koppeling YAMAHA XJR 1300 2002 Instructieboekje (in Dutch)

Page 12 of 102

2-1
2
DAU00026
2-BESCHRIJVING Aanzicht linkerzijde1. Reservoir koppelingsvloeistof (pagina 6-20)
2. Brandstofkraan (pagina 3-10)
3. Stelringen veervoorspanning schokdemperunit (pagina 3-15)
4. Bagageriembevestiging (pagina 3-16)
5. Helmbevestigingzadelslot (pagina 3-12/pagina 3-11)
6. Gasklepstelschroef (pagina 6-13)
7. Schakelpedaal (pagina 3-6)
8. Oliefilterelement (pagina 6-8)
9. Aftapplug motorolie (pagina 6-8)
D_5ea.book Page 1 Tuesday, October 2, 2001 4:14 PM

Page 14 of 102

BESCHRIJVING
2-3
2
Schakelaars en instrumenten 1. Koppelingshendel (pagina 3-5)
2. Schakelaargroep linkerstuurgreep (pagina 3-4)
3. Chokehendel (pagina 3-11)
4. Snelheidsmeterunit (pagina 3-3)
5. Brandstofniveaumeter (pagina 3-3)
6. Toerenteller (pagina 3-3)7. Schakelaargroep rechterstuurgreep (pagina 3-5)
8. Remhendel (pagina 3-7)
9. Gasgreep (pagina 6-13)
10. Contactslot/stuurslot-unit (pagina 3-1)
D_5ea.book Page 3 Tuesday, October 2, 2001 4:14 PM

Page 15 of 102

FUNCTIES VAN INSTRUMENTEN EN BEDIENINGEN
3
Contactslot/stuurslot-unit ..................................... 3-1
Controlelampjes en waarschuwingslampjes ....... 3-2
Snelheidsmeterunit .............................................. 3-3
Toerenteller .......................................................... 3-3
Brandstofniveaumeter .......................................... 3-3
Antidiefstal-alarm (optie) ...................................... 3-4
Stuurschakelaars ................................................. 3-4
Koppelingshendel ................................................ 3-5
Schakelpedaal ..................................................... 3-6
Remhendel .......................................................... 3-7
Rempedaal .......................................................... 3-7
Vuldop brandstoftank ........................................... 3-8
Brandstof ............................................................. 3-9Tankbeluchtingsslang ........................................ 3-10
Brandstofkraan .................................................. 3-10
Chokehendel ...................................................... 3-11
Zadel ................................................................. 3-11
Helmbevestiging ................................................ 3-12
Opbergcompar timent ........................................ 3-13
Afstellen van de voorvork .................................. 3-13
Afstellen van de schokdemperunits .................. 3-15
Bagageriembevestiging ..................................... 3-16
Zijstandaard ...................................................... 3-17
Startspersysteem .............................................. 3-17
D_5ea.book Page 1 Tuesday, October 2, 2001 4:14 PM

