display Peugeot 508 2012 Handleiding (in Dutch)

Page 99 of 340

4
97
i
!
i
i
Rijden











Starten - afzetten van de motor Handgeschakelde versnellingsbak: zet de versnellingshendel in de neutraalstand. Gestuurde handgeschakelde versnellingsbak
: zet de selectiehendel in de stand N.
Automatische transmissie : zet de selectiehendel in de stand Pof N.
)Steek de sleutel in het contactslot.)Draai de sleutel rechtsom in destand 3 (Starten).)Laat zodra de motor draait de sleutel los.



Starten met de sleutel

Afzetten met de sleutel
)Zet de auto stil. )Draai de sleutel linksom in de stand 1 (Stop)
. )Ver wijder de sleutel uit het contactslot.

Bij zeer lage temperaturen wordt bij auto's met een dieselmotor demotor pas na het doven van het
verklikkerlampje "Voorgloeien" gestart.


Sleutel vergeten
Als de sleutel niet uit het contactslot wordt gehaald, klinkt een geluidssignaal bij hetopenen van het bestuurdersportier.

Als aan een van de voorwaarden voor het starten niet wordt voldaan, wordt ter herinnering een melding op het display van het instrumentenpaneel weergegeven. In sommige gevallen moet hetstuurwiel heen en weer worden bewogen terwijl de knop "STA R T/STOP" wordt ingedrukt om het stuurslot te ontgrendelen; u wordt hier van via een melding op de hoogte gebracht.


Als de auto niet stilstaat, wordt de motor niet afgezet.)De elektronische sleutel bevindt zich in het
interieur van de auto. Trap het rempedaal
in
(auto's met automatische transmissie of gestuurde handgeschakelde versnellingsbak) of
trap het koppelingspedaal volledig in (auto's methandgeschakelde versnellingsbak) en houd het pedaal ingetrapt tot de motor is gestart.
Starten met de
elektronische sleutel
)Druk op de knop " STA R T/STOP ".


Afzetten met de
elektronische sleutel
)
Zet de auto stil.
)Druk op de knop "STA R T/STOP"
terwijl de elektronische sleutel zich
in het interieur van de auto bevindt.
De motor wordt af
gezet en het stuurslot wordt
vergrendeld.

Stand Accessoires
De elektronische sleutel bevindt zich in het interieur van de auto. Druk, zonder een pedaal in te trappen, op de knop"START/STOP" om het contact aanof af te zetten en zo de verschillendeuitrustingselementen te activeren.

Page 100 of 340

98
i
Rijden











Diefstalbeveiliging
Elektronische startbeveiliging
In de sleutels is een chip aangebracht die over een geheime code beschikt. Om te kunnen
starten, moet bij het aanzetten van het contactde code van de sleutel worden herkend door destartbeveiliging.
Deze elektronische startbeveiliging blokkeer t het motormanagementsysteem zodra het contact wordt afgezet en voorkomt zo het starten van de motor bij een inbraak.
Bij een storing in het systeem wordt ugewaarschuwd door een melding op het display
van het instrumentenpaneel.
De auto kan dan niet gestart worden.
Raadpleeg zo snel mogelijk het
PEUGEOT- net wer k .

Noodprocedure voor het starten met de elektronische sleutel

Als de elektronische sleutel zich in het
detectiegebied bevindt en uw auto niet start alsu op de knop "START/STOP" drukt:) Open het klepje onder de knop "STA R T/STOP".)
Steek de elektronische sleutel in de houder A.)
Druk op de knop "STA R T/STOP".
Als de motor draait, kunt u de elektronische sleutel ver wijderen en het klepje sluiten.


Noodprocedure voor het afzetten van de motor met de elektronische sleutel

In noodgevallen kan de motor geforceerd
worden afgezet door de knop "STA R T/STOP"
ongeveer drie seconden ingedrukt te houden.
In dat geval wordt het stuurslot ingeschakeld
zodra de auto stilstaat.
Als de elektronische sleutel zich niet meer
in het detectiegebied bevindt op het moment
dat de motor moet worden afgezet, wordt een melding weergegeven op het display van het
instrumentenpaneel.
)Houd de knop "STA R T/STOP" ongeveer drie seconden ingedrukt als u de motor geforceerd wilt afzetten (let op: zonder
de sleutel kan de motor niet meer gestart
worden
).

