV), DVD-video). Druk op OK om te bevestigen. De DVD wordt afgespeeld.
Druk op de toets MEDIA om toegang
te krijgen tot het Menu Media of de functies van het DVD-menu voor
de beeldinstellingen (helderheid/contrast, beeldformaat...).
Als de DVD niet op het displaywordt weergegeven, druk dan op de
toets MODE om toegang te krijgen
tot het MEDIA-scherm waarop het
DVD-scherm wordt weer
gegeven.
Plaats de DVD in de s
peler. De DVD wordt
automatisch afgespeeld.

Met de 4-we
g navigatietoets en de verchroomde draaiknop kan de cursor van de DVD-selectie worden verplaatst. Door op de toets
of 
te drukken kan een hoofdstuk worden gekozen.

MULTIMEDIASPELERS

Page:   < prev 1-10 ... 21-30 31-40 41-50 51-60 61-70 71-80 81-90 91-100 101-110 ... 110 next >