dashboard Peugeot 308 CC 2011 Handleiding (in Dutch)

Page 4 of 292

2
INHOUD
Instrumentenpanelen 22Verklikkerlampjes 26Meters 36Knoppen op het instrumentenpaneel 40
„„„„
Ventilatie 53Handbediende airconditioning 55Achterruitverwarming 56Automatische airconditioningmet gescheiden regeling 57Windscherm (windstop) 59Voorstoelen 62"AIRWAVE" systeem 65Achterbank 66Spiegels 67Stuurwielverstelling 69
„„„„
„„„„„„
COMFORT 53Î69
Sleutel met
afstandsbediening 70Alarm 75Ruitbediening 77Portieren 79Kofferdeksel 82Brandstoftank 83Vulpistoolrestrictie 84

„„„„„„
TOEGANG TOTDE AUTO 70Î84
Lichtschakelaar 85LED-verlichting 87Verlichting overdag 87Automatische verlichting 88Instapverlichting 89Koplampen verstellen 89Bochtverlichting 90Ruitenwisserschakelaar 91Automatische ruitenwissers 92Plafonniers 93Sfeerverlichting 94
„„„„„„„„„„„
ZICHT 85 Î 94IN EEN OOGOPSLAG 4Î19
CONTROLE TIJDENS
HET RIJDEN22Î41
Monochroom display C(Peugeot Connect Sound) 42Wegklapbaar kleurendisplay
16x9 Peugeot Connect Nav 45Wegklapbaar HD-kleurendisplay16x9 (Peugeot Connect 3D Nav) 47Boordcomputer 50




MULTIFUNCTIONELE DISPLAYS42Î 52
Indeling interieur 95Afsluitbaar dashboardkastje 96Armsteun vóór met afsluitbaar opbergvak 97Indeling van de bagageruimte 99
„„„

INDELINGEN 95 Î100
1
5
4
3
26
MILIEUBEWUST RIJDEN 20Î21

Page 7 of 292

5
IN EEN OOGOPSLAG

Sleutel met afstandsbediening



A.
Uitklappen/inklappen van de sleutel
(eerst deze knop indrukken).
Normale vergrendeling
(één keer drukken; de rich-
tingaanwijzers blijven even
branden).

Brandstoftank



1.
Openen van de brandstofvulklep.

2.
Openen en ophangen van de brand-
stofvuldop.
Inhoud van de tank: ongeveer 60 liter. Ontgrendelen en op een kier
zetten van het kofferdeksel
(langer dan twee seconden
drukken).
Als een sensor vaststelt dat het buiten
donker is, gaan de dim- en parkeerlich-
ten en de zijverlichting branden om het
lokaliseren van de auto te vergemakke-
lijken.



89

Ook de interieurverlichting, zoals pla-
fonniers, dorpelverlichting en beenruim-
teverlichting, gaat dan branden. of
Supervergrendeling
(twee keer achter elkaar druk-
ken; de richtingaanwijzers blij-
ven even branden).



70



94




83



OPENEN

Volledig of selectief ontgren-
delen van de auto
(de richtingaanwijzers knippe-
ren even).
Bij vergrendeling van de auto met be-
hulp van de afstandsbediening of de
sleutel worden het dashboardkastje en
het opbergvak in de armleuning even-
eens vergrendeld.

Page 10 of 292

8
IN EEN OOGOPSLAG

Sfeerverlichting
De gedempte interieurverlichting verbe-
tert het zicht in de auto als deze zich in
een donkere omgeving bevindt.



94



"AIRWAVE"-systeem
Dit verwarmingssysteem is geïntegreerd
in de hoofdsteunen van de voorstoelen
en verbetert het comfort ter hoogte van
uw hals en nek, in het bijzonder in de
stand "cabriolet" en bij lage buitentem-
peraturen. De werking is optimaal als
het windscherm (windstop) omhoogge-
klapt is.



