sensor Peugeot RCZ 2013 Handleiding (in Dutch)

Page 7 of 336

IN EEN OOGOPSLAG
OPENEN

SLEUTEL MET AFSTANDSBEDIENING


Uitklappen/inklappen van de sleutel
(eerst drukken voor het uit- of inklappen).
Normale vergrendeling
(één keer drukken; de
richtingaanwijzers blijven even
branden).
of

Supervergrendeling
(twee keer achter elkaar drukken;
de richtingaanwijzers blijven even
branden).
52

Ontgrendelen en op een kier
zetten van het kofferdeksel
(langer dan twee seconden
drukken).

Volledig of selectief ontgrendelen
van de auto
(de richtingaanwijzers knipperen
even).

INSTAPVERLICHTING

81
Als een sensor vaststelt dat het buiten
donker is, gaan de dim- en parkeerlichten
branden om het lokaliseren van de auto te
vergemakkelijken.
80

Ook de interieurverlichting, zoals de
plafonniers, de dorpelverlichting en de
beenruimteverlichting, gaat dan branden.

Page 11 of 336

IN EEN OOGOPSLAG
COCKPIT


1.
Schakelaar ruitenwissers/ruitensproeiers/
boordcomputer.

2.
Contact-/stuurslot.

3.
Stuurkolomschakelaar audio- en
telematicasysteem.

4.
Schakelaars buitenspiegels.
Schakelaars ruitbediening.

5.
Verstelbare en afsluitbare middelste
ventilatieroosters.

6.
Voorruitontwaseming.

7.
Zonnesensor.

8.
Zijruitontwaseming.

9.
Uitschakeling airbag aan passagierszijde.

10.
Dashboardkastje / Aansluitingen audio/
video.

11 .
Airbag aan passagierszijde.

Page 74 of 336

72





BINNENSPIEGEL

Verstelbare spiegel voor het zicht recht achter de auto.
De binnenspiegel is voorzien van een nachtstand waardoor de spiegel
donkerder wordt en de bestuurder minder hinder ondervindt van de zon
en van koplampverlichting van achteropkomend verkeer...

Om veiligheidsrdenen moeten de spiegels zo zijn ingesteld dat de
"dode hoek" zo klein mogelijk is.









Automatisch dimmende binnenspiegel


Zodra de achteruitversnelling wordt ingeschakeld, wordt de
spiegel in de dagstand gezet voor een maximaal zicht naar
achteren.

Dankzij een sensor die de hoeveelheid licht die vanaf de achterzijde
van de auto op de spiegel valt meet, gaat de binnenspiegel geleidelijk
en automatisch over van de dag- in de nachtstand.
Door de welving in de achterruit kan het beeld in de binnenspiegel
enigszins vervormd zijn; houd hier rekening mee tijdens het
achteruitrijden.

Page 77 of 336

3/
ERGONOMIE EN COMFORT
Neem voor een optimale werking van de verwarming, ventilatie en
airconditioning de volgende gebruiksadviezen in acht:


)
Let erop dat voor een gelijkmatige verdeling van de lucht
naar het interieur de uitstroomopening onder de voorruit,
de verschillende luchtkanalen, ventilatieroosters en
overige uitstroomopeningen en de ventilatieopening in de
bagageruimte vrij blijven.

)
Let erop dat de zonnesensor op het dashboard niet wordt
afgedekt. Deze sensor dient voor de regeling van de
airconditioning.

)
Zet de airconditioning 1 tot 2 keer per maand minimaal 5 tot
10 minuten aan om het systeem in perfecte staat te houden.

)
Controleer regelmatig de staat van het interieurfi lter en laat
de fi lterelementen periodiek vervangen (zie het hoofdstuk
"Onderhoud").
Wij raden u een gecombineerd interieurfi lter aan. Dankzij het
toegevoegde speciale actieve middel draagt het bij tot een
gezuiverde lucht voor de inzittenden en een schoon interieur
(vermindering van allergische reacties, stank en vetaanslag).

)
Raadpleeg het garantie- en onderhoudsboekje voor de
onderhoudsinterval van de airconditioning, zodat het systeem
in perfecte staat blijft.

)
Schakel de airconditioning uit als deze niet koelt en raadpleeg
het PEUGEOT-netwerk of een gekwalifi ceerde werkplaats.
Bij een zware belasting van de motor (trekken van een aanhanger
op een steile helling bij een hoge buitentemperatuur) kan de
airconditioning tijdelijk worden uitgeschakeld voor een optimale
trekkracht van de motor.
Condensvorming in de airconditioning kan ertoe leiden dat er zich
een klein plasje water onder de auto vormt. Dit is een normaal
verschijnsel.

