ABS Peugeot 407 2010 Handleiding (in Dutch)

Page 16 of 247

1
19

1. Koelvloeistoftemperatuurmeter.

2. Pictogrammen ingeschakelde
verlichting:
dimlicht.
grootlicht.
mistlampen vóór.
mistachterlicht.

3. Toerenteller.

4. Pictogrammen:
veiligheidsgordels vóór niet vastgemaakt.
brandstofreserve.
richtingaanwijzer links.

5. Brandstofniveaumeter.
INSTRUMENTENPANELEN BENZINE/DIESEL HANDGESCHAKELDE VERSNELLINGSBAK/AUTOMATISCHE TRANSMISSIE

10. Knop CHECK en nulstelling
dagteller en onderhoudsindicator.

11. Display instrumentenpaneel:
Kilometerteller.
Dagteller.
Pictogram stand selectiehendel automatische transmissie.
Aanwijzing snelheidsregelaar/- begrenzer.
Onderhoudsindicator.
Aanwijzing rijrichting (navigatiesysteem).
CHECK (automatische controle van de auto).
Informatie boordcomputer.
Waarschuwingen en meldingen.

12. Dimmer dashboardverlichting.

6. Pictogrammen:
handrem aangetrokken, te laag remvloeistofniveau of storing
elektronische remdrukregelaar.
richtingaanwijzer rechts.

7. Snelheidsmeter.

8. Pictogrammen:
emissieregeling.
antiblokkeersysteem (ABS).
uitschakeling airbag passagierszijde.
voorgloeien dieselmotor.

9. Motorolietemperatuurmeter.

Page 19 of 247

1
21
Pictogram waarschuwing
brandstofniveau
Afhankelijk van de rijomstandigheden
en de motoruitvoering kunt u nog min-
der dan 50 km met de resterende hoe-
veelheid brandstof rijden (tankinhoud:
ongeveer 67 liter).
Pictogram emissieregeling
Dit pictogram moet enkele seconden
na het starten van de motor weer
verdwijnen.
Als het pictogram bij draaiende motor
knippert of blijft branden, wijst dit op
een storing in de emissieregeling.
Raadpleeg zo snel mogelijk het
PEUGEOT-netwerk. Pictogram voorgloeien
dieselmotor
Wacht met starten van de motor tot
dit pictogram verdwijnt. Het moment
waarop het pictogram verdwijnt, is af-
hankelijk van de buitentemperatuur.
Pictogram uitschakeling
passagiersairbag *
Dit pictogram wordt blijvend weerge-
geven als de airbag aan passagiers-
zijde is uitgeschakeld.
Als het pictogram bij een snelheid
van meer dan 10 km/h constant wordt
weergegeven, wijst dit op een storing
in het antiblokkeersysteem.
De normale remwerking met rembe-
krachtiging blijft echter behouden.
Raadpleeg het PEUGEOT-netwerk.
Pictogram
antiblokkeersysteem (ABS)
* Volgens land van bestemming.
Het pictogram verschijnt te-
vens op het display van het
instrumentenpaneel. Koelvloeistoftemperatuurmeter
Wijzer in zone
A : de temperatuur is in
orde.
Wijzer in zone B : de temperatuur is te
hoog.
Stop onmiddellijk als het pictogram te
hoge koelvloeistoftemperatuur wordt
weergegeven (gekoppeld aan het pic-
togram STOP ).
Wacht tot de motor is afgekoeld alvo-
rens koelvloeistof bij te vullen.
Het koelcircuit staat onder druk. Draai,
om verwondingen te voorkomen, de
vuldop twee omwentelingen los om de
druk te laten afnemen.
Verwijder vervolgens de vuldop en vul
indien nodig koelvloeistof bij.
Raadpleeg het PEUGEOT-netwerk.

