display Peugeot 407 2010 Handleiding (in Dutch)

Page 39 of 247

3COMFORT
39
Menu "CLIM" Druk op de toets
"MENU" om naar het
algemene menu te gaan
en bevestig.
Op het multifunctionele display ver-
schijnt het "Algemeen menu" .
Selecteer het symbool van de aircon-
ditioning met de toetsen van het be-
dieningspaneel. Op het multifunctionele display ver-
schijnt op de voorgrond het menu

"Airconditioning" .
Uitschakelen van de
airconditioning (AC-OFF) Extra verwarming *
Auto's uitgerust met een HDI-motor
kunnen zijn voorzien van een extra
automatische verwarming voor een
optimaal comfort.
Het is normaal dat bij stationair draai-
ende of stilstaande auto een lichte
fl uittoon en rook- en geurvorming
merkbaar zijn.
Als de airconditioning is uitgeschakeld,
kunnen onaangename verschijnselen
optreden (temperatuur, vocht, stank,
beslagen ruiten).
Op het multifunctionele display ver-
schijnt het symbool "AC OFF" .
Als de airconditioning is uitgescha-
keld, zou de ingestelde temperatuur
niet meer bereikt kunnen worden en
zouden de ruiten kunnen beslaan.
U kunt de automatische airconditioning
weer inschakelen door op de toets
"AUTO" op het bedieningspaneel van
de airconditioning te drukken.
* Volgens land van bestemming.

Page 40 of 247

3COMFORT
AUTOMATISCHE AIRCONDITIONING (MET GESCHEIDEN REGELING)

Gescheiden regeling: de regeling
van de temperatuur en de luchtverde-
ling voor bestuurders- en passagiers-
zijde is gescheiden.
De bestuurder en de voorpassagier
kunnen de temperatuur en de luchtver-
deling afzonderlijk naar wens instellen.
Automatische regeling (AUTO) Automatisch
programma - comfort
bestuurder en
passagier (1)
Druk op de toets "AUTO" . Het verklikkerlampje
gaat branden. Op het multifunctionele display
wordt het symbool "AUTO" weergegeven.
Temperatuurregeling
bestuurderszijde (2)
Temperatuurregeling
passagierszijde (3)

 Druk op een van de pijltoetsen
(omhoog of omlaag) om de tempe-
ratuur aan bestuurderszijde ( 2 ) of
aan passagierszijde ( 3 ) in te stel-
len.
De op het display weergegeven waar-
de heeft betrekking op een bepaald
comfortniveau en niet op een tempe-
ratuur in graden Celsius of Fahrenheit
(afhankelijk van de instelling van het
display).
Instelling op een waarde van onge-
veer 21 biedt een optimaal comfort.
Om bij koude motor de toe-
voer van koude lucht te be-
perken, wordt de ventilatie
geleidelijk op het optimale ni-
veau gebracht.
De symbolen en meldingen van de
verschillende instellingen van de au-
tomatische airconditioning verschijnen
op het multifunctionele display.
Afhankelijk van de gekozen instellingen
regelt het systeem de luchtverdeling, de
luchtopbrengst, de temperatuur en de lucht-
toevoer om het comfort en de luchtcirculatie
in het interieur optimaal te houden. U hoeft
het systeem niet meer zelf bij te regelen.

Page 41 of 247

3COMFORT
41
Aanjager (4)
Luchtopbrengst
 Draai de knop 4
rechtsom om de
luchtopbrengst te ver-
groten of linksom om
deze te verkleinen.

 Draai de knop 4
naar links om de
luchttoevoer te on-
derbreken.
Uitschakelen van de ventilatie Regeling
luchtverdeling
bestuurderszijde (5)
Druk herhaaldelijk op de toets 5 of 6
of houd deze ingedrukt om de lucht-
stroom aan de bestuurders- of passa-
gierszijde onafhankelijk van elkaar in
de gewenste richting te sturen.
Het verklikkerlampje van de toets

"AUTO" gaat uit.
De symbolen (pijlen) geven de met de
toetsen 5 of 6 ingestelde luchtstroom
aan op het multifunctionele display.

 De voorruit en zijruiten.

 Ventilatie voor en achter.

