light Seat Alhambra 2017 Handleiding (in Dutch)

Page 35 of 340

De essentie
Trap het rempedaal in!
Schake-
len
››› pag.
200
Remmen
››› pag.
194 
Generator defect.›››
pag.
296 Gele lampjes

Remblokken voor versleten.
›››
pag.
194 
brandt: ESC defect of uitgescha-
keld.
knippert: ESC actief.

ASR handmatig buiten werking
gesteld.

Storing in ABS, of werkt niet.

Storing in elektronische parkeer-
rem.›››
pag.
194 
Mistachterlicht aan.›››
pag.
133 
brandt: Rijlicht geheel of gedeel-
telijk defect.›››
pag.
93
knippert: Storing in het systeem
van de bochtenverlichting.››› pag.
133 
brandt of knippert
: storing in uit-
laatgascontrolesysteem.
››› pag.
208 
brandt: voorverwarmen van de
dieselmotor.
knippert: storing in het diesel-
motormanagement.

Storing in het benzinemotorma-
nagement.

Roetfilter verstopt.

storing in stuurinrichting.›››
pag.
188 
Bandenspanning te laag.›››
pag.
300
Storing in indicator bandenspan-
ning.››› pag.
243 
Het vloeistofpeil voor het wassen
van de spiegels is te laag.›››
pag.
140 
Brandstoftank bijna leeg.›››
pag.
276 
knippert: motoroliesysteem de-
fect.›››
pag.
287
brandt: motoroliepeil te laag. 
Storing in het systeem van air-
bags en gordelspanners.›››
pag.
73 

De voorairbag van de bijrijder is
uitgeschakeld (  
 ).
››› pag.
73 
"AdBlue" bijvullen, of er is een
storing in het "AdBlue"-systeem.›››
pag.
281 
De benzinetank is niet goed ge-
sloten.›››
pag.
276 
De rijstrookassistent (Lane As-
sist) is ingeschakeld, maar niet
actief.›››
pag.
231 Andere controlelampjes

Linker of rechter knipperlicht.›››
pag.
133
Alarmlichten aan.››› pag.
83 
Trap het rempedaal in!
Schakelen
››› pag.
200
Remmen
››› pag.
194 
Snelheidsregelsysteem actief.›››
pag.
229 
de rijstrookassistent (Lane As-
sist) is ingeschakeld en actief.›››
pag.
231 
Grootlicht aan of grootlichtsig-
naal in werking gesteld.
›››
pag.
133 
Grootlichtregeling (Light Assist)
ingeschakeld.

Elektronische wegrijblokkering
actief.›››
pag.
190» 33

Page 135 of 340

Lichten en zicht
Lichten en zicht
Lic ht
en
C
ontrolelampjes 
Springt aan
Rijlicht geheel of ge-
deeltelijk defect.
Vervang het betreffende lampje
››› pag. 93.
Als alle lampjes correct zijn,
wendt u zich dan tot een gespe-
cialiseerde werkplaats, indien
nodig.
Storing van de boch-
tenverlichting.››› pag. 135. 
Knippert
Storing in het sys-
teem van de bochten-
verlichting.Raadpleeg een gespecialiseer-
de werkplaats
››› pag. 134. 
Springt aan
Mistachterlicht aan.›››
pag. 24. 
Springt aan
Mistlampen aan.›››
pag. 24. 
Springt aan
Linker of rechter
knipperlicht.
Het controlelampje
knippert twee keer zo
snel wanneer er een
storing in een van de
knipperlichten van
de wagen of de aan-
hangwagen is.
Controleer, indien nodig, de
verlichting van de wagen en
van de aanhangwagen.

Springt aan
Grootlicht aan of
grootlichtsignaal in
werking gesteld.›››
pag. 134. 
Springt aan
Grootlichtregeling
(Light Assist) inge-
schakeld.›››
pag. 134. Wanneer het contact wordt ingeschakeld,
g
aan sommig
e c

ontrole- en waarschuwings-
lampjes enkele seconden aan terwijl ze een
werkingscontrole uitvoeren. Na enkele secon-
den gaan de lampjes uit. ATTENTIE
Veiligheidsaanwijzingen ›››
in Controle- en
waar s
chuwingslampjes op pag. 108 in acht
nemen. Lichten in- en uitschakelen
Lees aandachtig de aanvullende informatie
›› ›

