ESP Peugeot 407 2010 Handleiding (in Dutch)

Page 177 of 247

160
11
22
06 AUDIO/VIDEO
INFORMATIE EN TIPS
Het formaat MP3 (afkorting van MPEG 1,2 & 2.5 Audio Layer 3) is een standaard voor het comprimeren van geluid die d e mogelijkheid biedt enkele tientallen speellijsten op één CD te plaatsen.
Selecteer voor het branden van een CD-R of CD-RW de standaard ISO 9660 niveau 1,2 of bij voorkeur Joliet om deze te kunnen afspelen. Als de CD in een ander formaat is gebrand, kan het zijn dat deze niet goed wordt afgespeeld. Het is raadzaam voor één CD niet meer dan één stan daard voor het branden te gebruiken. Stel de laagst mogelijke snelheid (maximaal 4x) in voor een optimale geluidskwaliteit. Voor het branden van een multisessie-CD is het raa dzaam de standaard Joliet te gebruiken.
De autoradio speelt uitsluitend bestanden met de extensie ".mp3" en een samplingfrequentie van 22,05 kHz of 4 4,1 kHz af. Geluidsbestanden met een andere extensie (.wma, .mp 4, .m3u...) kunnen niet worden afgespeeld.
Gebruik voor bestandsnamen maximaal 20 karakters en verwijder speciale tekens (bijv.: " ", ?, ù) om problemen met het afspelen of de weergave te voorkomen.
Gebruik alleen CD's met een ronde vorm. Bepaalde beveiligingssystemen op de originele CD of zelfgebrande CD's kunnen storingen veroorzaken, ongeacht de kwaliteit van de CD-speler. Plaats de audio- of MP3-CD in de speler. De CD-spe ler zal de CD automatisch afspelen.
Als er al een CD in het apparaat zit, druk dan herhaalde malen op de toets SOURCE om de CD-speler als geluidsbron te selecteren.
Druk op een van de toetsen om een nummer van de CD te selecteren. Druk op de toets LIST om de lijst met nummers van de CD of de speellijsten van de MP3-CD weer te geven.
Het afspelen of weergeven van een MP3-speellijst kan worden beïnvloed door het gebruikte programma voor de CD e n/of de instellingen. Wij raden u aan een CD te gebruiken die aan de ISO-norm 9660 voldoet.
CD MP3
EEN CD OF MP3-CD AFSPELEN
CD
Lege CD's worden niet herkend en kunnen het audio systeem beschadigen.

Page 178 of 247

161
22
33
11
55
66
44
06
CD-KOPIE OP DE JUKEBOX
COMPLETE CD
KOPIËREN STOPPEN
OKAUDIOFUNCTIES
Selecteer CD-KOPIE OP DE JUKEBOX en druk op de knop om te bevestigen.
Selecteer COMPLETE CD om de volledige inhoud van de CD te kopiëren en druk op de knop om te bevestigen.
Herhaal, om het kopiëren te stoppen, de punten 2 en 3. Selecteer KOPIËREN STOPPEN en druk op de knop om te bevestigen.
De optie AUTOMATISCH CREËREN kopieert de CD automatisch naar een album van het type "album nr. ...".
De audio- of MP3-CD wordt naar de harde schijf gekopieerd. Afhankelijk van de speelduur van de CD duurt het ko piëren tot 20 minuten. Tijdens het kopiëren kunnen de reeds op de harde schijf opgeslagen albums en CD's niet worden afgespeeld.
Selecteer de letters één voor één en selecteer OK om te bevestigen.
Als het geen CD met MP3-bestanden betreft, comprim eert de Jukebox de nummers van de CD automatisch naar MP3-f ormaat. Afhankelijk van de speelduur van de CD duurt het comprimeren ongeveer 20 minuten. Tijdens het comprimeren kunnen de CD en de reeds op de harde schijf opgeslagen albums worden afgespeeld.
Druk lang op de toets SOURCE om met het kopiëren van de CD te beginnen.
Het kopiëren van bestanden van de Jukebox naar een CD is niet mogelijk. De functie KOPIE STOPPEN verwijdert niet de bestanden die al naar de harde schijf van de jukebox gekopieerd zijn.
Selecteer AUDIOFUNCTIES, selecteer CD en druk op de knop om te bevestigen.
Plaats een audio- of MP3-CD in de speler en druk op de toets MENU.
JUKEBOX
EEN CD NAAR DE HARDE SCHIJF KOPIËREN
AUDIO/VIDEO