Page 20 of 247

1
21
Pictogram waarschuwing
brandstofniveau
Afhankelijk van de rijomstandigheden
en de motoruitvoering kunt u nog min-
der dan 50 km met de resterende hoe-
veelheid brandstof rijden (tankinhoud:
ongeveer 67 liter).
Pictogram emissieregeling
Dit pictogram moet enkele seconden
na het starten van de motor weer
verdwijnen.
Als het pictogram bij draaiende motor
knippert of blijft branden, wijst dit op
een storing in de emissieregeling.
Raadpleeg zo snel mogelijk het
PEUGEOT-netwerk. Pictogram voorgloeien
dieselmotor
Wacht met starten van de motor tot
dit pictogram verdwijnt. Het moment
waarop het pictogram verdwijnt, is af-
hankelijk van de buitentemperatuur.
Pictogram uitschakeling
passagiersairbag *
Dit pictogram wordt blijvend weerge-
geven als de airbag aan passagiers-
zijde is uitgeschakeld.
Als het pictogram bij een snelheid
van meer dan 10 km/h constant wordt
weergegeven, wijst dit op een storing
in het antiblokkeersysteem.
De normale remwerking met rembe-
krachtiging blijft echter behouden.
Raadpleeg het PEUGEOT-netwerk.
Pictogram
antiblokkeersysteem (ABS)
* Volgens land van bestemming.
Het pictogram verschijnt te-
vens op het display van het
instrumentenpaneel. Koelvloeistoftemperatuurmeter
Wijzer in zone
A : de temperatuur is in
orde.
Wijzer in zone B : de temperatuur is te
hoog.
Stop onmiddellijk als het pictogram te
hoge koelvloeistoftemperatuur wordt
weergegeven (gekoppeld aan het pic-
togram STOP ).
Wacht tot de motor is afgekoeld alvo-
rens koelvloeistof bij te vullen.
Het koelcircuit staat onder druk. Draai,
om verwondingen te voorkomen, de
vuldop twee omwentelingen los om de
druk te laten afnemen.
Verwijder vervolgens de vuldop en vul
indien nodig koelvloeistof bij.
Raadpleeg het PEUGEOT-netwerk.

Page 99 of 247

7VEILIGHEID
86
CLAXON
Druk op een van de spaken van het
stuurwiel.
ALARMKNIPPERLICHTEN
Automatische ontsteking van
de alarmknipperlichten
Bij een noodstop schakelen de alarm-
knipperlichten, afhankelijk van de
remvertraging die optreedt, automa-
tisch in. De alarmknipperlichten blijven
knipperen totdat er opnieuw gas wordt
gegeven.
U kunt de alarmknipperlichten echter
ook uitschakelen door de knop in te
drukken.
ELEKTRONISCH STABILITEITSPROGRAMMA (ESP)
Dit systeem staat in verbinding met en
is een aanvulling op het ABS.
Als de koers van de auto afwijkt van de
door de bestuurder gewenste richting,
houdt het ESP-systeem de vier wielen
in de gaten en grijpt automatisch in
via de remmen van een of meerdere
wielen en het motorkoppel om de auto
voor zover mogelijk weer in de juiste
koers te brengen.
Ingreep door het ESP-systeem Het pictogram verschijnt. Uitschakelen van het ESP
In bijzondere omstandigheden (als
de auto blijft steken in de modder of
sneeuw, op een losse ondergrond...)
kan het nuttig zijn het ESP uit te scha-
kelen .

 Druk op de schakelaar "ESP OFF"
op de middenconsole.
Het verklikkerlampje van de schake-
laar gaat branden en het pictogram
verschijnt: het ESP heeft geen invloed
meer op de werking van de motor.
Pictogram instrumentenpaneel.

De systemen worden opnieuw:

 automatisch ingeschakeld als het
contact wordt afgezet.

 automatisch ingeschakeld vanaf
50 km/h.

 handmatig ingeschakeld door nog-
maals op de schakelaar te drukken.
Druk de knop in, de richtingaanwijzers
knipperen tegelijkertijd.
De alarmknipperlichten werken ook
als het contact is afgezet.

