dashboard Peugeot 407 2010 Handleiding (in Dutch)

Page 5 of 247

IN EEN OOGOPSLAG COCKPIT
1. Stuurwielverstelling in hoogte en
diepte.

2. Schakelaar verlichting en
richtingaanwijzers.

3. Instrumentenpaneel.

4. Schakelaar ruitenwissers/-
sproeiers/bediening
boordcomputer.

5. Ventilatierooster voor matige
luchtverspreiding.

6. Luidsprekers (tweeters).

7. Schakelaars ruitbediening
passagierszijde.

8. Dashboardkastje met koeling.

9. Stuurkolomschakelaars radio.

10. Contact-/stuurslot.

11. Schakelaar snelheidsregelaar/-
begrenzer.

12. Opbergvak (bestuurderszijde).
Zekeringkast.

13. Hoogteverstelling koplampen.

14. Hendel motorkapontgrendeling.

Page 16 of 247

1
19

1. Koelvloeistoftemperatuurmeter.

2. Pictogrammen ingeschakelde
verlichting:
dimlicht.
grootlicht.
mistlampen vóór.
mistachterlicht.

3. Toerenteller.

4. Pictogrammen:
veiligheidsgordels vóór niet vastgemaakt.
brandstofreserve.
richtingaanwijzer links.

5. Brandstofniveaumeter.
INSTRUMENTENPANELEN BENZINE/DIESEL HANDGESCHAKELDE VERSNELLINGSBAK/AUTOMATISCHE TRANSMISSIE

10. Knop CHECK en nulstelling
dagteller en onderhoudsindicator.

11. Display instrumentenpaneel:
Kilometerteller.
Dagteller.
Pictogram stand selectiehendel automatische transmissie.
Aanwijzing snelheidsregelaar/- begrenzer.
Onderhoudsindicator.
Aanwijzing rijrichting (navigatiesysteem).
CHECK (automatische controle van de auto).
Informatie boordcomputer.
Waarschuwingen en meldingen.

12. Dimmer dashboardverlichting.

6. Pictogrammen:
handrem aangetrokken, te laag remvloeistofniveau of storing
elektronische remdrukregelaar.
richtingaanwijzer rechts.

7. Snelheidsmeter.

8. Pictogrammen:
emissieregeling.
antiblokkeersysteem (ABS).
uitschakeling airbag passagierszijde.
voorgloeien dieselmotor.

9. Motorolietemperatuurmeter.

Page 27 of 247

1
28
BOORDCOMPUTER

of
TRIP (Traject): toegang
tot de weergave van de
boordcomputer.
Druk herhaaldelijk op de toets op het
uiteinde van de ruitenwisserschake-
laar om de verschillende informatie
weer te geven.
DIMMER DASHBOARDVERLICHTING
Op 0 zetten
Druk de knop meer dan twee secon-
den in zodra het gewenste traject
wordt aangegeven.
Druk, tijdens het branden van de ver-
lichting, op de knop om de sterkte van
de dashboardverlichting te verande-
ren. Als de verlichting de zwakste (of
felste) stand heeft bereikt, laat dan de
knop los en druk deze vervolgens op-
nieuw in om de verlichting weer feller
(of zwakker) te maken.
Laat de knop los zodra de gewenste
lichtsterkte is bereikt.
- stand "auto" met:


Page 28 of 247

1
28
BOORDCOMPUTER

of
TRIP (Traject): toegang
tot de weergave van de
boordcomputer.
Druk herhaaldelijk op de toets op het
uiteinde van de ruitenwisserschake-
laar om de verschillende informatie
weer te geven.
DIMMER DASHBOARDVERLICHTING
Op 0 zetten
Druk de knop meer dan twee secon-
den in zodra het gewenste traject
wordt aangegeven.
Druk, tijdens het branden van de ver-
lichting, op de knop om de sterkte van
de dashboardverlichting te verande-
ren. Als de verlichting de zwakste (of
felste) stand heeft bereikt, laat dan de
knop los en druk deze vervolgens op-
nieuw in om de verlichting weer feller
(of zwakker) te maken.
Laat de knop los zodra de gewenste
lichtsterkte is bereikt.
- stand "auto" met:


