display Peugeot Partner 2010 Handleiding (in Dutch)

Page 155 of 183

9.20
VRAAG OPLOSSING ANTWOORD
De voorkeuzezenders kunnen niet worden ontvangen (geen geluid, 87,5 Mhz wordt weergegeven...).
Het verkeerde golfbereik is geselecteerd. Druk op de toets BAND AST om het golfbereik (AM, FM1, FM2, FMAST) terug te vinden waarin de voorkeuzezenders zijn opgeslagen.
De functie TA (verkeersinformatie) is ingeschakeld, maar ik krijg geen verkeersinformatie te horen.
Stem af op een zender die wel verkeersinformatie uitzendt. De geselecteerde radiozender maakt geen deel uit van het regionale netwerk van zenders die verkeersinformatie uitzende n.
De ontvangstkwaliteit van de beluisterde radiozender neemt geleidelijk af of de voorkeuzezenders kunnen niet worden ontvangen (geen geluid, 87,5 Mhz wordt weergegeven...).
De auto bevindt zich te ver van de zender van het beluisterde radiostation of er bevindt zich geen zender in het gebied waarin de auto zich bevindt.
De omgeving (bergen, gebouwen, tunnels, parkeergar ages, enz.) veroorzaakt storingen in de ontvangst, ook als de RDS-functie is ingeschakeld.
De antenne is niet aanwezig of beschadigd (bijvoor beeld in een wasstraat of ondergrondse parkeergarage).
Activeer de functie RDS om het systeem te laten controleren of er een sterkere zender in het gebied aanwezig is.
Dit is een normaal verschijnsel en heeft niets te maken met een storing in de autoradio.
Laat de antenne controleren door het PEUGEOT-netwerk.
Het geluid van de radio valt 1 tot 2 seconden weg. Het RDS zoekt tijdens deze korte onderbreking van het geluid naar een eventuele sterkere zender voor een betere ontvangst van het station. Schakel de RDS-functie uit als dit verschijnsel zich te vaak en steeds op hetzelfde traject voordoet.
Na het afzetten van de motor wordt de radio na enkele minuten automatisch uitgeschakeld.
Als de motor is afgezet, blijft de radio nog werken zolang de laadtoestand van de accu dat toestaat. Het automatisch uitschakelen duidt erop dat de eco -modus van de autoradio is geactiveerd om te voorkomen dat de accu van de a uto ontladen raakt.
Start de motor om de accu op te laden.
De melding "het audiosysteem is oververhit" verschijnt op het display.
Schakel het audiosysteem enkele minuten uit om het systeem te laten afkoelen. Om het audiosysteem te beschermen tegen een te hog e omgevingstemperatuur, activeert de autoradio automatisch een thermische beveiliging die het geluidsvolume verlaagt of de CD-speler uitschakelt.

Page 158 of 183

9.23
01
1
5
10
2
346
13
11
9
1415
7812
16
1. Motor afgezet - Kort indrukken: aan/uit - Lang indrukken: CD pauzeren, geluidsweergave radio onderbreken. Draaiende motor - Kort indrukken: CD pauzeren, geluidsweergave radio onderbreken. - Lang indrukken: resetten van het systeem.
2. Volumeregeling.
5. Toegang tot het Menu "SETUP". Lang indrukken: toegang tot het GPS-bereik en de demo-mode.
6. Toegang tot het Menu "Telefoon" . Weergave van de gesprekkenlijst.
7. Toegang tot het Menu "MODE". Selecteren van het achtereenvolgens weergeven van: Radio, Kaart, NAV (tijdens navigatie), Telefoon (tijdens een gesprek), Boordcomputer. Lang indrukken: Black Panel mode (DARK).
8. Toegang tot het Menu "Navigatie". Weergave van de laatst gekozen bestemmingen.
9. Toegang tot het Menu "Verkeer" . Weergave van de actuele verkeersinformatie. 10. ESC: huidige bewerking afbreken.
11. CD uitwerpen.
12. Selecteren van de vorige/volgende radiozender in het overzicht. Selecteren van de vorige/volgende CD. Selecteren van de vorige/volgende MP3-afspeellijst . Selecteren van het vorige/volgende item in een lijst.
13. Selecteren van de vorige/volgende radiozender. Selecteren van de vorige/volgende titel van een CD of vorig/volgend MP3-bestand. Selecteren van het vorige/volgende item in een lijst.
14. Toetsen 1 t/m 6: Selecteren van een in het geheugen opgeslagen radi ozender. Selecteren van een CD in de CD-wisselaar. Lang indrukken: in het geheugen opslaan van de hui dige radiozender.
15. SD-kaartlezer.
16. Selectieknop voor de weergave op het display, afhankelijk van de context van het menu. Kort indrukken: bevestigen.
BASISFUNCTIES
BEDIENINGSPANEEL Peugeot Connect Nav
3. Toegang tot het Menu "Radio" . Weergave van h et zenderoverzicht.
4. Toegang tot het Menu "Muziek" . Weergave van tracks.
3 - 4. Lang indrukken: toegang tot de audio-instellingen: geluidsverdeling voor/achter, links/rechts, lage-/hogetonenregeling, sfeerinstellingen, loudness, aut omatische volumecorrectie, standaardinstellingen.

