dashboard Peugeot Partner 2020 Handleiding (in Dutch)

Page 93 of 260

91
Veiligheid
5"Met de rug in de rijrichting"

De airbag vóór aan passagierszijde moet
uitgeschakeld worden als u een
kinderzitje “met de rug in de rijrichting” op de
voorstoel plaatst. Gebeurt dit niet, dan kan
het kind bij het afgaan van de airbag
levensgevaarlijk gewond raken.


Waarschuwingssticker - Airbag vóór aan
passagierszijde


U moet zich aan het volgende voorschrift
houden, dat ook op de waarschuwingssticker
aan beide zijden van de zonneklep aan
passagierszijde wordt vermeld:
Plaats NOOIT een kinderzitje met de rug
in de rijrichting op een zitplaats waarvan
de AIRBAG is INGESCHAKELD. Bij
het afgaan van de airbag kan het KIND
LEVENSGEVAARLIJK GEWOND RAKEN.
De airbag vóór aan
passagierszijde
uitschakelen
Schakel voor de veiligheid van uw kind
de airbag vóór aan passagierszijde altijd
uit als u een kinderzitje “met de rug in de
rijrichting” op de voorstoel plaatst. Wanneer u
dit niet doet, kan uw kind ernstig of dodelijk
gewond raken als de airbag wordt
opgeblazen.
Auto's zonder uitschakelknop
Het is ten strengste verboden om een
naar achteren gericht kinderzitje op de
voorstoel of voorbank te plaatsen! Wanneer
u dat wel doet, kan uw kind dodelijk of ernstig
gewond raken wanneer de airbag wordt
geactiveerd.


Schakel bij uitvoeringen met de
Multi-Flexbank of een dubbele cabine
de airbag vóór aan passagierszijde uit
wanneer u lange voorwerpen vervoert.
De airbag vóór aan passagierszijde
uit- of inschakelen
De schakelaar bevindt zich op de zijkant van het
dashboardkastje.

Page 160 of 260

158
Praktische informatie
Activeren van de vrijloop
In bepaalde situaties moet de vrijloop van de
auto worden geactiveerd (bijvoorbeeld bij het
slepen, op een rollenbank, in een automatische
wasstraat of bij vervoer over het spoor of op een
veerboot).
De procedure hiervoor is afhankelijk van het type
transmissie en parkeerrem.
Met handgeschakelde
versnellingsbak en
elektrische parkeerrem
/
Procedure voor het activeren van de
vrijloop
► Zet met draaiende motor en ingetrapt
rempedaal de versnellingspook/selectiehendel in
de neutraalstand.


Houd het rempedaal ingetrapt en zet het
contact uit.



Laat het rempedaal los en zet het contact
weer aan.



T
rap het rempedaal in en duw tegen de
hendel om de parkeerrem vrij te zetten.


Laat het rempedaal los en zet het contact uit.
Terug naar de normale werking
► Houd het rempedaal ingetrapt en start de
motor .
Met automatische
transmissie en elektrische
parkeerrem
/
Procedure voor uitschakelen
► Zet de schakelhendel in N terwijl de motor
draait en u het rempedaal indrukt.


Houd het rempedaal ingedrukt en schakel
contact uit.



Laat het rempedaal los en schakel het
contact weer in.



Druk het rempedaal in en duw op de hendel
om de parkeerrem uit te schakelen.



