stop start Peugeot 508 2012 Handleiding (in Dutch)

Page 63 of 340

2
61
!
!
Toegang tot de auto























Brandstoftank Inhoud van de brandstoftank: ongeveer 72 liter (of 55 liter, afhankelijk van de uitvoering).

Als er minder dan 5 liter brandstof getankt wordt, wordt deze stijging van het brandstofniveau niet weergegeven op de brandstofmeter.
Tijdens het openen van de tankdop kan eengeluid van aangezogen lucht hoorbaar zijn. Dit wordt veroorzaakt door de onderdruk
die ontstaat door de afdichting van het
brandstofcircuit. Dit geluid is normaal. )Kies bij het tankstation de juiste brandstof (dezestaat vermeld op de sticker aan de binnenzijde
van de brandstofvulklep van uw auto).) Open de vuldop door deze een kwart
omwentelin
g linksom te draaien. ) Ver wijder de vuldop en plaats deze op de steun (aan de klep).


Openen
Indien u per vergissing de verkeerde brandstof voor uw auto tankt, moetde tank beslist worden afgetapt voordat de motor kan worden gestart.
Tank nooit als de motor door het Stop & Start-systeem is afgezet; zet in dat geval altijd het contact af met de sleutel.

- Druk op de toets.

Dit is gedurende enkele minuten na het afzetten van het contact mogelijk. Zet hetcontact nog een keer aan om deze functie
opnieuw te activeren (indien nodig).
Ta n k e n
) Steek het vulpistool zo ver mogelijk in de
vu
lopening en druk hierbij de metalen klep Ain.) Vul de brandstoftank. Laat het vulpistoolmaximaal drie keer afslaan, aangezien er
anders storingen kunnen optreden.) Plaats de vuldop terug en sluit deze door
de dop een kwart omwenteling rechtsom te draaien. ) Druk de klep van de tankdop dicht.

Uw auto is voorzien van een katalysator, die de schadelijke bestanddelen in de uitlaatgassen
vermindert.
Bij benzinemotoren mag uitsluitend loodvrije benzine worden gebruikt. Door de vernauwde vulpijp kan alleen benzine
worden getankt.

Page 70 of 340

68
Comfort
Deze functie zorgt voor een massage ter hoogte van de lendenen van de bestuurder. De
functie werkt alleen bij draaiende motor en als
de STOP-stand van het Stop & Start-systeemis geactiveerd.

Inschakelen
)
Druk op deze knop.

Het verklikkerlampje gaat branden en de
massagefunctie wordt voor een tijdsduur van
1 uur ingeschakeld. Gedurende deze tijdsduur
wordt de massage in cycli van 6 minutenuitgevoerd (4 minuten massage wordengevolgd door 2 minuten rust). Het systeem
voert in totaal 10 cycli uit.
Na een uur wordt de functie uitgeschakeld, het
verklikkerlampje gaat dan uit.


Uitschakelen

U kunt de massagefunctie op elkgewenst moment uitschakelen door op deze knop te drukken.

Page 90 of 340

88
i
i
i
Comfort
Als de temperatuur in de auto bij het instappen veel lager of hoger is dan de ingestelde waarde, heeft het geen zin om voor het gewenste comfort de ingestelde waarde te wijzigen. Het systeem compenseer tautomatisch en zo snel mogelijk het temperatuurverschil.
4. Automatisch programma "Zicht"
Om het interieur maximaal te verkoelenof te ver warmen is het mogelijk de minimale waarde 14 of de maximalewaarde 28 te overschrijden. )
Draai de knop 2
of 3
naar links totdat "LO"
verschijnt of naar
rechts totdat "HI"verschijnt. Zie para
graaf "Ontwaseming -
ontdooiing vóór".
)Druk op deze toets om
de instellingen van de
passa
gierszijde af te stemmen op die van de bestuurderszijde(centrale regeling). Het lampje
van de toets gaat branden.


Al naar gelang uw wensen kunt u de
automatische bediening van het systeem handmatig aanpassen. De overige functies
worden automatisch geregeld.)Druk op de toets "AUTO"
om het systeem
weer volledig automatisch te laten
functioneren.


