display Peugeot 508 2012 Handleiding (in Dutch)

Page 168 of 340

166
!
Veiligheid
Dynamische stabiliteitscontrole(CDS)
Inschakelen
Dit systeem wordt automatisch ingeschakeld
zodra de motor wordt gestart.
Het systeem wordt geactiveerd zodra de wielen te
weini
g grip hebben of de koers van de auto afwijkt.
In dat
geval gaat dit verklikkerlampje
op het instrumentenpaneel
knipperen.

Uitschakelen
In bijzondere omstandigheden (als de auto
vastzit in de modder, sneeuw, in mulle grond,...)
kan het nuttig zijn het ESP-systeem uit teschakelen, zodat de wielen kunnen spinnen en
weer grip kunnen krijgen.
Het CDS-systeem zorgt voor meer veiligheid tijdens het rijden. Debestuurder mag zich echter nooit latenverleiden tot het nemen van meer risico's of te hard rijden. De goede werking van het systeem wordt verzekerd door de naleving vande voorschriften van de constructeur met betrekking tot de wielen (banden en velgen), onderdelen van hetremsysteem, elektronische onderdelen alsmede de montageprocedure en hetuitvoeren van werkzaamheden door het PEUGEOT- netwerk. Laat het systeem na een aanrijding controleren door het PEUGEOT-netwerk of door een gekwalificeerdewerkplaats.



Storing
Als dit verklikkerlampje gaat brandenin combinatie met een geluidssignaalen een melding op het display van het instrumentenpaneel, duidt dit op een storing in het systeem.
Raadpleeg het PEUGEOT-netwerk of eengekwalificeerde werkplaats om het systeem te
laten controleren.

Opnieuw inschakelen
Het systeem wordt automatisch weer
ingeschakeld als het contact opnieuw wordt
aan
gezet of vanaf snelheden boven 50 km/h.)Druk nogmaals op de knop "ESP OFF"
om
het systeem handmatig weer in te schakelen.

)
Druk op de knop "ESP OFF"
.

Als dit verklikkerlampje en het lampje
op de knop gaan branden, grijpt hetESP-systeem niet meer in op de
werking van de motor.

Page 170 of 340

168
Veiligheid
Hoogteverstelling vóór
)Knijp, om het bevestigingspunt te vinden,
de knop in en schuif deze in één van de
standen.



Als de wagensnelheid hoger is
dan 20 km/h, knippert (knipperen)het pictogram (de pictogrammen)gedurende twee minuten in combinatie met een geluidssignaal. Na deze 2 minuten blijft (blijven) het pictogram (de
pictogrammen) branden zolang de bestuurder
of passagier(s) zijn gordel (hun gordels) niet
heeft (hebben) vastgemaakt.









Pictogram(men) veiligheidsgordel(s) losgemaakt/niet vastgemaakt
1.Pictogram veiligheidsgordels voor en/of
achter losgemaakt/niet vastgemaakt, op
het instrumentenpaneel.
2. Pictogram veiligheidsgordel links voor.3.
Pictogram veiligheidsgordel rechts voor.4.Pictogram veiligheidsgordel rechts achter.
5.Pictogram veiligheidsgordel midden achter.
6. Pictogram veiligheidsgordel links achter.


Pictogram(men)veiligheidsgordel(s) voor en achter
Bij het aanzetten van het contact
gaat het pictogram 1op het
instrumentenpaneel en de
desbetreffende picto
grammen(2 t/m 6) op het pictogrammendisplay van
de veiligheidsgordels en passagiersairbagrood branden als de desbetreffendeveiligheidsgordel niet is vastgemaakt of weer is losgemaakt.

Page 173 of 340

7
171
!
!
Veiligheid

Uitschakelen
Alleen de airbag aan passagierszijde kan
worden uitgeschakeld: )zet het contact af , steek de sleutel in defschakelaar voor uitschakelen van de airbagaan passagierszijde,)draai deze in de stand "OFF" , )ver wijder de sleutel zonder de stand van de schakelaar te veranderen.
A
fhankelijk van de uitvoering
van uw auto brandt dit waarschuwingslampje hetzij op het
instrumentenpaneel, hetzij op het display voor
de waarschuwin
gslampjes van de autogordelsen de airbag aan passagierszijde, bij aangezetcontact en zolang de airbag is uitgeschakeld.
Schakel voor de veiligheid van uw kindde airbag aan passagierszijde altijd uit als u een kinderzitje met de rug in derijrichting op de voorstoel plaatst. Anders kan een kind bij het afgaan van de airbag levensgevaarlijk gewond raken.