Page 101 of 340

4
99
!
!
Rijden
Wij raden u aan de parkeerrem niet tegebruiken bij zeer lage temperaturen(vorst) en bij het trekken van een
aanhanger (slepen, caravan, enz.). Schakel in dergelijke gevallen deautomatische parkeerrem uit of zet deze met de hand vrij.
Controleer voordat u de auto verlaat of de verklikkerlampjes van de parkeerrem op het instrumentenpaneel en op dehendel Aconstant branden.
De elektrische parkeerrem kan op tweemanieren worden bediend:

-
Automatisch aantrekken/vrijzetten
De parkeerrem wordt automatisch
aangetrokken bij het afzetten van de motor en automatisch vrijgezet bij het wegrijden(standaard geactiveerde functies), -Handmatig aantrekken/vrijzetten
De parkeerrem kan handmatig worden aangetrokken door aan de hendel A tetrekken.
U kunt de parkeerrem handmatig weer
vrijzetten door het rempedaal ingetrapt
te houden en gelijktijdig de hendel in te
drukken en vervolgens los te laten.
Als de parkeerrem nog niet is aangetrokken en het bestuurdersportier wordt geopend, klinkt er een geluidssignaal en verschijnt er een melding
op het display.
Programmeren van de werking
Afhankelijk van het land van bestemming kande functie voor het automatisch aantrekken van
de parkeerrem bij het afzetten van de motor en het automatisch vrijzetten van de parkeerrembij het wegrijden worden uitgeschakeld. Wanneer de auto stilstaat en u bij draaiende o
f
afgezette motor de parkeerrem wilt aantrekken,
trekt u aan de hendel A.


Handmatig aantrekken

Deze functie kan worden
ingeschakeld/uitgeschakeld via
het menu op het display van het
instrumentenpaneel.
Als de
functie is uitgeschakeld, dient u deparkeerrem dus handmatig te bedienen. De aangetrokken toestand van de parkeerrem
wordt aan
gegeven door:


-
het branden van het
verklikkerlampje parkeerrem en het
verklikkerlampje P op de hendel A,

-
de melding "Parkeerrem
aangetrokken".
Wanneer u het bestuurderspor tier opent bi
j
draaiende motor terwijl de parkeerrem niet
is aangetrokken, klinkt er een geluidssignaalen verschijnt er een melding op het display(behalve bij auto's met automatische
transmissie, als de selectiehendel in destand P(Park) staat).








Elektrische parkeerrem

Als dit verklikkerlampje brandt
op het instrumentenpaneel, is de
automatische functie uitgeschakeld.

Page 102 of 340

100
!
i
Rijden
Om bij aangezet contact of draaiende motor de parkeerrem vrij te zetten, traptu hetrempedaalin, drukt
u de hendel A
in en
laat u deze ver volgens weer los.
De vrijgezette toestand van de parkeerrem
wordt aangegeven door:
Handmatig vrijzetten
- het uitgaan van het
verklikkerlampje parkeerrem en het
verklikkerlampje Pop de hendel A ,
- de meldin
g "Parkeerrem
vrijgezet".

Als u aan de hendel Atrekt zonder het rempedaal in te trappen, wordt de parkeerremniet vrijgezet en verschijnt een melding op het
instrumentenpaneel.
U kunt, indien nodi
g, de parkeerrem extra stevig aantrekken
. Dit gebeurt door de
hendel A langer te bedienen, tot de melding
"Parkeerrem maximaal aangetrokken" op het display verschijnt en er een geluidsignaal klinkt. Het extra stevig aantrekken van de
parkeerrem is noodzakelijk in de volgende
omstandigheden:


- wanneer een caravan of aanhanger aan
de auto is gekoppeld en de automatische
bediening is geactiveerd, terwijl u de
parkeerrem handmatig bedient,

- wanneer de hellingcondities vermoedelijkzullen variëren terwijl de auto stilstaat (bijvoorbeeld wanneer de auto vervoerd
wordt op een boot of trailer, of bij slepen).
Extra stevig aantrekken

Controleer voordat u de auto verlaat of de verklikkerlampjes van de parkeerremop het instrumentenpaneel en op de hendel Aconstant branden.

Laat kinderen nooit alleen in de autowanneer het contact is aangezet: ze zouden de parkeerrem kunnenvrijzetten.



Automatisch aantrekken,
motor afgezet
-het branden van het
verklikkerlampje remsysteem en het
verklikkerlampje Pop de hendel A ,

- de melding "Parkeerremaangetrokken".
Wanneer de auto stilstaat en u de motor afzet, wordt de parkeerrem automatisch aangetrokken.
De aangetrokken toestand van de parkeerrem
wordt aangegeven door:
In het geval van een aangekoppelde aanhanger, wanneer de auto beladen is of op een steile helling staat, dient u de parkeerrem extra stevig aan te trekken,bij het parkeren de voor wielen naar destoeprand te sturen en een versnellingin te schakelen.Na het extra stevig aantrekken van de parkeerrem duur t het langer voordat deparkeerrem weer is vrijgezet.

