stop start Peugeot 407 2010 Handleiding (in Dutch)

Page 9 of 247

IN EEN OOGOPSLAG
Veiligheidsgordels voor

1. Omdoen.

2. In hoogte verstellen.
1. Stand Stop .

2. Stand Contact aan .

3. Stand Starten .

 67
Ruitbediening

1. Schakelaar ruitbediening aan be-
stuurderszijde.

2. Schakelaar ruitbediening aan pas-
sagierszijde.

3. Schakelaar ruitbediening rechts achter.

4. Schakelaar ruitbediening links achter.
Contactslot

 88
Bovendien...

5. Blokkeerschakelaar ruitbe-
diening achter (kinderslot).
Zorg dat er geen gewicht (bij-
voorbeeld een zware sleutel-
hanger...) aan de sleutel hangt:
dit kan namelijk storingen aan
het contactslot veroorzaken.

Page 17 of 247

1
20
CHECK (AUTOMATISCHE CONTROLE VAN DE AUTO)
In het geval van een storing
Er is een "kleine" storing gesignaleerd: na
het pictogram CHECK OK worden een of
meer pictogrammen weergegeven.
U kunt de auto starten, maar raad-
pleeg zo snel mogelijk het PEUGEOT-
netwerk.
Er is een "grote" storing gesignaleerd:
het pictogram CHECK OK wordt niet
weergegeven en er worden een of
meer waarschuwingspictogrammen
weergegeven.
Start de auto niet.
Neem zo snel mogelijk contact op met
het PEUGEOT-netwerk.
Automatische CHECK
Contact aan: alle pictogrammen van
de gecontroleerde functies worden
weergegeven. Na enkele seconden
zijn ze weer verdwenen.
Gelijktijdig wordt automatisch een
CHECK (automatische controle van
de auto) uitgevoerd.
Als er geen "belangrijke" sto-
ring is gesignaleerd, wordt na
twee seconden het pictogram
CHECK OK weergegeven.
U kunt de auto nu starten. Druk op de knop "CHECK/000" van
het instrumentenpaneel om de CHECK
(automatische controle van de auto)
handmatig te activeren.
Met behulp van deze functie kan op
elk gewenst moment (contact aan of
bij draaiende motor) de volgende in-
formatie worden weergegeven:
- de aanwezige waarschuwingsmel- dingen,
-
de toestand (geactiveerd of uitgescha-
keld) van verschillende functies (rui-
tenwissers, automatische verlichting).
Handmatige CHECK
Zolang de airbag aan passagiers-
zijde is uitgeschakeld * , wordt het
desbetreffende pictogram con-
stant weergegeven.

Het display van het instrumenten-
paneel geeft bij draaiende motor en
tijdens het rijden de pictogrammen
weer die een storing aangeven (in ge-
val van een storing). Pictogram remsysteem
PICTOGRAMMEN VAN HET INSTRUMENTENPANEEL
Dit pictogram geeft aan:
- dat de handrem (nog iets) is aan-
getrokken,
- dat het remvloeistofniveau te laag is, in dit geval wordt ook het picto-
gram STOP weergegeven,
- dat er een storing is in de elektro- nische remdrukregelaar, in dit ge-
val wordt ook het pictogram STOP
weergegeven.
Pictogram
veiligheidsgordels
Dit pictogram wordt weergegeven zo-
dra het contact wordt aangezet en een
inzittende voorin zijn veiligheidsgordel
niet draagt. Bij de laatste twee storingen
wordt dit ook met een pictogram
op het display van het instru-
mentenpaneel weergegeven.

Stop in deze laatste twee gevallen on-
middellijk. Raadpleeg het PEUGEOT-
netwerk.
* Volgens land van bestemming.