Laat het rempedaal los en schakel het
contact uit.
Terug naar normale werking
► Houd het rempedaal ingedrukt en start de
motor .
Keyless entry and start
U mag het rempedaal niet intrappen
wanneer u het contact aan of uit zet. Als u
dat wel doet, start de motor waardoor u de
procedure opnieuw moet volgen.
Onderhoudstips
Algemene aanwijzingen
Houd u aan de volgende voorschriften om
beschadiging van uw auto te voorkomen.
Buitenkant
Gebruik nooit een hogedrukspuit in de
motorruimte - kans op schade aan
elektrische componenten!
Was de auto niet bij fel zonlicht of bij zeer
lage temperaturen.
Wanneer u de auto in een autowasstraat
wast, vergrendel dan alle portieren en,
afhankelijk van de uitvoering, verwijder de
elektronische sleutel uit de detectiezone.
Wanneer u een hogedrukspuit gebruikt, houd
de spuitmond dan op minimaal 30 cm van
de auto (vooral wanneer u gebieden met
beschadigde lak, sensoren of afdichtingen
reinigt).
Verwijder meteen alle vlekken die chemicaliën
bevatten die de lak van uw auto kunnen
beschadigen (zoals boomhars, vogelpoep,
insectenafscheidingen, pollen en teer).
Afhankelijk van de omgeving moet u de auto
vaker wassen om geïodeerde afzettingen (in
kustgebieden), roet (in industriële gebieden),
modder en zout (in natte of koude gebieden)
te verwijderen, omdat die zeer bijtend zijn.
Neem voor het verwijderen van lastige
vlekken waarvoor een speciaal product
vereist is (zoals teer- of insectenverwijderaar)
contact op met een PEUGEOT-dealer of een
gekwalificeerde werkplaats.
Laat lakschade bij voorkeur repareren door
een PEUGEOT-dealer of een gekwalificeerde
werkplaats.
Binnenkant
Wanneer u de auto wast, gebruik dan
nooit een waterslang of hogedrukreiniger
om de binnenkant te reinigen.
Uit bekers of andere open houders kan
vloeistof lopen die schade kan veroorzaken
aan bedieningselementen op het dashboard
en de middenconsole. Wees voorzichtig
hiermee!
Carrosserie
Glanzende lak
Gebruik nooit schurende producten of
oplosmiddelen, benzine of olie om de
carrosserie te reinigen.
Gebruik nooit een schuursponsje om lastige
vlekken te verwijderen - kans op krassen in
de lak!
Breng geen poetsmiddel aan als de zon fel
schijnt, of op kunststof of rubber onderdelen.

Page 161 of 260

159
Praktische informatie
7Neem voor het verwijderen van lastige
vlekken waarvoor een speciaal product
vereist is (zoals teer- of insectenverwijderaar)
contact op met een PEUGEOT-dealer of een
gekwalificeerde werkplaats.
Laat lakschade bij voorkeur repareren door
een PEUGEOT-dealer of een gekwalificeerde
werkplaats.
Binnenkant
Wanneer u de auto wast, gebruik dan
nooit een waterslang of hogedrukreiniger
om de binnenkant te reinigen.
Uit bekers of andere open houders kan
vloeistof lopen die schade kan veroorzaken
aan bedieningselementen op het dashboard
en de middenconsole. Wees voorzichtig
hiermee!
Carrosserie
Glanzende lak
Gebruik nooit schurende producten of
oplosmiddelen, benzine of olie om de
carrosserie te reinigen.
Gebruik nooit een schuursponsje om lastige
vlekken te verwijderen - kans op krassen in
de lak!
Breng geen poetsmiddel aan als de zon fel
schijnt, of op kunststof of rubber onderdelen.
Gebruik een zachte spons met
zeepwater of een pH-neutraal product.
Neem de carrosserie met een schone
microvezeldoek af zonder er hard op te
wrijven.
Breng poetsmiddel aan op een schone en
droge auto.
Neem de instructies die op het product
worden vermeld in acht.
Stickers
(Afhankelijk van de uitvoering)
Gebruik geen hogedrukreiniger om de
auto te wassen. Dan bestaat de kans dat
u de stickers beschadigt of dat ze loskomen.
Reinig de auto met een waterstraal met
water met een temperatuur van 25 °C tot
40 °C.
Beweeg de waterstraal loodrecht over het
oppervlak dat moet worden gereinigd.
Spoel de auto af met gedemineraliseerd
water.

Page 175 of 260

173
In geval van pech
8► Schakel alle stroomverbruikende
voorzieningen uit.


Zet de auto stil en schakel het contact uit.



Bepaal welke zekering defect is aan de hand
van de actuele zekeringtabellen en schema's.
Bij het vervangen van zekeringen is het
volgende zeer belangrijk:



Gebruik de speciale tang om de zekering uit
de zekeringkast te verwijderen en controleer of
het smeltdraadje van de zekering intact is.



V
ervang een defecte zekering altijd door een
zekering met dezelfde stroomsterkte (dezelfde
kleur): een afwijkende stroomsterkte kan
storingen veroorzaken - kans op brand!
Als de storing zich kort na het vervangen van
de zekering opnieuw voordoet, laat dan het
elektrische systeem controleren door een
PEUGEOT-dealer of door een gekwalificeerde
werkplaats.
De zekeringtabellen en de bijbehorende
schema's zijn verkrijgbaar bij een
PEUGEOT-dealer of bij een gekwalificeerde
werkplaats.
Wanneer een zekering wordt vervangen
door een zekering die niet in deze
zekeringtabellen staat, kunnen er ernstige
storingen ontstaan. Neem contact op met een
PEUGEOT-dealer of een gekwalificeerde
werkplaats.