Plaats geen kinderzitje op devoorstoel als minimaal één van beide waarschuwingslampjes van de airbagspermanent blijft branden. Laat het systeem controleren door het PEUGEOT-netwerk of een gekwalificeerde werkplaats.
Opnieuw inschakelen

Als u het kinderzitje hebt ver wijderd, zet dan met afgezet contactde schakelaar weer op
"ON"
om de airbag opnieuw in te schakelen
en zo de veiligheid van uw passagier te garanderen.

Als het contact is aangezet en
de airbag aan passagierszijde
opnieuw wordt ingeschakeld, gaat dit
waarschuwin
gslampje op het display
van de waarschuwingslampjes
van de autogordels en de airbag aan passagierszijde gedurende ongeveer 1 minuutbranden.


Storing
Als dit lampje op het instrumentenpaneel gaat branden in combinatie met een geluidssignaal en een melding op het
display van het instrumentenpaneel, laat het systeem dan controleren door het PEUGEOT-netwerk of een gekwalificeerde werkplaats. De kans bestaat dat de airbags bij een ernstige aanrijding niet worden geactiveerd.

Als dit lampje knipper t, raadpleeg
dan het PEUGEOT-netwerk of eengekwalificeerde werkplaats. De
kans bestaat dat de airbag aanpassagierszijde bij een ernstigeaanrijding niet wordt geactiveerd.

Page 174 of 340

172
!
Veiligheid
Zijairbags
Activering
De zijairbags worden aan de desbetreffende
zijde opgeblazen bij een ernstige zijdelingse
aanrijding binnen (een gedeelte van) de
impactzone opzij (B ), loodrecht op de lengteas
van de auto en vanaf de buitenzijde richting de
binnenzijde van de auto.
De zijairbag wordt opgeblazen tussen de
inzittende voorin en het desbetreffende portierpaneel. De zi
jairbags beschermen de bestuurder en
de voorpassagier bij een ernstige zijdelingseaanrijding om de kans op letsel te verkleinen.
De zijairbags zijn aangebracht in het frame van
de rugleuning, aan de por tierzijde.

Detectiezones voor een
aanrijding
A. Impactzone vóór. B.
Impactzone opzij.


Windowairbags
De windowairbags beschermen de bestuurder en passagiers (uitgezonderd de middelste
passagier achter) bij een ernstige zijdelingse
aanrijding, om de kans op letsel aan de zijkant
v
an het hoofd te verkleinen.
De windowairbags zijn aangebracht in de stijlen en in de hemelbekleding.


Bij een lichte zijdelingse aanrijding of bij over de kop slaan kan het zijn dat de airbag niet wordt geactiveerd.

Bij een aanrijding van achteren of een frontale aanrijding wordt dewindowairbag niet geactiveerd.



Activering

De windowairbag wordt gelijktijdig met
de zijairbag aan de desbetreffende zijde
opgeblazen bij een ernstige zijdelingse
aanrijding binnen (een gedeelte van) de
impactzone opzij (B ), waarbij de krachten loodrecht op de lengterichting van de auto en
vanaf de buitenzijde richting de binnenzijde van
de auto worden uitgeoefend.
De windowairbag wordt opgeblazen tussen de
inzittenden vóór en achter en de ruiten.
Als dit waarschuwin
gslampje gaat branden in combinatie met eengeluidssignaal en een melding op hetdisplay van het instrumentenpaneel,
raadpleeg dan het PEUGEOT- net wer k of eengekwalificeerde werkplaats om het systeem te
laten controleren. De kans bestaat dat de airbags
bij een ernstige aanrijding niet worden geactiveerd.

Storing

Page 205 of 340

8
203
Praktische informatie
De eco-mode bepaalt de maximale gebruiksduur van een aantal functies om te
voorkomen dat de accu ontladen raakt.
Nadat de motor is af
gezet, kunt u eenaantal elektrische functies zoals het audio-en telematicasysteem, de ruitenwissers,
dimlichten, plafonniers, ... nog in totaal maximaal 40 minuten gebruiken.