Page 18 of 247

1
20
CHECK (AUTOMATISCHE CONTROLE VAN DE AUTO)
In het geval van een storing
Er is een "kleine" storing gesignaleerd: na
het pictogram CHECK OK worden een of
meer pictogrammen weergegeven.
U kunt de auto starten, maar raad-
pleeg zo snel mogelijk het PEUGEOT-
netwerk.
Er is een "grote" storing gesignaleerd:
het pictogram CHECK OK wordt niet
weergegeven en er worden een of
meer waarschuwingspictogrammen
weergegeven.
Start de auto niet.
Neem zo snel mogelijk contact op met
het PEUGEOT-netwerk.
Automatische CHECK
Contact aan: alle pictogrammen van
de gecontroleerde functies worden
weergegeven. Na enkele seconden
zijn ze weer verdwenen.
Gelijktijdig wordt automatisch een
CHECK (automatische controle van
de auto) uitgevoerd.
Als er geen "belangrijke" sto-
ring is gesignaleerd, wordt na
twee seconden het pictogram
CHECK OK weergegeven.
U kunt de auto nu starten. Druk op de knop "CHECK/000" van
het instrumentenpaneel om de CHECK
(automatische controle van de auto)
handmatig te activeren.
Met behulp van deze functie kan op
elk gewenst moment (contact aan of
bij draaiende motor) de volgende in-
formatie worden weergegeven:
- de aanwezige waarschuwingsmel- dingen,
-
de toestand (geactiveerd of uitgescha-
keld) van verschillende functies (rui-
tenwissers, automatische verlichting).
Handmatige CHECK
Zolang de airbag aan passagiers-
zijde is uitgeschakeld * , wordt het
desbetreffende pictogram con-
stant weergegeven.

Het display van het instrumenten-
paneel geeft bij draaiende motor en
tijdens het rijden de pictogrammen
weer die een storing aangeven (in ge-
val van een storing). Pictogram remsysteem
PICTOGRAMMEN VAN HET INSTRUMENTENPANEEL
Dit pictogram geeft aan:
- dat de handrem (nog iets) is aan-
getrokken,
- dat het remvloeistofniveau te laag is, in dit geval wordt ook het picto-
gram STOP weergegeven,
- dat er een storing is in de elektro- nische remdrukregelaar, in dit ge-
val wordt ook het pictogram STOP
weergegeven.
Pictogram
veiligheidsgordels
Dit pictogram wordt weergegeven zo-
dra het contact wordt aangezet en een
inzittende voorin zijn veiligheidsgordel
niet draagt. Bij de laatste twee storingen
wordt dit ook met een pictogram
op het display van het instru-
mentenpaneel weergegeven.

Stop in deze laatste twee gevallen on-
middellijk. Raadpleeg het PEUGEOT-
netwerk.
* Volgens land van bestemming.

Page 19 of 247

1
21
Pictogram waarschuwing
brandstofniveau
Afhankelijk van de rijomstandigheden
en de motoruitvoering kunt u nog min-
der dan 50 km met de resterende hoe-
veelheid brandstof rijden (tankinhoud:
ongeveer 67 liter).
Pictogram emissieregeling
Dit pictogram moet enkele seconden
na het starten van de motor weer
verdwijnen.
Als het pictogram bij draaiende motor
knippert of blijft branden, wijst dit op
een storing in de emissieregeling.
Raadpleeg zo snel mogelijk het
PEUGEOT-netwerk. Pictogram voorgloeien
dieselmotor
Wacht met starten van de motor tot
dit pictogram verdwijnt. Het moment
waarop het pictogram verdwijnt, is af-
hankelijk van de buitentemperatuur.
Pictogram uitschakeling
passagiersairbag *
Dit pictogram wordt blijvend weerge-
geven als de airbag aan passagiers-
zijde is uitgeschakeld.
Als het pictogram bij een snelheid
van meer dan 10 km/h constant wordt
weergegeven, wijst dit op een storing
in het antiblokkeersysteem.
De normale remwerking met rembe-
krachtiging blijft echter behouden.
Raadpleeg het PEUGEOT-netwerk.
Pictogram
antiblokkeersysteem (ABS)
* Volgens land van bestemming.
Het pictogram verschijnt te-
vens op het display van het
instrumentenpaneel. Koelvloeistoftemperatuurmeter
Wijzer in zone
A : de temperatuur is in
orde.
Wijzer in zone B : de temperatuur is te
hoog.
Stop onmiddellijk als het pictogram te
hoge koelvloeistoftemperatuur wordt
weergegeven (gekoppeld aan het pic-
togram STOP ).
Wacht tot de motor is afgekoeld alvo-
rens koelvloeistof bij te vullen.
Het koelcircuit staat onder druk. Draai,
om verwondingen te voorkomen, de
vuldop twee omwentelingen los om de
druk te laten afnemen.
Verwijder vervolgens de vuldop en vul
indien nodig koelvloeistof bij.
Raadpleeg het PEUGEOT-netwerk.

