ABS Peugeot RCZ 2013 Handleiding (in Dutch)

Page 3 of 336

WELKOM


SYMBOLEN

WAARSCHUWING:

dit symbool geeft waarschuwingen weer die u absoluut dient te
respecteren omwille van uw veiligheid en die van anderen en om
schade aan uw auto te voorkomen.


INFORMATIE:

dit symbool vestigt uw aandacht op aanvullende informatie die u
helpt de gebruiksmogelijkheden van uw auto optimaal te
benutten.


BESCHERMING VAN HET MILIEU:

dit symbool verschijnt bij adviezen met betrekking tot de
bescherming van het milieu.


VERWIJZING:

dit symbool verwijst naar de bladzijde waar meer informatie over
de desbetreffende functie is te vinden.
Wij danken u voor uw keuze voor de RCZ, een auto die symbool staat
voor vertrouwen, passie en inspiratie.



Dit instructieboekje is ontwikkeld om u in de gelegenheid te stellen
onder alle omstandigheden optimaal gebruik te maken van de
mogelijkheden van uw auto.
In het eerste deel van het boekje is de belangrijkste informatie
samengevat om u in korte tijd vertrouwd te maken met de bediening
van uw auto.
Vervolgens komen alle details van uw auto op het gebied van comfort,
veiligheid en rijden uitgebreid aan bod, zodat u en uw passagiers
maximaal van de auto kunnen genieten.

Uw auto kan, afhankelijk van het uitrustingsniveau en de specifi eke
kenmerken voor het land waarvoor uw auto bestemd is, slechts van een
deel van de in dit boekje vermelde uitrustingen zijn voorzien.

Page 29 of 336

1/
CONTROLE TIJDENS HET RIJDEN


Controlelampje



brandt



Oorzaak



Acties / Opmerkingen








STOP




permanent, alleen
of in combinatie
met een ander
waarschuwingslampje,
een geluidssignaal en
een melding op het
display.
Dit waarschuwingslampje
brandt bij een ernstige
storing in het remsysteem,
de stuurbekrachtiging, het
motoroliecircuit, het koelcircuit en
bij een lekke band. Zet de auto zo snel mogelijk op een veilige plaats stil, want
de motor kan onder het rijden afslaan.
Zet het contact af en neem contact op met het
PEUGEOT-netwerk of een gekwalifi ceerde werkplaats .






Te hoge
koelvloeistoftemperatuur


permanent, met
de wijzer in het
rode gebied. De temperatuur van de
koelvloeistof is te hoog. Zet de auto zo snel mogelijk stil op een veilige plaats.
Wacht met het eventueel bijvullen van de koelvloeistof tot
de motor is afgekoeld.
Als het probleem zich blijft voordoen, raadpleeg dan het
PEUGEOT-netwerk of een gekwalifi ceerde werkplaats.




Remsysteem


permanent,
in combinatie
met het STOP-
lampje. Het remvloeistofniveau is te laag. Stop onmiddellijk op een veilige plek.
Vul het niveau bij met remvloeistof voorzien van een
artikelnummer van PEUGEOT.
Als het probleem zich blijft voordoen, laat het systeem
dan controleren door het PEUGEOT-netwerk of door een
gekwalifi ceerde werkplaats.

+


permanent, in
combinatie met het
waarschuwingslampje
ABS en het STOP-
lampje.
Er is een storing in de
elektronische remdrukregelaar
(EBD). Stop onmiddellijk op een veilige plek.
Laat het systeem controleren door het PEUGEOT-netwerk
of door een gekwalifi ceerde werkplaats.

Page 31 of 336

1/
CONTROLE TIJDENS HET RIJDEN





Antiblokkeersysteem
(ABS)


permanent. Er is een storing in het
antiblokkeersysteem. De normale remwerking blijft behouden.
Rijd voorzichtig met lage snelheid en raadpleeg zo snel
mogelijk het PEUGEOT-netwerk of een gekwalifi ceerde
werkplaats.






Dynamische
stabiliteitscontrole

(ESC/ASR)



knippert. De ESC-/ASR-regeling is actief. Deze functie verbetert de aandrijving en zorgt voor een
betere koersstabiliteit.

permanent. Storing in het ESC-/ASR-systeem,
tenzij deze is uitgeschakeld (toets
ingedrukt en verklikkerlampje van
de toets brandt). Laat het systeem controleren door het PEUGEOT-netwerk
of door een gekwalifi ceerde werkplaats.






Bochtverlichting

knippert. Er is een storing in de
bochtverlichting. Laat dit controleren door het PEUGEOT-netwerk of een
gekwalifi ceerde werkplaats.

