service Peugeot RCZ 2013 Handleiding (in Dutch)

Page 2 of 336

Het instructieboekje van uw auto is ook te vinden op de website
van Peugeot, in de rubriek "MyPeugeot".


Als u het instructieboekje online raadpleegt, hebt u tevens toegang tot de meest recente informatie. Deze informatieis gemakkelijk te herkennen aan de paginamarkeringen die worden weergegeven met dit pictogram:

Als de rubriek "MyPeugeot" niet beschikbaar is op de website vanhet merk voor uw land, kunt u het instructieboekje op het volgendeinternetadres raadplegen: http://public.servicebox.peugeot.com

de link "Boorddocumentatie" op de startpagina (u hoeft zich niet aan temelden), de taal,
het model van uw auto,
de uitgiftedatum die overeenkomt met de datum van deel 1A op het kentekenbewijs van uw auto.


Belangrijke informatie:

Het monteren van elektrische uitrustingen of accessoires
die niet onder een artikelnummer in het assortiment van
Automobiles PEUGEOT voorkomen, kan storingen in het
elektronisch systeem van uw auto veroorzaken. Wij verzoeken
u hier rekening mee te houden en raden u aan contact op te
nemen met een vertegenwoordiger van het merk PEUGEOT
om u te laten informeren over het assortiment uitrustingen en
accessoires voorzien van het betreffende artikelnummer.
Selecteer:
U kunt hier het instructieboekje van uw auto in dezelfde lay-out bekijken.

Page 30 of 336

28



Zelfdiagnose
motor


knippert. Er is een storing in het
motormanagementsysteem. Kans op beschadiging van de katalysator.
Laat dit controleren door het PEUGEOT-netwerk of door
een gekwalifi ceerde werkplaats.

permanent. Er is een storing in de
emissieregeling. Het verklikkerlampje moet doven als de motor wordt gestart.
Raadpleeg het PEUGEOT-netwerk of een gekwalifi ceerde
werkplaats als dit niet het geval is.





Laag
brandstofniveau


permanent, met
de wijzer in het
rode gebied,
in combinatie
met een
geluidssignaal en
een melding. Als het lampje gaat branden zit er
nog ongeveer 5 liter
brandstof in
de tank.
Vanaf dit moment worden de
laatste liters brandstof in de tank
aangesproken.
Ga zo snel mogelijk tanken om te voorkomen dat u met een
lege tank strandt.
Dit verklikkerlampje gaat elke keer na het aanzetten van het
contact branden, in combinatie met een geluidssignaal en een
melding, zolang er niet voldoende brandstof getankt is.
Het geluidssignaal en de melding worden steeds herhaald; de
frequentie ervan neemt toe naarmate het niveau "0"
dichterbij
komt.
Inhoud brandstoftank: ongeveer 55 liter
.
Rijd nooit door tot de tank helemaal leeg is, hierdoor kunnen het
emissieregelsysteem en het injectiesysteem beschadigd raken.


Controlelampje



brandt



Oorzaak



Acties / Opmerkingen








Service


tijdelijk, in
combinatie met
een melding. Er is een kleine storing
opgetreden waarbij geen
specifi ek verklikkerlampje gaat
branden. Identifi ceer de storing met behulp van de melding op het
display zoals:


- portier, kofferdeksel of motorkap open,

- minimumniveau van de motorolie,

- minimumniveau van de ruitensproeiervloeistof/
koplampsproeiervloeistof,

- staat van de batterij van de afstandsbediening,

- afname van de bandenspanning,

- vervuiling van het roetfi lter (diesel) (zie "Onderhoud",
rubriek "Controles/Roetfi lter").
Raadpleeg in andere gevallen het PEUGEOT-netwerk of
een gekwalifi ceerde werkplaats.


permanent, in
combinatie met
een melding en
een geluidssignaal.
Er is een ernstige storing
opgetreden waarbij geen
specifi ek verklikkerlampje gaat
branden. Identifi ceer de storing met behulp van de melding op het
display en raadpleeg in elk geval
het PEUGEOT-netwerk
of een gekwalifi ceerde werkplaats.

Page 36 of 336

34

Olieniveau correct

Als de aanduiding "OIL"
knippert of een waarschuwingsmelding op het
instrumentenpaneel verschijnt in combinatie met het verklikkerlampje
service en een geluidssignaal, is het motorolieniveau te laag.
Controleer het olieniveau met de peilstok. Als blijkt dat het olieniveau
te laag is, moet olie worden bijgevuld om te voorkomen dat ernstige
motorschade ontstaat.
Als de aanduiding "OIL --"
knippert of een waarschuwingsmelding
op het instrumentenpaneel verschijnt, duidt dit op een storing in de
motorolieniveaumeter. Raadpleeg het PEUGEOT-netwerk of een
gekwalifi ceerde werkplaats.


Te weinig olie

Storing motorolieniveaumeter
Oliepeilstok

Raadpleeg het hoofdstuk "Onderhoud" voor de plaats van de peilstok
en het bijvullen van motorolie voor het motortype van uw auto.


- A
= maxi; het oliepeil mag nooit boven het niveau
A uitkomen (kans op schade aan de motor),

- B
= mini; als het oliepeil niet boven het niveau
B uitkomt, moet het voor de motor van uw auto
voorgeschreven type motorolie worden bijgevuld
via de vuldop.

Page 101 of 336

4/
ZICHT









RUITENSPROEIERS VÓÓR EN KOPLAMPSPROEIERS



)
Trek de ruitenwisserschakelaar naar u toe. De ruitensproeiers
treden in werking, waarna enige tijd de ruitenwissers worden
ingeschakeld om de ruit schoon te wissen.
De koplampsproeiers worden alleen geactiveerd als de dimlichten
branden
.