Handmatig instellen


5. Centrale regeling/gescheidenregeling

De airconditioning functioneer t, als de ruiten gesloten zijn, optimaal in elk seizoen.


6. Airconditioning aan/uit

Dit systeem maakt het mogelijk om:


- in de zomer de temperatuur in het interieur
te verla
gen,

- in de winter, bij temperaturen hoger dan
3°C, de ruiten sneller te ontwasemen.


7. Maximale werking airconditioning

Als u de temperatuur van de lucht in het interieur tijdelijk wilt verlagen,
drukt u op deze toets; de aanduiding"LO"
wordt weergegeven.
Druk nogmaals op de toets om terug te gaannaar de vorige instellingen.

Bij auto's met een Stop & Start-systeem geldt dat zolang devoorruitontwaseming in werking is, de STOP-functie niet beschikbaar is. Inschakelen
) Druk op de toets "A/C"
, het desbetreffende lampje gaat groen branden. De airconditioning werkt niet als de regelingvoor de luchtopbrengst is uitgeschakeld.
Uitschakelen)
Druk nogmaals op de toets "A/C", het groene lampje dooft.
Het uitschakelen van de airconditioning kan
negatieve effecten hebben (vocht, condens).

Page 93 of 340

3
91
i
i
i
Comfort

5. Automatisch programma "Zicht"6. Centrale re
geling / Quadrizone
7. In-
/uitschakelen van de
airconditioning
Handmati
ge instellingen
Al naar gelang uw wensen kunt u de
automatische bediening van het systeem
handmati
g aanpassen. De overige functies
worden automatisch geregeld.
Druk op een van de toetsen Soft/Auto/Fast omde automatische stand weer in te schakelen.

Als de temperatuur in de auto bij het instappen veel lager of hoger is dan de ingestelde waarde, heeft
het geen zin om voor het gewenste comfor t de ingestelde waarde te wijzigen. Het systeem compenseer tautomatisch en zo snel mogelijk het temperatuurverschil.
Zie de paragraa
f "Ontwaseming - ontdooiing vóór". Druk op deze toets om de instellin
gen
van de passagierszijde voor en
achter af te stemmen op die van de
bestuurderszi
jde (centrale regeling). Het lampje in de toets gaat branden.
De airconditioning
functioneer t, als
de ruiten gesloten zijn, optimaal in elk seizoen.
Dit systeem maakt het mogelijk om:
- in de zomer de tem
peratuur in het interieur
te verlagen,
- in de winter, bij temperaturen hoger dan
3°C, de ruiten sneller te ontwasemen.
Inschakelen
) Druk op de toets "A/C" , het desbetreffende lampje gaat groen branden. De airconditioning werkt niet als de regelingvoor de luchtopbrengst is uitgeschakeld.
Uitschakelen
)
Druk nogmaals op de toets "A/C", het
desbetreffende groene lampje dooft.
Het uitschakelen van de airconditioning kan negatieve effecten hebben (vocht, condens).
Om het interieur maximaal te verkoelen of te ver warmen is het mogelijk de minimalewaarde 14 of de maximale waarde 28 te overschrijden. )
Draai de knop 3 of 4
linksom tot "LO"wordt weergegeven of rechtsom tot "HI"wordt weergegeven.
Bij auto's met een Stop & Start-systeem geldt dat zolang de voorruitontwaseming in werkingis, de STOP-functie niet beschikbaar is.

Page 97 of 340

3
95
i
Comfort
) Schakel, zodra de omstandigheden het toelaten, de achterruit- en buitenspiegelver warming uit omdat minder stroomverbruik leidt tot eenlager brandstofverbruik.


Ontwasemen -
Ontdooien vóór






Achterruitverwarming
De achterruitverwarming kan worden
ingeschakeld met de toets op het
bedieningspaneel van de airconditioning.