 Beenruimte voor en achter.
AUTO Automatische luchtverdeling. Regeling
luchtverdeling
passagierszijde (6)
Handmatig instellen
Het is mogelijk één of meer functies
van de airconditioning handmatig in te
stellen, terwijl de overige functies au-
tomatisch worden geregeld.
In de handbediende stand kunnen on-
aangename verschijnselen optreden
(temperatuur, vocht, stank, beslagen
ruiten) en is het comfort niet optimaal.
Bij het indrukken van de toets "AUTO"
zal het systeem weer volledig automa-
tisch functioneren. Desgewenst kunt u een an-
dere waarde instellen, die ge-
bruikelijk tussen 18 en 24 ligt.
Als de temperatuur in de auto
vlak na het instappen veel lager of ho-
ger is dan de ingestelde waarde, heeft
het geen zin de ingestelde waarde
te wijzigen om sneller het gewenste
comfort te bereiken.
De automatische airconditioning zal
op volle kracht gaan werken om het
temperatuurverschil zo snel mogelijk
te overbruggen.

Om de airconditioning weer in te schakelen:
 Druk op de toets 1 .
Het verklikkerlampje van de toets

"AUTO" gaat uit.
Het symbool van de luchtopbrengst
(propeller) geeft de ingestelde waarde
(gedeeltelijk) aan.
Zorg om te voorkomen dat de ruiten
beslaan en de luchtkwaliteit in het in-
terieur minder wordt, dat de luchtop-
brengst voldoende groot is.
Op het multifunctionele display wordt
het symbool "OFF" weergegeven.
Er wordt niets meer weergegeven op
het display en de verklikkerlampjes
gaan uit.
Alle functies van het systeem worden
uitgeschakeld, met uitzondering van
de achterruitverwarming.
Het thermische comfort (temperatuur,
vocht, geur, ontwaseming) wordt niet
meer geregeld.
Het is raadzaam om niet langdurig met
uitgeschakelde airconditioning te rijden.

Page 42 of 247

3COMFORT
42
Programma "zicht"
voorzijde (7)
In sommige gevallen (bijv. regen, veel
inzittenden, vorst) is het programma
"comfort" niet toereikend om de ruiten
condens- en ijsvrij te houden.

 Selecteer het programma "zicht"
voorzijde om de ruiten snel te ont-
wasemen of ontdooien. Het ver-
klikkerlampje gaat branden.
Het systeem regelt de airconditioning
en de luchtopbrengst en stuurt de op-
timale luchtstroom naar de voorruit en
de voorportierruiten.
Het symbool van het programma
"zicht" wordt weergegeven op het mul-
tifunctionele display.
Druk als het zicht voldoende is op de
toets 1 om naar de instellingen van het
programma "comfort" te gaan. Toevoer van buitenlucht/
luchtrecirculatie in
interieur (8)
Door middel van deze functie kan de
toevoer van buitenlucht bij stank- en
stofoverlast worden afgesloten.

 Druk herhaaldelijk op de toets 8
om de lucht in het interieur te recir-
culeren of de automatische lucht-
toevoer weer in te schakelen. Het
desbetreffende verklikkerlampje
gaat branden:
- toevoer van buitenlucht met ge- bruik van aanjager.
- luchtrecirculatie in het interieur.
Als gedurende lange tijd de lucht in het interieur recirculeert, kun-
nen de ruiten beslaan en kan de
luchtkwaliteit in het interieur ach-
teruit gaan.
Gebruik de luchtrecirculatie al- leen als het echt nodig is.
De ingeschakelde stand wordt tevens weergegeven met een
melding op het multifunctionele
display.

 Druk op de toets 8 om terug te ke-
ren naar de automatische luchttoe-
voer. De beide verklikkerlampjes
zijn uit.

Als de auto opnieuw wordt gestart,
zullen de instellingen hetzelfde zijn.
Achterruitverwarming (9)
De achterruitverwarming werkt onaf-
hankelijk van de airconditioning.

 Druk bij draaiende motor op de
toets 9 om de achterruitverwarming
en verwarming buitenspiegels in te
schakelen. Het verklikkerlampje
gaat branden.
Afhankelijk van de buitentemperatuur
wordt de achterruit- en buitenspiegel-
verwarming automatisch uitgescha-
keld om onnodig stroomverbruik te
voorkomen.
Druk opnieuw op de toets 9 of zet de
motor af om de achterruit- en buiten-
spiegelverwarming uit te schakelen.
Als de achterruitverwarming wordt uit-
geschakeld door de motor af te zet-
ten, wordt deze opnieuw ingeschakeld
als de motor binnen een minuut weer
wordt gestart.
Schakel, zodra de omstandigheden
het toelaten, de achterruit- en buiten-
spiegelverwarming uit om onnodig
stroomverbruik en dus brandstofver-
bruik te voorkomen.