Page 17 of 102

FUNCTIES VAN INSTRUMENTEN EN BEDIENINGEN
3-2
3
DAU04356
(Parkeren)
Het stuur is vergrendeld, het achterlicht en
het parkeerlicht branden en de alarmver-
lichting kan worden ingeschakeld, maar alle
overige elektrische systemen zijn uit. De
sleutel kan worden uitgenomen.
Het stuur moet zijn vergrendeld om de sleu-
tel naar “” te kunnen draaien.
DCA00043
LET OP:_ Gebruik de parkeerverlichting niet gedu-
rende langere tijd, anders kan de accu
ontladen raken. _
DAU03034
Controlelampjes en
waarschuwingslampjes
DAU04121
Controlelampjes richtingaanwijzers
“” en “”
Het bijbehorende controlelampje knippert
terwijl de schakelaar voor richtingaanwijzers
naar de linker- of rechterstand is gedrukt.
DAU00063
Controlelampje grootlicht “”
Dit controlelampje gaat branden wanneer
het grootlicht van de koplamp is ingescha-
keld.
DAU00061
Controlelampje “” voor vrijstand
Dit controlelampje brandt wanneer de ver-
snellingsbak in de vrijstand staat.
DAU03201
Waarschuwingslampje “” voor olie-
niveau
Dit waarschuwingslampje gaat branden als
het motorolieniveau laag is.
Het elektrisch circuit van het waarschu-
wingslampje kan via de volgende procedu-
re worden getest.
1. Zet de noodstopschakelaar in “” en
draai de sleutel naar “ON”.
2. Schakel de versnellingsbak in de vrij-
stand of trek de koppelingshendel in.
3. Druk op de startknop. Als het controle-
lampje niet gaat branden als de start-
knop wordt ingedrukt, vraag dan een
Yamaha dealer het elektrisch circuit te
testen.OPMERKING:_ Bij een voldoende hoog olieniveau kan het
waarschuwingslampje soms toch knippe-
ren bij rijden op een helling of bij plotseling
afremmen of optrekken, er is dan echter
geen sprake van een storing. _
1. Controlelampje linker richtingaanwijzer “”
2. Controlelampje grootlicht “”
3. Controlelampje “” voor vrijstand
4. Controlelampje rechter richtingaanwijzer
“”
5. Waarschuwingslampje “” voor olieniveau
D_5ea.book Page 2 Tuesday, October 2, 2001 4:14 PM

Page 20 of 102

FUNCTIES VAN INSTRUMENTEN EN BEDIENINGEN
3-5
3
DAU03890
Noodstopschakelaar “/”
Zet deze schakelaar op “” alvorens de
motor te starten. Zet deze schakelaar op
“” om in een noodgeval de motor direct
uit te schakelen, zoals wanneer de machine
omslaat of als de gaskabel blijft hangen.
DAU03898
Lichtschakelaar “//”
Zet deze schakelaar in de stand “”
om het parkeerlicht, het achterlicht en de in-
strumentenverlichting in te schakelen. Zet
de schakelaar in de stand “” om ook de
koplamp in te schakelen. Zet de schakelaar
in de stand “” om alle verlichting uit te
schakelen.
DAU00143
Startknop “”
Druk deze knop in om de motor door middel
van de startmotor te starten.
DC000005
LET OP:_ Zie pagina 5-1 voor startinstructies
voordat u de motor start. _
DAU00153
Koppelingshendel De koppelingshendel bevindt zich aan de
linkerstuurgreep. Trek de hendel naar het
stuur toe om de koppeling te ontkoppelen.
Laat de hendel los om de koppeling te laten
aangrijpen. Voor een soepele werking van
de koppeling moet de hendel snel ingetrok-
ken worden en langzaam worden losgela-
ten.
1. Noodstopschakelaar “/”
2. Lichtschakelaar “//”
3. Startknop “”
1. Koppelingshendel
D_5ea.book Page 5 Tuesday, October 2, 2001 4:14 PM

Page 21 of 102

FUNCTIES VAN INSTRUMENTEN EN BEDIENINGEN
3-6
3
De koppelingshendel is voorzien van een
stelwiel voor het instellen van de stand van
de koppelingshendel. Verstel de afstand
tussen de koppelingshendel en de stuur-
greep door het stelwiel te verdraaien terwijl
de hendel van het stuur vandaan wordt ge-
houden. Controleer of het correcte instel-
punt op het stelwiel tegenover het pijlteken
op de koppelingshendel staat.
De koppelingshendel is voorzien van een
sperschakelaar die deel uitmaakt van het
startspersysteem. (Zie pagina 3-17 voor uit-
leg over het startspersysteem.)
DAU00157
Schakelpedaal Het schakelpedaal bevindt zich aan de lin-
kerzijde van de motor en wordt in combina-
tie met de koppelingshendel gebruikt bij het
schakelen van de versnellingen van de
5-traps constant-mesh versnellingsbak op
deze motorfiets.
1. Stelwiel voor afstelpositie koppelingshendel
2. Pijlteken
1. Schakelpedaal
D_5ea.book Page 6 Tuesday, October 2, 2001 4:14 PM