Controlelampje



brandt



Oorzaak



Acties / Opmerkingen





Veiligheidsgordel
niet vastgemaakt/
losgemaakt



permanent, daarna
knipperend, op het
pictogrammendisplay
voor de
veiligheidsgordels en
de airbag vóór aan
passagierszijde.
De bestuurder of de passagier voorin
heeft zijn gordel niet vastgemaakt of
heeft zijn gordel losgemaakt
Rol de gordel uit en steek de gesp in de gordelsluiting.
Minstens één achterpassagier
heeft zijn gordel los gemaakt.

Page 107 of 336

5/
VEILIGHEID
HULPSYSTEMEN BIJ HET REMMEN
Uw auto is voorzien van drie systemen die u helpen om de auto in een
noodsituatie veilig tot stilstand te brengen:


- het antiblokkeersysteem (ABS),

- de elektronische remdrukregelaar (EBD),

- Brake Assist System (BAS).


ANTIBLOKKEERSYSTEEM (ABS) EN
ELEKTRONISCHE REMDRUKREGELAAR
Deze systemen zorgen tijdens het remmen voor een betere stabiliteit en
bestuurbaarheid van uw auto, vooral op een slecht of glad wegdek.

Inschakelen

Het antiblokkeersysteem treedt automatisch in werking zodra een van
de wielen dreigt te blokkeren.
Als het antiblokkeersysteem ingrijpt, is dat merkbaar aan het trillen van
het rempedaal; dit is de normale werking.

Trap het rempedaal bij een noodstop krachtig en volledig in en
laat het niet los.


Storing

Als dit waarschuwingslampje gaat branden in combinatie met
een geluidssignaal en een melding op het display, duidt dit op
een storing in het antiblokkeersysteem. Door deze storing zou u
tijdens het remmen de controle over uw auto kunnen verliezen. Als dit waarschuwingslampje gaat branden in combinatie
met de controlelampjes STOP
en ABS
, een geluidssignaal
en een melding op het display, duidt dit op een storing in de
elektronische remdrukregelaar. Door deze storing zou u tijdens het
remmen de controle over uw auto kunnen verliezen.

Stop op een veilige plaats.

Raadpleeg in beide gevallen het PEUGEOT-netwerk of een
gekwalifi ceerde werkplaats.

Zorg er bij vervanging van de wielen (banden en velgen) voor dat
er wielen worden gemonteerd die aan de voorschriften van de
constructeur voldoen.

Trap het rempedaal bij een noodstop zeer krachtig in en laat het
pedaal niet los.











BRAKE ASSIST SYSTEM (BAS)

Dit systeem zorgt ervoor dat in noodgevallen de optimale remdruk
sneller wordt bereikt, zodat de remafstand kleiner wordt.

Inschakelen

Het systeem wordt ingeschakeld als het rempedaal sneller wordt
ingetrapt dan een bepaalde grenswaarde.
Het systeem zorgt er dan voor dat de benodigde bedieningskracht
minder wordt en dat de effectiviteit van het remmen wordt vergroot.

Page 186 of 336

184

ZEKERINGEN MOTORRUIMTE

De zekeringkast bevindt zich onder de motorkap, naast de accu (links).


Toegang tot de zekeringen



)
Maak het deksel los.

)
Vervang de zekering (zie de desbetreffende paragraaf).

)
Sluit na het vervangen van de zekering zorgvuldig het deksel voor
een goede afdichting van de zekeringkast.



Overzicht zekeringen



Zekering



Ampère


Functies



F1



20 A

Voeding elektronische eenheid motor,
elektrokleppen inspuitpomp en EGR
(diesel), verstuivers (diesel).


F2



15 A

Claxon.


F3



10 A

Ruitensproeiers voor.


F4



20 A

Verlichting overdag.


F5



15 A

Luchthoeveelheidsmeter,
koelvloeistofpomp, oliepomp, thermostaat,
voorverwarming blow-by (benzine),
bypass- en EGR-kleppen (diesel),
voorverwarming brandstof (diesel).


F6



10 A

Sensor verdraaiing stuurwiel, elektronische
eenheid ABS/ESC, sensor ESC.


F7



10 A

Elektronische eenheid
stuurbekrachtiging, automatische
transmissie, niveaucontact koelvloeistof,
rempedaalschakelaar met twee functies.


F8



25 A

Bediening startmotor.


F9



10 A

Diagnoseaansluiting, bochtverlichting,
pomp roetfi lter (diesel).


F10



30 A

Regelorganen elektronische eenheid
motor (benzine: bobines, elektrokleppen,
verstuivers, brandstofpomp) (diesel:
elektrokleppen, verwarmingselementen).


F11



40 A

Aanjager airconditioning.

