alarm BMW 3 SERIES 2016 Instructieboekjes (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: BMW, Model Year: 2016, Model line: 3 SERIES, Model: BMW 3 SERIES 2016Pages: 281, PDF Size: 5.57 MB
Page 236 of 281

Hulp in geval van pechUitrusting van de autoIn dit hoofdstuk worden alle standaard, lands‐
pecifieke en speciale uitrustingen beschreven
die in de modelserie aangeboden worden. Er
worden daarom ook uitrustingen beschreven
die in een auto, bijv. vanwege de landspeci‐
fieke of gekozen speciale uitrusting niet be‐
schikbaar zijn. Dat geldt ook voor veiligheidsre‐
levante functies en systemen. Bij gebruik van
deze functies en systemen moeten de in het
land geldende voorschriften worden nage‐
leefd.
Waarschuwingsknipperlicht
De toets bevindt zich in de middenconsole.
Intelligente noodoproep
Principe Via dit systeem kan in noodsituaties een nood‐
oproep worden verzonden.
Algemeen
SOS-toets uitsluitend bij noodgevallen gebrui‐
ken.
Ook als er geen noodoproep via BMW mogelijk
is, kan het zijn dat een noodoproep naar een
openbaar alarmnummer tot stand wordt ge‐
bracht. Dit is onder andere afhankelijk van het
mobiele netwerk en de nationale wetgeving.
De noodoproep kan om technische redenen
onder ongunstige omstandigheden niet wor‐
den gegarandeerd.
Overzicht
SOS-toets in de dakhemel
Voorwaarden
▷In de auto geïntegreerde SIM-kaart is ge‐
activeerd.▷Standby-modus van de radio is ingescha‐
keld.▷Noodoproepsysteem is bedrijfsklaar.
Noodoproep versturen
1.Voor het openen licht op afsluitklep druk‐
ken.2.De SOS-toets indrukken tot LED in de
toets groen brandt.▷LED brandt groen: noodoproep geacti‐
veerd.
Als een onderbrekingsvraag op het display
wordt weergegeven, kan de noodoproep
worden afgebroken.
Indien de omstandigheden dit toelaten, in
de auto wachten tot de spraakverbinding
tot stand is gekomen.Seite 236MobiliteitHulp in geval van pech236
Online Edition for Part no. 01 40 2 966 110 - X/15
Page 237 of 281

▷LED knippert groen als de verbinding met
het alarmnummer tot stand is gebracht.
Bij een noodoproep via BMW worden ge‐
gevens aan de alarmcentrale gestuurd, die
dienen voor het bepalen van de vereiste
reddingsmaatregelen. Bijv. de actuele po‐
sitie van de auto, wanneer deze kan wor‐
den bepaald. Als wedervragen van de
noodoproepcentrale onbeantwoord blijven
worden automatisch reddingsmaatregelen
genomen.▷Wanneer de LED groen knippert maar de
alarmcentrale niet meer te horen is via de
luidsprekers, kunt u echter voor de alarm‐
centrale toch nog te horen zijn.
Noodoproep automatisch activeren
Als aan bepaalde voorwaarden wordt voldaan,
wordt onmiddellijk na een zwaar ongeval auto‐
matisch een noodoproep verstuurd. De auto‐
matische noodoproep wordt niet beïnvloed
door het drukken op de SOS-toets.
Gevarendriehoek
De gevarendriehoek is aan de binnenzijde van
het kofferdeksel ondergebracht.
Om deze te verwijderen de houders losmaken.
EHBO-tas
Opmerking De houdbaarheid van enkele artikelen is be‐
perkt.
Houdbaarheidsdatum van de inhoud regelma‐
tig controleren en evt. aflopende artikelen tijdig
vervangen.
Locatie
De EHBO-tas bevindt zich in de bagageruimte
in een opbergvak.
Starthulp
Algemeen
Bij een lege accu kan de motor met de accu
van andere auto met behulp van twee startka‐
bels worden gestart. Gebruik hiervoor alleen
startkabels met volledig geïsoleerde poolklem‐
men.