Page 103 of 340

4
101
!!
Rijden

Automatisch vrijzetten

De elektrische parkeerrem wordt automatisch geleidelijk vrijgezet bij het wegrijden:
)Handgeschakelde versnellingsbak:houd het koppelingspedaal geheelingetrapt en schakel de 1 eversnelling of de achteruitversnelling in. Trap ver volgens het
gaspedaal in ter wijl u het koppelingspedaal
laat o
pkomen. )Gestuurde handgeschakelde
versnellingsbak:
zet de selectiehendel inde stand A , M
of Ren geef gas. )Automatische transmissie:zet deselectiehendel in de stand D, Mof R
en geef gas.
De vrijgezette toestand van de parkeerrem
wordt aangegeven door:
- het doven van het verklikkerlampje
handrem en het verklikkerlamp
je P
op de hendel A,
- de meldin
g "Parkeerrem
vrijgezet".

Geef, wanneer de auto stilstaat metdraaiende motor, niet onnodig gas, omdat u dan het risico loopt dat deparkeerrem wordt vrijgezet.
Controleer voordat u de auto verlaat of de verklikkerlampjes van de parkeerremop het instrumentenpaneel en op de hendel A
constant branden.
Parkeerrem aantrekken,
bij draaiende motor
Wanneer de auto stilstaat met draaiende motor,dient u de auto tegen wegrollen te beveiligen
door de parkeerrem handmatigaan te trekken.Trek
daarvoor aan de hendel A
.
De aangetrokken toestand van de parkeerremwordt aangegeven door:


- h
et branden van het
verklikkerlampje parkeerrem en het
verklikkerlampje P op de hendel A ,

- de meldin
g "parkeerrem
aangetrokken".
Wanneer u het bestuurdersportier opent omuit te stappen ter wijl de parkeerrem niet is aangetrokken, klinkt er een geluidssignaalen verschijnt er een melding op het display (behalve bij auto's met automatische
versnellingsbak, als de selectiehendel in de stand P (Park) staat).

Bijzondere omstandigheden

In bepaalde situaties (starten van de motor...)bepaalt de parkeerrem zelf zijn aantrekkracht.Dit is normaal.
Wilt u de auto enkele centimeters verplaatsen
zonder de motor te starten, trap dan met
aangezet contact het rempedaal in en zet de
parkeerrem vrij door de hendel A eerst Ain te drukkenen vervolgens los te laten. De vrijgezette
toestand van de parkeerrem wordt aangegeven door het doven van het verklikkerlampje op dehendel A en van het verklikkerlampje op hetAinstrumentenpaneel in combinatie met de melding
"Parkeerrem vrijgezet".
W
anneer de parkeerrem is aangetrokkenen u deze vanwege een defect of accupech
niet kunt vrijzetten, kunt u gebruik maken van
de functie voor de noodont
grendeling van de
parkeerrem.

Om de goede werking van de parkeerrem en dus uw veiligheid te garanderen, mag de parkeerrem niet vaker dan acht keer achter elkaar worden aangetrokken en vrijgezet.
Als dit toch gebeur t, wordt u gewaarschuwd
door de melding "Storing parkeerrem" en het
knipperen van een verklikkerlampje.

Page 108 of 340

106
!
Rijden





Handbediende parkeerrem
)Trek de hefboom van de parkeerrem aanom uw auto stil te zetten.


Vrijzetten
)
Trek de hefboom van de parkeerrem licht omhoog, druk de ontgrendelknop in en duw
de hefboom geheel omlaag.
Draai bij het parkeren van de auto op een helling de wielen vast tegen hettrottoir, trek de parkeerrem aan, schakel een versnelling in bij auto's met een handgeschakelde versnellingsbak of zet de selectiehendel in de standP
bij auto's met een automatische transmissie, en zet het contact uit.
Als tijdens het rijden dit
verklikkerlampje en het
verklikkerlampje STOP branden
in combinatie met een geluidssignaalen een melding op het display van het
instrumentenpaneel, geeft dit aan dat de
parkeerrem nog (iets) is aangetrokken.