 pag. 24
De bestaande wettelijke verlichtingsvoor-
schriften voor elk land moeten in acht wor-
den genomen.
De bestuurder is altijd verantwoordelijk voor
de juiste afstelling van de koplampen en het
voeren van de juiste verlichting.
Bij wagens die standaard met een trekhaak
zijn uitgerust: als de aanhangwagen elek-
trisch aangesloten is en voorzien is van een
mistachterlicht, wordt dit bij de wagen auto-
matisch uitgeschakeld.
Geluidssignalen om te waarschuwen dat de
lichten niet uit zijn
Wanneer de autosleutel niet in het contact-
slot zit en het bestuurdersportier open is,
hoort u enkele geluidssignalen in de onder-
staande gevallen: hierdoor wordt u eraan
herinnerd dat de lichten nog uitgezet moeten
worden.
● Wanneer het parkeerlicht ingeschakeld is
›› ›

pag. 134.
● Als de lichtschakelaar in stand  staat

133
Technische gegevens
Aanwijzingen
Bedienen
Noodgevallen
Veiligheid

Page 137 of 340

Lichten en zichtAutomatisch inschake-
lenAutomatisch uitscha-
kelen of omschakelen
op dagrijlicht
De lichtsensor detecteert
dat het
donker wordt, bij-
voorbeeld bij het inrijden
van een tunnel.Wanneer voldoende licht
wordt gedetecteerd.
De regensensor detecteert
de neerslag en schakelt de
achterruitwisser in.Wanneer de achterruitwis-
ser niet ingeschakeld
wordt na enkele minuten. Dynamisch bochtenlicht (AFS)
D
e dy
n

amische bochtenverlichting werkt al-
leen wanneer het dimlicht is ingeschakeld en
bij een snelheid van meer dan 10 km/u (6
mph). In bochten zorgen de automatisch
meedraaiende koplampen voor een betere
verlichting van de weg.
Het dynamische bochtenlicht kan vanuit het
infotainmentsysteem geactiveerd of gedeac-
tiveerd worden.
Statisch bochtenlicht
Bij langzaam draaien om van richting te ver-
anderen of in zeer scherpe bochten gaan au-
tomatisch de geïntegreerde bochtenlichten
aan. De dynamische bochtenverlichting werkt
alleen bij een snelheid lager dan 40 km/u
(25 mph). Het statische bochtenlicht kan, afhankelijk
van de uitrus

ting, in de mistkoplampen of ko-
plampen geïntegreerd zijn. ATTENTIE
Als de weg slecht verlicht is en andere weg-
ge bruik

ers de wagen niet of slecht kunnen
zien, kan dit tot ongevallen leiden.
● De automatische rijlichtregeling ()
sch
akelt het dimlicht alleen in bij verandering
van de lichtsterkte, maar niet bij mist bijvoor-
beeld.
● U mag nooit met dagrijlicht rijden als de
weg s
lecht verlicht is vanwege de weersom-
standigheden of als het het donker is. De
dagrijverlichting levert onvoldoende licht om
de weg goed te verlichten of om goed zicht-
baar te zijn voor andere weggebruikers.
● De achterlichten worden bij het dagrijlicht
niet ing
eschakeld. Een wagen zonder inge-
schakelde achterlichten is 's nachts, bij regen
of bij slecht zicht voor achteropkomend ver-
keer niet zichtbaar. Grootlichtregeling
Grootlichtregeling (Light Assist)
D
e gr
ootlic

htregeling schakelt het grootlicht
automatisch in en uit, afhankelijk van de om-
gevings- en de rijomstandigheden en de
snelheid binnen de beperkingen van het sys-
teem ››› . De regeling maakt gebruik vaneen sensor aan de binnenkant van de voor-
ruit, bo
v
en de b

innenspiegel.
De automatische grootlichtregeling schakelt
het grootlicht automatisch in, afhankelijk van
de voor- en tegenliggers die aanwezig zijn en
de omgevings- en rijomstandigheden vanaf
een snelheid van ong. 60 km/u (37 mph) en
schakelt deze weer uit bij een snelheid lager
dan ong. 30 km/u (18 mph).
In- en uitschakelen
Handeling
Inscha-
kelen:– Zorg dat het contact aan staat, draai de
lichtschakelaar in stand  en zet de knip-
perlicht- en grootlichthendel in de stand van
het grootlicht ››› pag. 134. Als de (automati-
sche) grootlichtregeling geactiveerd is, gaat
op het display van het instrumentenpaneel
het controlelampje
 branden.
Uitscha-
kelen:- Contact uitschakelen.
– OF: draai de lichtschakelaar naar een an-
dere stand dan
 ››› pag. 133.
– OF: zet de knipperlicht- en grootlichthen-
del in de stand van het grootlichtsignaal of
het grootlicht ››› pag. 134. Onder de volgende omstandigheden kan het
g
e
beur

en dat het grootlicht niet of niet tijdig
wordt uitgeschakeld:
● Op slecht verlichte wegen met veel reflecte-
rende sign
alen.
● Bij weggebruikers met onvoldoende ver-
lichting, b
ijv. voetgangers of fietsers. »
135
Technische gegevens
Aanwijzingen
Bedienen
Noodgevallen
Veiligheid