alarm PEUGEOT 408 2023 Instructieboekje (in Dutch)

Page 39 of 244

37
Toegang
2Afgaan van het alarm
Als het alarm afgaat, treedt het hoorbare alarm
in werking en knipperen de richtingaanwijzers
gedurende 30 seconden.
Afhankelijk van het land van verkoop blijven
bepaalde bewakingsfuncties ingeschakeld totdat het
alarm voor de 11e keer achtereenvolgens afgaat.
Als de auto wordt ontgrendeld met de
afstandsbediening of met het Sleutelloos instap- en
startsysteem-systeem, gaat het rode controlelampje
in de toets knipperen om aan te geven dat het alarm
tijdens uw afwezigheid is afgegaan. Het lampje stopt
met knipperen als het contact wordt aangezet.
Storing afstandsbediening
Om de beveiligingsfuncties uit te schakelen:
► Ontgrendel de auto met de sleutel in het slot van
het portier linksvoor.


Open het portier; het alarm gaat af.



Zet het contact aan; het alarm stopt. Het

controlelampje in de toets gaat uit.
De auto vergrendelen zonder
het alarm in te schakelen
► Vergrendel de auto met de sleutel (geïntegreerd
in de afstandsbediening) in het slot van het portier
linksvoor.
Automatisch inschakelen van het alarm
(Afhankelijk van de uitvoering) Het systeem wordt automatisch ingeschakeld 2
minuten nadat het laatste portier of de bagageruimte
is gesloten.


Om het afgaan van het alarm bij het openen

van een portier of de achterklep te voorkomen,
moet u eerst op de ontgrendeltoets van de
afstandsbediening drukken of moet u de auto
ontgrendelen met het Sleutelloos instap- en
startsysteem-systeem.
Storing
Wanneer het contact wordt aangezet, betekent het
permanent branden van het rode controlelampje in
de toets dat er een storing in het systeem aanwezig
is.
Laat het systeem door een PEUGEOT-dealer of
door een gekwalificeerde werkplaats controleren.
Elektrische ruitbediening

1. Linksvoor
2. Rechtsvoor
3. Linksachter
4. Rechtsachter
5.Uitschakeling van de elektrische ruitbediening bij
de achterbank
Handmatige bediening
► Openen/sluiten van de ruit: druk op of trek
aan de schakelaar zonder het weerstandspunt te
passeren; de ruit stopt zodra de schakelaar wordt
losgelaten.
Automatische werking
► Wanneer u de ruit wil openen/sluiten, druk op of
trek aan de schakelaar voorbij het weerstand: de ruit
opent of sluit volledig wanneer de schakelaar wordt
losgelaten.
Bedien de schakelaar opnieuw om het openen of
sluiten te stoppen.
De elektrisch bedienbare ruiten kunnen nog 45 seconden nadat het contact is uitgezet,
worden bediend.
Daarna wordt de bediening uitgeschakeld. Zet
het contact aan om deze weer te activeren.
Beveiliging tegen beknellen
Als de ruit tijdens het sluiten een obstakel
tegenkomt, stop de ruit onmiddellijk en gaat
gedeeltelijk weer omlaag.
De beveiliging tegen beknellen overnemen
Als de beveiliging tegen beknellen is geactiveerd,
controleer of de beweging van de ruit niet door
obstakels wordt belemmerd.

Page 57 of 244

55
Ergonomie en comfort
3



Dit controlelampje gaat permanent branden als
er een cyclus voor voorverwarming / -koeling
is geprogrammeerd. Het knippert als de
voorverwarming / -koeling bezig is.
U kunt meerdere programma's instellen. Elk programma wordt in het systeem
opgeslagen.
We raden u aan om een programma te starten
wanneer de auto op een laadpunt is aangesloten
om de elektrische actieradius te optimaliseren.
Met de MYPEUGEOT APP-app kan het programmeren ook met een smartphone
worden uitgevoerd.
Zie het betreffende hoofdstuk voor meer informatie
over de op afstand bedienbare aanvullende
functies.
Het is normaal dat de ventilator tijdens het voorverwarmen / -koelen geluid maakt.
Auto's uitgerust met een alarmsysteemAfhankelijk van de uitvoering kunnen de
interieurbeveiliging en wegsleepbeveiliging
beperkt of onderbroken zijn tijdens het
voorkoelen of voorverwarmen.
Werkingsvoorwaarden
– De functie wordt alleen geactiveerd als het
contact is afgezet en de auto is vergrendeld.