Page 112 of 340

110
i!
Rijden
Weergave op het
instrumentenpaneel
Wanneer u de selectiehendel door het schakelpatroon beweegt, verschijnthet desbetreffende pictogram op het
instrumentenpaneel.
P. Parking (parkeerstand) R.Reverse (achteruitversnelling)N.
Neutral (neutraalstand) D.
Drive (automatisch schakelen) S.
Programma Sport7
. Programma Sneeuw1 t /m 6.Ingeschakelde versnelling bij handmatig schakelen -. Ongeldige waarde bij handmatig schakelen
)
Trap het rempedaal in en selecteer de
stand Pof N.)
Start de motor.
Als niet aan de bovenstaande voorwaarden
wordt voldaan, klinkt een geluidssignaal en
verschijnt een melding op het display van het
instrumentenpaneel.
) Tr a p b ij draaiende motor het rempedaal in.)
Zet de parkeerrem vrij als deze niet in deautomatische stand staat.)
Selecteer de stand R , D
of M.)
Laat het rempedaal geleidelijk los.
De auto begint te rijden.


Wegrijden


Als de motor stationair draait, hetrempedaal is losgelaten en de stand R , D
of Mis geselecteerd, zet de auto zich zelfs al in beweging als het gaspedaalniet is ingetrapt.
Laat bij draaiende motor daarom geenkinderen alleen in de auto achter.
Trek de parkeerrem aan en selecteer de stand Pindien er onderhoudswerkzaamheden moeten worden uitgevoerd bij draaiende motor.

Als tijdens het rijden per ongeluk destand N
wordt geselecteerd, laat hetmotortoerental dan zakken tot stationair toerental, zet de selectiehendel in destand D
en trap het gaspedaal weer in.

Page 114 of 340

112
i!
Rijden
Handmatig schakelen
)Selecteer de stand M om sequentieel
te
sc
hakelen in de zes versnellingen. )Trek de selectiehendel naar het symbool +om één versnelling op te schakelen. )Duw de selectiehendel naar het symbool -om één versnelling terug te schakelen.
Het schakelen naar een andere versnellingkan alleen als de snelheid van de auto enhet toerental van de motor dit toestaan,anders wordt er tijdelijk overgegaan op de automatische bediening.

Op het instrumentenpaneel verdwijnt
de aanduiding D en verschijnen
achtereenvolgens de ingeschakelde
versnellingen.

Onjuiste waarde bij handmatigebediening
Dit symbool verschijnt als een
versnelling niet goed is ingeschakeld
(de selectiehendel bevindt zich
tussen twee standen in).
Parkeren van de auto

Voordat u de motor afzet, kunt u de selectiehendel in de stand P
of N
bewegen om de neutraalstand te selecteren.
Trek in beide gevallen de parkeerrem aan om
de auto te blokkeren
(als de parkeerrem niet in
de automatische stand staat).

Storing
Bij aangezet contact wordt een melding op het display van het instrumentenpaneel weergegeven
die duidt op een storing in de transmissie. In dit geval werkt de transmissie met eennoodprogramma en blijft de 3e versnelling
ingeschakeld. U kunt dan een hevige schok
waarnemen bij het selecteren van R vanuit de Rstand P, of PRvanuit de stand RN
. Dit is niet gevaarlijk voor de transmissie.
Rijd niet harder dan 100 km/h (afhankelijk van degeldende snelheidslimiet).
Laat het systeem controleren door het PEUGEOT-netwerk of door een gekwalificeerde werkplaats.

Als het motortoerental te laag of te hoog is,
knippert de geselecteerde versnelling enkeleseconden en ver volgens wordt de werkelijk
ingeschakelde versnelling weergegeven.
Er kan elk moment van de stand D (rijden in deautomatische stand) naar de stand M
(rijden in
de handbediende stand) worden geschakeld.
Als de auto stopt of langzaam rijdt, kiest deautomatische transmissie automatisch de standM1.De programma's Spor t en Sneeuw kunnenniet worden ingeschakeld in de handbediende stand.

De automatische transmissie kan beschadigd raken:


- als u het gaspedaal en hetrempedaal gelijktijdig intrapt,

- als u, indien de accu geen stroomlever t, de selectiehendel vanuit de stand P
geforceerd naar een andere stand schakelt.


Als de selectiehendel niet in de standP
staat, klinkt bij het openen van hetbestuurdersportier of na ongeveer 45 seconden een geluidssignaal en verschijnt een melding op het display.)Zet de selectiehendel in de stand P
; het geluidssignaal stopt en de melding verdwijnt.