Page 20 of 247

1
21
Pictogram waarschuwing
brandstofniveau
Afhankelijk van de rijomstandigheden
en de motoruitvoering kunt u nog min-
der dan 50 km met de resterende hoe-
veelheid brandstof rijden (tankinhoud:
ongeveer 67 liter).
Pictogram emissieregeling
Dit pictogram moet enkele seconden
na het starten van de motor weer
verdwijnen.
Als het pictogram bij draaiende motor
knippert of blijft branden, wijst dit op
een storing in de emissieregeling.
Raadpleeg zo snel mogelijk het
PEUGEOT-netwerk. Pictogram voorgloeien
dieselmotor
Wacht met starten van de motor tot
dit pictogram verdwijnt. Het moment
waarop het pictogram verdwijnt, is af-
hankelijk van de buitentemperatuur.
Pictogram uitschakeling
passagiersairbag *
Dit pictogram wordt blijvend weerge-
geven als de airbag aan passagiers-
zijde is uitgeschakeld.
Als het pictogram bij een snelheid
van meer dan 10 km/h constant wordt
weergegeven, wijst dit op een storing
in het antiblokkeersysteem.
De normale remwerking met rembe-
krachtiging blijft echter behouden.
Raadpleeg het PEUGEOT-netwerk.
Pictogram
antiblokkeersysteem (ABS)
* Volgens land van bestemming.
Het pictogram verschijnt te-
vens op het display van het
instrumentenpaneel. Koelvloeistoftemperatuurmeter
Wijzer in zone
A : de temperatuur is in
orde.
Wijzer in zone B : de temperatuur is te
hoog.
Stop onmiddellijk als het pictogram te
hoge koelvloeistoftemperatuur wordt
weergegeven (gekoppeld aan het pic-
togram STOP ).
Wacht tot de motor is afgekoeld alvo-
rens koelvloeistof bij te vullen.
Het koelcircuit staat onder druk. Draai,
om verwondingen te voorkomen, de
vuldop twee omwentelingen los om de
druk te laten afnemen.
Verwijder vervolgens de vuldop en vul
indien nodig koelvloeistof bij.
Raadpleeg het PEUGEOT-netwerk.