Als de auto niet op een laadpunt is aangesloten,

dan wordt de functie alleen geactiveerd als de
laadtoestand van de tractiebatterij meer dan 20% is.


Als de auto niet op een laadpunt is aangesloten,

er een herhaald programma is geactiveerd
(bijvoorbeeld van maandag tot en met vrijdag)
en er twee cycli voor voorverwarmen/-koelen zijn
uitgevoerd zonder dat de auto is gebruikt, dan wordt
het programma gestopt.
Voorzieningen vóór

1. Zonneklep
2. Muntenhouder (afhankelijk van de uitvoering)
3. Dashboardkastje met verlichting
4. Portiervakken
5. Opbergruimte of draadloze smartphonelader
6. Voorste USB-aansluiting / 12V-aansluiting
7. Bekerhouder
8. Opbergruimte of opbergvak voor een
smartphone met, afhankelijk van de
uitvoering,
afsluitbare kabeldoorvoer in de
armsteun vóór
9. Armsteun vóór met opbergvak (afhankelijk van
de uitvoering)
Voorste USB-aansluiting (afhankelijk van de
uitvoering)

Page 77 of 244

75
Veiligheid
5Algemene aanbevelingen met betrekking tot de
veiligheid
Verwijder de stickers niet die op de
verschillende plaatsen van uw auto zijn
aangebracht. Ze bevatten
veiligheidswaarschuwingen en informatie over de
identificatie van de auto.
Afhankelijk van de landelijke wetgeving kan de aanwezigheid van bepaalde
veiligheidsuitrusting verplicht zijn:
veiligheidsvesten, gevarendriehoeken,
alcoholtests, een set reservelampen,
reservezekeringen, een brandblusser, een
verbandtrommel, spatlappen aan de achterzijde
van de auto enz.
Monteren van elektrische accessoires: – Het monteren van elektrische
uitrustingselementen of accessoires die niet
onder een artikelnummer in het assortiment
van PEUGEOT voorkomen, kan tot een hoger
stroomverbruik leiden en kan storingen in het
elektrische systeem van uw auto veroorzaken.
Ga naar het PEUGEOT-netwerk voor meer
informatie over het aanbod aan accessoires met
een artikelnummer.


Uit veiligheidsoverwegingen is toegang tot de

diagnose-aansluiting, die is gekoppeld aan de
elektronische systemen in de auto, uitsluitend
voorbehouden aan het PEUGEOT-netwerk
of een gekwalificeerde werkplaats waar de
beschikking is over geschikt gereedschap (kans
op storingen in de elektronische systemen die
kunnen leiden tot pech of ernstige ongevallen).
De fabrikant kan niet aansprakelijk worden
gesteld als dit voorschrift niet wordt opgevolgd.


Wijzigingen of aanpassingen die niet door

PEUGEOT zijn voorzien of toegestaan, of die
niet volgens de technische voorschriften van de
fabrikant zijn uitgevoerd, leiden tot het vervallen
van de commerciële garantie.
Monteren van als accessoire geleverde radiocommunicatiezenders
Voordat u een radiocommunicatiezender
met buitenantenne monteert, moet u bij
het PEUGEOT-netwerk de technische
gegevens (frequentieband, maximaal
uitgangsvermogen, positie antenne, specifieke
installatievoorschriften) van de voor montage
geschikte zenders opvragen, conform de Richtlijn
Elektromagnetische Compatibiliteit (2004/104/
EG).
Conformiteitsverklaring voor radioapparatuur
De relevante certificaten zijn beschikbaar op de
website Website van het merk:
http://public.servicebox.peugeot.com/APddb/
Alarmknipperlichten



► Wanneer u op deze toets drukt, gaan alle
richtingaanwijzers knipperen.
Ze werken ook als het contact is afgezet.
Automatisch inschakelen van de alarmknipperlichten
Bij een noodstop worden de alarmknipperlichten
automatisch ingeschakeld, afhankelijk van de mate
van remvertraging. Zodra u weer gas geeft, gaan de
alarmknipperlichten uit.
Ze kunnen ook worden uitgeschakeld door op de
toets te drukken.

