Peugeot 407 2005 Handleiding (in Dutch)

Page 131 of 200

122 -
14-02-2005
123
-
14-02-2005
AUTOMATISCHE
AIRCONDITIONING MET
GESCHEIDEN REGELING
Gescheiden regeling:
de regeling
van de temperatuur en de luchtver-
deling voor bestuurders- en passa-
gierszijde is gescheiden.
De bestuurder en de voorpassagier
kunnen de temperatuur en de lucht-
verdeling afzonderlijk naar wens
instellen.
De symbolen en meldingen van de
verschillende instellingen van de au-
tomatische airconditioning verschij-
nen op het multifunctionele display.
Algemene voorzorgsmaatregelen
Dek de temperatuur- en vocht-
sensor links van het dashboard-
kastje niet af. Deze sensor wordt
gebruikt voor de regeling van de
airconditioning.
Laat de airconditioning minimaal één
keer per maand 5 tot 10 minuten
werken om het systeem in perfecte
staat te houden.
Gebruik de airconditioning niet als
deze niet koelt en laat het systeem
in dat geval controleren door uw
PEUGEOT-servicepunt.
Opmerking: Condensvorming in de
airconditioning kan ertoe leiden dat
er zich een klein plasje water onder
de auto vormt, dit is een normaal
verschijnsel. Automatische regeling (AUTO)
Automatisch
programma -
comfort bestuurder
en passagier (1)
Druk op de toets "AUTO". Het ver-
klikkerlampje gaat branden. Op het
multifunctionele display wordt het
symbool "AUTO" weergegeven.
De airconditioning stelt zichzelf au-
tomatisch in op de weergegeven
waarde.
De luchtverdeling, -opbrengst, -tem-
peratuur en -toevoer worden door het
systeem bijgeregeld om het comfort
en de luchtcirculatie in het interi-
eur optimaal te houden. U hoeft het
systeem niet meer zelf bij te regelen.
Comfort 407 Sedan en 407 SW

Page 132 of 200

122 -
14-02-2005
123
-
14-02-2005
Temperatuurregeling
bestuurderszijde (2)
Temperatuurregeling
passagierszijde (3)
F Druk op een van de pijltoetsen (om-
hoog of omlaag) om de temperatuur
aan bestuurderszijde (2) of aan pas-
sagierszijde (3) in te stellen.
De op het display weergegeven waarde
heeft betrekking op een bepaald com-
fortniveau en niet op een temperatuur
in graden Celsius of Fahrenheit (afhan-
kelijk van de instelling van het display).
Instelling op een waarde van ongeveer
21 biedt een optimaal comfort. Desge-
wenst kunt u een andere temperatuur
instellen, waarbij het gebruikelijk is de
temperatuur op niet lager dan 18 en
niet hoger dan 24 in te stellen.
De automatische regeling van de air-
conditioning zorgt voor een optimale
ventilatie van het interieur van de auto.Aanjager (4)
Luchtopbrengst
F Draai de knop 4
rechtsom om de
l u c h t o p b r e n g s t
te vergroten of
linksom om deze
te verkleinen.
F Draai de knop 4
naar links om de
luchttoevoer te on-
derbreken.
Op het multifunctionele display wordt
het symbool "OFF" weergegeven.
Er wordt niets meer weergegeven op
het display en de verklikkerlampjes
gaan uit.
Alle functies van het systeem worden
uitgeschakeld, met uitzondering van
de achterruitverwarming.
Het thermische comfort (temperatuur,
vocht, geur, ontwaseming) wordt niet
meer geregeld.
Om de airconditioning weer in te
schakelen:
F Druk op de toets 1, 2 of 3.
Uitschakelen van de
airconditioning
Het symbool van de luchtopbrengst
(propeller) geeft de ingestelde waar-
de (gedeeltelijk) aan.
Zorg om te voorkomen dat de ruiten
beslaan en de luchtkwaliteit in het
interieur minder wordt, dat de lucht-
opbrengst voldoende groot is. Regeling
luchtverdeling
bestuurderszijde (5)
Druk herhaaldelijk op de toets 5 of 6
of houd deze ingedrukt om de lucht-
stroom aan de bestuurders- of pas-
sagierszijde onafhankelijk van elkaar
in de gewenste richting te sturen.
De symbolen (pijlen) geven de met
de toetsen 5 of 6 ingestelde lucht-
stroom aan op het multifunctionele
display. 5 De voorruit en zijruiten.
3 Ventilatie voor en achter.
6 Beenruimte voor en achter.
AUTO Automatische luchtverdeling. Regeling
luchtverdeling
passagierszijde (6)
Handmatig instellen
Het is mogelijk één of meer functies
van de airconditioning handmatig in
te stellen, terwijl de overige functies
automatisch worden geregeld.
Het verklikkerlampje van de toets
"AUTO" gaat uit.
In de handbediende stand kunnen
onaangename verschijnselen optre-
den (temperatuur, vocht, stank, be-
slagen ruiten) en is het comfort niet
optimaal.
Bij het indrukken van de toets
"AUTO" zal het systeem weer vol-
ledig automatisch functioneren.
Comfort 407 Sedan en 407 SW