65


Audio- en telematicasystemen
Deze systemen zijn voorzien van de
nieuwste technologie: de MP3-compati-
ble Peugeot Connect Sound, de Peugeot
Connect Bluetooth, de Peugeot Connect
Nav of Peugeot Connect 3D Nav met
wegklapbaar kleurendisplay 16/9, JBL
audiosysteem, AUX-aansluitingen.
Peugeot Connect Sound



261

Peugeot Connect Nav



229

Peugeot Connect 3D Nav



185


Peugeot Connect Com

http://public.servicebox.peugeot.com

Afsluitbare opbergvakken
Het dashboardkastje en de armleuning
voor zijn ontworpen om vergrendeld
te blijven, zelfs in de stand "cabriolet".
Deze worden uitsluitend vergrendeld
als de rest van de auto wordt vergren-
deld met behulp van de afstandsbedie-
ning of de sleutel.



96, 97




INTERIEUR

Page 12 of 292

10
IN EEN OOGOPSLAG
COCKPIT



1.
Contact-/stuurslot.

2.
Stuurkolomschakelaar audio- en
telematicasysteem.

3.
Schakelaar ruitenwissers/
ruitensproeiers/boordcomputer.

4.
Verstelbare en afsluitbare middelste
ventilatieroosters.

5.
Multifunctioneel display.

6.
Zonnesensor.

7.
Airbag aan passagierszijde.

8.
Uitschakeling airbag aan
passagierszijde.

9.
Dashboardkastje / Aansluitingen
audio/video.

10.
Schakelaar wegklapbaar dak.
Schakelaars 4 zijruiten.

11 .
Opbergvak of navigatietoets voor
de Peugeot Connect 3D Nav.

12.
Schakelaars "AIRWAVE"-systeem.

13.
Armleuning vóór.

14.
Asbak vóór.

15.
Bedieningspaneel verwarming/
airconditioning.

16.
Audio- en telematicasysteem.

17.
Schakelaar noodoproep.
Schakelaar alarm.
Schakelaar centrale vergrendeling.
Schakelaar alarmknipperlichten.
Schakelaar elektronisch
stabiliteitsprogramma (ESP/ASR).
Schakelaar parkeerhulp.
Schakelaar PEUGEOT-diensten.

Page 24 of 292

1
i
22
CONTROLE TIJDENS HET RIJDEN












INSTRUMENTENPANELEN BENZINE - DIESEL MET HANDGESCHAKELDEVERSNELLINGSBAK OF AUTOMATISCHE TRANSMISSIE

De klokken en verklikkerlampjes op het
instrumentenpaneel geven informatie
over de werking van de auto.
5.
Display.


6.
Bedieningsknop.


Herhaalt de informatie over het on-
derhoud.
Nulstelling van de functie (dagteller
of onderhoudsindicator).

7.
Dimmer dashboardverlichting.


Knop voor de instelling van de licht-
sterkte van de dashboardverlichting.


Klokken



1.
Toerenteller


Geeft het motortoerental aan
(x 1000 t/min).

2.
Koelvloeistoftemperatuurmeter.


Geeft de koelvloeistoftemperatuur
aan (°Celsius).

3.
Brandstofniveaumeter.


Geeft de resterende hoeveelheid
brandstof in de tank aan.

4.
Snelheidsmeter.


Geeft de wagensnelheid aan (km/h
of mph).

A.
Snelheidsbegrenzer


(km/h of mph) of
Snelheidsregelaar.


B.
Opschakelindicator.


C.
Automatische transmissie.


D.
Dagteller.


(km of miles)

E.
Onderhoudsindicator


(km of miles), vervolgens,
motorolieniveaumeter.


vervolgens
kilometerteller
.
(km of miles)
Deze drie functies worden achter-
eenvolgens weergegeven bij het
aanzetten van het contact.


Display
Raadpleeg voor meer informatie
over de werking en de weergave
van een bepaalde functie de des-
betreffende paragraaf.

Page 25 of 292

1
i
23
CONTROLE TIJDENS HET RIJDEN












INSTRUMENTENPANEEL BENZINE - DIESEL MET HANDGESCHAKELDEVERSNELLINGSBAK OF AUTOMATISCHE TRANSMISSIE

De klokken en verklikkerlampjes op het
instrumentenpaneel geven informatie
over de werking van de auto.
5.
Klein display.


6.
M

iddelste display.