Zet, om het brandstofverbruik tijdenslangdurig stilstaan met draaiende motor
(file...) te beperken, de selectiehendel in de stand Nen trek de parkeerrem aan, behalve als deze in de automatische stand staat.

Page 116 of 340

114
i
i
i
Rijden
Bij het inschakelen van deachteruitversnelling klinkt eengeluidssignaal.
De aanduiding N
op het display knippertals u de motor probeert te startenzonder dat de selectiehendel in destand N
staat.
Als bij het star ten het rempedaal niet wordt ingetrapt, knippert op het instrumentenpaneel de aanduiding voet op het rempedaalin combinatie met een geluidssignaal en een melding ophet display van het instrumentenpaneel.
Trap om krachtig te accelereren(bijvoorbeeld voor eeninhaalmanoeuvre) het gaspedaal metkracht in, tot voorbij het zware punt.

Weergave op het
instrumentenpaneel
Standen van de selectiehendel
N.
Neutral (neutraalstand).R.Reverse (achteruitversnelling). 1, 2, 3, 4, 5, 6.
Ver snellingen bij handmatigschakelen. A.
Gaat branden als u kiest voor automatische bediening en gaat uit als u kiest voor handmatige bediening.
)Trap het rempedaal in
als eenmelding wordt weergegeven
op het display van het
instrumentenpaneel.



Starten van de auto
)
Selecteer de stand N . )
Houd het rempedaal ingetrapt.
)
Start de motor.
Op het displa
y van hetinstrumentenpaneel verschijnt de
aanduiding N.
) Selecteer de eerste versnelling (stand Mof A
) AAof de achteruitversnelling (stand R).RR)Zet de handrem vrij als deze niet automatisch
wordt bediend. )Neem uw voet van het rempedaal en geef gas.
Op het display van het
instrumentenpaneel verschijnen de
aanduidingen Aen 1 of R.

Automatische bediening
)Star t de auto en selecteer de stand A
omde parkeerrem op automatische bediening
t
e zetten.
Op het display van het instrumentenpaneel
verschijnen de aanduiding A en deAingeschakelde versnelling.
De versnellingsbak werkt dan automatisch,
zonder dat u zelf hoeft te schakelen. De
versnellingsbak kiest voortdurend de meest geschikte versnelling, afhankelijk van de
volgende parameters:


- de ri
jstijl,

- het profiel van de weg.

Page 117 of 340

4
115
i
!
Rijden

Handmatig schakelen
)
Zet na het starten de selectiehendel in de
stand M
om de handbediende stand in teschakelen.)
Beweeg de hendel in de richting van hetsymbool "+" om op te schakelen. )
Beweeg de hendel in de richting van hetsymbool "-" om terug te schakelen.



Als bij stapvoets rijden deachteruitversnelling wordt geselecteerd,wordt deze pas ingeschakeld als de auto volledig tot stilstand is gekomen. Ophet display van het instrumentenpaneelwordt een pictogram weergegeven.


Bij krachtig accelereren wordt dehoogste versnelling niet ingeschakeld als de bestuurders de flippers achter het stuurwiel niet bedient.
Selecteer de neutraalstand N
nooit tijdens het rijden.
Selecteer de achteruitversnelling (stand R) uitsluitend als de auto volledig Rstilstaat en de voet op het rempedaalwordt gehouden.

De aanduiding A
verdwijnten de aanduiding Men deachtereenvolgens ingeschakelde
versnellingen worden weergegeven
op het displa
y van hetinstrumentenpaneel.
Het schakelen naar een andere versnelling is alleen mogelijk als de snelheid van de auto enhet motortoerental dit toestaan.
Het is niet noodzakelijk om bij het schakelenhet gaspedaal los te laten.
Bij het remmen of het verminderen van
de snelheid schakelt de versnellingsbak automatisch terug, zodat de juiste versnelling is geselecteerd op het moment dat u het gaspedaal weer intrapt. Bi
j de automatische bediening blijft het altijd mogelijk om zelf te schakelen met behulp van
de flippers achter het stuur wiel, bijvoorbeeld om even snel in te halen. )Bedien de flippers "+"of "-"
achter het stuur.
De versnellingsbak wordt dan in de desbetreffende
versnelling geschakeld, als de snelheid van de auto en het motortoerental dit toestaan. De
aanduiding A blijft op het display staan. A Als de stuurbediening enige tijd niet meer gebruikt wordt, gaat de versnellingsbak weer
over op de automatische stand.
Handmatige bediening

Page:   < prev 1-10 11-20 21-30 31-40 41-50 51-60 61-70 71-80 ... 90 next >