ABS YAMAHA NMAX 150 2018 Instructieboekje (in Dutch)

Page 5 of 94

Inhoudsopgave
Veilig heidsinformatie ........................1-1
Andere aandachtspunten voor
veilig rijden ...................................1-5
Beschrijvin g.......................................2-1
Aanzicht linkerzijde..........................2-1
Aanzicht rechterzijde .......................2-2
Bedieningen en instrumenten .........2-3
Functies van instrumenten en
b ed ienin gselementen .......................3-1
Contactslot/stuurslot.......................3-1
Afdekplaatje van het sleutelgat .......3-2
Controlelampjes en waarschu- wingslampjes ...............................3-3
Multifunctionele meter.....................3-4
Stuurschakelaars.............................3-9
Voorremhendel ..............................3-10
Achterremhendel ...........................3-11
ABS ...............................................3-11
Tankdop ........................................3-12
Brandstof.......................................3-13
Tankoverloopslang ........................3-15
Uitlaatkatalysator ..........................3-15
Zadel .............................................3-16
Opbergcompartimenten ................3-16
Zijstandaard ..................................3-17
Startspersysteem ..........................3-18
Voor uw veili ghei d – controles
voor het rijd en...................................4-1
Ge bruik en belan grijke
rij-informatie ......................................5-1
Starten van de motor ......................5-1
Wegrijden ........................................5-2
Sneller en langzamer rijden .............5-3
Remmen ..........................................5-3
Tips voor een zuinig
brandstofverbruik.........................5-4
Inrijperiode ......................................5-4
Parkeren ..........................................5-5
Perio diek on derhou d en
afstellin g............................................6-1
Boordgereedschapsset ...................6-2 Periodiek onderhoudsschema
van het
uitstootcontrolesysteem .............. 6-3
Algemeen smeer- en onderhoudsschema..................... 6-4
Panelen verwijderen en aanbrengen ................................. 6-7
De bougie controleren .................... 6-9
Motorolie en olie-aanzuigzeef ....... 6-10
Eindoverbrengingsolie .................. 6-12
Koelvloeistof ................................. 6-13
Luchtfilterelementen van
luchtfilter en
V-snaarbehuizing....................... 6-17
De vrije slag van de gasgreep controleren ................................ 6-19
Klepspeling ................................... 6-20
Banden ......................................... 6-20
Gietwielen ..................................... 6-22
Vrije slag van voor- en
achterremhendel controleren .... 6-23
Controleren van voor- en achterremblokken...................... 6-23
Controleren van remvloeistofniveau .................... 6-24
Remvloeistof verversen ................ 6-25
De V-snaar controleren ................. 6-26
Kabels controleren en smeren ...... 6-26
Controleren en smeren van
gasgreep en gaskabel ............... 6-27
Smeren van voor- en achterremhendels ...................... 6-27
Middenbok en zijstandaard controleren en smeren .............. 6-28
Voorvork controleren .................... 6-28
Stuursysteem controleren............. 6-29
Cont

roleren van wiellagers ........... 6-29
Accu .............................................. 6-30
De zekeringen vervangen ............. 6-31
Koplamp ....................................... 6-33
Parkeerlichtgloeilamp
vervangen .................................. 6-33
Remlicht ........................................ 6-34
Achterlichtgloeilamp vervangen.... 6-35
Gloeilamp in voorste richtingaanwijzer vervangen ...... 6-37
UBV3D0D0.book Page 1 Thursday, October 13, 2016 1:54 PM