Page 43 of 247

3COMFORT
43
Uitschakelen van de
airconditioning (A/C-OFF)
Uitschakelen of inschakelen van
de gecombineerde regeling (links/
rechts) van de airconditioning
Met deze functie kunnen de instellingen
van de bestuurderszijde overgebracht
worden naar de passagierszijde.
Als deze functie wordt uitgeschakeld,
wordt teruggekeerd naar de geschei-
den regeling voor de bestuurders- en
passagierszijde.
Door op een van de toetsen 4 of 6 te
drukken wordt de gecombineerde re-
geling uitgeschakeld.
Menu "CLIM"
Druk op de toets

"MENU" om naar het
algemene menu te gaan
en bevestig.
Op het multifunctionele display ver-
schijnt het "Algemeen menu" .
Selecteer het symbool van de aircon-
ditioning met de toetsen van het be-
dieningspaneel.
Op het multifunctionele display ver-
schijnt op de voorgrond het hoofdme-
nu "Airconditioning" .
Extra verwarming *
Auto's uitgerust met een HDI-motor
kunnen zijn voorzien van een extra
automatische verwarming voor een
optimaal comfort.
Het is normaal dat bij stationair draai-
ende motor of stilstaande auto een
lichte fl uittoon en rook- en geurvor-
ming merkbaar zijn.
* Volgens land van bestemming.
Als de airconditioning is uitgeschakeld,
kunnen onaangename verschijnselen
optreden (temperatuur, vocht, stank,
beslagen ruiten).
U kunt de automatische airconditioning
weer inschakelen door op de toets

"AUTO" op het bedieningspaneel van
de airconditioning te drukken.

Page 44 of 247

3COMFORT
44
PROGRAMMEERBARE VERWARMING Afstandsbediening van de
programmeerbare verwarming
De afstandsbediening van de pro-
grammeerbare verwarming beschikt
over de volgende toetsen en weerga-
vemogelijkheden:

1. Menutoetsen om door de functies
te scrollen.

2. Pictogrammen: symbolen voor tijd,
temperatuur, werkingstijd, ingestel-
de tijd, werking van de verwarming
en aansturing van de verwarming.

3. Digitale weergave: tijd, tempera-
tuur, werkingsduur, ingestelde tijd
of verwarmingsniveau.

4. Toets voor het uitschakelen.

5. Toets voor het inschakelen. Weergave van de functies

Raadpleeg bij een storing in het sy-
steem van de programmeerbare ver-
warming het PEUGEOT-netwerk.
De programmeerbare verwarming
werkt onafhankelijk van de motor.
Dit systeem verwarmt als de motor is
afgezet de koelvloeistof van de motor,
zodat deze zo snel mogelijk na het
starten de optimale bedrijfstempera-
tuur bereikt.
De programmeerbare verwarming
kan met de afstandsbediening wor-
den ingeschakeld. De verwarming kan
onmiddellijk of met een in te stellen
tijdschakeling worden ingeschakeld.
Weergave op het display van
de afstandsbediening
Druk meerdere keren op de toetsen
1
om de functies weer te geven.
Door de linker- of rechtertoets één
keer in te drukken wordt de tijd weer-
gegeven.
De linkertoets geeft vervolgens toe-
gang tot de in te stellen tijd en het ver-
warmingsniveau (C1 tot C5).
De rechtertoets geeft toegang tot de
interieurtemperatuur en vervolgens de
werkingsduur van de verwarming als
deze onmiddellijk wordt ingeschakeld.
De informatie over de interieur-
temperatuur is alleen beschik-
baar als de motor is afgezet.