Aanwijzingen GEVAAR
Door het aanraken van spanningvoe‐
rende onderdelen bestaat kans op een elektri‐
sche schok. Er bestaat kans op letsel of le‐
vensgevaar. Geen onderdelen aanraken die
onder spanning kunnen staan.◀
Om lichamelijk letsel of schade aan de beide
auto's te voorkomen, niet van de onderstaande
handelwijze afwijken.
Seite 237Hulp in geval van pechMobiliteit237
Online Edition for Part no. 01 40 2 966 110 - X/15
Page 241 of 281

Wanneer de sleepstang alleen schuin kan wor‐
den aangebracht moet op het volgende wor‐
den gelet:▷Stuurhoek is bij het rijden in de bochten
beperkt.▷Schuine stand van de sleepstang veroor‐
zaakt zijdelings gerichte kracht.
Sleepkabel
Erop letten dat de sleepkabel bij het wegrijden
van de trekkende auto strak staat.
Bij het slepen nylonkabels gebruiken, omdat
dit materiaal te abrupte trekbelasting voor‐
komt.
Sleepoog
Algemeen
Het schroefbare sleepoog altijd meenemen.
Het sleepoog kan zowel aan de voor- als de
achterkant worden aangebracht.
Het sleepoog bevindt zich samen met het
boordgereedschap, zie pagina 228, in de baga‐
geruimte.
Aanwijzingen ATTENTIE
Als het sleepoog niet op de juiste manier
wordt gebruikt, ontstaat schade aan de auto of
aan het sleepoog. Er bestaat gevaar voor schade. De aanwijzingen voor gebruik van het
sleepoog in acht nemen.◀
Gebruik van het sleepoog:
▷Alleen het bij de auto behorende sleepoog
gebruiken en tot de aanslag vastdraaien.▷Het sleepoog alleen gebruiken voor het
slepen over een verharde weg.▷Het sleepoog aan de voorkant alleen voor
het manoeuvreren gebruiken.▷Dwarsbelastingen van het sleepoog voor‐
komen, de auto bijv. niet aan het sleepoog
optakelen.
Schroefdraad voor sleepoog
Op de markering aan de rand van de afdekking
drukken om deze naar buiten te duwen.
Aanslepen
Steptronic versnellingsbak
Auto niet aanslepen.
Vanwege de Steptronic versnellingsbak is het
starten van de motor door aanslepen niet mo‐
gelijk.
Oorzaak van de startproblemen laten verhel‐
pen.
Handversnelling De auto indien mogelijk niet aanslepen, maar
de motor starten met de starthulp, zie pa‐
gina 237. Met een katalysator de auto alleen
aanslepen bij een koude motor.
1.Alarmknipperlichten inschakelen, rekening
houden met landspecifieke voorschriften.2.Contact, zie pagina 68, inschakelen.3.Naar de 3e versnelling schakelen.Seite 241Hulp in geval van pechMobiliteit241
Online Edition for Part no. 01 40 2 966 110 - X/15
Page 242 of 281

4.De auto laten aanslepen met ingedrukt
koppelingspedaal en de koppeling lang‐
zaam laten opkomen. Na het aanslaan van
de motor de koppeling direct weer indruk‐
ken.5.Op een geschikte plaats stoppen, sleep‐
stang of -kabel verwijderen, alarmknipper‐
lichten uitschakelen.6.Auto laten controleren.Seite 242MobiliteitHulp in geval van pech242
Online Edition for Part no. 01 40 2 966 110 - X/15
Page 243 of 281

VerzorgingUitrusting van de auto
In dit hoofdstuk worden alle standaard, lands‐
pecifieke en speciale uitrustingen beschreven
die in de modelserie aangeboden worden. Er
worden daarom ook uitrustingen beschreven
die in een auto, bijv. vanwege de landspeci‐
fieke of gekozen speciale uitrusting niet be‐
schikbaar zijn. Dat geldt ook voor veiligheidsre‐
levante functies en systemen. Bij gebruik van
deze functies en systemen moeten de in het
land geldende voorschriften worden nage‐
leefd.
Na het wassen van de auto Algemeen
Regelmatig vreemde voorwerpen, bijv. blade‐
ren, bij geopende motorkap in het gebied on‐
der de voorruit verwijderen.
Zeker in de winter de auto vaker wassen.
Sterke verontreiniging en strooizout kunnen
tot schade aan de auto leiden.