Page 144 of 244

142
Rijden
Het kan gebeuren dat waarschuwingen niet, te laat of op het verkeerde moment worden
gegeven.
Ondanks de aanwezigheid van dit systeem moet
de bestuurder altijd goed opletten. Kijk altijd goed
in de spiegels en kijk over uw schouder voordat u
naar een andere rijstrook gaat, om een aanrijding
te voorkomen.
Neem contact op met een PEUGEOT-dealer
of een gekwalificeerde werkplaats voordat de
achterbumper wordt gespoten of de lak ervan
wordt bijgewerkt. Bepaalde laksoorten kunnen de
werking van de radars beïnvloeden.
Storing
Bij een storing gaat dit waarschuwingslampje op het instrumentenpaneel branden en wordt
er een melding weergegeven.
Laat het systeem door een PEUGEOT-dealer of
door een gekwalificeerde werkplaats controleren.
De werking van het systeem kan tijdelijk worden belemmerd door bepaalde
weersomstandigheden (zoals zware regenval,
hagel of extreme temperatuurschommelingen).
Vooral het rijden op een nat wegdek of het
van een droog wegdek op een nat wegdek
terechtkomen kan tot een vals alarm leiden (zo
kan een wolk waterdruppels in de dode hoek
worden aangezien voor een voertuig).
Let er bij slecht weer en in de winter altijd op dat
de radars niet met modder, sneeuw of ijs bedekt
zijn.
Plak geen stickers of andere zaken op het
gedeelte van de buitenspiegels waar de
controlelampjes zitten of op de detectiezones op
de achterbumper, omdat de dodehoekbewaking
dan mogelijk niet goed werkt.
Parkeerhulp
Raadpleeg voor meer informatie de algemene adviezen over het gebruik van
de rij- en parkeerhulpsystemen.


Het systeem detecteert de nabijheid van obstakels
(bijvoorbeeld voetganger, voertuig, boom, hek) met
de hulp van de sensoren in de bumper en geeft
deze aan.
Parkeerhulp achter
► Schakel de achteruitversnelling in om het
systeem te activeren (bevestigd door een
geluidssignaal).
Het systeem wordt uitgeschakeld wanneer uit de
achteruitversnelling wordt geschakeld.
Geluidssignalen

Dit systeem signaleert de aanwezigheid van
obstakels binnen de detectiezone van de sensoren
die zich in de baan van de auto, zoals bepaald door
de stand van het stuurwiel, bevinden.


In het weergegeven voorbeeld worden, afhankelijk
van de uitvoering, alleen de obstakels die zich in het
gestreepte gebied bevinden door het geluidssignaal
gesignaleerd.
De bestuurder wordt via een onderbroken
geluidssignaal gewaarschuwd bij het naderen van
obstakels. De frequentie van het geluidssignaal
neemt toe naarmate de auto het obstakel nadert.
Zodra de afstand tussen de auto en het obstakel
kleiner dan ongeveer dertig centimeter is, klinkt het
geluidssignaal ononderbroken.
U hoort via de luidspreker (rechts of links) aan welke
zijde van de auto het obstakel zich bevindt.

Page 177 of 244

175
In geval van pech
8Gevarendriehoek
Deze reflecterende en inklapbare voorziening moet
langs de kant van de weg worden geplaatst bij pech
of schade aan de auto.
Voordat u uit de auto staptSchakel de alarmknipperlichten in en
doe het veiligheidsvest aan. Zet dan de
gevarendriehoek in elkaar en plaats deze.
Opbergruimte
In het opbergvak onder de vloerbekleding van
de bagageruimte is een speciale opbergruimte
voorzien.
Uitvouwen en plaatsen van de
gevarendriehoek


Zie de bovenstaande afbeelding voor uitvoeringen
met een originele gevarendriehoek.
Raadpleeg bij andere gevarendriehoeken
de instructies voor het uitvouwen in de
gebruiksaanwijzing van de gevarendriehoek.