Page 133 of 200

124 -
14-02-2005
125
-
14-02-2005
Programma "zicht"
voorzijde (7)
In sommige gevallen (bijv. regen,
veel inzittenden, vorst) is het pro-
gramma "comfort" niet toereikend
om de ruiten condens- en ijsvrij te
houden.
F Selecteer de toets van het pro-
gramma "zicht" voorzijde om de
ruiten snel te ontwasemen of ont-
dooien. Het verklikkerlampje gaat
branden.
Het systeem regelt de luchtopbrengst
en stuurt de optimale luchtstroom naar
de voorruit en de voorportierruiten.
Het symbool van het programma
"zicht" wordt weergegeven op het
multifunctionele display.
Druk als het zicht voldoende is op de
toets 1 om naar de instellingen van
het programma "comfort" te gaan. Toevoer van
buitenlucht/
luchtrecirculatie in
interieur (8)
Door middel van deze functie kan de
toevoer van buitenlucht bij stank- en
stofoverlast worden afgesloten.
F Druk herhaaldelijk op de toets
8 om de lucht in het interieur te
recirculeren of de automatische
luchttoevoer weer in te schake-
len. Het desbetreffende verklik-
kerlampje gaat branden:
- toevoer van buitenlucht met ge- bruik van aanjager.
- luchtrecirculatie in het interieur.
Als gedurende lange tijd de lucht in
het interieur recirculeert, kunnen de
ruiten beslaan en kan de luchtkwali-
teit in het interieur achteruit gaan.
Gebruik de luchtrecirculatie alleen
als het echt nodig is.
De ingeschakelde stand wordt te-
vens weergegeven met een melding
op het multifunctionele display. F Druk op de toets 8 om terug te
keren naar de automatische lucht-
toevoer.
Als de auto opnieuw wordt gestart
zullen de instellingen hetzelfde
zijn. Achterruitverwar-
ming (9)
De achterruitverwarming werkt onaf-
hankelijk van de airconditioning.
F Druk bij draaiende motor op de
toets 9 om de achterruit- en buiten-
spiegelverwarming in te schakelen.
Het verklikkerlampje gaat branden.
Afhankelijk van de buitentempera-
tuur wordt de achterruit- en buiten-
spiegelverwarming na enige tijd
automatisch uitgeschakeld.
Druk opnieuw op de toets 9 of zet de
motor af om de achterruit- en buiten-
spiegelverwarming uit te schakelen.
Als de achterruitverwarming wordt
uitgeschakeld door de motor af te zet-
ten wordt deze opnieuw ingeschakeld
als de motor weer wordt gestart.
Extra verwarming "Webasto"*
Auto's uitgerust met een HDI motor
kunnen zijn voorzien van een extra
automatische verwarming om het
comfort te verbeteren.
Het is normaal dat bij stationair draai-
ende of stilstaande motor een lichte
luittoon en rook- en geurvorming
merkbaar zijn.
* Volgens land van bestemming.
Comfort 407 Sedan en 407 SW