Page 22 of 247

1
23
Pictogram detectie te lage
bandenspanning
Dit pictogram wordt weergegeven als
een of meer bandenspanningssen-
soren afwezig of defect zijn of in het
geval van een storing in het detectie-
systeem.
Raadpleeg het PEUGEOT-netwerk. Pictogram elektronische
startblokkering
Dit pictogram wordt weergegeven in
het geval van een storing in de elek-
tronische startblokkering.
Raadpleeg het PEUGEOT-netwerk. Pictogram slijtage
remblokken vóór
Dit pictogram wordt weergegeven als
één of meer remblokken versleten zijn.
Laat ze voor uw veiligheid vervangen
door het PEUGEOT-netwerk.
Pictogram brandstofvuldop
(volgens uitvoering)
Bij draaiende motor wordt dit picto-
gram weergegeven als de brandstof-
vuldop niet goed is vastgedraaid of
niet aanwezig is.
Het pictogram is oranje als de wagen-
snelheid lager is dan 10 km/h en rood
als de wagensnelheid hoger is dan
10 km/h.
Pictogram water in
brandstoffi lter (dieselmotor)
Dit pictogram wordt weergegeven als
er water in het brandstoffi lter is te-
rechtgekomen. Er bestaat kans op
schade aan het inspuitsysteem.
Raadpleeg zo snel mogelijk het
PEUGEOT-netwerk. Pictogram portier/
achterklep geopend
Bij draaiende motor wordt dit picto-
gram weergegeven in combinatie met
een afbeelding op het multifunctionele
display.
Het pictogram is oranje als de wagen-
snelheid lager is dan 10 km/h en rood
als de wagensnelheid hoger is dan
10 km/h. Pictogram airbags
Dit pictogram wordt weergegeven in het
geval van een storing in de airbags.
Raadpleeg het PEUGEOT-netwerk.
Pictogram automatische
koplampverstelling
Dit pictogram wordt weergegeven in
het geval van een storing in de auto-
matische koplampverstelling.
Raadpleeg het PEUGEOT-netwerk.
Pictogram te lage
motoroliedruk
Dit pictogram wordt weergegeven als
de motoroliedruk onvoldoende is.
Het wordt weergeven in combinatie
met het pictogram STOP .
Als het pictogram wordt weergegeven
bij draaiende motor, stop dan onmid-
dellijk.
Vul indien nodig motorolie bij en raad-
pleeg zo snel mogelijk het PEUGEOT-
netwerk.

Page 90 of 247

5
79
Ruitensproeiers en
koplampsproeiers
Trek de ruitenwisserschakelaar naar u
toe. De ruitensproeiers treden in wer-
king, waarna enige tijd de ruitenwis-
sers worden ingeschakeld om de ruit
schoon te wissen.

Als de dim-/grootlichten branden ,
worden tegelijk ook de koplampsproei-
ers geactiveerd.
Als het niveau van het reser-
voir te laag is, verschijnt het
pictogram in combinatie met
een geluidssignaal en een
melding op het multifunctio-
nele display.
Vul bij de eerstvolgende stop het rui-
ten-/koplampsproeierreservoir bij of
laat het bijvullen.
Het pictogram verschijnt telkens als
de schakelaar wordt bediend, zolang
het reservoir niet gevuld is. PLAFONNIER VOOR
De plafonnier kan worden uitgeschakeld
door, bij een geopend portier, op de scha-
kelaar 1 te drukken. De kaartleeslampjes
kunnen dan gewoon worden bediend.

 Druk, bij een geopend portier, op
de schakelaar om de verlichting
opnieuw in te schakelen.
Te laag niveau ruiten-/koplampsproeiervloeistof

1. Plafonnier

2. Kaartleeslampjes
Zet het contact aan of start de auto en
bedien de desbetreffende schakelaar.
De plafonnier vóór gaat branden als de
sleutel uit het contact wordt gehaald,
bij het ontgrendelen van de auto of zo-
dra er een portier wordt geopend.
De plafonnier gaat langzaam uit als
het contact wordt aangezet of bij het
vergrendelen van de auto.

 Door op de knop 1 te drukken gaat
de plafonnier vóór branden.
Ruitensproeier achter

Opmerking: de ruitenwisser
en ruitenspoeier achter wor-
den automatisch uitgescha-
keld als de achterruit wordt
geopend.
Draai de ring voorbij de eerste stand,
zodat de ruitensproeier in werking
treedt en vervolgens de ruitenwisser
enige tijd wordt ingeschakeld.

Page 91 of 247

5
79
Ruitensproeiers en
koplampsproeiers
Trek de ruitenwisserschakelaar naar u
toe. De ruitensproeiers treden in wer-
king, waarna enige tijd de ruitenwis-
sers worden ingeschakeld om de ruit
schoon te wissen.