Page 187 of 336

8/
PRAKTISCHE INFORMATIE


Zekering



Ampère


Functies



F12



4

0 A

Lage/hoge snelheid ruitenwissers vóór.


F13



40 A

Voeding intelligente servicecentrale
(BSI) (+ na contact).


F14



-

Niet gebruikt.


F15



10 A

Grootlicht rechts.


F16



10 A

Grootlicht links.


F17



15 A

Dimlicht links.


F18



15 A

Dimlicht rechts.


F19



15 A

Elektroklep nokkenasverstelling,
lambdasondes (benzine), elektrokleppen
(diesel).


F20



10 A

Elektrokleppen ontlasten turbine
en absorbtievat (benzine),
luchthoeveelheidsmeter (1,6 liter THP
200), sensor water in brandstof (diesel).


F21



5 A

Bediening ventilateurs, pomp turbo
(benzine), elektromotor Valvetronic
(1,6 liter THP 200).

Page 188 of 336

186

Overzicht zekeringen boven de accu



Zekering



Ampère


Functies



F1



-

Niet gebruikt.


F2



5 A

Rempedaalschakelaar met twee functies.


F3



5 A

Eenheid laadtoestand accu.


F4



25 A

Elektrokleppen ABS/ESC.


F5



-

Niet gebruikt.


F6



15 A

Automatische transmissie. Werkzaamheden aan de andere typen zekeringen (tussenmaat
zekeringen en hoofdzekeringen) dienen altijd door het PEUGEOT-
netwerk of door een gekwalifi ceerde werkplaats uitgevoerd te
worden.

Page 323 of 336

INDEX
INDEX
Aanhangergewichten ............... 195, 197
Aansluiting 12V.................................. 84
Aansluitingen audio/video................ 232
ABS met elektronische
remdrukregelaar ........................... 105
Accessoires ..................................... 193
Accu......................................... 154, 171
Accu laden ....................................... 171
Achterlichten ............................ 176, 191
Achterruitverwarming......................... 78
Achteruitrijlicht ................................. 176
Actieve motorkap ............................. 108
Afmetingen ...................................... 199
Afstandsbediening ................. 52, 53, 55
Airbags .............................................114
Airbags vóór ............................. 115, 118
Airconditioning ................................... 20
Alarmknipperlichten ......................... 102
Alarmsysteem .................................... 56
Algemeen menu .............................. 306
Aluminium dakbogen ....................... 191
Antiblokkeersysteem (ABS) ............. 105
Antispinregeling (ASR) .................... 106
Armleuning vóór ................................ 85
Asbak................................................. 84
Audio-aansluitingen ........... 86, 310, 312
Automatische
airconditioning ........................... 75, 76
Automatische ruitenwissers ....... 98, 100
Automatische transmissie........ 132, 155
Automatisch inschakelen
alarmknipperlichten ....................... 102Automatisch inschakelen
verlichting .................................. 91, 94
Autoradio's ......................................... 50
AUX-aansluiting ............................... 289
AUX-aansluitingen ..... 86, 232, 310, 312A/ A/
Bagageruimte .................................... 64
Bagageruimte (openen) ..................... 52
Banden .............................................. 20
Bandenreparatieset ......................... 156
Bandenspanning........................ 20, 200
Bandenspanningscontrole
(met set) ........................................ 156
Bandenspanning te
laag (detectie) ............................... 103
Batterij afstandsbediening ........... 54, 55
Batterij afstandsbediening
vervangen ....................................... 54
Bediening autoradio aan
stuurkolom ............................ 210, 305
Bekerhouder ...................................... 82
Beladen ............................................. 20
Benzinemotor .................. 147, 149, 195
Beveiliging tegen beknellen ............... 59
Beweegbare spoiler ......................... 109
Binnenspiegel .................................... 72B/
Bluetooth
(handsfree set) ....... 233-235, 272, 313
Bluetooth (telefoon) .......... 233-235, 272
Bochtverlichting ......................... 97, 174
Boordcomputer ............................ 39, 41
Brandstof ................................... 20, 147
Brandstofniveaumeter ..................... 146
Brandstoftank .................................. 146
Brandstof tanken ..................... 146, 147
Brandstoftank leeg (diesel) .............. 151
Brandstofverbruik .............................. 20
Brandstofvulklep .............................. 146
Buitenspiegels ............................. 70, 71B/
Carrosserie ...................................... 191
CD-/MP3 -speler .............................. 309
CD MP3 ........................................... 309
Centrale vergrendeling ................ 53, 62
CHECK .............................................. 37
Claxon ............................................. 103
Confi guratie van
de auto .......................... 24, 42, 46, 48
Contact ............................................ 127
Controle motorolieniveau................... 33
Controles ................. 149, 150, 154, 155C/