Stoomreiniger en hogedrukreinigerAanwijzingen ATTENTIE
Bij het reinigen met een hogedrukreini‐
ger kunnen verschillende onderdelen worden
beschadigd door een te hoge druk of een te
hoge temperatuur. Er bestaat gevaar voor
schade. Voldoende afstand aanhouden en niet
continu sproeien. De bedieningsinstructies
voor de hogedrukreiniger in acht nemen.◀
Afstanden en temperatuur▷Maximale temperatuur: 60 ℃.▷Minimale afstand tot sensoren, camera's,
afdichtingen: 30 cm.▷Minimale afstand tot glazen dak: 80 cm.
Automatische wasinstallaties of
wasstraten
Aanwijzingen ATTENTIE
Bij ondeskundig gebruik van automati‐
sche wasinrichtingen of wasstraten kan
schade aan de auto ontstaan. Er bestaat ge‐
vaar voor schade. Neem de volgende aanwij‐
zingen in acht:
▷Wasinstallaties met lappen of installaties
met zachte borstels verdienen de voorkeur
om lakbeschadigingen te voorkomen.▷Wasinstallaties of wasstraten waarvan de
geleiderails hoger dan 10 cm zijn vermij‐
den, om schade aan de carrosserie te ver‐
mijden.▷Maximale bandbreedte van de geleiderails
in acht nemen, om schade aan banden en
velgen te vermijden.▷Buitenspiegels inklappen, om schade aan
de buitenspiegels te vermijden.▷Eventueel de regensensor deactiveren, om
schade aan de wisinstallatie voor te vermij‐
den.◀
In veel gevallen kan, afhankelijk van de interi‐
eurbeveiliging van het alarminstallatie, een on‐
gewenst alarm worden geactiveerd. Neem de
aanwijzingen ter vermijding van ongewenste
alarmen, zie pagina 44, in acht.
Om onterechte waarschuwingen te beperken,
het automatisch inschakelen van de PDC bij
herkende obstakels eventueel uitschakelen,
bijv. in de wasstraat, zie pagina 147.
Een wasstraat binnenrijden
De volgende stappen aanhouden, zodat de auto in een wasstraat kan rollen:
Seite 243VerzorgingMobiliteit243
Online Edition for Part no. 01 40 2 966 110 - X/15
Page 270 of 281

Alles van A tot Z
TrefwoordenregisterA
Aanbevolen bandenmer‐ ken 211
Aanbevolen brandstof 204
Aandrijfslipregeling, zie DSC 132
Aanhangergewicht 258
Aanhangerstabilisatierege‐ ling 189
Aanklempunt, starthulp 238
Aankomsttijd 94
Aanslaan van de motor 69
Aanslepen 239
Aansluiting van elektrische apparaten 170
Aansteker 169
Aanvullende tekstmelding 86
Aanvullingen en wijzigingen na redactiesluiting 7
Aanwijzing brandstofme‐ ter 87
ABS, anti-blokkeersys‐ teem 132
ACC, actieve gewenste rij‐ snelheid met Stop & Go 138
Acceleratie-assistent, zie Launch Control 81
Accessoires en onderdelen 8
Accu, auto 233
Accu, vervangen 234
Achterlichten 232
Achterlichtlampen 233
Achterruitverwar‐ ming 164, 167
Achteruitkijkspiegel 57
Achteruitrijcamera 150
Actief-koolstoffilter 167
Actieradius 88
Actieve gewenste rijsnelheid met Stop & Go, ACC 138 Active Protection 129
Activeren, airbags 108
Actualiteit van de handlei‐ ding 7
Adaptief remlicht, zie Dynami‐ sche remlichten 129
Adaptieve bochtverlich‐ ting 102
AdBlue, bij lage temperatu‐ ren 206
AdBlue, laten bijvullen 206
AdBlue, op minimum 206
AdBlue, zelf bijvullen 206
AdBlue, zie BMW Diesel met BluePerformance 205
Afdalingen 184
Afdichtmiddel 213
Afmetingen 250
Afstandsbediening/sleutel 32
