ESP Seat Alhambra 2017 Handleiding (in Dutch)

Page 17 of 340

De essentie
Hoofdsteun verstellen Afb. 20
Voorstoel: hoofdsteun verstellen. De hoofdsteun aan de zijkanten vastnemen
met
beide h
anden en t
ot in de gewenste
stand omhoog duwen. Om de hoofdsteun te
verlagen hetzelfde doen en daarbij drukken
op de knop aan de zijkant 1 .
››› in Hoofdsteunen uit- en inbouwen
op pag. 149
››› pag. 57, ››› pag. 147 De veiligheidsgordel vast- en losges-
pen
Afb. 21
De slotgesp van de veiligheidsgordel
aanbr en
g

en en verwijderen. Afb. 22
Juist verloop van de gordelband en
een juis t

e stand van de hoofdsteun van voren
en opzij gezien. Om de veiligheidsgordel te verstellen bij de
s
c
houder

, regelt u de hoogte van de stoelen
of de hoogte van de gordel.
Het schoudergedeelte goed in het midden,
nooit over de hals. De veiligheidsgordel ligt
vlak en strak op het bovenlichaam.
Het heupgedeelte loopt over het bekken,
nooit over de buik. De veiligheidsgordel ligt
vlak en strak op het bekken.

››› pag. 61
››› pag. 65 15

Page 18 of 340

De essentie
Gordelspanners In geval van een frontale botsing, botsing
van op
z
ij of van achteren worden de veilig-
heidsgordels van de voorstoelen en buiten-
ste stoelen van de tweede zitrij automatisch
gespannen.
De gordelspanner kan slechts eenmaal wor-
den geactiveerd.

››› in Onderhoud en verwijdering van
de gordelspanners op pag. 68
››› pag. 68 Buitenspiegels verstellen
Afb. 23
In het bestuurdersportier: knop van
de b uit
en

spiegels. Buitenspiegels verstellen: knop naar de ge-
w
en
s

te stand draaien: Door de knop naar de juiste stand te
breng

en, stelt u de buitenspiegel aan de
zijde van de bestuurder (L, links) en aan
de zijde van de bijrijder (R, rechts) in de
gewenste richting in.
Naargelang de uitrusting worden de bui-
tenspiegels verwarmd volgens de bui-
tentemperatuur.
Spiegels inklappen.

››› in Buitenspiegels op pag. 144
››› pag. 144 Positie van het stuur verstellen
Afb. 24
Mechanisch verstellen van het stuur-
w iel
. Verstel het stuurwiel vóór vertrek en alleen
w
anneer de w
ag

en stilstaat.
L/R



Druk de hendel ›

›› afb. 24 1 omlaag.
● Verstel het stuurwiel zo dat u het aan
w eer
s

zijden met beide handen en de armen
licht gebogen kunt vastnemen (in de positie
van 9 en 3 uur).
● Duw de hendel stevig naar boven tot hij ge-
lijk ligt
met de stuurkolom ››› in Stuurwiel
af s
t
ellen op pag. 58.

››› in Stuurwiel afstellen op pag. 58 16

Page 23 of 340

De essentie
Verschillende bevestigingssystemen Afb. 36
Op de achterbank: mogelijkheden voor in-
bouw v
an het kinderzitje. Bevestig het kinderzitje steeds op correcte
en
v
ei

lige wijze in de wagen, in overeenstem-
ming met de montageaanwijzingen van de
fabrikant van het zitje.
Het ingebouwde kinderzitje moet goed steu-
nen op de stoel en mag niet meer dan 2,5 cm
(1 inch) bewegen of kantelen.
De kinderzitjes voor bevestiging met een gor-
del Top Tether moeten ook vastgemaakt wor-
den met een bevestigingsgordel Top Tether
in de wagen ››› pag. 23. Maak de bevesti-
gingsgordel enkel vast in de daarvoor be-
stemde ringen, die aangeduid zijn als Top
Tether. Niet alle bevestigingsogen kunnen
gebruikt worden met het Top Tether-systeem.
Span de Top Tether-bevestigingsriem altijd
zo dat het kinderzitje stevig tegen de over- eenkomstige stoel van de wagen gedrukt
wordt
.
Specifieke bevestigingssystemen voor elk
land Europa: Isofix-bevestigingsringen en be-
vestigingsgordel bovenaan ››› pag. 22
en ››› pag. 23.
3-puntsveiligheidsgordel en bevesti-
gingsgordel bovenaan ››› pag. 21.
De systemen bestaan uit het vastzetten van
het bevestigingssysteem voor kinderen met
een bevestigingsriem bovenaan (Top Tether)
en met verankeringen onderaan in de stoel. A B Kinderzitje met veiligheidsgordel be-
v
e
s
tigen Kinderzitje vastmaken met veiligheidsgordel
● Lees de gebruiksaanwijzingen van de fabri-
kant

