maten Peugeot Partner Tepee 2009 Handleiding (in Dutch)

Page 93 of 197

105
VEILIGHEID
4
Veiligheidsgordels
Voorschriften voor kinderen:
- maak voor kinderen tot 12 jaar of kleiner dan 1,50 m gebruik van een geschikt kinderzitje.
- laat nooit een kind op schoot zitten tijdens het rijden. De veiligheidsgordel mag door niet meer dan één persoon gedragen worden.
Raadpleeg voor meer informatie over kinderzitjes in rubriek 4 het gedeelte "Kinderen in de auto".
Reinig de veiligheidsgordels met zeepsop of een reinigingsmiddel voor textiel, verkrijgbaar bij het PEUGEOT-netwerk.
Vanwege de wettelijke veiligheidsvoorschriften moeten Vanwege de wettelijke anwege de wettelijke
werkzaamheden en controles aan de veiligheidsgordels worden uitgevoerd door het PEUGEOT-netwerk, dat veiligheidsgordels worden uitgevoerd veiligheidsgordels worden uitgevoerd
tevens voor de garantie zorgt en de werkzaamheden volgens de voorschriften uitvoert. de werkzaamheden volgens de de werkzaamheden volgens de
Laat de veiligheidsgordels van uw auto regelmatig (ook na een kleine Laat de veiligheidsgordels van uw Laat de veiligheidsgordels van uw
aanrijding) controleren door het auto regelmatig (ook na een kleine auto regelmatig (ook na een kleine
PEUGEOT-netwerk: de gordels mogen aanrijding) controleren door het aanrijding) controleren door het
geen slijtagesporen en scheuren vertonen en er mogen geen wijzigingen aan de gordels zijn aangebracht.
De gordelkrachtbegrenzer beperkt de kracht waarmee de gordel tegen het lichaam van de inzittenden getrokken wordt. De oprolautomaten zijn voorzien van een automatische blokkeerinrichting die in werking treedt bij een aanrijding, een noodstop of het over de kop slaan van de auto. De veiligheidsgordels met pyrotechnische gordelspanners werken alleen als het contact aan staat. U kunt de gordel losmaken door de rode knop op de gesphouder in te drukken. Geleid de gordel tijdens het oprollen. Als de gordelspanners zijn geactiveerd, gaat het verklikkerlampje airbag branden. Raadpleeg het PEUGEOT-netwerk. Voor een effectieve werking van de veiligheidsgordel: - mag deze door niet meer dan één persoon worden gedragen, - moet worden voorkomen dat de gordel gedraaid raakt en moet de gordel in een vloeiende beweging naar voren worden getrokken, - dient deze strak om het lichaam te worden gedragen. De schoudergordel moet langs het holle gedeelte van de schouder worden geplaatst. De heupgordel moet zo laag mogelijk op het bekken worden geplaatst. Draai de gespen van de veiligheidsgordels niet om; de gordels zijn dan niet voldoende effectief. Als de zitplaatsen zijn voorzien van armsteunen, moet de heupgordel altijd onder de armsteun door worden geleid. Controleer of de gordel goed is vastgemaakt door even aan de riem te trekken.
Autogordels zitplaatsen vóór
De autogordels vóór zijn voorzien van pyrotechnische gordelspanners en gordelkrachtbegrenzers.
Autogordels zitplaatsen achter (5 zitplaatsen)
De zitplaatsen achter zijn voorzien van driepuntsgordels met oprolautomaten.

Page 94 of 197

106106
Autogordels zitplaatsen achter (7 zitplaatsen)
Tweede zitrij
De drie zitplaatsen zijn uitgerust met driepuntsgordels en oprolautomaten.
Let er bij het neerklappen van de buitenste stoelen of het neerklappen van de rugleuningen in de tafelstand op dat de autogordel van de middelste zitplaats niet knel komt te zitten.
Let er bij het verstellen van de buitenste stoelen (verwijderen/terugplaatsen) of bij het instappen naar de derde zitrij op dat er niets blijft haken aan de middelste autogordel.
Let erop dat de middelste autogordel op de juiste wijze is opgerold in de gordelhouder in het dak.
Derde zitrij
De twee zitplaatsen zijn uitgerust met driepuntsgordels en oprolautomaten.
Bevestig de gordels niet aan de sjorogen, zoals met een rood kruis is aangegeven op de sticker.
Let erop dat de autogordels op de juiste wijze worden vastgemaakt aan de hiervoor bestemde ogen.
De autogordels van de derde zitrij kunnen worden opgeborgen als ze niet in gebruik zijn. Hierdoor is de bagageruimte beter toegankelijk en is het bagagescherm eenvoudiger te plaatsen.
Haak de musketonhaak vast op de hiervoor bestemde plaats in de bekleding van de achterstijl.
Veiligheidsgordels