Met handbediende
airconditioning
)
Selecteer dit programma om de
voorruit en de zijruiten snel teontwasemen of te ontdooien.
Met automatische
airconditioning met gescheiden
re
geling of quadrizone
Automatisch programma "Zicht"

AAN
)
Druk op deze toets om de achterruit en, afhankelijk van de uitvoering, debuitenspiegels te ontwasemen. Het
verklikkerlampje van de toets gaat branden.

Bij auto's met een Stop & Start-systeem geldt dat zolang de voorruitontwaseming in werking is, deSTOP-functie niet beschikbaar is.

UIT
De achterruitverwarming wordt automatisch
uitgeschakeld om onnodig brandstofverbruik te
voorkomen. ) U kunt de achterruitver warming ook eerder
uitschakelen door nogmaals op de toets te
drukken. Het verklikkerlampje van de toets gaat uit.

Het systeem werkt volledig automatischen regelt de luchttemperatuur, de
aanjagersnelheid, de luchttoevoer en stelt de
luchtverdelin
g zodanig in dat de voorruit en de
zijruiten zo snel mogelijk schoon worden.
Stel de temperatuurregeling in om de ruiten sneller te ontwasemen/ontdooien.
Druk om het programma uit te schakelen nogmaals op de toets "Zicht". Het lampje van de toets gaat uit en het systeem wordt weer
ingeschakeld met de instellingen van vóór de
inschakeling van het programma.
) Selecteer dit programma om de
voorruit en de zijruiten snel teontwasemen of te ontdooien.
Het systeem werkt volledig automatisch en regelt de luchttemperatuur, de aanjagersnelheid, de luchttoevoer en stelt de luchtverdeling zodanig in dat de voorruit en
de zijruiten zo snel mogelijk schoon worden.
Als bij de airconditioning quadrizone op deze
toets wordt gedrukt, wordt de airconditioning
ac
hter uitgeschakeld en wordt de bediening ervan
geblokkeerd.
) Druk nogmaals op de toets "Zicht"
of op "AUTO"
omdeze functie uit te schakelen; het lampje in de toetsgaat uit en dat van de toets "AU TO "
gaat branden. Het systeem keer t terug naar dezelfde instellingen als die van vóór het uitschakelen.

De achterruitverwarming werkt uitsluitend bij draaiende motor.

Page 99 of 340

4
97
i
!
i
i
Rijden











Starten - afzetten van de motor Handgeschakelde versnellingsbak: zet de versnellingshendel in de neutraalstand. Gestuurde handgeschakelde versnellingsbak
: zet de selectiehendel in de stand N.
Automatische transmissie : zet de selectiehendel in de stand Pof N.
)Steek de sleutel in het contactslot.)Draai de sleutel rechtsom in destand 3 (Starten).)Laat zodra de motor draait de sleutel los.



Starten met de sleutel

Afzetten met de sleutel
)Zet de auto stil. )Draai de sleutel linksom in de stand 1 (Stop)
. )Ver wijder de sleutel uit het contactslot.

Bij zeer lage temperaturen wordt bij auto's met een dieselmotor demotor pas na het doven van het
verklikkerlampje "Voorgloeien" gestart.


Sleutel vergeten
Als de sleutel niet uit het contactslot wordt gehaald, klinkt een geluidssignaal bij hetopenen van het bestuurdersportier.

Als aan een van de voorwaarden voor het starten niet wordt voldaan, wordt ter herinnering een melding op het display van het instrumentenpaneel weergegeven. In sommige gevallen moet hetstuurwiel heen en weer worden bewogen terwijl de knop "STA R T/STOP" wordt ingedrukt om het stuurslot te ontgrendelen; u wordt hier van via een melding op de hoogte gebracht.


Als de auto niet stilstaat, wordt de motor niet afgezet.)De elektronische sleutel bevindt zich in het
interieur van de auto. Trap het rempedaal
in
(auto's met automatische transmissie of gestuurde handgeschakelde versnellingsbak) of
trap het koppelingspedaal volledig in (auto's methandgeschakelde versnellingsbak) en houd het pedaal ingetrapt tot de motor is gestart.
Starten met de
elektronische sleutel
)Druk op de knop " STA R T/STOP ".