Page 100 of 247

7VEILIGHEID
86
CLAXON
Druk op een van de spaken van het
stuurwiel.
ALARMKNIPPERLICHTEN
Automatische ontsteking van
de alarmknipperlichten
Bij een noodstop schakelen de alarm-
knipperlichten, afhankelijk van de
remvertraging die optreedt, automa-
tisch in. De alarmknipperlichten blijven
knipperen totdat er opnieuw gas wordt
gegeven.
U kunt de alarmknipperlichten echter
ook uitschakelen door de knop in te
drukken.
ELEKTRONISCH STABILITEITSPROGRAMMA (ESP)
Dit systeem staat in verbinding met en
is een aanvulling op het ABS.
Als de koers van de auto afwijkt van de
door de bestuurder gewenste richting,
houdt het ESP-systeem de vier wielen
in de gaten en grijpt automatisch in
via de remmen van een of meerdere
wielen en het motorkoppel om de auto
voor zover mogelijk weer in de juiste
koers te brengen.
Ingreep door het ESP-systeem Het pictogram verschijnt. Uitschakelen van het ESP
In bijzondere omstandigheden (als
de auto blijft steken in de modder of
sneeuw, op een losse ondergrond...)
kan het nuttig zijn het ESP uit te scha-
kelen .

 Druk op de schakelaar "ESP OFF"
op de middenconsole.
Het verklikkerlampje van de schake-
laar gaat branden en het pictogram
verschijnt: het ESP heeft geen invloed
meer op de werking van de motor.
Pictogram instrumentenpaneel.

De systemen worden opnieuw:

 automatisch ingeschakeld als het
contact wordt afgezet.

 automatisch ingeschakeld vanaf
50 km/h.

 handmatig ingeschakeld door nog-
maals op de schakelaar te drukken.
Druk de knop in, de richtingaanwijzers
knipperen tegelijkertijd.
De alarmknipperlichten werken ook
als het contact is afgezet.

Page 101 of 247

7VEILIGHEID
87
Storing
Bij een storing in het systeem ver-
schijnt het pictogram in combinatie
met een geluidssignaal en een mel-
ding op het multifunctionele display.
Raadpleeg het PEUGEOT -netwerk om
de systemen te laten controleren. Pictogram instrumentenpaneel.
Het ESP zorgt voor meer vei-
ligheid tijdens het rijden. De
bestuurder mag zich echter
nooit laten verleiden tot het
nemen van meer risico's (laat rem-
men) of het te hard rijden.
De goede werking van de systemen
wordt verzekerd door de naleving van
de voorschriften van de constructeur
op het gebied van wielen (banden en
velgen), onderdelen van het remsy-
steem, elektronische onderdelen als-
mede de montageprocedure en het
uitvoeren van werkzaamheden door
het PEUGEOT -netwerk.
Laat de systemen na een aanrijding
controleren door het PEUGEOT -net-
werk. ANTIBLOKKEERSYSTEEM (ABS)
Het antiblokkeersysteem zorgt tijdens
het remmen voor een betere stabili-
teit en bestuurbaarheid van uw auto,
vooral op een slecht of glad wegdek.
Het ABS treedt automatisch in werking
zodra één van de wielen dreigt te blok-
keren.
De normale werking van het ABS kan
merkbaar zijn door het trillen van het
rempedaal.
Dit pictogram geeft een sto-
ring in het ABS aan.
Dit wordt tevens aangegeven
door een pictogram op het dis-
play in het instrumentenpaneel.
Als de pictogrammen blijven branden
bij een snelheid hoger dan 10 km/h, is
het ABS buiten werking.
De normale remwerking met rembe-
krachtiging blijft echter behouden.
Raadpleeg het PEUGEOT-netwerk.
NOODREMASSISTENTIE
Dit systeem zorgt ervoor dat in nood-
gevallen de optimale remdruk sneller
wordt bereikt, zodat de remafstand
kleiner wordt.
Het systeem wordt ingeschakeld als
de snelheid waarmee het rempedaal
wordt ingedrukt groot is en zorgt ervoor
dat de benodigde bedieningskracht
minder wordt en dat de effectiviteit van
het remmen wordt vergroot.
Het systeem zorgt ervoor dat de beno-
digde bedieningskracht minder wordt
en dat de effectiviteit van het remmen
wordt vergroot.
Trap het rempedaal bij een noodstop
zo krachtig mogelijk in en blijf een maxi-
male kracht uitoefenen op het pedaal.