van het kinderzitje en volg ze op.
● Bevestig het kinderzitje op de stoel aan de
hand v
an de aanwijzingen van de fabrikant.
● De gordelhoogteverstelling moet in de
hoogst
e positie staan.
● Gesp de veiligheidsgordel om of breng
hem door de cons
tructie van het kinderzitje
in overeenstemming met de aanwijzingen
van de fabrikant.
● Let erop dat de veiligheidsgordel niet ver-
draait . » 21

Page 24 of 340

De essentie
● St eek
de g
esp in het bij het zitje behorende
gordelslot tot deze hoorbaar vastklikt.
● De bovenste gordelband moet strak tegen
het kinder
zitje liggen.
● Trek aan de gordel (het uittrekken van de
onderst
e gordelband mag niet mogelijk zijn).
Kinderzitje uitbouwen
Maak de veiligheidsgordel alleen los wan-
neer de wagen stilstaat.
● Druk op de rode knop in het slot. De gesp
spring
t uit het slot.
● Leid de gordel met de hand zodat de band
vlotter opro
lt, de gordel niet verdraait en de
bekleding niet beschadigd raakt.
● Neem het kinderzitje uit de wagen.

››› in Veiligheidsaanwijzingen op
pag. 76 Kinderzitje vastmaken met de onder-
s
t
e

verankeringen (ISOFIX) Afb. 37
Versie 2: identificatie van de veranke-
rin g
en

voor het kinderzitje in de stoel van de
wagen. Voor elke zitplaats op de achterbank of, in-
dien
v
an t

oepassing, op de bijrijdersstoel,
zijn twee bevestigingsringen, de zogenaam-
de onderste verankeringen, aanwezig. De be-
vestigingsringen zijn aan de carrosserie be-
vestigd.
Kinderzitjes met vaste bevestiging
● Houd rekening met de aanwijzingen van de
fabrikant
bij het in- en uitbouwen van het kin-
derzitje.
● Steek het kinderzitje in de bevestigingsrin-
gen ››

› afb. 37, in de richting van de pijl. Het
kinderzitje moet goed en hoorbaar vastklik-
ken. ●
Voer een contr
ole uit door aan weerszijden
van het kinderzitje te trekken.
Kinderzitje met verstelbare bevestigingsrie-
men
● Houd rekening met de aanwijzingen van de
fabrikant
bij het in- en uitbouwen van het kin-
derzitje.
● Plaats het kinderzitje op de zitting en kop-
pel de hak
en van de bevestigingsriemen aan
de bevestigingsringen ››› afb. 37.
● Span de bevestigingsgordels op gelijkmati-
ge wijz
e met een geschikt werktuig. Het kin-
derzitje moet strak op de stoel van de wagen
zitten.
● Voer een controle uit door aan weerszijden
van het k
inderzitje te trekken.

››› in Veiligheidsaanwijzingen op
pag. 76 22

Page 28 of 340

De essentieHendel in de gewenste stand zetten
6
Intervalwissen bij de achterruit. De ach-
terruitwisser werkt ongeveer om de 6 se-
conden.
7
Wis/was-automaat om de achterruit
schoon te maken met ingedrukte hen-
del.