Plaats de gevarendriehoek achter de auto, houd

u daarbij aan de ter plaatse geldende regels.
Boordgereedschap
Gereedschapsset die bij de auto wordt geleverd.
De samenstelling ervan is afhankelijk van de
uitrusting van uw auto:

Bandenreparatieset.

Reservewiel.
Dit gereedschap is specifiek voor de auto en kan afhankelijk van de uitvoering verschillen.
Gebruik het niet voor andere doeleinden.
Toegang tot het gereedschap

Het gereedschap bevindt zich in de bagageruimte,
onder de vloerplaat.
Toegang:


Open de bagageruimte.
► Klap de opvouwbare vloerbedekking van de
bagageruimte volledig uit door aan de handgreep te
trekken.
Met bandenreparatieset

Met reservewiel

De krik mag uitsluitend worden gebruikt voor het verwisselen van een wiel met een
beschadigde of lekke band.
Gebruik geen andere krik dan de door de
fabrikant geleverde krik.

Page 179 of 244

177
In geval van pech
8Raadpleeg de desbetreffende rubriek voor meer informatie over de gereedschapsset.
Op deze sticker staat de bandenspanning aangegeven.
Zie het betreffende hoofdstuk voor meer
informatie over de identificatie, vooral dit label.
Als de spanning van één of meer banden is aangepast, moet het
bandenspanningscontrolesysteem worden
gereset.
Raadpleeg de desbetreffende
rubriek voor meer informatie over het
bandenspanningscontrolesysteem.
Reparatiemethode
Verwijder het voorwerp (zoals een spijker of schroef) dat de lekkage heeft veroorzaakt
niet uit de band.


Parkeer de auto zonder het verkeer te

belemmeren en schakel de parkeerrem in.


V

olg de veiligheidsinstructies
(alarmknipperlichten, gevarendriehoek,
verkeersveiligheidsvest enz.) volgens de regelgeving
in het land waar u rijdt.


Zet het contact af.

► Verwijder het transparante dopje van de fles met
afdichtmiddel.

T
il het transparante klepje op voordat u de fles
met afdichtmiddel op de compressor plaatst.


Draai de fles afdichtmiddel om en schroef deze

een kwartslag op de compressor.


Haal het dopje van het ventiel van de lekke band

en bewaar het op een schone plaats.


► Rol de slang uit die onder de compressor is
opgeborgen.


Sluit de slang van de compressor aan op het

ventiel van de lekke band en zet deze stevig vast.
► Controleer of de schakelaar van de compressor
in stand "O " staat.


Rol de elektrische kabel, die onder de

compressor is opgeborgen, volledig uit.


Sluit de stekker van de compressor aan op de

12V-aansluiting in de auto.
► Bevestig de sticker met
snelheidslimiet.
De sticker met snelheidslimiet moet in de auto vlak bij de bestuurder worden geplakt
om hem / haar te herinneren aan het feit dat er
met een gerepareerde band wordt gereden.


Zet het contact aan.

► Schakel de compressor in door de schakelaar
in de stand "I " te zetten, totdat de bandenspanning
2 bar bedraagt. Het afdichtmiddel wordt onder druk
in de band gespoten; maak de slang gedurende
deze handeling niet los van de aansluiting (kans op
spatten).
Als er na ongeveer 7 minuten geen bandenspanning van 2 bar is bereikt, kan de
band niet met de bandenreparatieset worden

Page 193 of 244

191
In geval van pech
8Slepen van de auto
Toegang tot de sleepoogaansluiting aan de
voorzijde:


► Maak het afdekplaatje los door op de hoek
linksboven te drukken.


V
erwijder het afdekplaatje door het omlaag te
bewegen.
Voor het slepen van uw auto:


Draai het sleepoog vast tot de aanslag.