Page 22 of 102

FUNCTIES VAN INSTRUMENTEN EN BEDIENINGEN
3-7
3
DAU00161
Remhendel De remhendel bevindt zich aan de rechter-
stuurgreep. Trek de hendel naar het stuur
toe om de voorrem te bekrachtigen.De remhendel is voorzien van een stelwiel
voor afstelpositie. Om de afstand tussen de
remhendel en de stuurgreep af te stellen,
wordt het stelwiel gedraaid terwijl de hendel
van het stuur vandaan wordt gehouden.
Controleer of het correcte instelpunt op het
stelwiel tegenover het pijlteken staat op de
koppelingshendel.
DAU00162
Rempedaal Het rempedaal bevindt zich aan de rechter-
zijde van de motorfiets. Trap op het rempe-
daal om de achterrem te bekrachtigen.
1. Remhendel
1. Pijlteken
2. Stelwiel voor afstelpositie remhendel
1. Rempedaal
D_5ea.book Page 7 Tuesday, October 2, 2001 4:14 PM

Page 32 of 102

FUNCTIES VAN INSTRUMENTEN EN BEDIENINGEN
3-17
3
DAU00330
Zijstandaard De zijstandaard bevindt zich aan de linker-
zijde van het frame. Trek of druk de zijstan-
daard met uw voet omhoog of omlaag
terwijl u de motorfiets verticaal houdt.OPMERKING:_ De ingebouwde sperschakelaar voor de zij-
standaard maakt deel uit van het startsper-
systeem, dat in bepaalde situaties de
werking van het ontstekingssysteem blok-
keert. (Zie hierna voor een nadere uitleg
over het startspersysteem.) _
DW000044
WAARSCHUWING
_ Met de motorfiets mag nooit worden ge-
reden terwijl de zijstandaard omlaag
staat of niet behoorlijk kan worden op-
getrokken (of niet omhoog blijft), anders
kan de zijstandaard de grond raken en
zo de motorrijder afleiden, waardoor u
de macht over het stuur verliest. Het
Yamaha startspersysteem is ontworpen
om de motorrijder te helpen bij zijn ver-
antwoordelijkheid de zijstandaard op te
trekken alvorens weg te rijden. Contro-
leer dit systeem daarom regelmatig zo-
als hierna beschreven en laat het
repareren door een Yamaha dealer als
de werking niet naar behoren is. _
DAU03741
Startspersysteem Het startspersysteem (waarvan de
sperschakelaar voor de zijstandaard, de
sperschakelaar voor de koppelingshendel
en de vrijstandschakelaar deel uitmaken)
heeft de volgende functies.
Het verhindert starten wanneer de
versnellingsbak in een versnelling ge-
schakeld is en de zijstandaard is op-
geklapt, terwijl de koppelingshendel
niet is ingetrokken.

Het verhindert starten wanneer de
versnellingsbak in een versnelling ge-
schakeld is en de koppelingshendel is
ingetrokken, terwijl de zijstandaard
nog omlaag staat.

Het schakelt een draaiende motor uit
wanneer de versnellingsbak in een
versnelling staat en de zijstandaard
omlaag wordt bewogen.
Controleer de werking van het startspersys-
teem regelmatig, hanteer daarbij de volgen-
de werkwijze.
D_5ea.book Page 17 Tuesday, October 2, 2001 4:14 PM