Page 159 of 183

9.24
02 ALGEMENE WERKING
Raadpleeg hoofdstuk 10 voor een gedetailleerd overzicht van de keuzemogelijkheden binnen de menu's.
Door meerdere keren achter elkaar op de toets MOD E te drukken, krijgt u toegang tot de volgende menu's:
Gebruik voor het schoonmaken van het display een z acht, niet-schurend doekje (bijvoorbeeld een brillendoekje) zonder schoonmaakmiddel.
RADIO / MULTIMEDIASPELERS
TELEFOON(Tijdens een telefoongesprek)
BOORDCOMPUTER
KAARTWEERGAVE OP VOLLEDIG SCHERM
NAVIGATIE (Tijdens navigatie)
SETUP: taalkeuze, datum en tijd, weergave, parameters van de auto, eenheden en systeeminstellingen "Demomodus".
VERKEER: TMC-informatie en berichten.

Page 173 of 183

9.38
07
1
4
3
2
1
2
De beschikbare functies zijn afhankelijk van het netwerk, de SIM-kaart en de compatibiliteit met de gebruikte Bluetooth-apparatuur. Raadpleeg de gebrui ksaanwijzing van uw telefoon en uw provider voor meer informatie over de beschikbare functies. Een overzicht van de meest geschikte telefoons is verkrijgbaar via het netwerk.
BLUETOOTH-TELEFOON
KOPPELEN VAN EEN TELEFOON
Het koppelen van de Bluetooth-telefoon aan de hand sfrandsfree-set van de Peugeot Connect Nav mag om veiligheidsredenen en vn en vanwege het feit dat deze handeling volledige aandacht van de bestu bestuurder vraagt, uitsluitend worden uitgevoerd bij stilstaande auto en meen met aangezet contact.
Activeer de functie Bluetooth van uw telefoon. De laatst gekoppelde telefoon wordt automatisch opnieuw gekoppeld. Voer de toegangscode in met de telefoon. De in te voeren code wordt weergegeven op het display.
Druk om een andere telefoon te koppelen op de toets PHONE, selecteer vervolgens Menu "Telefoon" en druk op de draaiknop om te bevestigen.
Als de telefoon is gekoppeld, kan Peugeot Connect Navct Nav de contacten en de gesprekkenlijst synchroniseren. Dez e seze synchronisatie kan enkele minuten duren.
Selecteer "Telefoon koppelen". Selecteer de telefoon en druk op de draaiknop om te bevestigen.
De lijst met eerder gekoppelde telefoons (maximaal 4) al 4) verschijnt op het multifunctionele display. Selecteer de gewenste telete telefoon om deze opnieuw te koppelen.
Druk op de toets PHONE.
Selecteer als de telefoon nog niet gekoppeld is geweest "Telefoon zoeken" en druk op de draaiknop om te bevestigen. Selecteer vervolgens de naam van de telefoon.
TELEFOON ZOEKEN
TELEFOON KOPPELEN