Bevestig de sleepstang.



Zet de versnellingsbak in de neutraalstand.
Als dit voorschrift niet wordt opgevolgd, kunnen bepaalde onderdelen (remsysteem,
aandrijving enz.) beschadigd raken en werkt de
rembekrachtiger na het starten van de motor
mogelijk niet meer.
Sleep de auto nooit met de aangedreven wielen op de grond terwijl de motor is
afgezet. ►

Ontgrendel het stuurwiel en zet de parkeerrem

vrij.

Schakel de alarmknipperlichten op beide

voertuigen in overeenstemming met de geldende
wetgeving in het land waar u rijdt.

Rijd voorzichtig weg en houd zowel de snelheid

als de af te leggen afstand beperkt.
Slepen van een andere auto
Toegang tot de sleepoogaansluiting aan de
achterzijde:


► Maak het afdekplaatje los met het gereedschap
dat aan het sleepoog is bevestigd.


Beweeg het afdekplaatje omlaag.
V

oor het slepen van een andere auto:


Draai het sleepoog vast tot de aanslag.



Bevestig de sleepstang. ►


Schakel de alarmknipperlichten van beide auto's

in.

Rijd voorzichtig weg en houd zowel de snelheid

als de af te leggen afstand beperkt.

Page 200 of 244

198
PEUGEOT i-Connect Advanced - PEUGEOT i-Connect
"Gegevens en locatie delen"
In deze modus kan de auto alle benodigde
persoonsgegevens naar buiten de auto verzenden
voor elk geldige en beschikbare verbonden diensten.
Persoonsgegevens die nodig zijn om de verbonden diensten te gebruiken, worden
naar de betreffende serviceproviders gestuurd.
" Gegevens delen"
In deze modus kan de auto alle benodigde
gegevens naar buiten de auto verzenden voor
elke geldige en beschikbare verbonden dienst,
met uitzondering van geolocatiegegevens (zoals
gps-coördinaten).
Sommige verbonden diensten werken mogelijk niet goed zonder de
geolocatiegegevens van de auto.
Deze modus kan niet worden gebruikt voor de noodoproepfunctie of voor specifieke
diensten waarvoor de gebruiker toestemming
geeft onder de voorwaarden van commerciële
contracten (verbonden alarm).
" Privémodus"
Deze modus staat niet toe dat de auto
persoonsgegevens naar buiten de auto verzendt.
De verbonden diensten werken alleen in de auto zelf en hebben beperkte functies.
Deze modus kan niet worden gebruikt voor de noodoproepfunctie of voor specifieke
diensten waarvoor de gebruiker toestemming
geeft onder de voorwaarden van commerciële
contracten (verbonden alarm).
Professionele doeleindenAls de auto voor bedrijfsdoeleinden of onder
de voorwaarden van specifieke contracten (zoals
bedrijfswagenpark of in dienst van de overheid)
wordt gebruikt, zijn bepaalde privacymodi niet
beschikbaar voor de gebruiker op het scherm,
afhankelijk van de gegevens die voor de dienst
moeten worden gedeeld.
Wanneer u de modus wilt wijzigen, veeg omlaag
vanaf het bovenste rand van het touchscreen, voor
het weergeven van alle instellingen.
Druk op deze toets en selecteer de gekozen modus. De modus wordt uitgelicht.
OF
Druk op de "Instellingen"-app.
Selecteer het "Connectiviteit"-tabblad in de lijst.
Selecteer "Privacy-instellingen".
Kies de modus.
Internetportal
Wanneer de auto is aangeschaft en de internetportal
voor het eerst wordt gebruikt, wordt de gebruiker
gevraagd om het land van verblijf te selecteren om
de internetportal te kunnen gebruiken. Als er geen land wordt geselecteerd, wordt de
melding opgeslagen in het meldingencentrum
en verdwijnt deze melding wanneer het land is
geselecteerd. Veeg op het touchscreen met een
vinger van boven naar beneden om alle meldingen
weer te geven.
Er moet een land worden geselecteerd om de
beschikbare internetapplicaties te kunnen gebruiken.
Druk op de "Instellingen"-app.