Page 134 of 200

124 -
14-02-2005
125
-
14-02-2005
Uitschakelen van de
airconditioning (AC-OFF)
Als de airconditioning is uitgescha-
keld, kunnen onaangename ver-
schijnselen optreden (temperatuur,
vocht, stank, beslagen ruiten).
Uitschakelen of inschakelen van
de gecombineerde regeling (links/
rechts) van de airconditioning
Met deze functie kunnen de instel-
lingen van de bestuurderszijde
overgebracht worden naar de pas-
sagierszijde.
Als deze functie wordt uitgeschakeld,
wordt teruggekeerd naar de geschei-
den regeling voor de bestuurders- en
passagierszijde.
Door op een van de toetsen
4 of 6
te drukken wordt de gecombineerde
regeling uitgeschakeld.
Menu "CLIM"
Druk op de toets
"MENU" om naar het
algemene menu te
gaan en bevestig.
Op het multifunctionele display
verschijnt het "Algemeen menu" .
Selecteer het symbool van de air-
conditioning met de toetsen van het
bedieningspaneel.
Op het multifunctionele display ver-
schijnt op de voorgrond het hoofd-
menu "Airconditioning" .
U kunt de automatische airconditio-
ning weer inschakelen door op de
toets "AUTO" of de toets 4 op het
bedieningspaneel van de airconditio-
ning te drukken.
Comfort 407 Sedan en 407 SW

Page 135 of 200

126 -
14-02-2005
ALARMSYSTEEM
Het alarmsysteem bestaat uit twee
soorten beveiliging:
- de omtrekbeveiliging treedt in wer-
king als een portier, de bagageruimte
of de motorkap wordt geopend.
- de interieurbeveiliging treedt in wer-
king als er beweging in het interieur
wordt waargenomen (breken van een
ruit, iets of iemand in het interieur).
Als het alarm afgaat, treedt de sirene in
werking en knipperen de richtingaanwijzers
ongeveer dertig seconden.
Nadat het alarm is gestopt, wordt het achter-
eenvolgend 10 keer opnieuw ingeschakeld.
Het alarm wordt bij de elfde keer uitgescha-
keld. Als het alarmsysteem daarna op de
voorgeschreven wijze wordt gedeactiveerd
en weer wordt geactiveerd, kan het alarm
weer worden ingeschakeld.
Waarschuwing: als het lampje van de knop
A snel knippert, betekent dit dat het alarm
tijdens uw afwezigheid is afgegaan.
Opmerking: als het alarm tijdens uw af-
wezigheid is afgegaan, zal het lampje na
het aanzetten van het contact stoppen met
knipperen.Storing afstandsbediening,
alarmsysteem geactiveerd
F Ontgrendel de portieren met de
sleutel en open het portier. Het
alarm zal afgaan.
F Zet het contact aan. Het alarm
stopt.
* Volgens land van bestemming.
Inschakelen
F Zet het contact uit en verlaat de
auto.
F Schakel het alarmsysteem in door
de auto te vergrendelen of de su-
pervergrendeling in te schakelen
met behulp van de afstandsbedie-
ning (het lampje van de knop A zal
één keer per seconde knipperen).
Als u de auto wilt vergrendelen of
de supervergrendeling wilt inscha-
kelen zonder het alarmsysteem in te
schakelen, maak dan gebruik van de
sleutel in het slot en draai de sleutel
om te vergrendelen (1 keer) of de
supervergrendeling in te schakelen
(nogmaals, binnen 5 seconden).
Uitschakelen
Ontgrendel de auto met behulp van de af-
standsbediening.
Het alarm is uitgeschakeld, het verklikkerlamp-
je A gaat uit zodra het contact wordt aangezet
(behalve als het alarm is afgegaan).
Alleen de omtrekbeveiliging
inschakelen
Schakel alleen de omtrekbeveiliging
in als u tijdens uw afwezigheid een
ruit een stukje open wilt laten of als er
een huisdier in de auto achterblijft.
F Zet het contact af.
F Druk binnen tien seconden op de
knop A totdat het lampje continu
blijft branden.
F Verlaat de auto.
F Schakel het alarmsysteem in door
de auto te vergrendelen of de su-
pervergrendeling in te schakelen
met behulp van de afstandsbedie-
ning (het lampje van de knop A zal
één keer per seconde knipperen). Storing
Als, bij het aanzetten van het contact,
het lampje van de knop
A gedurende
tien seconden gaat branden, duidt dit
op een storing in de verbinding met
de sirene.
Raadpleeg een PEUGEOT-service-
punt om het systeem te controleren.
Automatisch inschakelen*
Het alarmsysteem wordt twee minuten
nadat het laatste portier of de achterklep
is gesloten, automatisch ingeschakeld.
Om het laten afgaan van het alarm bij
het openen van een portier of de achter-
klep te voorkomen, moet nogmaals op
de ontgrendelkno van de afstandsbedie-
ning worden gedrukt.
Als het alarm wordt geacti-
veerd op het moment dat een
portier, de achterklep of de
motorkap niet goed is geslo-
ten, wordt u hierop geattendeerd door
een kort signaal van de sirene. Als de
auto
binnen 45 seconden goed wordt
afgesloten, wordt het alarm alsnog in-
geschakeld. Het alarm wordt in alle ge-
vallen na 45 seconden ingeschakeld.
Comfort 407 Sedan en 407 SW