Page 17 of 94

Functies van instrumenten en bed ienin gselementen
3-3
3
DAU4939C
Controlelampjes en waarschu-
win gslampjes
DAU11032Controlelampjes
richtin gaanwijzers “ ” en “ ”
Elk controlelampje gaat knipperen wanneer
de bijbehorende richtingaanwijzer knippert.
DAU11081Controlelampje grootlicht “ ”
Dit controlelampje brandt terwijl de kop-
lamp is ingeschakeld voor grootlicht.
DAU67441Waarschuwin gslampje
koelvloeistoftemperatuur “ ”
Dit waarschuwingslampje gaat branden als
de motor oververhit raakt. Zet in zo’n geval
de motor onmiddellijk af en geef deze de
tijd om af te koelen.
Het elektrische circuit van het waarschu-
wingslampje kan worden gecontroleerd
door het contactslot in te schakelen. Het
waarschuwingslampje moet enkele secon-
den oplichten en dan uitgaan. Als het waarschuwingslampje niet oplicht
wanneer u het contactslot inschakelt of als
het waarschuwingslampje blijft branden,
laat het elektrische circuit dan controleren
door een Yamaha dealer.
LET OP
DCA10022
Laat
de motor niet draaien terwijl deze
oververhit is.
OPMERKING
Als de motor oververhit raakt, staan op pa-
gina 6-41 nadere instructies vermeld.
DAU73171Waarschuwin gslampje
motorstorin g“”
Dit waarschuwingslampje gaat branden als
er een storing wordt gedetecteerd in de
motor of een ander regelsysteem van de
machine. Vraag in dat geval een Yamaha
dealer het boorddiagnosesysteem te con-
troleren.
Het elektrisch circuit voor het waarschu-
wingslampje controleert u door de sleutel
naar “ON” te draaien. Het waarschu-
wingslampje moet enkele seconden oplich-
ten en dan uitgaan.
Als het waarschuwingslampje niet gaat
branden wanneer de sleutel naar “ON”
wordt gedraaid of blijft branden, vraag dan
uw Yamaha dealer om de machine na te
zien.
DAUU1810ABS-waarschuwin gslampje “ ”
Onder normale omstandigheden gaat het
ABS-waarschuwingslampje branden als de
sleutel naar “ON” wordt gedraaid en uit als
met een snelheid van 10 km/h (6 mi/h) of
hoger wordt gereden.
Als het ABS-waarschuwingslampje: z niet gaat branden wanneer de sleutel
naar “ON” wordt gedraaid
z gaat branden of knipperen tijdens het
rijden
1. Controlelampje rechter
richtingaanwijzers “ ”
2. Controlelampje grootlicht “ ”
3. Waarschuwingslampje koelvloeistoftemperatuur “ ”
4. ABS-waarschuwingslampje “ ”
5. Waarschuwingslampje motorstoring “ ”
6. Controlelampje linker richtingaanwijzers “ ”
6
5
4
1
2
3
ABS
ABS
UBV3D0D0.book Page 3 Thursday, October 13, 2016 1:54 PM

Page 18 of 94

Functies van instrumenten en bed iening selementen
3-4
3
zniet uitgaat wanneer met een snelheid
van 10 km/h (6 mi/h) of hoger wordt
gereden
Werkt het ABS-systeem mogelijk niet goed.
Vraag als een van de bovenstaande geval-
len zich voordoet zo snel mogelijk een
Yamaha dealer het systeem te controleren. (Zie pagina 3-11 voor uitleg over de wer-
king van het ABS-systeem.)
WAARSCHUWING
DWA16041
Als het ABS-waarschuwin gslampje niet
uit gaat zo dra met een snelhei d van 10
km/h (6 mi/h) of ho ger wor dt g ere den, of
als het waarschuwin gslampje tij dens
het rij den gaat bran den of knipperen,
keert het remsysteem teru g naar con-
ventioneel remmen. Als een van d e bo-
venstaan de gevallen zich voor doet, of
als het waarschuwin gslampje helemaal
niet gaat bran den, rij dan extra voorzich-
ti g om te voorkomen dat de remmen in
noo dsituaties blokkeren. Laat het rem-
systeem en de elektrische circuits zo
snel mo gelijk door een Yamaha d ealer
controleren.
OPMERKING
Het ABS-waarschuwingslampje kan gaan
branden wanneer er gas wordt gegeven
terwijl de machine op de middenbok staat.
Er is dan echter geen sprake van een sto-
ring.
DAUN0983
Multifunctionele meter
WAARSCHUWING
DWA12423
Zor g d at de machine stilstaat voor dat u
wijzi gin gen in de instellin gen van d e
multifunctionele meter g aat aanbren-
g en. Het aan bren gen van wijzi gin gen tij-
d ens het rij den kan u aflei den en
ver groot het risico op een on geval.
De multifunctionele me ter biedt de volgen-
de voorzieningen:
z een snelheidsmeter
z een klok
z een brandstofniveaumeter
z een meter voor het huidige brandstof-
verbruik
z een multifunctioneel display
OPMERKING
zVergeet niet de sleutel naar “ON” te
draaien voordat u de “SELECT”- en
“RESET”-toets gebruikt.
z Voor Verenigd Koninkrijk: Om te wis-
selen tussen de kilometer- en mijlen-
weergave van de snelheidsmeter,
houdt u de “SELECT”-toets een se-
1. Brandstofniveaumeter
2. Klok
3. Snelheidsmeter
4. Meter voor het huidige brandstofverbruik
5. “RESET”-toets
6. Multifunctioneel display
7. “SELECT”-toets
2314
675
UBV3D0D0.book Page 4 Thursday, October 13, 2016 1:54 PM

