Peugeot 407 2005 Handleiding (in Dutch)

Page 171 of 200

162 -163
-
Airbags vóór Knie-airbag Zij-airbags Window-airbags Veiligheid
14-02-2005

Page 172 of 200

164 -165
-
AIRBAGS
De airbags werken uitsluitend als het
contact is ingeschakeld.
De airbags zijn speciaal ontworpen
om de inzittenden te beschermen
bij ernstige aanrijdingen; ze vormen
een aanvulling op de werking van
de veiligheidsgordels met gordel-
krachtbegrenzers. De elektronische
schoksensoren registreren een plot-
selinge vertraging van de auto: als de
drempelwaarde voor het in werking
treden wordt overschreden, worden
de airbags onmiddellijk opgeblazen
en beschermen de inzittenden van
de auto.
Direct na de aanrijding ontsnapt het
gas uit de airbags zodat noch het
zicht, noch het eventueel verlaten
van de auto door de inzittenden
wordt belemmerd.
Het uit de airbags ontsnappende gas
kan enigszins irriteren.
De airbags treden niet in werking bij
lichte aanrijdingen waarbij de veilig-
heidsgordels zorgen voor een af-
doende bescherming; de kracht van
de aanrijding is afhankelijk van het
soort obstakel, het deel van de auto
dat het obstakel raakt en de snelheid
van de auto op het moment van de
aanrijding. Airbags voor
Deze zijn voor de bestuurder in het
midden van het stuurwiel en voor de
passagier in het dashboard aange-
bracht. Ze worden tegelijkertijd ge-
activeerd (behalve als de airbag aan
passagierszijde is uitgeschakeld).
Zij-airbags voor en achter* en
window-airbags
De zij-airbags zijn aan de zijde van de
portieren in de rugleuningen van de
voorstoelen en in de armsteunen van
de achterportieren* aangebracht.
De window-airbags zijn aangebracht
in de stijlen en in de hemelbekleding.
Ze worden aan de zijde waar de aan-
rijding plaatsvindt opgeblazen.
Pictogram instru-
mentenpaneel.
Pictogram instru-
mentenpaneel.
Knie-airbag*
De knie-airbag bevindt zich in het
dashboard, onder de stuurkolom.
Hij beschermt bij een aanrijding de on-
derste ledematen van de bestuurder.
De knie-airbag wordt gelijktijdig met
de airbags vóór opgeblazen.
In het geval van een storing
* Volgens land van bestemming.
Als dit pictogram verschijnt in combi-
natie met een geluidssignaal en een
melding op het multifunctionele dis-
play, raadpleeg dan een PEUGEOT-
servicepunt om het systeem te laten
controleren
Veiligheid
14-02-2005

Page 173 of 200

164 -165
-
Window-airbags
• Bevestig nooit iets op de stijlen of
op de hemelbekleding, dit zou bij
het afgaan van de window-airbags
kunnen leiden tot hoofdletsel.
• Demonteer nooit de handgrepen van het dak; deze maken deel uit
van de bevestiging van de window-
airbags.
Knie-airbags*
• Houd uw knieën niet te dicht bij het
stuurwiel.
Airbags voor
• Houd het stuurwiel niet aan de spa-
ken vast en laat uw handen niet op
het stuurwielkussen rusten.
• Laat aan passagierszijde uw voe- ten niet op het dashboard rusten.
• Tracht roken in de auto zoveel mogelijk te vermijden. Als de air-
bag wordt opgeblazen, kunnen
brandende sigaretten of een pijp
brandwonden of ander letsel ver-
oorzaken.
• Verwijder het stuurwiel nooit, maak geen gaten in de stuurwielbekle-
ding en sla er niet op.
Zij-airbags*
• Bedek de stoelen alleen met goed- gekeurde stoelhoezen. Raadpleeg
uw PEUGEOT-servicepunt.
• Bevestig nooit iets aan de rugleu- ning van de stoelen, dit zou bij het
afgaan van de airbags kunnen lei-
den tot verwondingen aan armen of
middel.
• Ga niet onnodig dicht tegen het portierpaneel zitten.
Houd u aan de volgende vei-
ligheidsvoorschriften voor een
maximale effectiviteit van de
airbags voor, zij-airbags*, win-
dow-airbags en knie-airbags*:
• Draag altijd een correct afgestelde veiligheidsgordel.
• Maak er een gewoonte van om normaal rechtop in de voorstoelen
te zitten.
• Zorg dat er zich niets bevindt tus- sen de airbag en de inzittenden
(kinderen, huisdieren, objecten...).
Dit kan de goede werking van de airbag belemmeren en/of de inzit-
tende bij het opblazen van de air-
bag verwonden.
• Het is beslist niet toegestaan om werkzaamheden uit te voeren
aan airbagsystemen, alleen een
PEUGEOT-servicepunt heeft hier-
voor gekwaliiceerd personeel.
• Laat na een aanrijding of diefstal van uw auto de airbagsystemen
controleren.
* Volgens land van bestemming. Veiligheid
14-02-2005