Eco-mode
Inschakelen van de
eco-mode
Ver volgens geeft een melding op het display
van het instrumentenpaneel aan dat de eco-
mode is ingeschakeld en worden de actievefuncties in de ruststand gezet.
Als u o
p het moment dat de eco-mode wordt ingeschakeld aan het telefoneren bent, kan hetgesprek nog gedurende ongeveer 10 minutenworden voortgezet via de handsfree set van uwautoradio.


Uitschakelen van de
eco-mode

De functies worden automatisch weer
ingeschakeld als de motor gestart wordt. )
Start om de functies direct weer te kunnen
gebruiken de motor en laat deze draaien:
- min
der dan tien minuten om de functiesongeveer vijf minuten te kunnen gebruiken,
- meer dan tien minuten om de functies
ongeveer der tig minuten te kunnengebruiken.

Neem de tijd die nodig is voor het starten vande motor in acht om een juiste lading van de
accu te garanderen.
Ver mi
jd het herhaaldelijk en continu starten van
de motor om de accu bij te laden.
Als de accu ontladen is, kan de motor nietgestart worden (zie de paragraaf "Accu").

Page 221 of 340

9
219
Onderhoud
Koelvloeistofniveau
Het koelvloeistofniveau dient zich
zo dicht mogelijk bij het merkteken
"MA XI" te bevinden, maar mag beslist niet hoger zijn.
Als de motor warm is, wordt de temperatuur
van de koelvloeistof geregeld door de
koelventilator. Deze kan ook bij afgezet contact
werken.
Bij uitvoeringen voorzien van een roetfilter kan de koelventilator bij afgezet contact
nog (gaan) werken, zelfs bij koude motor.
Wacht bovendien alvorens werkzaamheden
aan het koelsysteem uit te voeren ten minste
1 uur nadat de motor gedraaid heeft, omdat het
koelsysteem onder druk staat.
Draai om brandwonden te voorkomen de dop
eerst 2 omwentelingen los om de druk te latendalen. Verwijder, als de druk eenmaal gedaaldis, de dop en vul koelvloeistof bij.
Koelvloeistof verversen
De koelvloeistof behoeft niet te worden
v
erverst.
Type koelvloeistof
Gebruik de door de fabrikant voorgeschrevenkoelvloeistof.
Type ruiten- enkoplampsproeiervloeistof

Voor een optimale reiniging en om het
bevriezen van de sproeiers te voorkomen is
het
(bij)vullen van het reservoir met water niet
toe
gestaan.
Niveau ruiten- en
koplampsproeiervloeistof


Wanneer uw auto is voorzien vankoplampsproeiers, wordt een te
laag vloeistofniveau van de ruiten-en koplampsproeiers aangegeven
door een geluidssignaal en een
melding op het display van het
instrumentenpaneel.
Vul bi
j de eerstvolgende gelegenheid het
reservoir bij.

Page 222 of 340

220
!
Onderhoud
Vermijd langdurig huidcontact met afgewerkte olie en andere vloeistoffen.De meeste van deze vloeistoffen zijn
bijtend en schadelijk voor de gezondheid.
Gooi afgewerkte olie en andere vloeistoffen niet in het riool, in het water of op de grond.Deponeer afgewerkte olie in de daarvoor bestemde containersbij het PEUGEOT-netwerk of een gekwalificeerde werkplaats.








Afgewerkte producten
Bijvullen
Laat het bijvullen zo spoedig mogelijk uitvoeren
door het PEUGEOT-netwerk of door eengekwalificeerde werkplaats.

Niveau brandstofadditief
(diesel met roetfilter)
Een te laag additiefniveau wordt aangegeven
door het verklikkerlampje Ser vice in combinatie met een geluidssignaal en een melding op het display van het instrumentenpaneel.