Page 33 of 247

2MULTIFUNCTIONELE DISPLAYS
33
KLEURENDISPLAY MET HOGE RESOLUTIE (MET PEUGEOT CONNECT COM)
Dit display kan de volgende informatie
weergeven:
- de tijd,
- de datum,
- de buitentemperatuur (bij kans op gladheid knippert de weergegeven
temperatuur),
-
controle van te openen carrosseriedelen,
- meldingen over de staat van de functies van de auto, die tijdelijk
worden weergegeven,
- waarschuwingsmeldingen,
- de audiofuncties,
- de informatie van de boordcomputer,
- de instellingen van de airconditioning,
-
de informatie van het navigatiesysteem.
Algemeen menu Confi guratie van het display
Druk op de toets "MENU" om naar
het algemene menu te gaan en se-
lecteer een van de volgende functies:
Navigatie, Kaart, Verkeersinformatie,
Audiofuncties, Telematica, Confi gura-
tie, Video, Diagnose auto en Aircondi-
tioning. - Kiezen van de kleur,
- Instellen van de lichtsterkte,
- Instellen van datum en tijd,
- Kiezen van de eenheden.
Parameters van de auto instellen
Met deze functie kunnen verschillende
systemen van de auto geactiveerd of
uitgeschakeld worden.
- permanente vergrendeling van het
kofferdeksel bij de 407 sedan,
- automatisch inschakelen van de verlichting,
- automatische Follow-Me-Home-ver- lichting,
- automatisch inschakelen ruitenwis- ser achter bij inschakelen achteruit-
versnelling bij de 407 SW.
Het menu "Confi guratie" biedt toe-
gang tot de volgende functies:
- Confi guratie display,
- Geluid,
- Taalkeuze,
- Parameters auto defi niëren.
U kunt op de drie aansluitingen in het
dashboardkastje een videoapparaat
(camcorder, digitale camera, ...) aan-
sluiten.
De videoweergave is uitsluitend mo-
gelijk als de auto stilstaat.
Selecteer in het algemene menu het
menu "Video":
- "Videofunctie activeren" om de vi-deofunctie in of uit te schakelen,
- "Parameters video" om het formaat van de weergave, de lichtsterkte, het
contrast en de kleuren in te stellen.
Druk op de toets "ESC" of "DARK" om
de videoweergave uit te schakelen.
Druk herhaaldelijk op de toets "SOURCE"
om in plaats van de videoweergave
een andere geluidsbron te selecteren. MENU VIDEO (MET PEUGEOT CONNECT COM)

Page 35 of 247

3COMFORT
35
Let erop dat voor een gelijkmatige ver-
deling van de lucht naar het interieur
de uitstroomopening onder de voorruit,
de ventilatieroosters, de luchtkanalen
onder de voorstoelen en de ventila-
tieopeningen in de bagageruimte vrij
blijven.
Bij een zware belasting van de motor
(trekken van een zware aanhanger op
een steile helling bij een hoge buiten-
temperatuur) kan de airconditioning tij-
delijk worden uitgeschakeld voor een
optimale trekkracht van de motor.
Sluit alle ruiten, zodat de airconditio-
ning effectief kan werken.
Controleer regelmatig de staat van het
interieurfi lter. De fi lterelementen die-
nen periodiek te worden vervangen.
Laat de fi lterelementen twee keer zo
vaak vervangen als de omstandighe-
den dit vereisen.
Het airconditioningssysteem is chloor-
vrij en is niet schadelijk voor de ozon-
laag.
Zet de airconditioning 1 tot 2 keer per
maand 5 tot 10 minuten aan om het
systeem in perfecte staat te houden.
Bij stilstand is het normaal dat er onder
de auto een plasje water verschijnt,
aangezien de airconditioning het con-
denswater druppelsgewijs afvoert via
een daarvoor bestemde afvoerope-
ning. Gebruik de airconditioning niet als
deze niet koelt en laat het systeem in
dat geval door het PEUGEOT-netwerk
controleren.

1. Ventilatieroosters middenconsole.

2. Regeling luchttoevoer dashboard-
kastje (zie hoofdstuk "Indeling in-
terieur").

3. Uitstroomopening beenruimte.

4. Twee uitstroomopeningen onder
aan de middenconsole voor de
achterzitplaatsen.

5. Zijventilatieroosters.

6. Uitstroomopeningen zijruitontwa-
seming.

7. Uitstroomopeningen voorruitont-
waseming.

8. Zonnesensor.

9. Ventilatierooster matige luchtver-
deling. AUTOMATISCHE REGELING AIRCONDITIONING
Het is aan te raden de automatische
regeling van de airconditioning te ge-
bruiken. Hiermee worden de luchthoe-
veelheid, de binnentemperatuur en de
luchtverdeling automatisch en opti-
maal geregeld aan de hand van signa-
len van verschillende sensoren, zodat
u de instelling niet handmatig hoeft te
wijzigen.
Matige luchtverdeling
Het ventilatierooster voor de matige
luchtverdeling, boven in de midden-
console, zorgt voor een gelijkmatige
verdeling van de luchtstroom, zonder
dat tocht optreedt, en voor een opti-
male temperatuur in het interieur.
Dek de zonnesensor
8 niet af.
Deze zorgt voor de regeling van de
airconditioning.
Gebruiksadviezen
Sluit voor een goede ventilatie
het ventilatierooster voor ma-
tige luchtverdeling 9 niet af.
Sluit voor een optimale ventilatie bij
warm weer het ventilatierooster voor
matige luchtverdeling af en gebruik uit-
sluitend de ventilatieroosters 1 en 5 .
Als de binnentemperatuur zeer hoog
blijft nadat de auto lang in de zon heeft
gestaan, kunt u het passagierscom-
partiment kort ventileren.