Page 174 of 200

48 -
14-02-2005
49
-
14-02-2005
Uitschakelen airbag aan
passagierszijde vóór*
Schakel voor de veiligheid van uw
kind de airbag aan passagierszijde
voor altijd uit als u een kinderzitje
met de rug in de rijrichting op de
voorstoel plaatst. Anders kan een
kind bij het afgaan van de airbag
levensgevaarlijk gewond raken.
F
Zet het contact uit , steek de
sleutel in de schakelaar voor
uitschakelen van de airbag aan
passagierszijde, draai deze in
de stand "OFF" en verwijder de
sleutel zonder de stand van de
schakelaar te veranderen.
Het verklikkerlampje op het instru-
mentenpaneel brandt zolang de air-
bag is uitgeschakeld. In de stand
"OFF" werkt de airbag
aan passagierszijde bij een eventu-
ele aanrijding niet.
Als u het kinderzitje heeft verwijderd,
zet dan de schakelaar weer op "ON"
om de airbag opnieuw in te schake-
len en zo de veiligheid van uw pas-
sagier te garanderen.
Controle uitschakeling
Het goed functioneren van het systeem wordt aange-
geven door het pictogram op het instrumentenpaneel.
Als bij aangezet contact,
dit pictogram op het instru-
mentenpaneel verschijnt,
betekent dit dat de airbag
aan passagierszijde vóór is
uitgeschakeld (stand "OFF").
* Volgens land van bestemming.
Comfort 407 Sedan en 407 SW

Page 175 of 200

166 -
14-02-2005
167
-
14-02-2005
ACCESSOIRES VOOR
UW 407
Een ruime keuze aan accessoires en
originele onderdelen voorzien van een
artikelnummer van PEUGEOT wordt
u aangeboden door het PEUGEOT
netwerk.
Deze accessoires en onderdelen zijn
getest en goedgekeurd ten aanzien
van bedrijfszekerheid en veiligheid
en volledig aangepast aan uw
PEUGEOT.
Het aanbod van PEUGEOT Boutique
is onderverdeeld in 5 groepen:
PROTECT - CONFORT - AUDIO -
DESIGN - TECNIC: Alarminstallaties, ruiten
graveren, wielbouten met
slot, verbanddoos, geva-
rendriehoek, relecterend
veiligheidsvest, sneeuw-
kettingen, hondenrek, ...
"Protect":
Stoelhoezen geschikt voor
stoelen met zijairbags, mat-
ten, kunststof bak bagage-
ruimte.
Voor de vrijetijdsbesteding:
allesdragers, ski- en ietsen-
dragers, dakkoffer, zitverho-
gingen en kinderzitjes, zonnescherm
voor achterruit en zijruiten, telefoon-
houder, isothermisch opbergvak.
Trekhaak. Deze moet bij een PEUGEOT-
servicepunt worden gemonteerd.
"Confort":
Telefoon, handsfree-kits, navi-
gatiesysteem, CD-wisselaar,
multimedia.
"Audio": Lichtmetalen velgen, sierlijs-
ten, spoilers, lederen stuur-
wielbekleding, gestileerde
spatlappen, windschermen
voor de portieren, roestvrij-
stalen dorpelbeschermers.
"Design":
Ruitensproeiervloeistof, reini-
gings-/onderhoudsmiddelen
voor interieur en exterieur.
"Tecnic":
Het monteren van elektrische
uitrustingen of accessoires
die niet onder een artikel-
nummer in het assortiment
van Automobiles PEUGEOT
voorkomen, kan storingen in het
elektronisch systeem van uw auto
veroorzaken.
Houd u rekening met deze bijzonder-
heid en wij raden u aan contact op te
nemen met een vertegenwoordiger
van het merk PEUGEOT om u te
laten informeren over het assorti-
ment uitrustingen en accessoires
voorzien van een artikelnummer van
PEUGEOT.
Praktische informatie