Afstandsbediening, sto‐ ring 37
Afstandswaarschuwing, zie PDC 147
Afstand tot bestemming 94
Afvalverwerking, koelvloei‐ stof 225
Afzetten van de motor 70
Airbags 106
Airbagschakelaar, zie Sleutel‐ schakelaar voor passagiers‐
airbags 108
Airbags, controle-/waarschu‐ wingslampjes 107
Airconditioning, automa‐ tisch 162
Alarminstallatie 43
Alarm, ongewild 44
Alternatieve oliesoorten 223
Anti-blokkeersysteem, ABS 132
Anticipeerhulp 196 Antivries, sproeiervloei‐
stof 76
App, BMW Driver’s Guide 6
Aquaplaning 183
Asbak 169
Asbelastingen, gewich‐ ten 251
AUC automatische luchtrecir‐ culatiefunctie 166
Autoaccu 233
Auto buiten bedrijf stel‐ len 246
Auto, inrijden 182
AUTO-intensiteit 166
Autokrik 233
Autolak 244
Automatisch dimmen, zie Grootlichtassistent 103
Automatische gewenste rij‐ snelheid met Stop & Go 138
Automatische luchtrecircula‐ tiefunctie AUC 166
Automatische start-stop- functie 70
Automatische verlichtingsre‐ geling 101
Automatische versnellings‐ bak, zie Steptronic versnel‐
lingsbak 77
Automatisch vergrende‐ len 42
Auto-onderhoud 244
AUTO-programma, aircondi‐ tioning 163, 165
AUTO-programma, intensi‐ teit 166
Autosleutel, zie Afstandsbe‐ diening 32
Autowasinstallaties 243 Seite 270OpzoekenAlles van A tot Z270
Online Edition for Part no. 01 40 2 966 110 - X/15
Page 272 of 281

Comfort Access, zie Comfort‐toegang 39
Comfortopenen met de af‐ standsbediening 36
COMFORT-programma, rij‐ dynamiek 136
Comfortsluiten met de af‐ standsbediening 37
Comforttoegang 39
Compressor 213
Computer, zie Boordcompu‐ ter 93
Condenswater onder de auto 185
Condition Based Service CBS 226
ConnectedDrive 6
ConnectedDrive Services 6
Contact aan 68
Contactdoos 170
Contactdoos achterin 171
Contactdoos, On-Board Dia‐ gnose OBD 227
Contactloos openen van het kofferdeksel 41
Contactsleutel, zie Afstands‐ bediening 32
Contact uit 68
Control Display 16
Control Display, instellin‐ gen 96
Controle- en waarschuwings‐ lampjes, zie "Check-Con‐
trol" 83
Controlelampjes, zie "Check- Control" 83
Controller 17
Corrosie van de remschij‐ ven 184
Cosmeticaspiegel 169
Coverbanden 211
Cruise-control, zie Actieve gewenste rijsnelheid 138
Cruise-control, zie Snelheids‐ regeling 144
Cupholder, bekerhouder 176 D
Dagrijlicht 102
Dagrijlicht, vervangen van de lamp 230
Dagteller 87
Dakbelasting 251
Dakdrager 187
Dakdrager, zie Dakdra‐ ger 187
Dakhemel 15
Dashboardkastje 174
Datum 88
Deactiveren, airbags 108
Defrost, zie Ruiten ont‐ dooien 167
Diefstalbeveiliging, auto 36
Diefstalbeveiliging, wielbou‐ ten 233
Diefstalbeveiliging, zie Alarm‐ installatie 43
Diesel 205
Dieselroetfilter 183
Digitale klok 88
Dimlicht 100
Dimmende binnenspiegel 59
Dimmende buitenspiegel 59
Displays reinigen 246
Displayverlichting, zie Instru‐ mentenverlichting 105
Doorlaadsysteem 172
Door water rijden 183
Draaicirkel 250
Draai-drukregelaar, zie Con‐ troller 17
Driving Assistant, zie Intelli‐ gent Safety 115
DSC dynamische stabiliteits‐ controle 132
DTC dynamische tractiecon‐ trole 133
Dynamische remlichten 129
Dynamische schokdemper‐ controle 134
Dynamische stabiliteitscon‐ trole DSC 132 Dynamische tractiecontrole