Page 136 of 200

132 -
14-02-2005
133
-
14-02-2005
Schakelpatroon
F
Kies de gewenste stand door de
selectiehendel in het schakelpa-
troon te verplaatsen.
De gekozen stand wordt met een
pictogram in het instrumentenpaneel
aangegeven.
Park (parkeerstand): om de auto stil
te zetten of te starten, met aange-
trokken handrem.
Reverse (achteruitversnelling): om
achteruit te rijden (schakel deze
stand alleen in als de auto stilstaat
en de motor stationair draait).
Neutral (neutraalstand): om de mo-
tor te starten en de auto te parkeren,
met gebruik van de handrem.
Opmerking: Laat, als u wilt wegrijden
en de selectiehendel per ongeluk in
de stand N staat, het motortoerental
terugvallen tot stationair voordat de
stand D wordt geselecteerd en geef
vervolgens weer gas.
Drive (rijstand): om automatisch te
schakelen tijdens het rijden.
Manual (sequentiële stand): om zelf
te schakelen tijdens het rijden.
S: programma sport.
T : programma sneeuw.
AUTOMATISCHE
TRANSMISSIE MET
"TIPTRONIC TECHNIEK
SYSTEEM PORSCHE"
Bij de automatische transmissie met
vier of zes versnellingen kunt u kie-
zen uit automatische bediening, aan-
gevuld met de programma's sport,
voor een meer dynamische rijstijl,
en sneeuw, voor het rijden op gladde
wegen.
U kunt met de selectiehendel ook
handmatig schakelen.
Wegrijden
Starten in de stand P en wegrijden:
F trap altijd het rempedaal in om
uit de stand P te kunnen scha-
kelen,
F selecteer de stand R, D of M en
laat langzaam het rempedaal los;
de auto begint te rijden.
Starten in de stand N en wegrijden:
F trap het rempedaal in en zet de
handrem los,
F selecteer de stand R, D of M en
laat langzaam het rempedaal los;
de auto begint te rijden.
LET OP
Als de motor stationair draait, het
rempedaal is losgelaten en de stand
R , D of M is geselecteerd, zet de
auto zich al in beweging, zelfs als het
gaspedaal niet wordt ingedrukt.
Laat daarom geen kinderen alleen
in de auto achter.
Als het contact is afgezet en de se-
lectiehendel niet in de stand P staat,
is bij het openen van het bestuur-
dersportier of na ongeveer 45 secon-
den een geluidssignaal te horen. Zet
de selectiehendel in de stand P. Het
geluidssignaal zal dan stoppen.
Trek de handrem aan en selecteer
de stand P indien er onderhouds-
werkzaamheden moeten worden
uitgevoerd bij draaiende motor.
Starten van de motor
F controleer of de handrem is aan-
getrokken en zet de selectiehen-
del in stand P of N,
F start de motor.
Comfort 407 Sedan en 407 SW