Trap het rempedaal bij een
noodstop krachtig en volle-
dig in en laat het niet los.

Opmerking: zorg er bij vervanging
van de wielen (banden en velgen) voor
dat er gehomologeerde wielen worden
gemonteerd.

Page 102 of 247

7VEILIGHEID
87
Storing
Bij een storing in het systeem ver-
schijnt het pictogram in combinatie
met een geluidssignaal en een mel-
ding op het multifunctionele display.
Raadpleeg het PEUGEOT -netwerk om
de systemen te laten controleren. Pictogram instrumentenpaneel.
Het ESP zorgt voor meer vei-
ligheid tijdens het rijden. De
bestuurder mag zich echter
nooit laten verleiden tot het
nemen van meer risico's (laat rem-
men) of het te hard rijden.
De goede werking van de systemen
wordt verzekerd door de naleving van
de voorschriften van de constructeur
op het gebied van wielen (banden en
velgen), onderdelen van het remsy-
steem, elektronische onderdelen als-
mede de montageprocedure en het
uitvoeren van werkzaamheden door
het PEUGEOT -netwerk.
Laat de systemen na een aanrijding
controleren door het PEUGEOT -net-
werk. ANTIBLOKKEERSYSTEEM (ABS)
Het antiblokkeersysteem zorgt tijdens
het remmen voor een betere stabili-
teit en bestuurbaarheid van uw auto,
vooral op een slecht of glad wegdek.
Het ABS treedt automatisch in werking
zodra één van de wielen dreigt te blok-
keren.
De normale werking van het ABS kan
merkbaar zijn door het trillen van het
rempedaal.
Dit pictogram geeft een sto-
ring in het ABS aan.
Dit wordt tevens aangegeven
door een pictogram op het dis-
play in het instrumentenpaneel.
Als de pictogrammen blijven branden
bij een snelheid hoger dan 10 km/h, is
het ABS buiten werking.
De normale remwerking met rembe-
krachtiging blijft echter behouden.
Raadpleeg het PEUGEOT-netwerk.
NOODREMASSISTENTIE
Dit systeem zorgt ervoor dat in nood-
gevallen de optimale remdruk sneller
wordt bereikt, zodat de remafstand
kleiner wordt.
Het systeem wordt ingeschakeld als
de snelheid waarmee het rempedaal
wordt ingedrukt groot is en zorgt ervoor
dat de benodigde bedieningskracht
minder wordt en dat de effectiviteit van
het remmen wordt vergroot.
Het systeem zorgt ervoor dat de beno-
digde bedieningskracht minder wordt
en dat de effectiviteit van het remmen
wordt vergroot.
Trap het rempedaal bij een noodstop
zo krachtig mogelijk in en blijf een maxi-
male kracht uitoefenen op het pedaal.

Trap het rempedaal bij een
noodstop krachtig en volle-
dig in en laat het niet los.

Opmerking: zorg er bij vervanging
van de wielen (banden en velgen) voor
dat er gehomologeerde wielen worden
gemonteerd.

Page 127 of 247

9ONDERHOUD
112
CONTROLES
Laat uw accu voor de winter
door het PEUGEOT-netwerk
controleren.
Laat de fi lters periodiek ver-
vangen. Als de omgeving
daartoe aanleiding geeft,
moeten de fi lters twee keer zo
vaak worden vervangen.
Luchtfilter en interieurfilter
Roetfilter (diesel)
Het onderhoud van het roetfi lter moet
overeenkomstig het onderhoudssche-
ma van de constructeur worden uitge-
voerd door het PEUGEOT-netwerk.