Page 25 of 94

Functies van instrumenten en bed ienin gselementen
3-11
3
DAU12952
Achterremhen del
De achterremhendel bevindt zich aan de
linkerzijde van het stuur. Trek deze hendel
naar het stuur toe om de achterrem te be-
krachtigen.
DAU66680
ABS
Het Yamaha ABS (anti-blokkeervoorziening
remsysteem) bestaat uit een dubbel uitge-
voerd elektronisch regelsysteem dat de
voorrem en achterrem onafhankelijk aan-
stuurt.
Gebruik de remmen met ABS net zoals
conventionele remmen. Bij activering van
het ABS-systeem kan een pulsatie worden
gevoeld in de remhendels. Ga in dat geval
door met remmen en laat het ABS-systeem
het werk doen. Ga niet “pompend” rem-
men, dit vermindert de remeffectiviteit.
WAARSCHUWING
DWA16051
Hou d altij d een veili ge afstan d tot voor-
li ggers, zelfs als uw voertui g is uit gerust
met ABS.
z Het ABS-systeem functioneert het
effectiefst over lan ge remwe gen.
z Op bepaal de oppervlakken, zoals
slechte weg en of grin dwe gen, kan
d e remafstan d met het ABS-sy-
steem lan ger zijn dan zon der ABS-
systeem.
Het ABS-systeem wordt bewaakt door een
ECU die het systeem bij een storing laat te-
rugkeren naar conventioneel remmen.
OPMERKING
z Het ABS-systeem voert een zelfdiag-
nosetest uit telkens nadat de sleutel
op “ON” is gezet en het voertuig rijdt
met een snelheid van 10 km/h (6 mi/h)
of hoger. Tijdens deze test hoort u een
“klikkend” geluid aan de voorkant van
het voertuig en wanneer u een rem-
hendel licht aantrekt, voelt u eventueel
een trilling in de hendel. Dit is normaal.
z Dit ABS-systeem is uitgerust met een
testfunctie, waarbij de bestuurder pul-
saties kan voelen in de rembediening
1. Achterremhendel
1
UBV3D0D0.book Page 11 Thursday, October 13, 2016 1:54 PM

Page 26 of 94

Functies van instrumenten en bed iening selementen
3-12
3
terwijl ABS actief is. Er is echter speci-
aal gereedschap vereist, dus neem
contact op met uw Yamaha dealer.
LET OP
DCA20100
Let op d at de wielsensor en d e rotor van
d e wielsensor niet bescha digd raken,
an ders kan het ABS-systeem niet meer
naar behoren werken.
DAU66690
Tank dop
Om de tank dop te verwij deren
Open het slotplaatje op de tankdop, steek
de sleutel in het slot en draai hem dan 1/4
slag rechtsom. Het slot wordt ontgrendeld
en de tankdop kan worden verwijderd.
Om de tank dop aan te bren gen
1. Breng de tankdop aan in de vulope- ning van de brandstoftank, met de
sleutel in het slot en met het “ ”-
merkteken naar voren toe.
2. Draai de sleutel linksom naar de oor- spronkelijke positie, neem hem uit en
sluit dan het slotplaatje.
1. Voorwielsensor
2. Opneemring voorwielsensor
1. Achterwielsensor
2. Opneemring achterwielsensor
2
1
1
2
1. Slotplaatje tankdop
2. Vergrendelen.
3. Ontgrendelen.
1. “ ”-merkteken
1 2
3
1
UBV3D0D0.book Page 12 Thursday, October 13, 2016 1:54 PM