Als de auto lange tijd in de zon heeft gestaan en de temperatuur
in het interieur hoog is opgelopen, zet dan de ruiten enige tijd
open.
Zorg ervoor dat de aanjagersnelheid voldoende hoog is ingesteld,
zodat de lucht in het interieur goed ververst wordt.
Het airconditioningssysteem is chloorvrij en is niet schadelijk voor
de ozonlaag.
GEBRUIKSADVIEZEN VOOR DE VERWARMING, VENTILATIE EN AIRCONDITIONING

Page 82 of 336

80
SFEERVERLICHTING
De gedempte interieurverlichting verbetert het zicht in de auto als deze
zich in een donkere omgeving bevindt.

INSCHAKELEN

Als het buiten donker is, worden de beenruimteverlichting en de
sfeerverlichting van de plafonnier vóór automatisch ingeschakeld zodra
de parkeerlichten gaan branden.


UITSCHAKELEN

De sfeerverlichting gaat automatisch uit als de parkeerlichten worden
uitgeschakeld.


PROGRAMMEREN

Deze functie kan worden in- of uitgeschakeld via het
confi guratiemenu van de auto.
Deze functie is standaard ingeschakeld.
INSTAPVERLICHTING INTERIEUR

Het instappen in de auto op plaatsen met weinig licht wordt
vergemakkelijkt door het op afstand inschakelen van de
interieurverlichting. Deze gaat branden afhankelijk van de lichtsterkte
die door de lichtsensor wordt gedetecteerd.

INSCHAKELEN



)
Druk op het geopende hangslot van de afstandsbediening.
De dorpelverlichting voor, de beenruimteverlichting en de plafonniers
gaan branden en uw auto wordt gelijktijdig ontgrendeld.


UITSCHAKELEN

De instapverlichting interieur gaat na een bepaalde tijd automatisch uit
of gaat uit als een van de portieren wordt geopend.

De duur van het branden van de instapverlichting is gekoppeld en
gelijk aan die van de automatische follow me home verlichting.

Page 83 of 336

3/
ERGONOMIE EN COMFORT
INSTAPVERLICHTING
B
UITENZIJDE
De instapverlichting wordt afhankelijk van de door de lichtsensor
gesignaleerde hoeveelheid licht geactiveerd om op donkere plaatsen
het lokaliseren van de auto en het instappen te vergemakkelijken.

INSCHAKELEN




)
Druk op het geopende hangslot van de afstandsbediening.
Het dimlicht en parkeerlicht gaan branden en uw auto wordt
gelijktijdig ontgrendeld.




PROGRAMMEREN

De duur van het branden van de instapverlichting is gekoppeld en
gelijk aan die van de automatische follow me home verlichting.

De duur van het branden van de instapverlichting kan
worden geselecteerd via het confi guratiemenu van de auto.


UITSCHAKELEN


De instapverlichting buitenzijde gaat na een bepaalde tijd automatisch
uit of gaat uit na het afzetten van het contact of het vergrendelen van
de auto.

Page 94 of 336

92






C.
Ring voor de selectie van het mistachterlicht.
Het mistachterlicht werkt in combinatie met dimlicht en grootlicht.


Mistachterlicht.


)
Draai de ring C
naar voren om het mistachterlicht in te schakelen.
Als de verlichting automatisch wordt uitgeschakeld (uitvoeringen met de
stand AUTO) of als het dimlicht handmatig wordt uitgeschakeld, blijft het
mistachterlicht en het parkeerlicht branden.


)
Draai de ring C
naar achteren om alle verlichting uit te schakelen.






Bij helder of regenachtig weer, zowel overdag als 's nachts, is het
mistachterlicht verblindend voor medeweggebruikers en daarom
niet toegestaan. Gebruik het mistachterlicht uitsluitend bij mist of
sneeuwval.
Onder deze weersomstandigheden dient u het mistachterlicht
en het dimlicht handmatig in te schakelen, omdat de lichtsensor
voldoende licht kan waarnemen.
Vergeet niet het mistachterlicht uit te zetten zodra het niet meer
nodig is.


Uitschakelen van de verlichting bij het afzetten van het
contact
Bij het afzetten van het contact gaat alle verlichting onmiddellijk
uit, behalve het dimlicht als de automatische follow me home-
verlichting is geactiveerd.