Page 176 of 200

166 -
14-02-2005
167
-
14-02-2005
NIVEAUS CONTROLEREN
Voer de onderstaande controles
regelmatig uit om uw auto in goede
staat te houden. Raadpleeg de
voorschriften van de PEUGEOT-
verkoop-en serviceorganisatie op
de site Infotec of in het garantie- en
onderhoudsboekje dat bij dit instruc-
tieboekje zit.
Belangrijk:
Let erop dat u bij het
eventueel verwijderen en monteren
van de afdekkap van de motor, de
bevestigingsclips niet beschadigt.
Motorkapsteun
Bevestig de motorkapsteun in de
daarvoor bestemde uitsparing om de
motorkap geopend te houden.
Plaats de motorkapsteun in de klem
alvorens de motorkap te sluiten.
MOTORKAP OPENEN
Binnenzijde: trek de hendel links
onder het dashboard naar u toe.
Buitenzijde: duw de veiligheidshaak
naar links en omhoog en til de mo-
torkap op. Oliepeilstok
2 merktekens op de peil-
stok:
A = maxi.Het oliepeil mag nooit boven
dit merkteken uitkomen.
B = mini.
Voor het behoud van de
bedrijfszekerheid van
de motoren en de emis-
sieregelsystemen mogen
in geen geval additieven
aan de motorolie worden
toegevoegd.
Sluiten
Laat de motorkap voorzichtig zakken
en laat deze aan het einde van de
slag in het slot vallen. Controleer of
de motorkap goed vergrendeld is.
Motorolieniveau
F
Regelmatig controleren en tussen
twee verversingen eventueel olie
bijvullen.
Voer de controle uit met de oliepeil-
stok als de auto horizontaal staat en
als de motor meer dan 15 minuten is
afgezet.
Praktische informatie

Page 177 of 200

166 -
14-02-2005
167
-
14-02-2005
NIVEAUS CONTROLEREN
Voer de onderstaande controles
regelmatig uit om uw auto in goede
staat te houden. Raadpleeg de
voorschriften van de PEUGEOT-
verkoop-en serviceorganisatie op
de site Infotec of in het garantie- en
onderhoudsboekje dat bij dit instruc-
tieboekje zit.
Belangrijk:
Let erop dat u bij het
eventueel verwijderen en monteren
van de afdekkap van de motor, de
bevestigingsclips niet beschadigt.
Motorkapsteun
Bevestig de motorkapsteun in de
daarvoor bestemde uitsparing om de
motorkap geopend te houden.
Plaats de motorkapsteun in de klem
alvorens de motorkap te sluiten.
MOTORKAP OPENEN
Binnenzijde: trek de hendel links
onder het dashboard naar u toe.
Buitenzijde: duw de veiligheidshaak
naar links en omhoog en til de mo-
torkap op. Oliepeilstok
2 merktekens op de peil-
stok:
A = maxi.Het oliepeil mag nooit boven
dit merkteken uitkomen.
B = mini.
Voor het behoud van de
bedrijfszekerheid van
de motoren en de emis-
sieregelsystemen mogen
in geen geval additieven
aan de motorolie worden
toegevoegd.
Sluiten
Laat de motorkap voorzichtig zakken
en laat deze aan het einde van de
slag in het slot vallen. Controleer of
de motorkap goed vergrendeld is.
Motorolieniveau
F
Regelmatig controleren en tussen
twee verversingen eventueel olie
bijvullen.
Voer de controle uit met de oliepeil-
stok als de auto horizontaal staat en
als de motor meer dan 15 minuten is
afgezet.
Praktische informatie