››› in Ruitenwisserhendel op pag. 140
›››
pag. 140
››› pag. 54 SEAT-informatiesysteem
In l
eidin

g tot themaBij ingeschakeld contact is het mogelijk de
v
er
s

chillende functies van het display te
raadplegen door te navigeren door de me-
nu's.
In wagens met multifunctiestuurwiel verdwij-
nen de toetsen in de ruitenwisserhendel. De
multifunctie-indicatie kan dan enkel bediend
worden met de toetsen van het multifunctie-
stuurwiel*. Het aantal menu's dat weergegeven wordt op
het dis

play van het instrumentenpaneel vari-
eert naargelang de elektronica en uitvoering
van de wagen.
In een gespecialiseerde werkplaats kunnen
functies geprogrammeerd of gewijzigd wor-
den volgens de uitvoering van de wagen.
SEAT raadt u aan de Technische Dienst te
raadplegen.
Een aantal opties van het menu kan enkel ge-
raadpleegd worden wanneer het voertuig stil-
staat.
Zolang een waarschuwing met hoogste prio-
riteit 1 weergegeven wordt op het scherm,
kunnen de menu's niet getoond worden. Om
de menu's weer te geven, dient de waarschu-
wing bevestigd te worden met de toets OK .
Overzicht structuur van de menu's ■
Mu ltif

unctie-indicatie (MFA) ›››
pag. 28
■ Rijtijd
■ Actueel brandstofverbruik
■ Gemiddeld verbruik
■ Actieradius
■ Afgelegde afstand
■ Gemiddelde snelheid
■ Digitale indicatie van de snelheid
■ Digitale olietemperatuurmeter
■ Snelheidswaarschuwing ■
Audio ›››

brochure Radio of ››› brochure Na-
vigatiesysteem
■ Navigatie ››› brochure Navigatiesysteem
■ Telefoon ››› brochure Radio of ››› brochure
Navigatiesysteem
■ Interieurvoorverwarming ›››
 pag. 184
■ Activering
■ Programma On / Off
■ Uitschakelen
■ Timer 1-3
■ Dag
■ Tijd
■ Minuut
■ Activeren
■ Tijdsduur
■ Werkwijze
■ Verwarmen
■ Ventileren
■ Dag
■ Fabrieksinstellingen
■ Status wagen ››› pag. 28
■ Configuratie ››› pag. 30
■ Gegevens van de multifunctie-indicatie
■ Rijtijd
■ Actueel brandstofverbruik
■ Gemiddeld verbruik
■ Afgelegde afstand
■ Actieradius
■ Gemiddelde snelheid 26

Page 30 of 340

De essentie
● Al
s
er een melding of pictogram van de wa-
gen verschijnt, op de toets OK (
›››
afb
. 44 A o bien
›››
afb
. 45
) drukken.
● In geval van bediening met de ruitenwisser-
hendel:
de lijst van het hoofdmenu zal ver-
schijnen.
● In geval van bediening met het multifunc-
ties
tuurwiel: de lijst van het hoofdmenu zal
niet verschijnen. Om te bladeren tussen de
verschillende opties van het hoofdmenu,
drukt u verschillende malen op de pijltoet-
sen   of
 
› ››
p
ag. 28.
E

en submenu selecteren
● Duw de tuimelschakelaar ›››
afb. 44 B naar
bo v
en of
onderen, of draai aan het kartelwiel-
tje van het multifunctiestuurwiel tot de ge-
wenste optie van het menu aangeduid is.
● De aangeduide optie wordt weergegeven
tus
sen twee horizontale lijnen. Daarnaast
verschijnt aan de rechterzijde een driehoek .
● Om het submenu te selecteren, drukt u op
de toets OK .
In s
t

ellingen uitvoeren naargelang het menu
● De gewenste wijzigingen kunnen doorge-
voerd w
orden met behulp van de tuimelscha-
kelaar in de ruitenwisserhendel of het kartel-
wieltje van het multifunctiestuurwiel. Om de
waarden sneller te laten veranderen, houdt u
de tuimelschakelaar ingedrukt of draait u sneller aan het kartelwieltje (snel vooruit of
achteruit).