Page 187 of 247

170
07
De gesprekkenlijst bevat uitsluitend gesprekken die zijn gevoerd met de radiotelefoon vanuit de auto.
Als de telefoon is gekoppeld kan het systeem het adresboek en de gesprekkenlijst synchroniseren. Herhaal stap 2 en s electeer WIJZE VAN SYNCHRONISEREN INDEX. Selecteer de synchronisat ie van uw keuze en druk op de draaiknop om te bevestigen. De synchronisatie kan enkele minuten duren.
Herhaal, om de gekoppelde telefoon te wijzigen, stap 2, selecteer LIJST GEKOPPELDE TELEFOONS en druk op ok om te beve stigen. De lijst met eerder gekoppelde telefoons (maximaal 10) verschijnt. Selecteer de telefoon van uw keuze, bevestig, selecteer KOPPELEN en druk op de draaiknop om te bevestigen.
Herhaal, om de toegangscode te wijzigen, stap 2, selecteer TOEGANGSCODE en sla de code van uw keuze op.
BLUETOOTH-TELEFOON
EEN BLUETOOTH-TELEFOON
KOPPELEN

Page 188 of 247

171
11
22
33
55
66
44
07 TELEFONEREN
BELLEN MET EEN CONTACTPERSOON
Draai aan de knop om de functie NUMMER KIEZEN te selecteren.
Druk op de toets OPNEMEN om het snelmenu van de telefoon weer te geven.
Druk op de knop om de selectie te bevestigen.
Toets het nummer van uw contactpersoon in op het alfanumerieke toetsenbord.
Druk op de toets OPNEMEN om naar het gekozen nummer te bellen.
Druk op de toets OPHANGEN om het gesprek te beëindigen.
EEN GESPREK ACCEPTEREN OF
WEIGEREN
Druk op de toets OPNEMEN om een gesprek te accepteren.
Druk op de toets OPHANGEN om een gesprek te weigeren.
U kunt ook de toets TEL op het stuur even ingedrukt houden om het menu van de telefoon weer te geven: gesprekkenlijst, telefoonboek, voicemail.
Druk op MENU om de gebruikte telefoon te kiezen, selecteer achtereenvolgens TELEMATICA, BLUETOOTH FUNCTIES, WIJZE VAN ACTIVEREN BLUETOOTH. Naar keuze: - NIET ACTIEF: gebruik van de interne telefoon, - ACTIEF EN ZICHTBAAR: gebruik van de bluetooth telefoon, zichtbaar vanaf alle telefoons, - ACTIEF EN NIET ZICHTBAAR: gebruik van de bluet ooth telefoon, onzichtbaar vanaf de andere telefoons, aansluiten van een nieuwe telefoon niet mogelijk.
Selecteer LIJST GESPREKKEN of INDEX en druk op OK . Kies het gewenste nummer en bevestig om te bellen.
NUMMER KIEZEN

Page 191 of 247

174
11
33
44
55
66
77
88
09
22
CONFIGURATIE
DATUM EN TIJD INSTELLEN
Druk op de toets MENU.
Draai aan de draaiknop om de functie CONFIGURATIE te selecteren.
Druk op de draaiknop om de selectie te bevestigen.
Draai aan de draaiknop om de functie CONFIGURATIE BEELDSCHERM te selecteren. Stel de parameters één voor één in door deze te bevestigen met de draaiknop. Selecteer vervolgens de tab OK op het scherm om de instellingen te bevestigen.
Druk op de draaiknop om de selectie te bevestigen.
CONFIGURATIE BEELDSCHERM
DATUM EN TIJD INSTELLEN
OK
Druk op de draaiknop om de selectie te bevestigen.
Draai aan de draaiknop om de functie DATUM EN TIJD INSTELLEN te selecteren.
Met de functie CONFIGURATIE kunnen de instellingen voor kleur, helderheid, eenheden en gesproken commando's worden gewijzigd.
Dit moet elke keer na het aansluiten van de accuk abels opnieuw gebeuren.