Als de dim-/grootlichten branden ,
worden tegelijk ook de koplampsproei-
ers geactiveerd.
Als het niveau van het reser-
voir te laag is, verschijnt het
pictogram in combinatie met
een geluidssignaal en een
melding op het multifunctio-
nele display.
Vul bij de eerstvolgende stop het rui-
ten-/koplampsproeierreservoir bij of
laat het bijvullen.
Het pictogram verschijnt telkens als
de schakelaar wordt bediend, zolang
het reservoir niet gevuld is. PLAFONNIER VOOR
De plafonnier kan worden uitgeschakeld
door, bij een geopend portier, op de scha-
kelaar 1 te drukken. De kaartleeslampjes
kunnen dan gewoon worden bediend.

 Druk, bij een geopend portier, op
de schakelaar om de verlichting
opnieuw in te schakelen.
Te laag niveau ruiten-/koplampsproeiervloeistof

1. Plafonnier

2. Kaartleeslampjes
Zet het contact aan of start de auto en
bedien de desbetreffende schakelaar.
De plafonnier vóór gaat branden als de
sleutel uit het contact wordt gehaald,
bij het ontgrendelen van de auto of zo-
dra er een portier wordt geopend.
De plafonnier gaat langzaam uit als
het contact wordt aangezet of bij het
vergrendelen van de auto.

 Door op de knop 1 te drukken gaat
de plafonnier vóór branden.
Ruitensproeier achter

Opmerking: de ruitenwisser
en ruitenspoeier achter wor-
den automatisch uitgescha-
keld als de achterruit wordt
geopend.
Draai de ring voorbij de eerste stand,
zodat de ruitensproeier in werking
treedt en vervolgens de ruitenwisser
enige tijd wordt ingeschakeld.

Page 111 of 247

8RIJDEN
95
Schakelpatroon

 Kies de gewenste stand door de
selectiehendel in het schakelpa-
troon te verplaatsen.
De gekozen stand wordt met een
pictogram in het instrumentenpaneel
aangegeven.

P ark (parkeerstand): om de auto stil te
zetten of te starten, met aangetrokken
handrem.

R everse (achteruitversnelling): om
achteruit te rijden (schakel deze stand
alleen in als de auto stilstaat en de
motor stationair draait).

N eutral (neutraalstand): om de motor
te starten en de auto te parkeren, met
gebruik van de handrem.

Opmerking: laat, als u wilt wegrijden
en de selectiehendel per ongeluk in
de stand N staat, het motortoerental
terugvallen tot stationair voordat de
stand D wordt geselecteerd en geef
vervolgens weer gas.

D rive (rijstand): om automatisch te
schakelen tijdens het rijden.

M anual (sequentiële stand): om zelf te
schakelen tijdens het rijden.

S : programma sport.

 : programma sneeuw. AUTOMATISCHE TRANSMISSIE MET "TIPTRONIC TECHNIEK SYSTEEM PORSCHE"
Bij de automatische transmissie met
vier of zes versnellingen kunt u kiezen
uit automatische bediening, aangevuld
met de programma's sport, voor een
meer dynamische rijstijl, en sneeuw,
voor het rijden op gladde wegen.
U kunt met de selectiehendel ook
handmatig schakelen. Wegrijden
Starten in de stand
P en wegrijden:

 trap altijd het rempedaal in om uit
de stand P te kunnen schakelen,

 selecteer de stand R , D of M en
laat langzaam het rempedaal los;
de auto begint te rijden.
Starten in de stand N en wegrijden:

 trap het rempedaal in en zet de
handrem los,

 selecteer de stand R , D of M en
laat langzaam het rempedaal los;
de auto begint te rijden.
Starten van de motor

 controleer of de handrem is aan-
getrokken en zet de selectiehendel
in stand P of N .

 start de motor. Als de motor stationair draait,
het rempedaal is losgelaten
en de stand
R , D of M is gese-
lecteerd, zet de auto zich al in
beweging, zelfs als het gaspedaal niet
wordt ingedrukt.

Laat daarom geen kinderen alleen
in de auto achter.
Als het contact is afgezet en de
selectiehendel niet in de stand

P staat, is bij het openen van het
bestuurdersportier of na onge-
veer 45 seconden een geluidssignaal te
horen. Zet de selectiehendel in de stand

P . Het geluidssignaal zal dan stoppen.
Trek de handrem aan en selecteer de
stand P indien er onderhoudswerk-
zaamheden moeten worden uitge-
voerd bij draaiende motor.