Goed
Defect

Tang
Elektrische accessoires monteren
Bij het ontwerp van het elektrische circuit
van uw auto is reeds rekening gehouden met
de montage van zowel de standaarduitrusting
als eventuele opties.
Raadpleeg het PEUGEOT-netwerk of een
gekwalificeerde werkplaats voordat u andere
elektrische voorzieningen of accessoires in de
auto monteert of laat monteren.
PEUGEOT is niet aansprakelijk voor
kosten die voortvloeien uit storingen
veroorzaakt door het monteren van extra
accessoires die niet door PEUGEOT
aanbevolen en geleverd worden, en niet
volgens haar voorschriften zijn gemonteerd.
Dit geldt met name als het totale
stroomverbruik van alle extra accessoires
meer dan 10 milliampère bedraagt.
Neem voor meer informatie over de
montage van een trekhaak of een
taxi-uitrusting contact op met het
PEUGEOT-netwerk.
Zekeringen dashboard
De zekeringkast bevindt zich aan de onderzijde
van het dashboard (linkerzijde).
Toegang tot de zekeringen
► Trek het deksel eerst linksboven en dan
rechtsboven los.
De aanwezigheid van de hieronder beschreven
zekeringen is afhankelijk van de uitrusting van
uw auto.

Page 190 of 260

188
Technische gegevens
MotorBlueHDi 100 S&S BVM5 BlueHDi 100 BVM5 BlueHDi 130 S&S BVM6 BlueHDi 130 S&S EAT8
Aanhanger ongeremd
(kg) 750
750750750
Maximale kogeldruk (kg) 74747474
Identificatie
De auto is voorzien van verschillende zichtbare
merktekens voor de identificatie en registratie
van de auto.


A. Voertuigidentificatienummer (VIN), onder
de motorkap.
Gestanst in het chassis, bij de wielkuip
rechtsvoor.
B. Voertuigidentificatienummer (VIN) op het
dashboard.
Op een label, zichtbaar door de voorruit. C. Plaatje van de fabrikant.
Bevestigd op de middenstijl, links of rechts.
Bevat de volgende informatie:


Naam fabrikant.


Europees typegoedkeuringsnummer
.

V
oertuigidentificatienummer (VIN).

Maximaal toelaatbaar voertuiggewicht (GVW).


Maximaal toelaatbaar treingewicht (GTW).


Maximumgewicht op de vooras.


Maximumgewicht op de achteras.
D. Sticker bandenspecificaties/kleurcode.


Bevestigd bij de deur aan bestuurderszijde.
Bevat de volgende informatie over de banden:


De bandenspanning, onbeladen en met volle
belading.



de specificaties van de banden, bestaande
uit de maat en het type, en de belastings- en
snelheidsindex.
– de bandenspanning van het reservewiel.
Hierop staat ook de kleurcode van de lak
vermeld.
De auto kan bij levering zijn voorzien van
banden met een andere aanduiding voor
belasting en snelheid dan vermeld op de
sticker: dit maakt voor de bandenspanning
geen verschil (bij koude banden).

Page 246 of 260

244
Trefwoordenregister
Brandstoftank 143–144, 143–145
Brandstof tanken
143–144
Brandstoftank leeg (diesel)

160
Brandstofverbruik

7
Brandstofvuldop ~
Brandstoftankdop

143–144
Brandstofvulklep ~
Brandstoftankklep

143–144
Buitenlandse reizen

68
Buitenspiegels

45–46, 63, 132
C
Carrosserie 159
Carrosserie-onderhoud
159
CD

194, 207
CD MP3

194–195, 207
CD-/MP3 -speler

194–195
Centrale vergrendeling

25, 29–30
Claxon

79
Connectiviteit

228
Contact

99, 236
Contact aangezet

99
Controlelampjes

11
Controles

151, 154–155
D
DAB (Digital Audio Broadcasting) -
Digitale radio
192–193, 206, 232
Dagrijverlichting 170
Dakklep
37
Dashboardkastje

49
Datum (instellen)

213, 238
Datum instellen

213, 238
Detectie obstakels

135
Detectie te lage bandenspanning ~
Bandenspanning, detectie

110–111, 163
Dieselmotor

143, 151, 160, 186–187
Digitale radio - DAB
(Digital Audio Broadcasting)