Page 197 of 247

180
Er is een verschil in geluidskwaliteit tussen de verschillende geluidsbronnen (radio, CD...).
Controleer of de audio-instellingen (volume, bassen, hoge tonen, muziekstijl, loudness) zijn afgestemd op de verschillende geluidsbronnen. Het is raadzaam de AUDIO-functies (bassen, hoge tonen, balans V-A, balans L-R) in de middelste stand te zetten, de muziekstijl "Geen" te selecteren en de functie Loudness in de stand "Actief" te zetten als de CD-speler is geselecteerd, en in de stand "Inactief" te zetten als de radio is geselecteerd.
Voor een optimaal luistergenot kunt u de audio-instellingen (volume, bassen, hoge tonen, muziekstijl, loudness) voor elk e geluidsbron afzonderlijk instellen. Hierdoor kunnen bij het selecteren van een andere geluidsbron (radio, CD...) verschillen in de geluid skwaliteit hoorbaar zijn.
De CD wordt steeds uitgeworpen of kan niet worden afgespeeld door de CD-speler.
De CD is voorzien van een beveiligingssysteem dat niet door de autoradio wordt herkend. De CD is ondersteboven in de speler geplaatst, kan niet worden gelezen, bevat geen audiobestanden of bevat audiobestanden d ie niet door de autoradio gelezen kunnen worden.
De CD-speler levert een slechte geluidskwaliteit. Gebruik alleen CD's van goede kwaliteit en berg ze zorgvuldig op. De gebruikte CD is gekrast of van slechte kwaliteit.
De audio-instellingen (bassen, hoge tonen, muzieks tijl) zijn niet op de CD-speler afgestemd. Zet het niveau van de bassen of de hoge tonen op 0, zonder een muziekstijl te selecteren.
In de onderstaande tabel vindt u de antwoorden op de meest gestelde vragen.
VRAAG OPLOSSING ANTWOORD
VEELGESTELDE VRAGEN
- Controleer of de CD met de juiste zijde boven in de speler is geplaatst. - Controleer de staat van de CD: de CD kan niet worden gelezen als deze te veel is beschadigd. - Controleer de inhoud van de CD als deze zelf is gebrand: raadpleeg de tips in het hoofdstuk Audio. - De CD-speler van de autoradio kan geen DVD's afspel en. - De kwaliteit van sommige zelfgebrande CD's is onvoldoende om deze door de autoradio te laten afspelen.

Page 202 of 247

185
01
11
55
1010
22
334466
1313
1111
99
14141515
778812121616
1. Motor afgezet - Kort indrukken: aan/uit - Lang indrukken: CD pauzeren, geluidsweergave radio onderbreken. Draaiende motor - Kort indrukken: CD pauzeren, geluidsweergave radio onderbreken. - Lang indrukken: resetten van het systeem.
2. Volumeregeling (individueel voor iedere geluidsbron, inclusief berichten en waarschuwingen van het navigatiesysteem).
3. Toegang tot het Menu "Radio". Weergave van he t zenderoverzicht.
4. Toegang tot het Menu "Muziek". Weergave van tracks.
6. Toegang tot het Menu "Telefoon". Weergave van het logboek gesprekken.
7. Toegang tot het Menu "MODE". Selecteren van het achtereenvolgens weergeven van: Radio, Kaart, NAV (tijdens navigatie), Telefoon (tijdens een gesprek), Boordcomputer. Lang indrukken: Black Panel-functie (DARK).
8. Toegang tot het Menu "Navigatie". Weergave van de laatst gekozen bestemmingen.
9. Toegang tot het Menu "Verkeer". Weergave van de actuele verkeersinformatie.
10. ESC: huidige bewerking afbreken.
11. CD uitwerpen.
12. Selecteren van de vorige/volgende radiozender in het overzicht. Selecteren van de vorige/volgende MP3-afspeellijst . Selecteren van het vorige/volgende item in een lijst.
13. Selecteren van de vorige/volgende radiozender. Selecteren van de vorige/volgende titel van een CD of vorig/volgend MP3-bestand. Selecteren van het vorige/volgende item in een lijst.
14. Toetsen 1 t/m 6: Selecteren van een in het geheugen opgeslagen radiozender. Lang indrukken: in het geheugen opslaan van de hui dige radiozender.
15. SD-kaartlezer, uitsluitend voor navigatie.
16. Selectieknop voor de weergave op het display, afhankelijk van de context van het menu. Kort indrukken: contextmenu of bevestigen. Lang indrukken: specifi ek contextmenu van deweergegeven lijst.
BASISFUNCTIES
BEDIENINGSPANEEL Peugeot Connect Nav
3 - 4. Lang indrukken: toegang tot de audio-instellingen: geluidsverdeling voor/achter, links/rechts, lage-/hogetonenregeling, sfeerinstellingen, loudness, automatische volumecorrectie, standaardinstellingen . 5. Toegang tot het Menu "SETUP". Lang indrukken: toegang tot het GPS-bereik en de d emo-mode.