DTC 133
E
ECO PRO 193
ECO PRO, anticipeer‐ hulp 196
ECO PRO, bonusactiera‐ dius 195
ECO PRO-rijstijlanalyse 199
ECO PRO-tip 195
Edelhout, verzorging 245
Eenheden, maten 97
Een wasstraat binnenrij‐ den 243
Eerstehulpset 237
EfficientDynamics 196
EHBO-tas 237
Eigen veiligheid 7
Elektrische glazen dak 46
Elektrische ruitbediening 44
Elektrische stuurwielvergren‐ deling 59
Elektronische weergaven, in‐ strumentenpaneel 82
Elektronisch stabiliteitspro‐ gramma ESP, zie DSC 132
Energieterugwinning 89
ESP elektronisch stabiliteits‐ programma, zie DSC 132
Externe start 237
F
Flessenhouder, zie Bekerhou‐ der 176
Foutmeldingen, zie "Check- Control" 83
Frontairbags 106
Frontlampen 229
G
Garantie 7
Gebruikte symbolen 6 Seite 272OpzoekenAlles van A tot Z272
Online Edition for Part no. 01 40 2 966 110 - X/15
Page 274 of 281

Interieurverlichting bij ver‐grendelde auto 37
Internetpagina 6
Intervalmelding, servicebe‐ hoefte 89
Intervalmodus 75
ISOFIX kinderzitjesbevesti‐ ging 64
J Joystick, Steptronic versnel‐ lingsbak 78
Juiste plaats voor kinde‐ ren 61
K
Katalysator, zie Heet uitlaat‐ systeem 183
Kenmerken van aanbevolen banden 211
Keuzehendel, Steptronic ver‐ snellingsbak 78
Keuzelijst op instrumenten‐ paneel 92
Keyless-Go, zie Comforttoe‐ gang 39
Key Memory, zie Personal Profile 34
Kick-down, Steptronic ver‐ snellingsbak 78
Kilometerteller 87
Kinderbeveiliging 67
Kinderen veilig vervoeren 61
Kinderzitje 61
Kinderzitjes, montage 63
Klank 6
Klassen van kinderzitjes, ISO‐ FIX 64
Kleerhaken 177
Kleinste draaicirkel 250
Klimaatregeling 162, 164
Klok 88
Knipperlicht, bediening 73
Knop, start-/stop 68 Koelen, maximaal 165
Koelfunctie 163, 165
Koelmiddel 224
Koelsysteem 224
Koelvloeistof 224
Koelvloeistofpeil 224
Koelvloeistoftemperatuur 87
Kofferdeksel, contactloos openen 41
Kofferdeksel openen 39
Kofferdeksel sluiten 39
Kofferklep, noodontgrende‐ ling 39
Kofferklep via afstandsbedie‐ ning 37
Kogeldruk 258
Koplampen 229
Koplampen instellen 104
Koplampen, onderhoud 244
Koplampreinigingsinstallatie, zie Ruitenwisserinstalla‐
tie 74
Kort knipperen 73
Koude start, zie Starten van de motor 69
Kriksteunpunten 233
Kunststof, onderhoud 245
L
Lading 186
Lak, auto 244
Lampen 228
Lampen vervangen, ach‐ ter 232
Lampen vervangen, halo‐ geenkoplampen 229
Lampglazen 229
Lampje in de buitenspiegel, zie Rijstrookwisselmel‐
ding 126
Lamp, passagiersairbags 108
Lamp vervangen 232
Lamp vervangen, LED-kop‐ lampen 231 Lamp vervangen, voor‐
zijde 229
Launch Control 81
Leder, verzorging 245
LED-lampen 229
LED-licht, lampvervan‐ ging 231
Leeftijd van de banden 210
Leeggewicht 251
Lendewervelsteun 51
Lengte, auto 250
Letters en cijfers invoeren 23
Licht 100
Lichtdioden, LED-lam‐ pen 229
Lichten vervangen, ach‐ ter 232
Lichtmetalen velgen, verzor‐ ging 245
Lichtschakelaar 100
Lichtsignaal 74
Lichtsignaal, lampvervan‐ ging 230
LIM-toets, zie Handmatige snelheidsbegrenzer 127
Linksrijdend verkeer, instel‐ ling koplampen 104
Loos alarm, zie Ongewild alarm 44
Lordosesteun 51
Luchtcirculatie, zie Luchtre‐ circulatiefunctie 163, 166