192, 206, 232
Dimlicht

67, 168–169
Dodehoekbewaking

132, 133, 134
Draadloze lader

51
Dynamische noodrem

101–103
E
Eco-mode ~ Eco-modus 149
Eco-rijden (adviezen)
7
Electronic Stability Program (ESC)

80, 82
Elektrisch bedienbare schuifdeur

29–30, 36
Elektrisch bediende handrem ~
Handrem, elektrisch bediend

100–103, 155
Elektrische ruitbediening

40
Elektronische remdrukregelaar (REF)

79
Elektronische remdrukregelaar (REF) ~
Electronic Brake Force Distribution (EBD)

79–80
Elektronische sleutel

24–25, 100
Elektronische startblokkering ~
Startblokkering, elektronische

96
Elektronisch Stabiliteits
Programma (ESP)
79–82
ESP (Elektronisch Stabiliteits Programma)

79
Etiketten

4
Extra verwarming

38, 63–65
F
Flacon AdBlue® 156
Flessenhouder
49
Follow me home-verlichting

25
Follow me home verlichting ~
Follow-me-home-verlichting

69
Frequentie (radio)

232
Functie snelweg (richtingaanwijzers)

68
G
Gekoppeld navigatiesysteem 225–228
Gereedschap
161
Gesproken commando's ~
Spraakcommando's

219–222
Gewichten

185–187
GPS

225
Grootlicht

67, 168, 170
Grootlichtassistent

70, 133

Page 250 of 260

248
Trefwoordenregister
Supervergrendeling 30–31
Surround Rear Vision
138
Synchroniseren afstandsbediening

33
Synchroniseren van de afstandsbediening ~
Afstandsbediening synchroniseren

33
T
Tankbeveiliging 144–145
Technische gegevens
185–187
Te laag brandstofniveau ~
Brandstofniveau

143–144
Telefoon

51, 196–198, 210–212, 234–237
Teller

11 3
Temperatuurregeling

60
Tijdelijke bandenspanning (met set) ~
Banden, noodreparatie

161, 163
Tijd instellen

213, 239
TMC (verkeersinformatie)

225
Toegang tot het reservewiel

164–165
Toevoer van buitenlucht ~ Luchttoevoer
(bediening)

60
Trailer Stability Management (TSM)

81
Trekhaak

81, 146
Tweepersoons voorbank

46–48, 84
Tweezitsbank vóór

46–48
U
Uitgebreide verkeersbordherkenning 11 7
Uitneembaar luik
54
Uitschakelen airbag passagier ~
Passagiersairbag uitschakelen
87, 91
Uitschakelen ASR/CDS (ESC)

80
USB

193, 207, 228, 233
USB-aansluiting

50, 193, 207, 228, 233
USB-poort

193, 207, 233
V
Veiligheidsgordels 84–85, 92
Veiligheidsvoorzieningen
voor kinderen

87, 89–92
Veiligheidsvoorzieningen voor kinderen ~
Kinderen
(veiligheidsvoorzieningen)

87, 89–92
Ventilatie

58–59, 63–65
Ventilatieroosters

58
Verbonden apps

229–230
Vergrendelen

24–25, 29–30
Vergrendeling van binnenuit

33–35
Verkeersinformatie (TA)

191
Verkeersinformatie (TMC)

225
Verklikkerlampjes

67
Verklikkerlampjes ~ Controlelampjes

11
Verklikkerlampjes ~
Waarschuwingslampjes

11
Verklikkerlampje veiligheidsgordel bestuurder
niet vastgemaakt ~ Gordellampje

85
Verklikkerlampje veiligheidsgordels ~
Gordel (lampje)

85
Verlichting

67
Verlichting overdag ~
Dagrijverlichting
69, 168–169
Verversen

152
Vervuiling van het roetfilter (diesel)

154
Verwarming

58–59, 62–65
Video

233
Volledig ontgrendeld

26, 28
Voorruitverwarming

62–63
Voorstoelen

42–44, 46–48
W
Waarschuwing kans op aanrijding 126–127
Waarschuwing oplettendheid
bestuurder

134–135
Waarschuwingssignaal sleutel in contact

99
Waarschuwing vergeten verlichting

68
Wassen

11 3
Wassen (adviezen)

158–159
Webbrowser

225, 230
Wiel demonteren

165–167
Wiel monteren

165–167
Wiel verwisselen

161, 164
WiFi-netwerkverbinding

230–231
Window-airbags

88–89
Z
Zekeringen 172–174
Zekeringen vervangen
172–174
Zekeringkast dashboard

172

Page:   < prev 1-10 11-20