Page 156 of 197

9.7
11
04
11
22
33
USB-station - PC PLUG
Het systeem stelt playlists samen (tijdelijk geheugen). De tijd die hiervoor nodig is, hangt af van de capaciteit van d e USB-uitrusting. Gedurende deze tijd zijn andere bronnen beschikbaa r. De playlists worden iedere keer dat het contact wordt afgezet of een USB-stick wordt aangesloten, geactualiseerd. Bij een eerste aansluiting worden de tracks ingede eld in mappen. Bij een volgend gebruik wordt de laatstgekozen mapp enstructuur aangehouden.
Sluit de USB-stick direct of via een snoer aan op de aansluiting. Als de autoradio is ingeschakeld, wordt de USB-bron gedetecteerd zodra deze wordt aangesloten. Het lezen begint automatisch na een bepaalde tijd, afhankelijk van de capaciteit van de USB-stick. De herkende bestandsformaten zijn .mp3 (uitsluitend mpeg1 layer 3), .wma (uitsluitend standaard 9), .wav en .ogg.
Deze module bestaat uit een USB-poort en een Jack-aansluiting. De module kan verschillende audiobestandsformaten (.mp3, .ogg, .wma, .wav...) lezen. De bestanden op het externe apparaat, zoals een draagbare MP3-speler of een USB-stick, worden overgebracht op uw PC Sound. Via de luidsprekers van de auto wordt de muziek weergegeven.
USB-stick (1.1, 1.2 en 2.0) of iPod ® van de vijfde generatie of hoger: - de geaccepteerde playlists zijn van het type m3u, .pls of .wpl, - het snoer van de iPod ® is noodzakelijk, - navigatie door de bestanden is mogelijk via de bediening op het stuurwiel, - de batterij van het externe apparaat kan automatisch worden opgeladen.
iPod ® 's van oudere generaties en spelers die gebruik maken van het MTP-protocol: - afspelen uitsluitend via een Jack-Jack-snoer (niet meegeleverd), - navigatie door de bestanden is mogelijk via het externe apparaat.
Een lijst met geschikte uitrustingen is beschikbaar bij het PEUGEOT-netwerk. GEBRUIK VAN DE USB-POORT - PC PLUG
AANSLUITEN VAN EEN USB-STICK

Page 182 of 197

9.32
06 MULTIMEDIASPELERS
CD, CD MET MP3- OF WMA-BESTANDEN,
SD-KAART MP3/WMA
INFORMATIE EN TIPS
Bij gebruik van het GPS-navigatiesysteem moet de SD-kaart van de navigatie in de speler van de radio/telefoon zijn geplaatst. In dat geval is het niet mogelijk om een SD-kaart met MP3-bestanden af te spelen.
Selecteer bij het branden van een CD-R of CD-RW de s de standaard ISO 9660 niveau 1, 2 of bij voorkeur Joliet om deze te ke te kunnen afspelen. Als de CD in een ander formaat is gebrand, kan het zijnet zijn dat deze niet goed wordt afgespeeld. Het is raadzaam voor één CD niet meer dan één stan dastandaard voor het branden te gebruiken. Stel de laagst mogelijke snelheidelheid in (maximaal 4 x) voor een optimale geluidskwaliteit. Voor het branden van een multisessie-CD is het raa dzaaadzaam de standaard Joliet te gebruiken.
De autoradio speelt bestanden met de extensie ".mp 3" mp3" en een bitrate van 8 tot 320 Kbps en bestanden met de extensie ".w m ".wma" en een bitrate van 5 tot 384 Kbps af. Ook bestanden met een VBR (Variable Bit Rate) kunn ekunnen worden afgespeeld. Geluidsbestanden met een andere extensie (.mp4, .m 34, .m3u...) kunnen niet worden afgespeeld.
De formaten MP3 (afkorting van MPEG 1, 2 & 2.5 Aud io Audio Layer 3) en WMA (afkorting van Windows Media AudioM, eigendeigendom van Microsoft) zijn standaarden voor het comprimeren van g van geluid die de mogelijkheid bieden enkele tientallen nummers op és op één CD te plaatsen.
Gebruik voor bestandsnamen maximaal 20 karakters e nters en verwijder speciale tekens (bijv.: " ", ?, ù) om problemen met het at het afspelen of de weergave te voorkomen.
Schakel tijdens het afspelen de functie SD-kaart u it vooit voordat u de SD-kaart uit de speler verwijdert.
Om diefstal te voorkomen, is het raadzaam de SD-ka ar-kaart te verwijderen voordat u de auto met geopend dak achte rlchterlaat.