Page 112 of 247

8RIJDEN
Automatisch
schakelprogramma

 selecteer de stand D in het scha-
kelpatroon: de versnellingsbak
werkt dan automatisch, zonder
dat u zelf hoeft te schakelen. De
versnellingsbak kiest voortdurend
de meest geschikte versnelling,
afhankelijk van de volgende para-
meters:
- de rijstijl,
- het profi el van de weg,
- de belading van de auto.
Voor een maximale acceleratie zonder de
stand van de selectiehendel te wijzigen,
moet het gaspedaal volledig worden in-
gedrukt (kick down). De versnellingsbak
schakelt automatisch terug of handhaaft
de ingeschakelde versnelling totdat de
motor het maximum toerental bereikt.
Bij het remmen schakelt de versnel-
lingsbak automatisch terug om sterker
op de motor af te remmen. Programma's Sport en Sneeuw
Dit zijn twee specifi eke programma's.
De gekozen stand wordt in het instru-
mentenpaneel aangegeven.
Het schakelen naar een an-
dere stand kan alleen als de
snelheid van de auto en het
toerental van de motor dit toe-
staan, anders wordt er tijdelijk overge-
gaan op de automatische bediening.
Als de auto stopt of langzaam rijdt,
kiest de automatische transmissie au-
tomatisch de stand M1 .
De programma's S (sport) en 
(sneeuw) kunnen niet worden inge-
schakeld in de handbediende stand.
Een storing wordt aangegeven
door het verschijnen van dit
pictogram in combinatie met
een geluidssignaal en een mel-
ding op het multifunctionele display.
In dit geval werkt de versnellingsbak
met een noodprogramma (blokkering
in de 3e versnelling). U kunt dan een
hevige schok waarnemen bij het se-
lecteren van R vanuit de stand P , of

R vanuit de stand N , (zonder gevaar
voor de versnellingsbak).
Rijd niet harder dan 100 km/h of de ter
plaatse geldende maximumsnelheid.
Laat uw auto controleren door het
PEUGEOT-netwerk.
Controle van de werking
Handmatig schakelen

 selecteer de stand M in het scha-
kelpatroon,

 duw de selectiehendel naar het
symbool + om één versnelling op
te schakelen,

 trek de selectiehendel naar het
symbool - om één versnelling te-
rug te schakelen.
Er kan elk moment van de stand D
(rijden in de automatische stand) naar
de stand M (rijden in de handbediende
stand) worden geschakeld.
Om de veiligheid te verbeteren
schakelt de versnellingsbak
niet naar een hogere versnel-
ling als u het gaspedaal plot-
seling loslaat.
Zet de selectiehendel nooit in
de stand
N als de auto rijdt.
Zet de selectiehendel nooit in
de stand P of R als de auto niet
volledig stilstaat.
Zet de selectiehendel nooit in een an-
dere stand om af te remmen op een
glad wegdek. Programma Sport


Druk op de toets S als de auto is gestart
en de stand D is geselecteerd. Het au-
tomatische schakelprogramma maakt
dan een dynamische rijstijl mogelijk.
Programma Sneeuw
Dit programma zorgt ervoor dat u ge-
makkelijker kunt rijden op een onder-
grond met weinig grip.

 Druk op de toets  als de auto is
gestart en de stand D is geselec-
teerd. Het automatische schakel-
programma past zich dan aan voor
het rijden op gladde wegen.
U kunt het programma Sport of
Sneeuw op elk gewenst moment uit-
schakelen door opnieuw op de desbe-
treffende toets te drukken.
Als de accu geen stroom levert
en de selectiehendel in de stand

P staat, is het onmogelijk om naar
een andere stand te schakelen.
Forceer in geen enkel geval de selec-
tiehendel; dit kan schade aan de auto-
matische transmissie veroorzaken.