Afzetten met de
elektronische sleutel
)
Zet de auto stil.
)Druk op de knop "STA R T/STOP"
terwijl de elektronische sleutel zich
in het interieur van de auto bevindt.
De motor wordt af
gezet en het stuurslot wordt
vergrendeld.

Stand Accessoires
De elektronische sleutel bevindt zich in het interieur van de auto. Druk, zonder een pedaal in te trappen, op de knop"START/STOP" om het contact aanof af te zetten en zo de verschillendeuitrustingselementen te activeren.

Page 100 of 340

98
i
Rijden











Diefstalbeveiliging
Elektronische startbeveiliging
In de sleutels is een chip aangebracht die over een geheime code beschikt. Om te kunnen
starten, moet bij het aanzetten van het contactde code van de sleutel worden herkend door destartbeveiliging.
Deze elektronische startbeveiliging blokkeer t het motormanagementsysteem zodra het contact wordt afgezet en voorkomt zo het starten van de motor bij een inbraak.
Bij een storing in het systeem wordt ugewaarschuwd door een melding op het display
van het instrumentenpaneel.
De auto kan dan niet gestart worden.
Raadpleeg zo snel mogelijk het
PEUGEOT- net wer k .

Noodprocedure voor het starten met de elektronische sleutel

Als de elektronische sleutel zich in het
detectiegebied bevindt en uw auto niet start alsu op de knop "START/STOP" drukt:) Open het klepje onder de knop "STA R T/STOP".)
Steek de elektronische sleutel in de houder A.)
Druk op de knop "STA R T/STOP".
Als de motor draait, kunt u de elektronische sleutel ver wijderen en het klepje sluiten.


Noodprocedure voor het afzetten van de motor met de elektronische sleutel

In noodgevallen kan de motor geforceerd
worden afgezet door de knop "STA R T/STOP"
ongeveer drie seconden ingedrukt te houden.
In dat geval wordt het stuurslot ingeschakeld
zodra de auto stilstaat.
Als de elektronische sleutel zich niet meer
in het detectiegebied bevindt op het moment
dat de motor moet worden afgezet, wordt een melding weergegeven op het display van het
instrumentenpaneel.
)Houd de knop "STA R T/STOP" ongeveer drie seconden ingedrukt als u de motor geforceerd wilt afzetten (let op: zonder
de sleutel kan de motor niet meer gestart
worden
).

Page 119 of 340

4
117
i
!
Rijden











Stop & Start
Het Stop & Start-systeem zet de motor tijdelijk af (STOP-stand) als u stopt (bij rood licht, opstoppingen enz.). De motor wordt automatisch gestar t(START-stand) als u weer weg wilt rijden. Het starten gebeur t direct, snel en stil.
Het Stop & Star t-systeem is per fect afgestemd op stadsgebruik en zorgt voor een lager brandstofverbruik, minder uitstoot van schadelijke stoffen eneen aangename rust in het interieur tijdens het wachten.


Werking


Overgang naar de STOP-stand
Het verklikkerlampje "ECO"
op hetinstrumentenpaneel gaat branden en demotor wordt in de STOP-stand gezet:


- als u,
bij een gestuurde
handgeschakelde versnellingsbak,bij een snelheid lager dan 8 km/h het rempedaal intrapt of de selectiehendel inde stand N zet.

Als uw auto is uitgerust met een teller, wordt de
duur van de momenten dat de motor afgezet is,
op
geteld en weergegeven. Elke keer als u het contact opnieuw aanzet, wordt deze teller op0 gezet.
Tank nooit als de motor door hetStop & Start-systeem in de STOP-stand is gezet. Zet in dat gevalaltijd het contact af en neem de sleuteluit het contactslot.
Het systeem werkt de eerste10 seconden na het inschakelen van deachteruitversnelling niet.
Als de motor door het systeem in deSTOP-stand wordt gezet, blijven alle andere componenten zoals de remmenen de stuurbekrachtiging normaalfunctioneren.