Lucht drogen, zie Koelfunc‐ tie 163 , 165
Luchthoeveelheid, aircosys‐ teem 164
Luchthoeveelheid, automati‐ sche airconditioning 166
Luchtrecirculatiefunc‐ tie 163 , 166
Luchtuitstroomopening, zie Ventilatie 167
Luchtverdeling, handma‐ tig 164 , 166
Luchtverdeling, individu‐ eel 164 , 166 Seite 274OpzoekenAlles van A tot Z274
Online Edition for Part no. 01 40 2 966 110 - X/15
Page 276 of 281

Onderhoud, servicebe‐hoefte 89
Onderhoudsmiddelen 244
Onderhoudssysteem BMW 226
Ongewild alarm 44
Ontdooien van de ruiten, wasem op ruiten 164
Ontdooien, zie Ontdooien van de ruiten 164
Ontdooien, zie Ruiten ont‐ dooien 167
Ontgrendelen/vergrendelen met afstandsbediening 36
Ontgrendelen/vergrendelen via portierslot 37
Ontgrendelen, instellin‐ gen 42
Oog voor borgkabel, rijden met een aanhangwa‐
gen 191
Opbergmogelijkheden 174
Opbergvak achterin 176
Opbergvakken 174
Opbergvakken in de portie‐ ren 175
Openen/sluiten via portier‐ slot 37
Openen en sluiten 32
Openen en sluiten, met af‐ standsbediening 36
Openen en sluiten, zonder af‐ standsbediening 37
Opmerkingen 6
Opslag, banden 212
Oude accu verwerken 234
Overbruggen, zie Start‐ hulp 237
Oververhitting van de motor, zie Koelvloeistoftempera‐
tuur 87
P Park Distance Control PDC 147 Parkeerassistent 156
Parkeerfunctie 58
Parkeerlicht 101
Parkeerrem 73
Parkeervergrendeling, elek‐ tronisch ontgrendelen 80
Parkeerwaarschuwing, zie PDC 147
Passagiersairbags, deactive‐ ring/activering 108
PDC Park Distance Con‐ trol 147
Pech, bandenpechwaarschu‐ wing RPA 113
Pech, vervangen van een wiel 233
Personal Profile 34
Personal Profile, profiel ex‐ porteren 35
Personal Profile, profiel im‐ porteren 35
Persoonlijke gegevens wis‐ sen 23
Persoonswaarschuwing met City-remfunctie 122
Plaats voor kinderen 61
Pleister, zie EHBO-tas 237
Portiersleutel, zie Afstands‐ bediening 32
Portierslot 37
Praktische tips voor het rij‐ den 183
Profiel, banden 210
Profile, zie Personal Pro‐ file 34
R
Raapoliemethylester RME 205
Radio 6
Radiografische sleutel, zie Af‐ standsbediening 32
RDC bandenspanningscon‐ trole 109 Rechtsrijdend verkeer, instel‐
ling koplampen 104
Recycling 227
Regelsystemen, koersstabili‐ teit 132
Regensensor 75
Reiniging displays 246
Reinigingsmiddel voor vel‐ gen 245
Reinigingsvloeistof 76
Reis-boordcomputer 94
Reisdoelafstand 94
Remassistent 132
Remlicht, adaptief 129
Remlichten, dynamisch 129
Remmen, aanwijzingen 184
Remschijven inrijden 182
Remvoeringen inrijden 182
Reservewaarschuwing, zie Actieradius 88
Reservezekering 234
Reservoir voor sproeiervloei‐ stof 76
Reset, bandenspanningscon‐ trole RDC 110
Resetten, bandenspannings‐ controle RDC 110
Resterende actieradius 88
RES-toets 141
RES-toets, zie Actieve snel‐ heidsregeling, ACC 138
RES-toets, zie Snelheidsre‐ geling 144
Richtingaanwijzer achter 232
Richtingaanwijzer, zie Knip‐ perlicht 73
Rijaanwijzing, ECO PRO 195
Rijaanwijzingen, alge‐ meen 183
Rijbaanbegrenzing, waar‐ schuwing 124
Rijbelevingsschakelaar 134
Rijmodus 134
Rijmodus ECO PRO 193
Rijprogramma configure‐ ren 136 Seite 276OpzoekenAlles van A tot Z276
Online Edition for Part no. 01 40 2 966 110 - X/15