Inschakelen van de verlichting na het afzetten van het
contact
Draai om de lichtschakelaar weer te activeren terwijl de verlichting uit
is, de ring A
in de stand "0"
en vervolgens in de stand van uw keuze.
Als het bestuurdersportier wordt geopend, klinkt een
geluidssignaal om aan te geven dat de verlichting nog brandt.
De verlichting, met uitzondering van het parkeerlicht, wordt na
maximaal 30 minuten automatisch uitgeschakeld om het ontladen
van de accu te voorkomen.

Page 96 of 336

94












AUTOMATISCHE VERLICHTING

Met behulp van een lichtsterktesensor worden de
kentekenplaatverlichting, het parkeerlicht en het dimlicht automatisch
ingeschakeld als de lichtsterkte van de omgeving onvoldoende is. De
verlichting kan ook, in geval van neerslag, gelijktijdig met het automatisch
inschakelen van de ruitenwissers vóór worden ingeschakeld.
De verlichting wordt uitgeschakeld als de lichtsterkte van de omgeving
weer voldoende is of nadat het wissen is gestopt.

Inschakelen



)
Draai de ring in de stand "AUTO"
. Het activeren van de functie
wordt bevestigd door een melding op het display.



Uitschakelen



)
Draai de ring in een andere stand. Het uitschakelen van de functie
wordt bevestigd door een melding op het display.







HANDBEDIENDE FOLLOW ME HOME-VERLICHTING

Deze functie zorgt ervoor dat na het afzetten van het contact de
dimlichten nog even blijven branden om het uitstappen in het donker te
vergemakkelijken.

Inschakelen



)
Geef bij afgezet contact een "lichtsignaal" met de lichtschakelaar.

)
Geef nogmaals een "lichtsignaal" om de functie uit te schakelen.



Uitschakelen

Na het vergrendelen van de auto wordt de handbediende follow me
home-verlichting na een bepaalde tijd automatisch uitgeschakeld.

Page 97 of 336

4/
ZICHT

AUTOMATISCHE FOLLOW ME HOME-
VERLICHTING
Storing

Bij een storing in de lichtsterktesensor gaat de verlichting
branden, wordt dit pictogram weergegeven op het
instrumentenpaneel en/of verschijnt een melding op het
display, in combinatie met een geluidssignaal.
Raadpleeg het PEUGEOT-netwerk of een gekwalifi ceerde werkplaats.
Bij mist of sneeuw kan de lichtsterktesensor ten onrechte
voldoende licht waarnemen; de verlichting wordt dan niet
automatisch ingeschakeld.
Dek de met de regensensor gecombineerde lichtsterktesensor,
die zich in het midden van de voorruit achter de binnenspiegel
bevindt, niet af. De aan de sensor gekoppelde functies worden
dan niet meer bediend.

Als de functie automatische verlichting is geactiveerd, wordt onder
donkere omstandigheden het dimlicht automatisch ingeschakeld bij het
afzetten van het contact.


Programmeren

Het inschakelen of uitschakelen en de tijdsduur van de follow me home-
verlichting zijn in te stellen via het confi guratiemenu van de auto.

Page 102 of 336

100












AUTOMATISCHE RUITENWISSERS VÓÓR

De ruitenwissers worden automatisch ingeschakeld als de sensor
achter de binnenspiegel regen detecteert. De snelheid van de
ruitenwissers wordt aangepast aan de hoeveelheid neerslag.

Inschakelen

Dit gebeurt handmatig door de hendel omlaag te duwen in de stand
"AUTO"
.
Dit wordt bevestigd door een melding op het display.


Uitschakelen

Beweeg de hendel omhoog en vervolgens in de stand "0"
om de
ruitenwissers handmatig te bedienen.
Dit wordt bevestigd door een melding op het display.


Storing

In het geval van een storing in de automatische werking van de
ruitenwissers werken deze in de intervalstand.
Laat het systeem controleren door het PEUGEOT-netwerk of door een
gekwalifi ceerde werkplaats. Als het contact meer dan 1 minuut afgezet is geweest, moet de
automatische werking van de ruitenwissers opnieuw worden
geactiveerd door de hendel kort omlaag te duwen.
Dek de regensensor, die zich gecombineerd met de lichtsensor in
het midden van de voorruit achter de binnenspiegel bevindt, niet af.
Schakel de automatische werking van de ruitenwissers uit als de
auto wordt gewassen in een wasstraat.
Wacht 's winters met het inschakelen van de automatische
ruitenwissers tot de voorruit ontdooid is om de wisserbladen niet
te beschadigen.

Page:   1-10 11-20 next >