Page 204 of 247

187
03 ALGEMENE WERKING
Raadpleeg het hoofdstuk "Menustructuren displays" voor een gedetailleerd overzicht van de keuzemogelijkheden b innen de menu's.
Door meerdere keren achter elkaar op de toets MODE te drukken, krijgt u toegang tot de volgen de menu's:
Gebruik voor het schoonmaken van het display een zacht, niet-schurend doekje (bijvoorbeeld een brillendoekje) zonder schoonmaakmiddel.
RADIO / MULTIMEDIASPELERS
TELEFOON (Tijdens een telefoongesprek)
KAARTWEERGAVE OP VOLLEDIG SCHERM
NAVIGATIE (Tijdens navigatie)
SETUP : taalkeuze * , datum en tijd * , weergave, parameters van de auto * , eenheden en systeeminstellingen "Demo-modus".
VERKEER: TMC-informatie en berichten.
* Afhankelijk van de uitvoering.
BOORDCOMPUTER

Page 212 of 247

195
5
6
3
2
1
4
04
NAVIGATIE-INSTELLINGEN
Selecteer "Instellen risicozones" voor toegang tot de functies "Op kaart weergeven", "Visuele waarschuwing" en "Akoestische waarschuwing".
Selecteer de functie "POI-categorieën op kaart" om de POI's die standaard op de kaart worden weergegeven in te stellen.
Druk op de toets NAV.
Druk nogmaals op de toets NAV of selecteer de functie Menu Navigatie en druk op de draaiknop om te bevestigen.
Selecteer de functie "Instellingen" en druk op de draaiknop om te bevestigen.
POI-CATEGORIEËN OP KAART
INSTELLINGEN
INSTELLEN RISICOZONES
MENU NAVIGATIE
NAVIGATIE
Selecteer de functie "Navigatievolume" en draai aan de draaiknop om het volume van de verschillende gesproken berichttypen (verkeersinformatie, waarschuwingsmeldingen…) in te stellen.
NAVIGATIEVOLUME
Het volume van de risicozone POI's kan alleen wor
den ingesteld als een dergelijke waarschuwingsmelding wordt uitgespro ken.
UPDATEN RISICOZONE-POI'S
Voor het updaten van RISICOZONE-POI's is een SDHC- speler (High Capacity) vereist. Download het update-bestand via Internet (www.peugeot.fr of www.peugeot.co.uk). Open dit bestand en kopiëer de uitgepakte documenten naar de map DATABASE op de SD-kaart, waarbij de bestaand e documenten worden vervangen.

Page 213 of 247

196
2
1
3 4
5
05 VERKEERSINFORMATIE
INSTELLEN VAN DE FILTERS EN DE
WEERGAVE VAN TMC-BERICHTEN
Selecteer vervolgens de gewenste straal van het fi lter (in km), afhankelijk van de route, en bevestig door op de draaiknop te drukken. Wanneer alle berichten over het traject worden geselecteerd, wordt aanbevolen een geografi sche fi lter (over een straal van 5 km bijvoorbeeld) toe te voegen om het aantal berichten dat op de kaart verschijnt te verkleinen. Het geografi sch fi lter volgt de verplaatsing van de auto.
De fi lters werken onafhankelijk van elkaar en cum
ulatief. De fi lters werken onafhankelijk van elkaar en cumulatief. Het is raadzaam om een fi lter op de route en een fi lter rondom de Het is raadzaam om een fi lter op de route en een fi lter rondom de auto in te schakelen van: - 3 km of 5 km voor een gebied met een dicht wegennegennet, - 10 km voor een gebied met een normaal wegennet , nnet, - 50 km voor lange trajecten (autosnelweg).
Druk nogmaals op de toets TRAFFIC of selecteer het Menu Verkeer en druk op de draaiknop om te bevestigen.
Druk op de toets TRAFFIC.
Een TMC-bericht (Trafi c Message Channel) is informatie met betrekking tot het verkeer en het weer die in real time wordt ontvangen en doorgestuurd na ar de bestuurder in de vorm van gesproken berichten en visuele waarschuwingen op de navigatie kaart. Het navigatiesysteem kan in dat geval een alternatieve route voorstellen.
Selecteer de functie "Geografi sch fi lter" en druk op de draaiknop om te bevestigen.
BERICHTEN OP ROUTE
De lijst met TMC-berichten verschijnt onder Menu Verke Verkeer op volgorde van nabijheid.
ALLEEN WAARSCH.BERICHTEN OP ROUTE
MENU VERKEER
Selecteer het gewenste fi lter:
ALLE WAARSCHUWINGSBERICHTEN
ALLE BERICHTEN
De berichten verschijnen op de kaart en in de lijst. Druk op ESC om het fi lter uit te schakelen.
GEOGRAFISCH FILTER

Page:   < prev 1-10 11-20 21-30 31-40 next >