Te laag niveau ruiten-/koplampsproeiervloeistof

Als uw auto is voorzien van koplampsproeiers en het niveau
van het reservoir te laag is, verschijnt dit pictogram en/of het
pictogram service op het instrumentenpaneel in combinatie
met een geluidssignaal en een melding op het display.
Vul het ruiten-/koplampsproeierreservoir bij of laat het bijvullen.
Het pictogram verschijnt als het contact wordt aangezet of als de
schakelaar wordt bediend, zolang het reservoir niet gevuld is.

Page 110 of 336

108
ACTIEVE MOTORKAP

Storing


De actieve motorkap is ontwikkeld om de veiligheid van voetgangers bij
een frontale aanrijding te vergroten.
Het in werking treden van de actieve motorkap gaat gepaard met
een lichte, onschadelijke rookontwikkeling en het geluid van de
pyrotechnische ontsteking van het systeem. Het verklikkerlampje
van de airbags gaat branden.
Na het in werking treden kan de motorkap weer worden gesloten
door op de scharnieren te drukken. Rijd met een snelheid van
maximaal 30 km/h naar het dichtstbijzijnde PEUGEOT-servicepunt
of een gekwalifi ceerde werkplaats. Dit systeem treedt slechts één keer in werking. Bij een tweede
aanrijding (tijdens hetzelfde of een volgend ongeval) zal de
actieve motorkap niet meer functioneren.
Laat het systeem controleren als de auto betrokken is geweest bij
diefstal of een aanrijding.
Kom niet aan de pyrotechnische systemen bij de gasveren onder
de motorkap om explosies te vermijden.
Werkzaamheden aan dit systeem mogen uitsluitend worden
uitgevoerd door hiertoe bevoegde medewerkers van het
PEUGEOT-netwerk of een gekwalifi ceerde werkplaats.


Laat het systeem controleren door het PEUGEOT-netwerk of
een gekwalifi ceerde werkplaats als het verklikkerlampje op
het instrumentenpaneel gaat branden in combinatie met een
geluidssignaal en een melding op het display. De actieve motorkap
zou in dit geval misschien niet meer kunnen werken bij een aanrijding.

Page 162 of 336

160

2. Op spanning brengen




)
Zet de schakelaar A
in de stand "Bandenspanning".

)
Rol de zwarte slang H
volledig uit.

)
Sluit de zwarte slang aan op het ventiel van de
gerepareerde band.


Ga zo snel mogelijk naar een servicepunt van het PEUGEOT-
netwerk of een gekwalifi ceerde werkplaats.
Vergeet niet de technicus te vertellen dat u de set hebt gebruikt.
Na nadere inspectie kan de technicus u vertellen of de band
gerepareerd kan worden of moet worden vervangen.


)
Sluit de stekker van de compressor weer aan op de 12V-aansluiting
in de auto.

)
Start de motor opnieuw en laat de motor draaien.



)
Breng de band met behulp van de compressor op de
voorgeschreven spanning (spanning verhogen: schakelaar B
in
stand "I"
; spanning verlagen: schakelaar B
in stand "O"
en knop
C
indrukken), zoals vermeld op de bandenspanningssticker in de
portieropening aan bestuurderszijde.
Als de bandenspanning sterk daalt, is het lek niet goed
gedicht; neem contact op met het PEUGEOT-netwerk of een
gekwalifi ceerde werkplaats om u verder te helpen.

)
Verwijder de set en berg deze op.

)
Rijd niet harder dan 80 km/h en niet verder dan 200 km.

Page 185 of 336

8/
PRAKTISCHE INFORMATIE


Zekering



Ampère


Functies



F13



5 A

Servicecentrale motor, actieve motorkap.


F14



15 A

Multifunctioneel display,
pictogrammendisplay veiligheidsgordels
en airbag voorpassagier, display
instrumentenpaneel, versterker,
handsfree set, elektronische eenheid
parkeerhulp, USB Box.


F15



30 A

Vergrendeling en supervergrendeling.


F17



40 A

Achterruit- en buitenspiegelverwarming.


SH



-

Shunt tijdens opslag.


Zekering



Ampère


Functies



G36



30 A

Hifi -versterker.


G37



30 A

Geheugeneenheid passagiersstoel vóór.


G38



30 A

Geheugeneenheid bestuurdersstoel.


G39



5 A

Geheugeneenheid verlichting.


G40



30 A

Stoelverwarming bestuurder en
voorpassagier.
Houder 2


Page 187 of 336

8/
PRAKTISCHE INFORMATIE


Zekering



Ampère


Functies



F12



4

0 A

Lage/hoge snelheid ruitenwissers vóór.


F13



40 A

Voeding intelligente servicecentrale
(BSI) (+ na contact).


F14



-

Niet gebruikt.


F15



10 A

Grootlicht rechts.


F16



10 A

Grootlicht links.


F17



15 A

Dimlicht links.


F18



15 A

Dimlicht rechts.


F19



15 A

Elektroklep nokkenasverstelling,
lambdasondes (benzine), elektrokleppen
(diesel).


F20



10 A

Elektrokleppen ontlasten turbine
en absorbtievat (benzine),
luchthoeveelheidsmeter (1,6 liter THP
200), sensor water in brandstof (diesel).


F21



5 A

Bediening ventilateurs, pomp turbo
(benzine), elektromotor Valvetronic
(1,6 liter THP 200).