7.
Bedieningsknop
.
Activeert een handmatige CHECK
en herhaalt de informatie over het
onderhoud.
Nulstelling van de functie (dagteller
of onderhoudsindicator).

8.
Dimmer dashboardverlichting.


Knop voor de instelling van de licht-
sterkte van de dashboardverlichting.

Klokken



1.
Toerenteller


Geeft het motortoerental aan
(x 1000 t/min).

2.
Koelvloeistoftemperatuurmeter.


Geeft de koelvloeistoftemperatuur
aan (°Celsius).

3.
Brandstofniveaumeter.


Geeft de resterende hoeveelheid
brandstof in de tank aan.

4.
Snelheidsmeter.


Geeft de wagensnelheid aan (km/h
of mph).

A.
Dagteller.


(km of miles)

B.
Kilometerteller.


(km of miles)

C.
Motorolieniveaumeter,


o

nderhoudsindicator.


(km of miles)
Deze twee functies worden bij het
aanzetten van het contact weerge-
geven en verdwijnen na enkele se-
conden.
Displays


Raadpleeg voor meer informatie
over de werking en de weergave
van een bepaalde functie de des-
betreffende paragraaf. De volgende functies worden afhanke-
lijk van de geselecteerde functie weer-
gegeven.


- Waarschuwingspictogrammen/
CHECK.


- Detectie te lage bandenspanning.

- Snelheidsbegrenzer/-regelaar.


- Opschakelindicator.


- Automatische transmissie.


- N

avigatiesysteem/boordcomputer.



Page 26 of 292

1
i
24
CONTROLE TIJDENS HET RIJDEN












INSTRUMENTENPANELEN PEUGEOT CONNECT 3D NAV BENZINE - DIESEL MET HANDGESCHAKELDE VERSNELLINGSBAK OF AUTOMATISCHE TRANSMISSIE

De klokken en verklikkerlampjes op het
instrumentenpaneel geven informatie
over de werking van de auto.
5.
Klein display.


6.
Middelste display

.


7.
Bedieningsknop.


Activeert een handmatige CHECK
en herhaalt de informatie over het
onderhoud.
Nulstelling van de functie (dagteller
of onderhoudsindicator).

8.
Dimmer dashboardverlichting.


Knop voor de instelling van de licht-
sterkte van de dashboardverlich-
ting.


Klokken



1.
Toerenteller


Geeft het motortoerental aan
(x 1000 t/min).

2.
Koelvloeistoftemperatuurmeter.


Geeft de koelvloeistoftemperatuur
aan (°Celsius).

3.
Brandstofniveaumeter.


Geeft de resterende hoeveelheid
brandstof in de tank aan.

4.
Snelheidsmeter.


Geeft de wagensnelheid aan (km/h
of mph).

A.
Dagteller.


(km of miles)

B.
Kilometerteller.


(km of miles)

C.
Motorolieniveaumeter,


Onderhoudsindicator.


(km of miles)
Deze twee functies worden weer-
gegeven bij het aanzetten van het
contact en verdwijnen na enkele se-
conden.
Displays
Raadpleeg voor meer informatie
over de werking en de weergave
van een bepaalde functie de des-
betreffende paragraaf. De volgende functies worden afhanke-
lijk van de geselecteerde functie weer-
gegeven.


- Waarschuwingspictogrammen/
CHECK.


- Detectie te lage bandenspanning.

- Snelheidsbegrenzer/-regelaar.


- Opschakelindicator.


- Automatische transmissie.


- N

avigatiesysteem/boordcomputer.

- Parameters van de auto.



Page 34 of 292

1CONTROLE TIJDENS HET RIJDEN








Verklikkerlampjes ingeschakelde functies
De volgende verklikkerlampjes geven aan dat de desbetreffende functie is ingeschakeld.
Het lampje kan gaan branden in combinatie met een geluidssignaal.
Afhankelijk van de uitvoering van het instrumentenpaneel van uw auto kan het branden van het lampje worden gecombineerd
met de weergave van:


Controlelampje



brandt



Oorzaak



Acties / Opmerkingen








Richtingaanwijzer
links


knippert, met
geluidssignaal. Als u de lichtschakelaar
omlaag beweegt.