M

arkeer of bevestig de keuze met de
toets OK .
Hoofdmenu
MFA
Informatie en configuratiemogelijkhe-
den van de multifunctie-indicatie
(MFA).
››› pag. 28
Audio
Weergave van de zender, indien de ra-
dio aan staat.
Weergave van de cd die afgespeeld
wordt, in de cd-functie.
››› brochure Radio of ››› brochure navi-
gatiesysteem
Navigatie
Wanneer de navigatie naar de eindbe-
stemming actief is, worden de pijlen
voor de richtingswijziging en een balk-
je voor de nabijheid weergegeven. De
voorstelling is vergelijkbaar met de
symbolen weergegeven in het naviga-
tiesysteem.
Indien de navigatie naar de eindbe-
stemming uitgeschakeld is, worden de
rijrichting (kompas) en de naam van
de straat waardoor men rijdt weerge-
geven.
››› brochure Navigatiesysteem
Telefoon
Informatie en configuratiemogelijkhe-
den van de mobiele-telefoonvoorbe-
reiding.
››› brochure Radio of ››› brochure Navi-
gatiesysteem
Interieurvoor-
verwarming
Informatie en configuratiemogelijkhe-
den van de interieurvoorverwarming:
interieurvoorverwarming in- of uit-
schakelen. De duur en werkwijze se-
lecteren.
››› pag. 184
Status wagen
Actuele waarschuwings- of informatie-
teksten.
Deze optie verschijnt enkel indien een
van deze teksten beschikbaar is. Op
het scherm wordt het aantal beschik-
bare berichten weergegeven. Voor-
beeld 1/1 of 2/2.
››› pag. 103
Configuratie
Verschillende instellingsopties, zoals
de menu's Comfort, Licht & Zicht, als-
ook de tijd, snelheidswaarschuwing
met winterbanden, taal, meeteenhe-
den of "Indicator off".
››› pag. 30 Menu MFA
(multif
u
nctie-indicatie) De multifunctie-indicatie (MFA) is uitgerust
met
tw
ee aut

omatisch werkende geheugens:
1 - Deelgeheugen en 2 - Totaal geheugen .
Rechtsboven op het display wordt het op dat
moment weergegeven geheugen aangege-
ven. 28

Page 33 of 340

De essentieRuitbedie-
ning
Instelling van de ruitbediening: hiermee
kunnen alle ruiten geopend of gesloten
worden wanneer de wagen wordt ont-
grendeld respectievelijk vergrendeld.
De openingsfunctie kan enkel ingescha-
keld worden in het portier van de be-
stuurder
››› pag. 129.
Helling van
de achteruit-
kijkspiegelHelt de achteruitkijkspiegel van de bij-
rijder naar onderen wanneer in achteruit
geschakeld wordt. Zo kan bijvoorbeeld
de stoeprand waargenomen worden
››› pag. 142.
Regel. ach-
teruitkijk-
spiegelIndien de instelling gesynchroni-
seerd wordt geselecteerd, wordt bij het
aanpassen van de spiegel van de be-
stuurder ook die van de bijrijder afge-
steld.
Afstelling in
productieEen aantal functies van het submenu Comfort wordt terug op hun fabrieksin-
stelling gezet.
TerugHet menu Configuratie wordt op-
nieuw weergegeven. Submenu
Licht & zicht.
Coming Ho-
meHiermee kan ingesteld worden hoe lang
de lampen blijven branden na het ver-
grendelen of ontgrendelen van de wa-
gen, en kan deze functie in- of uitge-
schakeld worden ››› pag. 136.
Leaving Ho-
me
Licht voeten-
ruimte
Hiermee kan de intensiteit van de ver-
lichting in de voetenruimte met geopen-
de portieren aangepast worden, en kan
deze functie in- en uitgeschakeld wor-
den.
Comfortlich-
ten
De comfortlichten in- of uitschakelen.
Wanneer de comfortlichten zijn inge-
schakeld, knipperen deze lichten min-
stens drie keer bij het activeren van het
knipperlicht ››› pag. 133.
Afstelling in
productieAlle configuraties in het submenu
Licht & zicht worden terug op hun
fabrieksinstelling gezet.
Reislampen
Instelling van de lampen in landen waar
men aan de andere kant van de weg
rijdt. Bij het inschakelen van het merk,
worden de lampen van een wagen met
het stuur links ingesteld voor het rijden
aan de linkerzijde. Deze functie mag
slechts gedurende een korte tijd ge-
bruikt worden.
TerugHet menu Configuratie wordt op-
nieuw weergegeven. Persoonlijke comfortinstellingen
Wanneer twee personen dezelfde wagen de-
l
en, bev
eelt