Page 47 of 247

3COMFORT
47
Schakel de programmeerbare verwar-
ming tijdens het tanken uit om de kans
op brand of een explosie uit te sluiten.
Om de kans op vergiftiging of verstik-
king uit te sluiten mag de program-
meerbare verwarming nooit, zelfs niet
voor een korte tijd, worden gebruikt in
een afgesloten ruimte zoals een gara-
ge of werkplaats zonder afzuiginstal-
latie voor uitlaatgassen.
Parkeer om brand te voorkomen de
auto niet op een gemakkelijk brand-
bare ondergrond (zoals droog gras,
afgevallen bladeren, papier...).
Het systeem van de programmeerba-
re verwarming wordt gevoed vanuit de
brandstoftank van de auto. Controleer
voor het gebruik van de verwarming
of er voldoende brandstof aanwezig
is. Als het minimum brandstofniveau
bereikt is, is het raadzaam de pro-
grammeerbare verwarming niet te ge-
bruiken.
Vervangen van de batterij
De afstandsbediening wordt gevoed door
een meegeleverde 6V-28L-batterij.
Als deze batterij moet worden vervangen,
wordt dit op het display aangegeven.
Maak het huis van de afstandsbedie-
ning los en vervang de batterij.
De afstandsbediening moet vervolgens
opnieuw gesynchroniseerd worden. Deze
procedure wordt hierna behandeld.
Als accessoire kan de pro-
grammeerbare verwarming
zodanig worden aangepast
dat deze het interieur kan
voorverwarmen.
Synchroniseren van de
afstandsbediening
Als de accu is losgekoppeld geweest
of de batterij is vervangen, moet de
afstandsbediening gesynchroniseerd
worden.
Druk binnen 5 seconden na het aan-
sluiten van de accu gedurende 1 se-
conde op de toets
4 (OFF). Als de
handeling op de juiste wijze is uit-
gevoerd, wordt de melding "OK" op
het display van de afstandsbediening
weergegeven.
Bij een storing wordt de melding

"FAIL" weergegeven. Voer de hande-
lingen nogmaals uit. Gooi de lege batterijen niet
weg, maar lever ze in bij een
speciaal inzamelpunt.

Page 63 of 247

4TOEGANG TOT DE AUTO
Met de sleutel

 Vergrendel de auto (de richting-
aanwijzers branden ongeveer twee
seconden).

 Als de sleutel binnen 5 seconden
nogmaals in de stand vergrende-
len wordt gedraaid, wordt de su-
pervergrendeling ingeschakeld (de
richtingaanwijzers branden onge-
veer twee seconden).
SLEUTEL MET AFSTANDSBEDIENING
Met behulp van de sleutel in het slot
van het bestuurdersportier kunnen de
portieren, de achterklep en de brand-
stofvulklep vergrendeld of ontgrendeld
worden en kunnen de buitenspiegels
in- en uitgeklapt worden en los hier-
van kan het dashboardkastje geopend
of gesloten worden, kunnen de ach-
terbankleuningen vergrendeld of ont-
grendeld worden voor toegang tot de
bagageruimte (407 Sedan) en kan het
contactslot worden bediend.
Met de afstandsbediening kunnen de-
zelfde functies worden uitgevoerd als
met de sleutel en kan het kofferdeksel
(Sedan) of de achterruit (407SW) op
een kier worden gezet.
Met de afstandsbediening, die geïntegreerd
is in de sleutel, kan de auto op afstand ver-
grendeld en ontgrendeld worden.
Als één van de portieren of de ach-
terklep geopend is, werkt de centrale
vergrendeling niet. Ontgrendelen en op een kier zetten
van het kofferdeksel (Sedan) of de
achterruit (407 SW)

 Houd de knop D lang ingedrukt.
Hierbij worden tevens de portieren
ontgrendeld.
Uitklappen/inklappen van de sleutel
Druk op de knop A om de sleutel uit of
in te klappen. Vergrendelen

 Druk op de knop B .
De richtingaanwijzers gaan ongeveer
twee seconden branden en de buiten-
spiegels worden ingeklapt.
Druk lang op de knop B om ook de rui-
ten en het schuif-/kanteldak te sluiten.
Ontgrendelen

 Druk op de knop C .
De richtingaanwijzers knipperen snel en
de buitenspiegels worden uitgeklapt.
De functie "Inklappen van de buiten-
spiegels" kan worden uitgeschakeld
door het PEUGEOT-netwerk. Permanente vergrendeling van het
kofferdeksel (Sedan)
Supervergrendeling
De supervergrendeling blokkeert het
van binnenuit en van buitenaf openen
van de portieren.

Schakel de supervergrendeling niet
in als er nog iemand in de auto zit.
Opmerking: Als de auto is
vergrendeld en per ongeluk
wordt ontgrendeld zonder dat
binnen 30 seconden een van
de portieren wordt geopend, wordt de
auto automatisch weer vergrendeld. Deze functie kan worden
in- of uitgeschakeld via
de menu's "persoonlijke
instellingen - confi guratie"
en "Parameters van de
auto defi niëren" van het
multifunctionele display.

 Druk op de knop D van de af-
standsbediening om alleen het
kofferdeksel te ontgrendelen.