Page 63 of 247

4TOEGANG TOT DE AUTO
Met de sleutel

 Vergrendel de auto (de richting-
aanwijzers branden ongeveer twee
seconden).

 Als de sleutel binnen 5 seconden
nogmaals in de stand vergrende-
len wordt gedraaid, wordt de su-
pervergrendeling ingeschakeld (de
richtingaanwijzers branden onge-
veer twee seconden).
SLEUTEL MET AFSTANDSBEDIENING
Met behulp van de sleutel in het slot
van het bestuurdersportier kunnen de
portieren, de achterklep en de brand-
stofvulklep vergrendeld of ontgrendeld
worden en kunnen de buitenspiegels
in- en uitgeklapt worden en los hier-
van kan het dashboardkastje geopend
of gesloten worden, kunnen de ach-
terbankleuningen vergrendeld of ont-
grendeld worden voor toegang tot de
bagageruimte (407 Sedan) en kan het
contactslot worden bediend.
Met de afstandsbediening kunnen de-
zelfde functies worden uitgevoerd als
met de sleutel en kan het kofferdeksel
(Sedan) of de achterruit (407SW) op
een kier worden gezet.
Met de afstandsbediening, die geïntegreerd
is in de sleutel, kan de auto op afstand ver-
grendeld en ontgrendeld worden.
Als één van de portieren of de ach-
terklep geopend is, werkt de centrale
vergrendeling niet. Ontgrendelen en op een kier zetten
van het kofferdeksel (Sedan) of de
achterruit (407 SW)

 Houd de knop D lang ingedrukt.
Hierbij worden tevens de portieren
ontgrendeld.
Uitklappen/inklappen van de sleutel
Druk op de knop A om de sleutel uit of
in te klappen. Vergrendelen

 Druk op de knop B .
De richtingaanwijzers gaan ongeveer
twee seconden branden en de buiten-
spiegels worden ingeklapt.
Druk lang op de knop B om ook de rui-
ten en het schuif-/kanteldak te sluiten.
Ontgrendelen

 Druk op de knop C .
De richtingaanwijzers knipperen snel en
de buitenspiegels worden uitgeklapt.
De functie "Inklappen van de buiten-
spiegels" kan worden uitgeschakeld
door het PEUGEOT-netwerk. Permanente vergrendeling van het
kofferdeksel (Sedan)
Supervergrendeling
De supervergrendeling blokkeert het
van binnenuit en van buitenaf openen
van de portieren.

Schakel de supervergrendeling niet
in als er nog iemand in de auto zit.
Opmerking: Als de auto is
vergrendeld en per ongeluk
wordt ontgrendeld zonder dat
binnen 30 seconden een van
de portieren wordt geopend, wordt de
auto automatisch weer vergrendeld. Deze functie kan worden
in- of uitgeschakeld via
de menu's "persoonlijke
instellingen - confi guratie"
en "Parameters van de
auto defi niëren" van het
multifunctionele display.

 Druk op de knop D van de af-
standsbediening om alleen het
kofferdeksel te ontgrendelen.