Page 34 of 102

FUNCTIES VAN INSTRUMENTEN EN BEDIENINGEN
3-19
3
CD-01D
Met afgezette motor:
1. Klap de zijstandaard omlaag.
2. Controleer of de noodstopschakelaar in “” staat.
3. Draai de sleutel naar “ON”.
4. Schakel de versnellingsbak in de vrijstand.
5. Druk op de startknop.
Slaat de motor aan?
Er is mogelijk iets mis met de
vrijstandschakelaar.
Rijd niet met de motorfiets totdat een
controle door een Yamaha dealer is
uitgevoerd.
Terwijl de motor nog draait:
6. Klap de zijstandaard omhoog.
7. Houd de koppelingshendel ingetrokken.
8. Schakel de versnellingsbak in een versnellingsstand.
9. Klap de zijstandaard omlaag.
Slaat de motor af?Nadat de motor is afgeslagen:
10. Klap de zijstandaard omhoog.
11. Houd de koppelingshendel ingetrokken.
12. Druk op de startknop.
Slaat de motor aan?
Er is mogelijk iets mis met de zijstandaard-
schakelaar.
Rijd niet met de motorfiets totdat een
controle door een Yamaha dealer is
uitgevoerd.Er is mogelijk iets mis met de koppelings-
schakelaar.
Rijd niet met de motorfiets totdat een
controle door een Yamaha dealer is
uitgevoerd.
NEE
OPMERKING:Deze controle is het meest betrouwbaar bij
een warme motor.
JAJA NEE
Alles in orde.
U kunt met de motorfiets gaan rijden.
JA NEE
D_5ea.book Page 19 Tuesday, October 2, 2001 4:14 PM

Page 36 of 102

4-1
4
DAU01114
4-CONTROLES VOOR HET STARTENDe eigenaar is verantwoordelijk voor de conditie van de machine. Vitale onderdelen kunnen bijvoorbeeld bij blootstelling aan weer en wind
vrij snel en onverwachts achteruitgaan, ook als de machine niet wordt gebruikt. Eventuele schade, vloeistoflekkage of het wegvallen van
de bandspanning kan ernstige gevolgen hebben. Het is daarom van belang om voorafgaand aan elke rit een visuele inspectie uit te voeren
en bovendien de volgende punten te controleren.
DAU03439
Controlelijst voor gebruik
CO-01D
ONDERDEEL CONTROLES PAGINA
BrandstofControleer het brandstofniveau in de brandstoftank.
Vul zo nodig brandstof bij.
Controleer de brandstofleiding op lekkage.3-9
MotorolieControleer het olieniveau in de motor.
Vul zo nodig het aanbevolen type olie bij tot aan het voorgeschreven niveau.
Controleer de machine op olielekkage.6-7–6-8
VoorremControleer de werking.
Als de voorrem zacht of sponzig aanvoelt, vraag dan een Yamaha dealer het hydrau-
lisch systeem te ontluchten.
Controleer het vloeistofniveau in het reservoir.
Vul zo nodig het aanbevolen type remvloeistof bij tot aan het voorgeschreven niveau.
Controleer het hydraulisch systeem op lekkage.6-19–6-20
AchterremControleer de werking.
Als de achterrem zacht of sponzig aanvoelt, vraag dan een Yamaha dealer het hydrau-
lisch systeem te ontluchten.
Controleer het vloeistofniveau in het reservoir.
Vul zo nodig het aanbevolen type remvloeistof bij tot aan het voorgeschreven niveau.
Controleer het hydraulisch systeem op lekkage.6-17–6-20
KoppelingControleer de werking.
Als de koppeling zacht of sponzig aanvoelt, vraag dan een Yamaha dealer het hydrau-
lisch systeem te ontluchten.
Controleer het vloeistofniveau in het reservoir.
Vul zo nodig het aanbevolen type vloeistof bij tot aan het voorgeschreven niveau.
Controleer het hydraulisch systeem op lekkage.6-19–6-20
GasgreepControleer of de werking soepel is.
Controleer de vrije slag.
Vraag zo nodig de Yamaha dealer om af te stellen of te smeren.6-13
BedieningskabelsControleer of de werking soepel is.
Smeer als dat nodig is.6-23
D_5ea.book Page 1 Tuesday, October 2, 2001 4:14 PM

Page:   1-10 11-20 21-30 next >