Page 178 of 200

168 -
14-02-2005
169
-
14-02-2005
Olie verversen
Dit dient volgens het onderhouds-
schema van de constructeur te
worden uitgevoerd. Het is verplicht
uitsluitend olieën te gebruiken met
de door de constructeur voorge-
schreven viscositeit. Raadpleeg de
voorschriften van de PEUGEOT-
verkoop-en serviceorganisatie of de
site Infotec.
Opmerking:
Vermijd langdurig huid-
contact met afgewerkte olie. Gooi
afgewerkte olie niet weg, maar lever
de olie in bij een PEUGEOT-service-
punt.
Olieilter
Vervang het olieilter regelmatig, vol-
gens het onderhoudsschema.
Remvloeistof verversen:
Gebruik remvloeistof die door de
constructeur wordt aanbevolen en
aan de DOT4-normen voldoet.
De remvloeistof moet worden ver-
verst volgens de intervallen in het
onderhoudsschema van de con-
structeur.
Opmerking: Remvloeistof is een erg
bijtend en schadelijk middel. Vermijd
elk contact met de huid.
Koelvloeistofniveau
Gebruik uitsluitend door de construc-
teur aanbevolen koelvloeistof.
Als de motor warm is, wordt de
temperatuur van de koelvloeistof
geregeld door de koelventilator.
Wacht voor werkzaamheden aan het
koelsysteem ten minste 1 uur nadat
de motor gedraaid heeft, omdat de
koelventilator nog kan (gaan) werken
als de sleutel uit het contactslot is
verwijderd en het koelsysteem onder
druk staat.
Draai de dop eerst 2 omwentelingen
los om de druk te laten dalen en te
voorkomen dat de hete koelvloeistof
uit het koelsysteem spuit. Trek, als
de druk eenmaal gedaald is, de dop
los en vul het systeem bij.
Opmerking: De koelvloeistof be-
hoeft niet te worden ververst.
Afgewerkte producten
Gooi geen afgewerkte olie, remvloei-
stof of koelvloeistof in het riool, in het
water of op de grond.
Vloeistofniveau
stuurbekrachtiging
Gebruik uitsluitend door de con-
structeur aanbevolen stuurbekrach-
tigingsvloeistof.
F Open het reservoir bij koude mo-
tor (omgevingstemperatuur), het
vloeistofniveau dient boven het
MINI en dichtbij het MAXI merkte-
ken te staan.
Vloeistofniveau ruiten- en
koplampsproeiers
Wij adviseren u voor een optimale
reiniging en voor uw eigen veilig-
heid (zien en gezien worden) door
PEUGEOT aanbevolen producten
uit de groep "Tecnic" te gebruiken,
vooral wanneer uw 407 is voorzien
van Xenon-koplampen.
Let erop dat bij het onzorgvuldig
reinigen van de motor het elektrisch
systeem beschadigd kan raken.
CONTROLES
Accu
Laat uw accu voor de winter
door een PEUGEOT-ser-
vicepunt controleren.
Laat de ilters periodiek ver-
vangen. Als de omgeving
daartoe aanleiding geeft,
moeten de ilters twee keer
zo vaak worden vervangen.
Luchtfilter en interieurfilter
De slijtage van de remblok-
ken is sterk afhankelijk van
de rijstijl, vooral bij stadsver-
keer en veel korte ritten.
Hierdoor kan het noodzakelijk blijken
om de remblokken vaker, tussen
twee onderhoudscontroles door, te
laten controleren.
Remblokken
Praktische informatie

Page 179 of 200

168 -
14-02-2005
169
-
14-02-2005
Olie verversen
Dit dient volgens het onderhouds-
schema van de constructeur te
worden uitgevoerd. Het is verplicht
uitsluitend olieën te gebruiken met
de door de constructeur voorge-
schreven viscositeit. Raadpleeg de
voorschriften van de PEUGEOT-
verkoop-en serviceorganisatie of de
site Infotec.
Opmerking:
Vermijd langdurig huid-
contact met afgewerkte olie. Gooi
afgewerkte olie niet weg, maar lever
de olie in bij een PEUGEOT-service-
punt.
Olieilter
Vervang het olieilter regelmatig, vol-
gens het onderhoudsschema.
Remvloeistof verversen:
Gebruik remvloeistof die door de
constructeur wordt aanbevolen en
aan de DOT4-normen voldoet.
De remvloeistof moet worden ver-
verst volgens de intervallen in het
onderhoudsschema van de con-
structeur.
Opmerking: Remvloeistof is een erg
bijtend en schadelijk middel. Vermijd
elk contact met de huid.
Koelvloeistofniveau
Gebruik uitsluitend door de construc-
teur aanbevolen koelvloeistof.
Als de motor warm is, wordt de
temperatuur van de koelvloeistof
geregeld door de koelventilator.
Wacht voor werkzaamheden aan het
koelsysteem ten minste 1 uur nadat
de motor gedraaid heeft, omdat de
koelventilator nog kan (gaan) werken
als de sleutel uit het contactslot is
verwijderd en het koelsysteem onder
druk staat.
Draai de dop eerst 2 omwentelingen
los om de druk te laten dalen en te
voorkomen dat de hete koelvloeistof
uit het koelsysteem spuit. Trek, als
de druk eenmaal gedaald is, de dop
los en vul het systeem bij.
Opmerking: De koelvloeistof be-
hoeft niet te worden ververst.
Afgewerkte producten
Gooi geen afgewerkte olie, remvloei-
stof of koelvloeistof in het riool, in het
water of op de grond.
Vloeistofniveau
stuurbekrachtiging
Gebruik uitsluitend door de con-
structeur aanbevolen stuurbekrach-
tigingsvloeistof.
F Open het reservoir bij koude mo-
tor (omgevingstemperatuur), het
vloeistofniveau dient boven het
MINI en dichtbij het MAXI merkte-
ken te staan.
Vloeistofniveau ruiten- en
koplampsproeiers
Wij adviseren u voor een optimale
reiniging en voor uw eigen veilig-
heid (zien en gezien worden) door
PEUGEOT aanbevolen producten
uit de groep "Tecnic" te gebruiken,
vooral wanneer uw 407 is voorzien
van Xenon-koplampen.
Let erop dat bij het onzorgvuldig
reinigen van de motor het elektrisch
systeem beschadigd kan raken.
CONTROLES
Accu
Laat uw accu voor de winter
door een PEUGEOT-ser-
vicepunt controleren.
Laat de ilters periodiek ver-
vangen. Als de omgeving
daartoe aanleiding geeft,
moeten de ilters twee keer
zo vaak worden vervangen.
Luchtfilter en interieurfilter
De slijtage van de remblok-
ken is sterk afhankelijk van
de rijstijl, vooral bij stadsver-
keer en veel korte ritten.
Hierdoor kan het noodzakelijk blijken
om de remblokken vaker, tussen
twee onderhoudscontroles door, te
laten controleren.
Remblokken
Praktische informatie