Selecteer "Connected Services" in de lijst.
Kies het land.
Wanneer u het voor de eerste keer gebruikt
via een verbonden mobiel apparaat, maakt
het systeem een koppeling met uw profiel. Het
verbonden mobiele apparaat dient als
toegangssleutel tot opgeslagen persoonlijke
informatie. Schakel eerst de Bluetooth
®-functie van
het mobiele apparaat in.
Selecteer de gewenste applicatie. Indien nodig wordt
om authenticatie gevraagd. Deze authenticatie wordt
opgeslagen voor toekomstig gebruik via het mobiele
apparaat dat verbonden is met het huidige profiel.
Als het mobiele apparaat niet verbonden is met het
huidige profiel, of als het Gast-profiel wordt gebruikt,
wordt bij elk gebruik gevraagd om authenticatie.
Wanneer het "Gast"-profiel wordt gebruikt, wordt voor elk gebruik om een identificatie
gevraagd.

Page 218 of 244

216
Index
12V-aansluiting 56
12V-accu
167, 170–171, 184, 184–188
A
Aanhanger 80, 161
Aanhangergewichten
192–194
Aanraakgevoelige leeslampjes

59
Aansluiting 12 V

56, 62
ABS

78
Accessoires

75
Accu laden

184–185, 188
Achterbank

48
Achterklep

31
Achterlichten

183
Achterruitverwarming

54
Achteruitrijcamera

110, 144–145
Achteruitrijlicht

183
Actieve motorkap

85
Active LED Vision

65, 68
Active Safety Brake

133–136
Adaptieve snelheidsregelaar

114–115, 120–121
Afmetingen

195
Afstandsbediening

24–29
Afstellen van de koplamphoogte

65
Afzetten van de motor

97
Airbags

83, 85, 88
Airbags vóór

84–85, 88
Airconditioning

50, 53
Alarmknipperlichten

75, 175
Alarmsysteem

35–36
Allesdragers

165
Antiblokkeersysteem (ABS) 78
Antidiefstalsysteem/Startblokkering
26
Antispinregeling (ASR) ~ Antislipregeling

79
Apps

21, 23
Armleuning achter

60
Armleuning vóór

58
Audioversterker

58
Autogegevens

10, 213
Automatische airconditioning ~
Airconditioning, automatische

53
Automatische airconditioning met
gescheiden regeling

50
Automatische ruitenwissers

72
Automatische transmissie ~ Versnellingsbak,
automatische

101–103, 105, 171, 184
Automatisch inschakelen verlichting

65
Automatisch noodremsysteem

133–136
B
Bagageafdekking 61
Bagagenet
61
Bagageruimte

31–32, 34, 62
Banden

171, 195
Banden oppompen

171, 195
Bandenreparatieset

175–176
Bandenspanning

171, 177, 195
Bandenspanningscontrole (met set)

176, 178
Bandenspanning te laag (detectie)

108
Batterij afstandsbediening ~
Afstandsbediening, batterij

30
Batterij afstandsbediening vervangen ~
Afstandsbediening, batterij vervangen
30
Beladen

165
Benzinemotor

105, 169, 193
Bergingsauto of trailer (slepen)

190
Binnenspiegel

47
Bluetooth (handsfree set)

204
Bluetooth (telefoon)

204–205
Bluetooth-verbinding

204–205
Boordcomputer

20
Boordgereedschap

62, 175–176
Brandstof

8, 150
Brandstofniveaumeter

150
Brandstoftank

150
Brandstof tanken

150
Brandstofverbruik

8, 18
Brandstofvulklep ~ Brandstoftankklep

150
Buitenlandse reizen

68
Buitenspiegels

46–47, 54, 141
Buitenverlichting

66
C
Carrosserie 173
Carrosserie-onderhoud
173
Centrale vergrendeling

28
CHECK

19
Claxon

76
Configuratie van de auto

10, 21
Connectiviteit

210
Contact

98, 210
Contact aangezet

98

Page:   < prev 1-10 11-20