SEAT aan dat elke persoon
steeds "zijn eigen" sleutel met afstandsbe-
diening gebruikt. Wanneer het contact wordt
uitgeschakeld of de wagen wordt vergren-
deld, worden de persoonlijke comfortinstel- lingen opgeslagen en automatisch toegewe-
zen aan de sl

eutel van de wagen ››› pag. 26.
De persoonlijke comfortinstellingen van de
volgende menu-opties worden toegewezen
aan de sleutel van de wagen:
■ Menu Interieurvoorverwarming
■ Menu Configuratie
■Tijd
■ Taal
■ Eenheden
■ Menu Comfortinstellingen
■ Openen van de portieren (individuele
opening, Auto Lock)
■ Comfortbediening van de ruiten
■ Helling achteruitkijkspiegel
■ Menu Instellingen licht & zicht.
■ Coming home en Leaving home
■ Licht voetenruimte
■ Comfortlichten
De opgeslagen instellingen worden automa-
tisch geactiveerd, pas bij het inschakelen van
het contact. Zie ook de informatie en advie-
zen met betrekking tot het geheugen van de
stoelen ›››
 pag. 149. 31

Page 39 of 340

De essentieToets, regelingAanvullende informatie. Handbediende elektrische airconditioning
››› afb. 51; Climatronic ››› afb. 52.
2 Ventilator

Handbediende elektrische airconditioning: stand 0: uitgeschakelde ventilator en airconditioning (handmatig), stand 4: maximale ventilatorsnelheid.
Climatronic: het vermogen van de ventilator wordt automatisch geregeld. Draai de knop om ook de ventilator handmatig te regelen.
3 LuchtverdelingHandbediende elektrische airconditioning: draai de regelknop continu om de luchtstroom naar de gewenste plek te leiden.
Climatronic: De luchtstroom wordt automatisch ingesteld op een comfortabele waarde. Deze kan ook handmatig worden ingeschakeld met de knop-
pen 3
.
4Climatronic: Schermweergave ingestelde temperatuur voor de linker- resp. rechterzijde. 
Handbediende elektrische airconditioning: ontwasemingsfunctie. De luchtstroom wordt naar de voorruit geleid. In deze stand wordt de luchtcircula-
tiefunctie automatisch uitgeschakeld of niet gestart. Verhoog het vermogen van de ventilator om de voorruit zo snel mogelijk te ontwasemen. Het
aircosysteem wordt automatisch ingeschakeld om de lucht te drogen.

Climatronic: ontwasemingsfunctie. De aangezogen buitenlucht wordt naar de voorruit geleid en de circulatiefunctie wordt automatisch uitgeschakeld.
Om de voorruit sneller te ontwasemen, wordt vocht onttrokken uit de lucht bij temperaturen boven ong. +3 °C (+38 °F) en draait de ventilator op
maximaal vermogen. 
De lucht wordt via de roosters in het dashboard naar het bovenlichaam geleid.

Luchtverdeling naar de voetenruimte.

Handbediende elektrische airconditioning: Luchtverdeling naar de voorruit en de voetenruimte.

Climatronic: Luchtverdeling naar boven.

Achterruitverwarming: Werkt enkel wanneer de motor draait en wordt automatisch uitgeschakeld na 10 minuten.

Handbediende elektrische airconditioning: Luchtcirculatie
››› pag. 183. 
Climatronic: handmatige en automatische luchtcirculatie
››› pag. 183 
Toets voor onmiddellijke inschakeling van de interieurvoorverwarming
››› pag. 184.  
Toets voor stoelverwarming
››› pag. 149.» 37

Page 47 of 340

De essentie
● Bew
ee
g de wagen 10 m zodat het afdicht-
middel wordt verdeeld in de band.
● Draai de vulslang van de compressor op-
nieuw op het
ventiel.
● Herhaal het proces voor het oppompen.
● Als ook dan de druk niet wordt bereikt, ver-
keert
de band in slechte staat. Zet de wagen
stil en roep de hulp in van gespecialiseerd
personeel.
● Sluit de luchtcompressor af. Draai de vul-
slan
g los van het bandventiel.
● Wanneer de bandenspanning tussen
2,0-2,5 bar ligt, rijdt
u verder met een snel-
heid onder 80 km/u (50 mph).
● Controleer de bandenspanning opnieuw na
10 minuten ››

›  pag. 88.