Opmerking : als langdurig met zeer
lage snelheid wordt gereden of de
motor langdurig stationair draait, kan
bij gasgeven soms rook uit de uitlaat
waargenomen worden. Dit heeft geen
invloed op de prestaties van de auto
en heeft geen gevolgen voor het mi-
lieu.
Bij auto's met roetfi lter kan de motor-
ventilateur nog gaan werken na het
afzetten van de motor, zelfs bij koude
motor. Als de handrem een te grote
slag heeft of als het systeem
minder goed werkt, moet de
handrem worden afgesteld.
Laat het systeem controleren door het
PEUGEOT-netwerk.
Handrem
Slijtage remschijven
Raadpleeg voor meer informatie over
de controle van de staat van uw rem-
schijven het PEUGEOT-netwerk.
BRANDSTOFTOEVOER (BENZINE) *
Onder bepaalde omstandigheden
wordt uit veiligheidsoverwegingen de
brandstoftoevoer door de brandstofaf-
sluiter onderbroken.
Brandstoftoevoer herstellen:
BRANDSTOFTANK LEEG (DIESEL)
In het geval van een lege brandstof-
tank is het noodzakelijk het brandstof-
systeem te ontluchten.
De handopvoerpomp en de ontluch-
tingsnippel bevinden zich onder de
motorkap (zie de desbetreffende af-
beelding in het hoofdstuk met de tech-
nische gegevens):
1,6 liter 16V HDI-motor
- vul de brandstoftank met minimaal
vijf liter diesel,
- bedien de handopvoerpomp tot u brandstof door de transparante
slang ziet stromen,
- houd de sleutel in de stand "D" (starten) tot de motor aanslaat.
2 liter 16V HDI-motor
- vul de brandstoftank met minimaal vijf liter diesel,
- draai de ontluchtingsnippel los,
- bedien de handopvoerpomp tot u brandstof via de ontluchtingsnippel
ziet weglopen,
- draai de ontluchtingsnippel vast,
- houd de sleutel in de stand "D" (starten) tot de motor aanslaat.
De slijtage van de remblokken
is sterk afhankelijk van de rij-
stijl, vooral bij stadsverkeer en
veel korte ritten.
Remblokken Hierdoor kan het noodzakelijk
blijken om de remblokken vaker,
tussen twee onderhoudscontro-
les door, te laten controleren.
* Volgens uitvoering.
Om de werking van belangrijke
organen als de stuurbekrachti-
ging en het remsysteem te op-
timaliseren, selecteert en biedt
de fabrikant specifi eke producten aan;
gebruik uitsluitend door PEUGEOT
aanbevolen producten.
Accu
Het is absoluut niet toegestaan om
de motorruimte met een hogedruk-
reiniger te reinigen. Hierdoor kan het
elektrisch systeem beschadigd raken.
 druk op de rode knop van de brand-
stofafsluiter bij de rechter veerpoot
onder de motorkap.

Page 141 of 247

1010PRAKTISCHE INFORMATIE
122
Zekeringen motorruimte
Sluit na de werkzaamheden het dek-
sel zorgvuldig en plaats de kap terug.
Verwijder om bij de zekeringen in de
motorruimte (naast de accu) te komen
de kap van de accu en maak het dek-
sel los.
Zekering
Ampère

(A)
Functies

1 20 Elektronische eenheid motor.

2 15 Claxon.

3 10 Ruitensproeiers voor en achter.

4 20 Koplampsproeiers.

5 15 Regelorganen motormanagement
(brandstofpomp, elektrokleppen absorptievat, ...).

6 10 Elektronische eenheid automatische transmissie.

7 10 Eenheid veiligheidsschakeling,
luchthoeveelheidsmeter, koppelingsschakelaar,
schakelaar automatische transmissie met
6 versnellingen, remlichtschakelaars, automatische
antiverblindingsstand binnenspiegel, schakelaars
zonnescherm panoramadak (407SW).

8 20 Startrelais.

9 10
Voeding xenonlampen, remlichtschakelaar,
elektropompgroep stuurbekrachtiging, elektronische
eenheid automatische transmissie met

4 versnellingen, blokkeerelais automatische transmi ssie.

10 30 Regelorganen motormanagement (bobine,
elektrokleppen, lambdasondes).

11 40 Aanjager airconditioning of niet gebruikt.

12 30 Ruitenwissers vóór.

13 40 Voeding intelligente servicecentrale
(+ na contact).

14 30 Luchtpomp.