Page 65 of 247

4TOEGANG TOT DE AUTO
BATTERIJ VERVANGEN
Batterij: CR 1620 / 3 V .
Wip om de batterij te vervangen het
huis met een muntstuk bij het oog los
om bij de batterij te komen.
SYNCHRONISEREN

 Zet het contact uit.

 Zet het contact weer aan.

 Druk direct gedurende enkele se-
conden op de vergrendelingsknop
van de afstandsbediening.

 Zet het contact uit en verwijder de
sleutel uit het contactslot. De af-
standsbediening werkt nu weer.
Als de afstandsbediening na het ver-
vangen van de batterij niet werkt,
moet deze opnieuw gesynchroniseerd
worden.
ELEKTRONISCHE STARTBLOKKERING
Pictogram elektronische start-
blokkering
Het pictogram verschijnt in combinatie
met een melding op het multifunctio-
nele display.
De auto kan dan niet gestart worden.
Raadpleeg het PEUGEOT-netwerk.
Deze diefstalbeveiliging blokkeert het
motormanagementsysteem zodra het
contact wordt afgezet en voorkomt zo het
starten van de motor bij een inbraak.
In de sleutel is een chip aangebracht
die over een specifi eke code beschikt.
Bij het aanzetten van het contact moet
de code van de sleutel worden her-
kend door de startblokkering, waarna
de motor gestart kan worden.

Bij een storing in het systeem gaat
het volgende verklikkerlampje branden: Afstandsbediening
De radiografi sche afstandsbediening
is een systeem met een groot bereik.
Het is raadzaam om niet met de knop
van de afstandsbediening te spelen
om te voorkomen dat de portieren per
ongeluk ontgrendeld worden.
Druk nooit op de knoppen van uw af-
standsbediening buiten het bereik en
het zicht van uw auto. De afstandsbe-
diening kan dan onbruikbaar worden
en moet in dat geval opnieuw worden
gesynchroniseerd.
De afstandsbediening kan niet functi-
oneren als de sleutel in het contactslot
zit, zelfs als het contact uitstaat, be-
halve voor het synchroniseren.
Vergrendelen van de auto
Het rijden met vergrendelde portieren
kan in geval van nood de toegang tot
het interieur belemmeren.
Neem uit veiligheidsoverwegingen
(kinderen in de auto) de sleutel met
afstandsbediening mee als u de auto
verlaat, zelfs al is dit voor korte duur. Sleutels verloren
Ga met het kentekenbewijs
van de auto en uw legitimatie-
bewijs naar het PEUGEOT-netwerk.
Het PEUGEOT-netwerk kan de speci-
ale code van de sleutel en de trans-
ponder opzoeken en voor nieuwe
sleutels zorgen.

Page 66 of 247

4TOEGANG TOT DE AUTO
64
Diefstalbeveiliging
Breng geen wijzigingen aan
in de elektronische startblok-
kering; dit kan tot storingen
leiden. KINDERBEVEILIGING
Elektrische bediening Neem voor het verlaten van de
auto altijd de sleutel uit het con-
tact, zelfs voor korte periodes.
Controleer na het aanzetten
van het contact altijd of het kinderslot
is ingeschakeld.
Bij een zware aanrijding worden de
elektrisch bedienbare kindersloten auto-
matisch uitgeschakeld zodat de achter-
passagiers de auto kunnen verlaten.
Het elektrisch bedienbare kinderslot
voorkomt dat beide achterportieren van
binnenuit kunnen worden geopend.
Druk met het contact aan op de knop.
Er verschijnt een melding op het multi-
functionele display.
Dit systeem werkt onafhankelijk en vervangt
in geen geval de centrale vergrendeling.
Beide achterportieren zijn voorzien
van een kinderslot om het openen van
binnenuit te verhinderen.

 Draai de knop op de zijkant van
het portier een kwart omwenteling
met de contactsleutel.
Mechanische bediening
Bij het aanschaffen van een
gebruikte auto
Laat uw sleutels door het PEUGEOT-
netwerk in het elektronische geheu-
gen van de auto opslaan, zodat u er
zeker van kunt zijn dat de in uw bezit
zijnde sleutels de enige zijn waarmee
de auto kan worden gestart. Gooi de lege batterijen van de
afstandsbediening niet weg:
ze bevatten metalen die scha-
delijk zijn voor het milieu.
Lever lege batterijen in bij een
speciaal verzamelpunt.

Page:   < prev 1-10 11-20 21-30 31-40 41-50 51-60 61-70 ... 90 next >