Page 223 of 340

9
221
i
Onderhoud






Controles
12V- accu De accu is onderhoudsvrij.
Niettemin is het raadzaam om regelmatig te controleren of deaccupolen en -klemmen schoon
zijn, vooral bij warm weer en in de winter.
Raadpleeg voordat u de accukabels losneemthet hoofdstuk "Praktische informatie"
voor meer informatie over de te nemen
voorzorgsmaatregelen. Laat de filters periodiek ver van
gen
volgens de in het onderhoudsboekje
aangegeven intervallen.
Als de omgeving (veel stof...) enhet gebruik (veel stadsverkeer...) daartoe aanleiding geven, moeten de filters
twee keer zo vaak worden vervangen(zie paragraaf "Motoren").
Een verstopt interieurfilter kan de prestaties
van de airconditioning verstoren en
onaangename geuren veroorzaken.
Luchtfilter en interieurfilter
Laat bij het olie ver versen tevens
het oliefilter ver vangen.
Raadpleeg het onderhoudsboekje
voor het ver vangingsinterval.
Oliefilter Deze sticker, die hoort bij het Stop & Start-systeem, geeft aan dat er een speciale12 V loodaccu is gebruikt die alleen
losgekoppeld en/of vervangen mag worden
door het PEUGEOT-netwerk of door eengekwalificeerde werkplaats. Het negeren van deze aanwijzing kan ertoe leiden dat de accu vroegtijdig aan ver vangingtoe is.
Roetfilter (diesel)

Als het roetfilter ver vuild is,
wordt u hierop geattendeerd
door het tijdelijk branden van
dit lampje in combinatie met een melding op het
multifunctionele display.
Ga om het roetfilter te regenereren,zodra de omstandigheden het toelaten,met een snelheid van minimaal 60 km/hrijden tot het lampje dooft. Als het lampje blijft branden is hetminimum brandstofadditiefniveau bereikt: raadpleeg de paragraaf "Niveau brandstofadditief".


Bij een nieuwe auto kunt u de eerste paar keer dat het roetfilter geregenereerd wordt een brandluchtruiken; dit is volkomen normaal. Als langdurig met zeer lage snelheidwordt gereden of de motor langdurig stationair draait, kan bij gasgeven soms rook uit de uitlaat waargenomen worden. Dit heeft geen invloed op deprestaties en heeft geen gevolgen voor het milieu.
Raadpleeg, tenzij anders aangegeven, de bladzijden in het onderhoudsboekje die betrekking hebben op de motoruitvoering van uw auto voor het laten
controleren van bepaalde onderdelen volgens het onderhoudsschema van de constructeur.
Laat de controles eventueel uitvoeren door het PEUGEOT-netwerk of een gekwalificeerde werkplaats.

Page 244 of 340

242
02STUURKOLOMSCHAKELAARS


- Indrukken: toegang tot het menu van het display van het
instrumentenpaneel.

- Dr
aaien: scrollen binnen het menu van het display van hetinstrumentenpaneel.


-
Volume verhogen.


- Geluidsweer
gave onderbreken / hervatten.


- Volume verla
gen.




- Draaien.
R
adio: automatische selectie van
vorige/volgende zender.
Media: vol
gende/vorige track.

- Dr
ukken en draaien: naar 6 opgeslagen voorkeurzenders.



- Geluidsbron wijzigen.


- Toets TEL/SRC (kort indrukken):
Binnenkomend gesprek aannemen.
Tijdens een telefoongesprek: toegang tot
het menu Telefoon: Gesprek beëindigen,
privé-modus, handsfree functie.


- Toets TEL/SRC (even ingedrukt houden):
Binnenkomend gesprek weigeren of
telefoongesprek beëindigen.
Buiten een telefoongesprek om: toegangtot het menu Telefoon (nummer kiezen, contacten, lijst met gesprekken, voice mail).


- Selecteren van permanente
weergave op het display.


- Radio: weegave van zenders.
Media: weer
gave van tracklist.

Page 245 of 340

243
03

Raadpleeg het hoofdstuk "Menustructuur display" voor eengedetailleerd overzicht van de keuzemogelijkheden binnen demenu's.

Gebruik voor het schoonmaken van het display een zacht, niet-schurend doekje (bijvoorbeeld een brillendoekje) zonder schoonmaakmiddel.
"RADIO/MEDIA"
" TELEFOON "
(tijdens communicatie)


SETUP : INSTELLINGEN :
datum en tijd, instellingen weergave, geluid.
Geluidsbron veranderen:
RADIO:radio als geluidsbron.
MUSIC :mediaspeler als geluidsbron.
Druk een paar keer achter elkaar op de toets MODE
om naar de volgende menu's te gaan:

ALGEMENE WERKING


" KAART OP VOLLEDIG SCHERM "

" KAART OP VERKLEIND
SCHERM "

(tijdens navigatie)

Page:   < prev 1-10 ... 21-30 31-40 41-50 51-60 61-70 71-80 81-90 next >