Page 137 of 200

134 -
14-02-2005
135
-
14-02-2005
Automatisch
schakelprogramma
F
Selecteer de stand D in het scha-
kelpatroon: de versnellingsbak
werkt dan automatisch, zonder dat
u zelf hoeft te schakelen. De ver-
snellingsbak kiest voortdurend de
meest geschikte versnelling, afhan-
kelijk van de volgende parameters:
- de rijstijl,
- het proiel van de weg,
- de belading van de auto.
Voor een maximale acceleratie zon-
der de stand van de selectiehendel te
wijzigen, moet het gaspedaal volledig
worden ingedrukt (kick down). De
versnellingsbak schakelt automatisch
terug of handhaaft de ingeschakelde
versnelling totdat de motor het maxi-
mum toerental bereikt.
Bij het remmen schakelt de versnel-
lingsbak automatisch terug om sterker
op de motor af te remmen.
Opmerking:
Om de veiligheid te verbeteren scha-
kelt de versnellingsbak niet naar een
hogere versnelling als u het gaspe-
daal plotseling loslaat.
LET OP
Zet de selectiehendel nooit in de
stand N als de auto rijdt.
Zet de selectiehendel nooit in de
stand P of R als de auto niet volledig
stilstaat.
Zet de selectiehendel nooit in een andere
stand om af te remmen op een glad wegdek.
Programma's Sport en Sneeuw
Dit zijn twee speciieke programma's.
De gekozen stand wordt in het instru-
mentenpaneel aangegeven.
Programma Sport
F Druk op de toets S als de auto is ge-
start en de stand D is geselecteerd.
Het automatische schakelprogram-
ma maakt dan een dynamische rijstijl
mogelijk.
Programma Sneeuw
Dit programma zorgt ervoor dat u
gemakkelijker kunt rijden op een on-
dergrond met weinig grip.
F Druk op de toets T als de auto is ge-
start en de stand D is geselecteerd.
Het automatische schakelpro-
gramma past zich dan aan voor
het rijden op gladde wegen.
U kunt het programma Sport of Sneeuw
op elk gewenst moment uitschakelen
door opnieuw op de desbetreffende
toets te drukken. Opmerkingen:
Het schakelen naar een andere
stand kan alleen als de snelheid
van de auto en het toerental van de
motor dit toestaan, anders wordt er
tijdelijk overgegaan op de automati-
sche bediening.
Als de auto stopt of langzaam rijdt,
kiest de automatische transmissie
automatisch de stand
M1.
De programma's S (sport) en T
(sneeuw) kunnen niet worden inge-
schakeld in de handbediende stand.
Een storing wordt aangegeven
door het verschijnen van dit
pictogram in combinatie met
een geluidssignaal en een
melding op het multifunctionele display.
In dit geval werkt de versnellingsbak
met een noodprogramma (blokkering
in de 3 e
versnelling). U kunt dan een
hevige schok waarnemen bij het se-
lecteren van R vanuit de stand P, of
R vanuit de stand N, (zonder gevaar
voor de versnellingsbak).
Rijd niet harder dan 100 km/h of de ter
plaatse geldende maximumsnelheid.
Raadpleeg zo snel mogelijk een
PEUGEOT-servicepunt.
Als de accu geen stroom levert en de
selectiehendel in de stand P staat, is
het onmogelijk om naar een andere
stand te schakelen.
Forceer in geen enkel geval de selec-
tiehendel; dit kan schade aan de au-
tomatische transmissie veroorzaken.
Controle van de werking
Handmatig schakelen
F Selecteer de stand M in het scha-
kelpatroon,
F Duw de selectiehendel naar het
symbool + om één versnelling op
te schakelen,
F Trek de selectiehendel naar het
symbool - om één versnelling te-
rug te schakelen.
Er kan elk moment van de stand D
(rijden in de automatische stand)
naar de stand M (rijden in de handbe-
diende stand) worden geschakeld.
Comfort 407 Sedan en 407 SW

Page 138 of 200

134 -
14-02-2005
135
-
14-02-2005
HANDGESCHAKELDE
VERSNELLINGSBAK MET
6 VERSNELLINGEN
Achteruit
Trek om de achteruit in te schakelen
de ring onder de pookknop omhoog
en duw de pook naar links en vervol-
gens naar voren.
De achteruit kan alleen worden in-
geschakeld als de auto stilstaat en
de motor met stationair toerental
draait.
HANDREM
Aantrekken
Draai bij het parkeren op een helling
de wielen van de auto naar het trot-
toir en trek de handrem aan.
Loszetten
Trek aan de hefboom, druk de
knop in en duw de handrem geheel
omlaag.
De handrem mag niet worden ge-
bruikt om een rijdende auto te laten
stoppen of te laten afremmen.
Comfort 407 Sedan en 407 SW