Page 93 of 247

6INDELINGEN
81
INDELING VAN HET INTERIEUR
Het dashboardkastje is afsluitbaar.
Trek aan de handgreep om het te ope-
nen.
De verlichting van het dashboardkast-
je treedt in werking zodra het wordt
geopend.
Het dashboardkastje bevat drie aan-
sluitingen voor een videorecorder (au-
to's met kleurendisplay 16 x 9) en een
met een draaiknop afsluitbare ventila-
tiebuis, waarmee het dashboardkastje
wordt voorzien van dezelfde aircondi-
tioning als het interieur.
Sluit de buis bij koud weer af om de
temperatuur in het interieur op een
aangenaam peil te houden.
Bovendien zijn er in het dashboard-
kastje speciale ruimtes gecreëerd voor
een pen een bril, munten, enz. Til het deksel op om het opbergvak te
openen of bedien de hendel aan de
linkerzijde (volgens uitvoering).
In het opbergvak kunnen CD's en munten
worden opgeborgen. Bovendien bevindt
de USB-aansluiting zich in dit opbergvak.
Afvalbak achter
Gesloten opbergvak aan
bestuurderszijde
Portiervakken vóór
Hierin kunnen kaarten, reisgidsen of
een fl es water worden opgeborgen.
Asbak vóór (max. 100 W)
Hier bevindt zich een aansluiting voor
een aansteker of 12V-aansluiting.
Druk op het deksel om de asbak te
openen.
Open om de asbak te legen de klep
en trek aan de asbak om deze uit te
nemen. Wegklapbare beker-/fl essenhouder
Deze bevindt zich aan de voorzijde
van de armleuning vóór.
Druk op het deksel om de beker-/fl es-
senhouder te openen.
12V-aansluiting (max. 100 W)
De 12V-aansluiting is van het type
aansteker en is voorzien van een dop.
De 12V-aansluiting kan worden ge-
bruikt als het contact aanstaat.
Dit opbergvak biedt plaats aan kleine
voorwerpen, zoals sleutels, een par-
keerpas of een mobiele telefoon.
Gekoeld dashboardkastje Armleuning vóór
Deze bevindt zich aan de achterzijde
van de armleuning vóór.
Open de afvalbak helemaal en druk op
de bovenste borglip om deze te legen en
trek aan de bak om deze eruit te nemen.

Page 105 of 247

7VEILIGHEID
AIRBAGS
De airbags zijn speciaal ontworpen
om de inzittenden (behalve de middel-
ste achterpassagier) te beschermen
bij ernstige aanrijdingen. De airbags
vormen een aanvulling op de werking
van de veiligheidsgordels met gordel-
krachtbegrenzers.
De elektronische schoksensoren re-
gistreren in dat geval de frontale en
zijdelingse aanrijdingen waaraan de
registratiezones voor een aanrijding
worden blootgesteld:
- bij een ernstige aanrijding worden de airbags onmiddellijk opgeblazen
en beschermen ze de inzittenden
van de auto (behalve de middelste
achterpassagier); direct na de aan-
rijding ontsnapt het gas uit de air-
bags zodat noch het zicht, noch het
eventueel verlaten van de auto door
de inzittenden wordt belemmerd.
- bij een minder ernstige aanrijding of een aanrijding van achteren en in
bepaalde gevallen waarin de auto
over de kop slaat, treden de airbags
niet in werking. De veiligheidsgor-
dels zorgen in deze situaties voor
een afdoende bescherming. Airbags vóór
De airbags vóór beschermen bij een
frontale aanrijding de bestuurder en
voorpassagier om de kans op hoofd-
en borstletsel te verminderen.
Deze zijn voor de bestuurder in het
midden van het stuurwiel en voor de
passagier in het dashboard aange-
bracht.
Registratiezones voor een aanrijding

A. Impactzone vóór.

B. Impactzone opzij.
Het activeren van de airbags
gaat gepaard met wat onscha-
delijke rook en een knal, als
gevolg van de activering van
de pyrotechnische lading die in het sy-
steem is geïntegreerd.
De rook is niet schadelijk, maar kan
voor personen die daar gevoelig voor
zijn, irriterend zijn.
De knal die bij de ontsteking wordt
geproduceerd, kan het gehoor gedu-
rende een korte periode enigszins ver-
minderen. Activering
Ze worden tegelijkertijd geactiveerd
(behalve als de airbag vóór aan pas-
sagierszijde is uitgeschakeld) bij een
ernstige frontale aanrijding binnen de
frontale impactzone
A , in de lengterich-
ting van de auto en vanaf de voorzijde
richting de achterzijde van de auto.
De airbag vóór wordt opgeblazen
tussen de inzittende vóór en het
dashboard om te voorkomen dat de in-
zittende naar voren wordt geworpen.
De airbags werken alleen
als het contact aan is.
De airbags werken slechts
eenmaal. Als er een tweede aanrijding
plaatsvindt (tijdens hetzelfde of een
volgend ongeval), werken de airbags
niet meer.

Page 121 of 247

9ONDERHOUD
106
Motorkapsteun MOTORKAP
Wees bij warme motor voorzichtig met
het bedienen van de veiligheidshaak
en de motorkapsteun (kans op brand-
wonden).
Openen

Binnenzijde : trek de hendel links on-
der het dashboard naar u toe.

Buitenzijde : duw de veiligheidshaak
naar links en omhoog en til de motor-
kap op. Bevestig de motorkapsteun in de
daarvoor bestemde uitsparing om de
motorkap geopend te houden.
Plaats de motorkapsteun in de klem
alvorens de motorkap te sluiten. Sluiten
Laat de motorkap voorzichtig zakken
en laat deze aan het einde van de slag
in het slot vallen. Controleer of de mo-
torkap goed vergrendeld is.

Page:   1-10 11-20 next >