Page 174 of 183

9.39
2
3
11
2
3
Druk op het uiteinde van de stuurkolomschakelaar om de oproep te accepteren of om het gesprek te beëindigen.
Selecteer "Ja" om de oproep te accepteren of "Nee" om de oproep te weigeren en bevestig door op de draaiknop te drukken.
EEN OPROEP ONTVANGEN BELLEN
Wanneer u gebeld wordt, klinkt een beltoon en verschijnrschijnt een pop-upvenster op het multifunctionele display.
JA
Druk op de toets PHONE om het gesprek te beëindigen of druk op de draaiknop, selecteer "Gespr. beëind." en bevestig door op de draaiknop te drukken.
GESPR. BEËIND.
Druk op de toets PHONE.
Druk langer dan twee seconden op het uiteinde van de n de stuurkolomschakelaar om het adresboek te openen.
Het telefoonnummer kunt u ook kiezen uit het adresboeesboek. Selecteer daarvoor "Bellen vanuit adresboek". Met de Peugeot Coeot Connect Nav kunnen maximaal 4000 kaarten worden opgeslagen.
Selecteer Nummer "kiezen" en voer het nummer in met het toetsenbord op het display.
Selecteer de functie Menu "Telefoon" en druk op de draaiknop om te bevestigen.
NUMMER KIEZEN
MENU "TELEFOON"
De lijst met de laatste 20 vanuit de auto gevoerde telefoongesprekken verschijnt onder het Menu "Telef oonlefoon". U kunt een nummer selecteren en op de draaiknop drukken omen om naar dit nummer te bellen.
NEE

Page 175 of 183

9.40
08
5
6
1
2
3
4
CONFIGURATIE
DATUM EN TIJD INSTELLEN Deze functie geeft toegang tot de volgende opties: Systeemtaal, Datum & tijd, Display, Helderheid, Kleur, Kleur map, Voertuig, Eenheden, Systeem.
Stel de parameters één voor één in door deze te bevestigen met de draaiknop.
Selecteer de functie "Datumformaat" en druk op de draaiknop om te bevestigen.
Selecteer de functie "Datum & tijd instellen" en druk op de draaiknop om te bevestigen.
Bevestig het gewenste formaat met de draaiknop. Druk langer dan 2 seconden op de toets SET UP voor tovoor toegang tot:
Druk op de toets SET UP.
Bevestig het gewenste formaat met de draaiknop. Selecteer de functie "Tijdformaat" en druk op de draaiknop om te bevestigen.
DATUM & TIJD INSTELLEN
Selecteer de functie Datum & tijd en druk op de draaiknop om te bevestigen.
BESCHRIJVING VAN UNIT
GPS-BEREIK
DEMOMODUS
DATUM & TIJD

Page 176 of 183

9.41
BOORDCOMPUTER / PARAMETERS AUTO
BOORDCOMPUTER
Druk op de toets MAIN of druk achtereenvolgens op de toets MODE tot de boordcomputer wordt weergegeven.
- Het tabblad "auto" met: de actieradius, het huidige verbruik en de nog af te leggen afstand. - Het tabblad "1" (traject 1) met: de gemiddelde snelheid, het gemiddelde verbruik en de afgelegde afstand berekend over het traject "1". - Het tabblad "2" (traject 2) met dezelfde gegevens voor een tweede traject.
Actieradius: in deze stand geeft de computer aan hoeveeoeveel kilometer u nog met de resterende hoeveelheid brandstof kunt rijden, rijden, berekend op basis van het gemiddelde verbruik over de laatste afgelegfgelegde kilometers. De weergegeven waarde kan sterk variëren door een v een verandering in de wagensnelheid of het landschap. Als de actieradius minder dan 30 km bedraagt, verschijnrschijnen streepjes op het display. Na het tanken van minimaal 5 liter brand brandstof wordt de actieradius opnieuw berekend en weergegeven zodrn zodra deze meer dan 100 km bedraagt. Raadpleeg het PEUGEOT-netwerk als tijdens het rijd en rijden voortdurend streepjes worden weergegeven in plaats van cijfers.
Momenteel verbruik: dit verbruik wordt berekend en w en weergegeven vanaf 30 km/h.
Gemiddeld verbruik: dit is het gemiddelde verbruik sinuik sinds de laatste nulstelling van de boordcomputer.
Afgelegde afstand: deze afstand wordt berekend sindsd sinds de laatste nulstelling van de boordcomputer.
Nog af te leggen afstand: dit is de afstand tot de door deoor de gebruiker ingevoerde eindbestemming. Als het navigatiesysteem in gem in gebruik is, wordt deze afstand op elk moment tijdens het rijden opnie opnieuw berekend.
Gemiddelde snelheid: dit is de gemiddelde snelheid sheid sinds de laatste nulstelling van de boordcomputer (contact a an). aan).
Druk op de knop op het uiteinde van de ruitenwisserschakelaar om de volgende informatie van de boordcomputer op het display weer te geven.
ENKELE DEFINITIES

Page:   < prev 1-10 ... 11-20 21-30 31-40 41-50