Page 180 of 200

168 -
14-02-2005
169
-
14-02-2005
Als de handrem een te grote
slag heeft of als het systeem
minder goed werkt, moet de
handrem worden afgesteld.
Laat het systeem controleren door
een PEUGEOT-servicepunt.
Handrem
ONDERBREKING
BRANDSTOFTOEVOER

(BENZINE)
Onder bepaalde omstandigheden
wordt bij wijze van veiligheidsmaat-
regel de brandstoftoevoer door de
brandstofafsluiter onderbroken.
Brandstoftoevoer herstellen:
F druk op de rode knop van de
brandstofafsluiter bij de rechter
veerpoot onder de motorkap.
BRANDSTOFTANK LEEG
(DIESEL)
In het geval van een lege brandstof-
tank is het noodzakelijk het brand-
stofsysteem te ontluchten.
De handopvoerpomp en de ontluch-
tingsnippel bevinden zich onder de
motorkap (zie de desbetreffende
afbeelding in het hoofdstuk met de
technische gegevens):
ECO-MODE
Nadat de motor is afgezet, kunnen
een aantal elektrische voorzieningen
(autoradio, ruitenwissers, ruitbedie-
ning, schuifdak, elektrisch verstelba-
re stoelen, telefoon, enz.) na een half
uur automatisch niet meer worden in-
geschakeld, om te voorkomen dat de
accu volledig ontladen raakt.
Op dat moment verschijnt een mel-
ding op het multifunctionele display.
De functies worden automatisch
weer ingeschakeld als de motor ge-
start wordt.
Als u op het moment dat de
spaarstand wordt ingeschakeld aan
het telefoneren bent, kunt u het tele-
foongesprek gewoon voortzetten.
Om de werking van be-
langrijke organen als de
stuurbekrachtiging en het
remsysteem te optimalise-
ren, selecteert en biedt de fabrikant
speciieke producten aan; gebruik
uitsluitend door PEUGEOT aanbe-
volen producten.
Als de accu ontladen is,
kan de motor niet gestart
worden.
Laat de accu voor de winter
door een PEUGEOT-servicepunt
controleren.
1,6 liter 16V HDI-motor
- vul de brandstoftank met minimaal vijf liter diesel,
- bedien de handopvoerpomp tot u brandstof door de transparante
slang ziet stromen,
- houd de sleutel in de stand "D" (starten) tot de motor aanslaat.
2 liter 16V HDI-motor
- vul de brandstoftank met minimaal
vijf liter diesel,
- draai de ontluchtingsnippel los,
- bedien de handopvoerpomp tot u brandstof via de ontluchtingsnippel
ziet weglopen,
- draai de ontluchtingsnippel vast,
- houd de sleutel in de stand "D" (starten) tot de motor aanslaat.
Praktische informatie

Page:   < prev 1-10 ... 131-140 141-150 151-160 161-170 171-180 181-190 191-200 next >