Page 139 of 200

136 -
14-02-2005
137
-
14-02-2005
ANTIBLOKKEERSYSTEEM
(ABS)
Het antiblokkeersysteem zorgt tijdens
het remmen voor een betere stabili-
teit en bestuurbaarheid van uw auto,
vooral op een slecht of glad wegdek.
Het ABS treedt automatisch in wer-
king zodra één van de wielen dreigt
te blokkeren.
De normale werking van het ABS
kan merkbaar zijn door het trillen van
het rempedaal.
Trap het rempedaal bij een nood-
stop krachtig en volledig in en laat
het niet los.
Opmerking:
Zorg er bij vervanging
van de wielen (banden en velgen)
voor dat er gehomologeerde wielen
worden gemonteerd.
NOODREMASSISTENTIE
Dit systeem zorgt ervoor dat in nood-
gevallen de optimale remdruk sneller
wordt bereikt, zodat de remafstand
kleiner wordt.
Het systeem wordt ingeschakeld
als de snelheid waarmee het rem-
pedaal wordt ingedrukt groot is en
zorgt ervoor dat de benodigde be-
dieningskracht minder wordt en dat
de effectiviteit van het remmen wordt
vergroot.
Dit pictogram geeft een sto-
ring in het ABS aan.
Dit wordt tevens aangegeven
door een pictogram op het dis-
play in het instrumentenpaneel.
Als de pictogrammen blijven branden
bij een snelheid hoger dan 10 km/h,
is het ABS buiten werking.
De normale remwerking met rembe-
krachtiging blijft echter behouden.
Raadpleeg een PEUGEOT-service-
punt.
Comfort 407 Sedan en 407 SW

Page 140 of 200

127
-
14-02-2005
Let op:
De snelheidsregelaar werkt
alleen bij snelheden hoger dan
40 km/h.
Bij auto's met handgeschakelde
versnellingsbak moet minimaal de
vierde versnelling zijn ingeschakeld.
Bij auto's met automatische transmis-
sie moet stand D zijn ingeschakeld,
of minimaal stand 2 zijn geselecteerd
in de handbediening.Inschakelen
F Zet de draaiknop 1 in de stand
"On" om de snelheidsregelaar te
kunnen bedienen.
F Breng de snelheid op het gewens-
te niveau.
F Druk op de toets 2 "set-" of 3
"set+" om de snelheidsregelaar te
activeren.
De ingestelde snelheid wordt vanaf
nu aangehouden en weergegeven:
SNELHEIDSREGELAAR
Met behulp van de snelheidsregelaar
kan de bestuurder met een constante
snelheid rijden zonder gas te hoeven
geven of te remmen ongeacht het
proiel van de weg.
U kunt deze snelheid zelf instellen.
Houd hierbij rekening met de ter
plaatse geldende maximumsnelheid.
Gebruik de snelheidsregelaar niet
op gladde wegen of bij zeer druk
verkeer.
op het display van het
instrumentenpaneel met 5 klokken.
op het display van het
instrumentenpaneel met 4 klokken.
Ingestelde snelheid wijzigen
Druk als de snelheidsregelaar is in-
geschakeld op de toets
3 "set+" om
de op het instrumentenpaneel weer-
gegeven snelheid te verhogen.
Druk op de toets 2 "set-" om de op
het instrumentenpaneel weergege-
ven snelheid te verlagen.
Kort indrukken: +/- 1 km/h
Lang indrukken: +/- 5 km/h
Ingedrukt houden: de ingestelde
snelheid wordt in stappen van 5 km/h
verhoogd of verlaagd.
De auto neemt vervolgens geleidelijk
de gewijzigde snelheid aan.
Het is mogelijk even gas te geven
zonder dat de snelheidsregelaar
wordt uitgeschakeld. Als u het gas-
pedaal weer loslaat, wordt de inge-
stelde snelheid weer aangenomen.
Als u sneller rijdt dan de ingestelde
snelheid en op de toets 3 "set+" of 2
"set-" drukt, wordt de gereden snel-
heid als nieuwe snelheid door de
snelheidsregelaar opgeslagen.
Comfort 407 Sedan en 407 SW

Page:   < prev 1-10 ... 91-100 101-110 111-120 121-130 131-140 141-150 151-160 161-170 171-180 ... 200 next >