Page 36 of 94

Gebruik en belan grijke rij-informatie
5-1
5
DAU15952
Lees de gebruikershandleiding zorgvuldig
door om u vertrouwd te maken met alle be-
dieningselementen. Als u de werking van
een functie of bedieningselement niet be-
grijpt, vraag dan uw Yamaha dealer om uit-
leg.
WAARSCHUWING
DWA10272
Een onvol doen de vertrouw dhei d met de
b ed ienin gselementen kan lei den tot ver-
lies van de controle, met mo gelijk een
on geval of letsel tot gevol g.
DAU66721
Starten van de motor
LET OP
DCA10251
Zie pa gina 5-4 voor instructies over het
inrij den van d e motor alvorens d e machi-
ne in g eb ruik wor dt genomen.
Het startblokkeringssysteem staat starten
alleen toe als de zijstandaard is opgetrok-
ken.
Zie pagina 3-18 voor meer informatie.
1. Zet het contact aan. zDe waarschuwingslampjes voor
motorstoring en de koelvloeistof-
temperatuur moeten enkele se-
conden oplichten en daarna
weer uitgaan.
z Het ABS-waarschuwingslampje
moet gaan branden en aan blij-
ven tot de machine een snelheid
van 10 km/h (6 mi/h) bereikt.
LET OP
DCA15486
Als een waarschuwing slampje niet gaat
b ran den wanneer het contactslot wor dt
in geschakel d of wanneer een waarschu-
win gslampje niet dooft, zie dan pa gina
3-3 voor een controle van het circuit van
het betreffen de waarschuwin gslampje.
2. Sluit de gasklep volledig.
3. Druk op de startknop terwijl de voor-
of achterrem wordt bediend.
Als de motor niet wil starten, laat dan
de startknop los, wacht een paar se-
conden en probeer het dan opnieuw.
Iedere startpoging moet zo kort mo-
gelijk duren om de accu te sparen.
Laat de startmotor nooit langer dan 10
seconden achtereen draaien.
UBV3D0D0.book Page 1 Thursday, October 13, 2016 1:54 PM

Page 65 of 94

Periodiek on derhou d en afstellin g
6-25
6
zBij een te laa g remvloeistofniveau
kan lucht b innendrin gen in het rem-
systeem, waar door de rempresta-
ties afnemen.
z Reini g de reservoir dop alvorens
d eze te verwij deren. Ge bruik uit-
sluiten d DOT 4 remvloeistof uit een
onaan geb roken verpakkin g.
z Gebruik uitsluiten d d e aan bevolen
remvloeistof, an ders kunnen de
ru bberaf dichtin gen bescha digd ra-
ken met lekka ge tot g evolg.
z Vul bij met hetzelf de type remvloei-
stof. Toevoe gin g van een an der
type remvloeistof d an DOT 4 kan re-
sulteren in een scha delijke chemi-
sche reactie.
z Pas op en zor g d at tij den
s het b ij-
vullen geen water of stof het rem-
vloeistofreservoir binnen drin gen.
Water zal het kookpunt van de rem-
vloeistof aanzienlijk verla gen zo dat
d amp belvormin g kan optre den en
vuil de hy draulisch bed ien de klep-
pen van d e ABS eenhei d kan ver-
stoppen.
LET OP
DCA17641
Remvloeistof kan g elakte of kunststof
on der delen beschad ig en. Vee g g emors-
te remvloeistof stee ds direct af.
Naarmate de remblokke n afslijten, zal het
remvloeistofniveau geleidelijk verder dalen.
Een laag remvloeistofniveau kan duiden op
versleten remblokken en /of lekkage in het
remsysteem. Controleer daarom de rem-
blokken op slijtage en het remsysteem op
lekkage. Vraag als het remvloeistofniveau
plotseling sterk is gedaald een Yamaha
dealer om een inspectie alvorens verder te
rijden.
DAU22733
Remvloeistof verversen
Vraag een Yamaha dealer de remvloeistof
te verversen volgens de intervalperioden
voorgeschreven in het periodieke smeer-
en onderhoudsschema. Laat bovendien de
oliekeerringen van de hoofdremcilinders,
de remklauwen en de remslangen vervan-
gen volgens de intervalperioden of wan-
neer ze lek of beschadigd zijn. z Vloeistofafdichtingen: Vervang elke
twee jaar.
z Remslangen: Vervang elke vier jaar.
UBV3D0D0.book Page 25 Thursday, October 13, 2016 1:54 PM

Page 71 of 94

Periodiek on derhou d en afstellin g
6-31
6
4. Controleer na installatie of de accuka-
bels correct zijn aangesloten op de
accupolen.
LET OP
DCA16531
Hou d d e accu steed s opgelad en. Stallen
van een ontla den accu kan lei den tot
permanente accuscha de.
DAU66795
De zekerin gen vervan gen
De zekeringskastjes met de zekeringen
voor afzonderlijke circuits bevinden zich
onder het zadel. (Zie pagina 3-16.)
Vervang een zekering als volgt als deze is
doorgebrand.
1. Schakel het betreffende elektrische circuit uit, en schakel dan het contact-
slot uit.
2. Open het zadel. (Zie pagina 3-16.)
3. Verwijder de accukap door de schroe- ven los te halen.
1. Zekeringenkastje
1. Hoofdzekering 1
2. Zekering van de ABS-solenoïdeklep
3. Hoofdzekering 2
4. Zekering achterlichtcircuit
5. Zekering signaleringssysteem
6. Zekering ABS-regeleenheid
7. Zekering ABS-motor
8. Reservezekering
1
123456
78
UBV3D0D0.book Page 31 Thursday, October 13, 2016 1:54 PM