Richtingaanwijzer
rechts


knippert, met
geluidssignaal. Als u de lichtschakelaar
omhoog beweegt.






Alarmknipperlichten



knippert, met
geluidssignaal. De schakelaar voor de
alarmknipperlichten op het
dashboard is ingedrukt. De richtingaanwijzers links en rechts en de
bijbehorende verklikkerlampjes knipperen
tegelijkertijd.

- een melding op het multifunctionele
display, of

- een pictogram op het centrale dis-
play van het instrumentenpaneel en
een melding op het multifunctionele
display, of

- een pictogram en een melding op
het centrale display van het instru-
mentenpaneel.

Page 36 of 292

1
34
CONTROLE TIJDENS HET RIJDEN


Controlelampje



brandt



Oorzaak



Acties / Opmerkingen







Handrem


permanent. De handrem is
aangetrokken of niet goed
vrijgezet. Zet de handrem vrij zodat het controlelampje
uitgaat; trap het rempedaal in.
Houd u aan de veiligheidsvoorschriften.
Raadpleeg het hoofdstuk "Rijden" voor meer
informatie over de handrem.





Airbag
vóór aan
passagierszijde


permanent op het
display van de
waarschuwingslampjes
voor de
veiligheidsgordels en
de airbag vóór aan
passagierszijde.
De schakelaar op
het dashboard aan
passagierszijde staat in de
stand " ON
".
De airbag vóór aan
passagierszijde is
geactiveerd.
Plaats
in dit geval geen

kinderzitje met de rug in de
rijrichting op de stoel van de
voorpassagier. Als u geen kinderzitje op de stoel van de
voorpassagier wilt plaatsen, is het raadzaam de
airbag vóór aan passagierszijde in te schakelen.
Zet de schakelaar echter altijd in de stand "OFF"

als u een kinderzitje met de rug in de rijrichting
op de stoel van de voorpassagier wilt plaatsen.

Page 37 of 292

1
35
CONTROLE TIJDENS HET RIJDEN


Controlelampje



brandt



Oorzaak



Acties / Opmerkingen









Verklikkerlampjes uitgeschakelde functies
De volgende verklikkerlampjes, soms in combinatie met een geluidssignaal, geven aan dat de desbetreffende functie hand-
matig is uitgeschakeld.


Afhankelijk van de uitvoering van het instrumentenpaneel van uw auto wordt het branden van het verklikkerlampje ook
gecombineerd met:






Airbag
vóór aan
passagierszijde




permanent, op het
instrumentenpaneel
en/of op het
display van de
verklikkerlampjes voor
de veiligheidsgordels
en de airbag vóór aan
passagierszijde.
De schakelaar op de zijkant van het
dashboard aan passagierszijde staat
in de stand " OFF
".
De airbag vóór aan passagierszijde is
uitgeschakeld.
U kunt een kinderzitje met de rug in de
rijrichting op de voorpassagiersstoel
plaatsen. Zet de schakelaar in de stand " ON
"
om de airbag vóór aan passagierszijde
in te schakelen. Bevestig in dit geval
op deze zitplaats geen kinderzitje met
de rug in de rijrichting.





ESP/ASR


permanent.

De toets in het midden van het dashboard
wordt ingedrukt. Het bijbehorende
verklikkerlampje gaat branden.
De volgende functies worden
uitgeschakeld:


- ESP (elektronisch
stabiliteitsprogramma),

- ASR (antispinregeling).
Druk opnieuw op de toets om deze functies
weer te activeren. Het verklikkerlampje dooft.
De functies worden automatisch opnieuw
geactiveerd bij snelheden hoger dan
ongeveer 50 km/h (uitgezonderd bij de 1.6
THP 200-benzinemotor).
Deze functies worden automatisch
geactiveerd als de motor wordt gestart.


- een melding op het multifunctionele
display, of
- een pictogram op het centrale display
van het instrumentenpaneel en een
melding op het multifunctionele display,
of

- een pictogram en een melding op
het centrale display van het instru-
mentenpaneel.

Page:   1-10 11-20 21-30 next >