Bijzonderheden: STOP-stand nietbeschikbaar

De STOP-stand wordt niet geactiveerd als:


- het bestuurderportier geopend is,

- de veiligheidsgordel van de bestuurder
losgemaakt is,

-
de auto sinds de laatste start met de sleutelniet sneller dan 10 km/h heeft gereden,

- de elektrische parkeerrem wordt/is
aan
getrokken,

- de klimaatregeling in het interieur dat niet
toelaat,

- de voorruitontwaseming is ingeschakeld,

- er bepaalde bijzondere omstandigheden
zijn (laadtoestand accu, motor temperatuur,
rembekrachtiging, buitentemperatuur...).
In dit
geval knipper t het
verklikkerlampje "ECO"
een paar seconden, waarna het uitgaat.Deze werking van het systeem is volkomen
normaal.

Page 120 of 340

118
i
Rijden
Het verklikkerlampje "ECO"
gaat uit
en de motor wordt automatisch gestar t
(gestuurde handgeschakelde
versnellingsbak):
- met de selectiehendel in de stand A
of M , laat het rempedaal los,
- met de selectiehendel in de stand Nen het rempedaal niet ingetrapt, zet de selectiehendel in de stand A
of M
,
- of schakel de achteruit in.
De
START-stand wordt automatischgeactiveerd als:


- het bestuurderportier geopend is,

- de veiligheidsgordel van de bestuurder losgemaakt is,

- de snelheid van de auto hoger is dan
11 k m / h (gestuurde handgeschakelde
versnellingsbak),

- de elektrische parkeerrem wordt
aan
getrokken,

- er bepaalde bijzondere omstandigheden
zijn (laadtoestand accu, motortemperatuur,
rembekrachtiging, instelling
airconditioning...).


Bijzonderheden: automatisch
activeren van de START-stand
Het verklikkerlampje "ECO"
knippert een paar seconden en gaat dan uit.
Dat onder deze omstandigheden de START-stand wordt geactiveerd, is volkomen
normaal.

Als het systeem in de STOP-standwordt uitgeschakeld, dan wordt de motor direct weer gestart.
U kunt deze functie op elk willekeuri
g moment uitschakelen door de schakelaar "ECO OFF"inte drukken.
Het verklikkerlampje in de schakelaar gaat branden en er verschijnt een melding op het
display.

Uitschakelen

Page 121 of 340

4
119
i
!
!
Rijden
Het systeem wordt automatisch ingeschakeld zodra u het contactopnieuw aanzet.



Inschakelen

Druk nogmaals op de schakelaar "ECO OFF"
.
Het s
ysteem is dan weer ingeschakeld; het
verklikkerlampje in de schakelaar gaat uit en er
wordt een melding op het display weergegeven.
Storingen
Bij een storing in het systeem gaat het
verklikkerlampje in de schakelaar "ECO OFF"knipperen en ver volgens constant branden. Laat het systeem controleren door het PEUGEOT- netwerk of door een
gekwalificeerde werkplaats.
Als er in de
STOP-stand een storing zou
optreden, kan het zijn dat de motor niet meer wil aanslaan of direct afslaat. Zet in dat geval het contact af en start de auto dan met behulp
van de sleutel.

Schakel omwille van de veiligheid het Stop & Start-systeem altijd uit als u handelingen onder de motorkap wiltuitvoeren.
Dit systeem hee
ft specifieke kenmerken en maakt gebruik van een speciale 12V-accu (raadpleeg
voor meer informatie het PEUGEOT- net wer k).
Het gebruik van een andere dan de door
PEUGEOT voorgeschreven accu's kan leiden tot storingen in het systeem.
Maak voor het opladen van de 12V-accu gebruik
van een 12V-acculader. De polariteiten mogen
hierbij niet worden omgekeerd.

Onderhoud


Het Stop & Star t-systeem maaktgebruik van geavanceerde technologie.Laat eventuele werkzaamhedenuitvoeren bij een gekwalificeerde werkplaats, bijvoorbeeld eenservicepunt van het PEUGEOT-netwerk, die over alle deskundigheid en speciale gereedschappen beschikt.

Page:   < prev 1-10 11-20 21-30 next >