Page 72 of 94

Periodiek on derhou d en afstelling
6-32
6
4. Verwijder de doorgebrande zekering
en breng een nieuwe zekering met de
voorgeschreven ampèrewaarde aan.
WAARSCHUWING! Ge bruik geen
zekerin gen met een ho gere ampe-
ra ge dan aan bevolen om ernsti ge
scha de aan het elektrische systeem
en mo gelijk bran d te voorkomen.
[DWA15132]
5. Schakel het contactslot in, en schakel
dan het betreffende elektrische circuit
in om te zien of de apparatuur werkt.
OPMERKING
Als de zekering direct opnieuw doorbrandt,
vraag dan een Yamaha dealer het elek-
trisch systeem te controleren.
6. Monteer de accukap door de schroe-ven aan te brengen.
7. Sluit het zadel.
1. Accukap
2. Schroef
Voor geschreven zekerin gen:
Hoofdzekering:
15.0 A
Hoofdzekering 2: 7.5 A
Zekering achterlichtcircuit: 7.5 A
Zekering signaleringssysteem:
7.5 A
Zekering ABS-motor: 30.0 A
Zekering van de ABS-solenoïde-
klep: 15.0 A
Zekering ABS-regeleenheid: 7.5 A
1
2
UBV3D0D0.book Page 32 Thursday, October 13, 2016 1:54 PM

Page 84 of 94

Onderhou d en stallin g van de scooter
7-3
7
De kuipruit reinigen
Vermijd alkalische of zuurhoudende reini-
gingsmiddelen, benzine, remvloeistof of
enig ander oplosmiddel. Reinig het wind-
scherm met een doek of spons die is be-
vochtigd met een neut raal reinigingsmiddel
en was het vervolgens grondig af met wa-
ter. Gebruik voor extra reiniging Yamaha
reinigingsmiddel voor windschermen of
een ander hoogwaardig reinigingsproduct.
Sommige kunststofreinigers kunnen kras-
sen achterlaten op het windscherm. Test
dergelijke producten eerst op een deel van
het windscherm dat uw zicht niet beïn-
vloedt.
Na reini gin g
1. Droog de scooter met een zeemleren
lap of een vochtabsorberende doek.
2. Gebruik een chroompolish om ver- chroomde, aluminium en roestvrijsta-
len delen te doen glanzen, ook het
uitlaatsysteem. (Zelfs thermische ver-
kleuringen op roestvrijstalen uitlaatsy-
stemen kunnen door oppoetsen
worden verwijderd.)
3. Het is aan te bevelen om met een
spuitbus een corrosiewerend middel
aan te brengen op alle metalen delen,
ook op verchroomde en vernikkelde
componenten, om zo corrosie te voor-
komen.
4. Gebruik oliespray als universeel
schoonmaakmiddel om nog achter-
gebleven vuil te verwijderen.
5. Werk kleine lakbeschadigingen door
steenslag e.d. bij.
6. Zet alle gelakte oppervlakken in de was.
7. Laat de scooter volledig drogen alvo- rens te stallen of af te dekken.
WAARSCHUWING
DWA10943
Verontreini gin g van d e remmen of ban-
d en kan lei den tot verlies van de controle
over de machine. z
Controleer of er g een olie of was op
d e remmen of ban den zit. Reini g d e
remschijven en remvoerin gen in-
d ien no dig met een normale rem-
schijfreinig er of aceton en spoel de
b an den schoon met lauw water en
een mil d reini gin gsmi ddel.
z Test voor u de scooter in geb ruik
neemt eerst d e remwerking en het
we gge dra g in b ochten.
LET OP
DCAU0022
zBren g een gerin ge hoeveelhei d
oliespray en was aan en verwij der
overtolli ge hoeveelhe den.
z Bren g nooit olie of was aan op ru b-
b er on der delen, kunststof on der de-
len of lenzen van koplamp,
achterlicht en meter, maar behan-
d el deze met een daartoe bestem d
verzor gin gsmi ddel.
z Vermij d het g eb ruik van schuren de
poetsmi ddelen, deze tasten de lak
aan.
OPMERKING
z Vraag een Yamaha dealer om advies
over de te gebruiken producten.
z Door wassen, regenachtig weer of een
vochtig klimaat kan de koplamplens
beslagen raken. Inschakelen van de
koplamp gedurende een korte periode
zal helpen bij de verwijdering van het
vocht.
UBV3D0D0.book Page 3 Thursday, October 13, 2016 1:54 PM

Page:   1-10 11-20 next >