››› in Bandenafdichtset TMS (Tyre Mo-
bility System)* op pag. 86
››› pag. 86 Een wiel verwisselen
W ag
en

gereedschap Afb. 64
Onder de afdekking van de laadvloer
v an de b
ag

ageruimte: wagengereedschap. Adapter voor antidiefstalbouten
Sl
eepoog, k
an

vastgeschroefd worden
Wielsleutel
Krikhendel
Krik
Schroevendraaier met binnenzeskant in
de greep
Draadbeugel voor het lostrekken van de
naafdoppen of de doppen van de wiel-
bouten.
1 2
3
4
5
6
7 
››› in Plaats op pag. 84
›››
pag. 83 Integrale wieldop*
Afb. 65
De integrale wieldop uitbouwen. De integrale wieldop uitbouwen
● Neem de wielsleutel en de draadhaak van
het w
ag

engereedschap ›››
 pag. 83.
● Haak de draad in in een van de uitsparin-
gen v
an de wieldop.
● Steek de wielsleutel in de draadhaak
›››
afb. 65 en trek de wieldop in de pijlrich-
ting. » 45

Page 49 of 340

De essentie
Antidiefstalbouten losdraaien
Bij w iel
en met
integrale wieldop moet de an-
tidiefstalbout van het wiel in stand ››› afb. 68
2 of
3 zijn gedraaid. Anders kan de inte-
gr al
e w

ieldop niet worden gemonteerd.
● De adapter voor de antidiefstalbouten uit
het wag
engereedschap nemen.
● De adapter tot de aanslag op de antidief-
stal
bout schuiven.
● Zet de wielsleutel helemaal in de adapter.
● Pak de wielsleutel bij een uiteinde vast en
draai de bout c
irca één slag linksom ››› .
B el
an
grijke informatie over wielbouten
De velgen en wielbouten zijn ontworpen om
in de door de fabriek bepaalde combinatie te
worden gemonteerd. Bij elke aanpassing aan
andere velgen de erbij behorende wielbouten
met de juiste lengte en vorm gebruiken. De
bevestiging van de wielen en de werking van
het remsysteem hangt daarvan af.
In bepaalde omstandigheden dient u niet de
wielbouten van hetzelfde model te gebrui-
ken.
Aanhaalmoment van de wielbouten
Het voorgeschreven aanhaalmoment van de
wielbouten voor stalen en lichtmetalen vel-
gen is 140 Nm. Nadat u een band hebt ver-
vangen, controleer onmiddellijk het aanhaal- moment van de wielbouten met een betrouw-
bare moments

leutel.
Als de wielbouten verroest zijn en het kost
moeite om ze erin te draaien, de bouten ver-
vangen en de schroefdraad schoonmaken al-
vorens het aanhaalmoment te controleren .
Nooit de wielbouten of steken van de
schroefdraad op de wielnaaf smeren of er
olie op aanbrengen. Hoewel ze met het voor-
geschreven aanhaalmoment zijn aangetrok-
ken, kunnen ze onder het rijden losdraaien. ATTENTIE
Als de wielbouten niet goed zijn aangebracht,
ku nnen

ze onder het rijden losdraaien waar-
door u de controle over de wagen verliest; dit
kan aanzienlijke schade of letsel tot gevolg
hebben.
● Uitsluitend de bouten van de overeenkom-
stige
velg gebruiken.
● Nooit verschillende wielbouten gebruiken.
● De bouten en schroefdraden moeten
schoon
zijn, vrij van olie en vet, en de bouten
moeten er gemakkelijk in te draaien zijn.
● Voor het los- of aandraaien van de wielbou-
ten altijd en uit
sluitend de wielsleutel gebrui-
ken die standaard bij de wagen is meegele-
verd.
● Wielbouten ongeveer één slag losdraaien
voord
at de wagen wordt opgekrikt.
● Nooit de wielbouten of steken van de
schr
oefdraad op de wielnaaf smeren of er olie op aanbrengen. Hoewel ze met het voorge-
sc
hr

even aanhaalmoment zijn aangetrokken,
kunnen ze onder het rijden losdraaien.
● De schroefverbindingen van velgen met ge-
schr
oefde velgring nooit losdraaien.
● Als wielbouten met een lager aanhaalmo-
ment wor
den vastgezet, kunnen ze onder het
rijden losdraaien; de bouten en velgen kun-
nen zelfs loskomen. Door een te groot aan-
haalmoment kan de wielbout resp. de
schroefdraad worden beschadigd. 47

Page:   1-10 11-20 21-30 31-40 41-50 ... 140 next >