sensor BMW X5 2016 Instructieboekjes (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: BMW, Model Year: 2016, Model line: X5, Model: BMW X5 2016Pages: 314, PDF Size: 6.15 MB
Page 285 of 314

VerzorgingUitrusting van de auto
In dit hoofdstuk worden alle standaard, lands‐
pecifieke en speciale uitrustingen beschreven
die in de modelserie aangeboden worden. Er
worden daarom ook uitrustingen beschreven
die in een auto, bijv. vanwege de landspeci‐
fieke of gekozen speciale uitrusting niet be‐
schikbaar zijn. Dat geldt ook voor veiligheidsre‐
levante functies en systemen. Bij gebruik van
deze functies en systemen moeten de in het
land geldende voorschriften worden nage‐
leefd.
Na het wassen van de auto Algemeen
Regelmatig vreemde voorwerpen, bijv. blade‐
ren, bij geopende motorkap in het gebied on‐
der de voorruit verwijderen.
Zeker in de winter de auto vaker wassen.
Sterke verontreiniging en strooizout kunnen
tot schade aan de auto leiden.
Stoomreiniger en hogedrukreinigerAanwijzingen ATTENTIE
Bij het reinigen met een hogedrukreini‐
ger kunnen verschillende onderdelen worden
beschadigd door een te hoge druk of een te
hoge temperatuur. Er bestaat gevaar voor
schade. Voldoende afstand aanhouden en niet
continu sproeien. De bedieningsinstructies
voor de hogedrukreiniger in acht nemen.◀
Afstanden en temperatuur▷Maximale temperatuur: 60 ℃.▷Minimale afstand tot sensoren, camera's,
afdichtingen: 30 cm.▷Minimale afstand tot glazen dak: 80 cm.
Automatische wasinstallaties of
wasstraten
Aanwijzingen ATTENTIE
Bij ondeskundig gebruik van automati‐
sche wasinrichtingen of wasstraten kan
schade aan de auto ontstaan. Er bestaat ge‐
vaar voor schade. Neem de volgende aanwij‐
zingen in acht:
▷Wasinstallaties met lappen of installaties
met zachte borstels verdienen de voorkeur
om lakbeschadigingen te voorkomen.▷Voor het binnenrijden van de wasinstallatie
of wasstraat controleren of de auto niet te
groot is.▷Wasinstallaties of wasstraten waarvan de
geleiderails hoger dan 10 cm zijn vermij‐
den, om schade aan de carrosserie te ver‐
mijden.▷Maximale bandbreedte van de geleiderails
in acht nemen, om schade aan banden en
velgen te vermijden.▷Buitenspiegels inklappen, om schade aan
de buitenspiegels te vermijden.▷Eventueel de regensensor deactiveren, om
schade aan de wisinstallatie voor te vermij‐
den.◀
In veel gevallen kan, afhankelijk van de interi‐
eurbeveiliging van het alarminstallatie, een on‐
gewenst alarm worden geactiveerd. Neem de
aanwijzingen ter vermijding van ongewenste
alarmen, zie pagina 46, in acht.
Om onterechte waarschuwingen te beperken,
het automatisch inschakelen van de PDC bij
herkende obstakels eventueel uitschakelen,
bijv. in de wasstraat, zie pagina 172.
Seite 285VerzorgingMobiliteit285
Online Edition for Part no. 01 40 2 969 785 - II/16
Page 288 of 314

▷Dekglas van het instrumentenpaneel.▷Matzwart gespoten delen.▷Gelakte delen in het interieur.
VeiligheidsgordelsVervuilde gordels rollen niet goed op, waar‐
door de veiligheid nadelig wordt beïnvloed.
WAARSCHUWING
Chemische reinigers kunnen de stof van
de veiligheidsgordels aantasten. Ontbrekende
beschermende werking van de veiligheidsgor‐
dels. Er bestaat kans op letsel of levensgevaar.
Voor het reinigen van de veiligheidsgordels al‐
leen mild zeepsop gebruiken.◀
Gordels alleen in ingebouwde toestand met
mild zeepsop schoonmaken.
Veiligheidsgordels altijd in volkomen droge
toestand oprollen.
Vloerbedekking en vloermatten WAARSCHUWING
Voorwerpen in de beenruimte aan be‐
stuurderszijde kunnen de gaspedaalslag be‐
perken of een ingedrukt pedaal blokkeren. Er
bestaat gevaar voor ongevallen. Voorwerpen in
de auto zo opbergen dat deze beveiligd zijn en
niet in de beenruimte aan bestuurderszijde
kunnen komen. Vloermatten gebruiken die
voor de auto goedgekeurd zijn en adequaat
aan de vloer bevestigd kunnen worden. Geen
losse vloermatten gebruiken en niet meerdere
vloermatten over elkaar leggen. Erop letten dat
voldoende ruimte voor de pedalen aanwezig is.
Erop letten dat de vloermatten weer veilig wor‐
den bevestigd nadat deze werden verwijderd,
bijv. voor reiniging.◀
Voor het reinigen kunnen de vloermatten uit de
auto worden genomen.
Vloertapijt bij sterkere vervuiling met een mi‐
crovezeldoek en water of textielreiniger
schoonmaken. Hierbij in de rijrichting vooruit
en achteruit wrijven, het tapijt kan anders ver‐
vilten.
Sensoren/cameralenzen
Gebruik voor de reiniging van sensoren of ca‐
meralenzen een met een beetje glasreiniger
bevochtigde doek.
Displays/beeldschermen/
beschermruit van het Head-Up
Display
ATTENTIE
Chemische reinigers, vocht of vloeistof‐
fen kunnen het oppervlak van displays en
beeldschermen beschadigen. Er bestaat ge‐
vaar voor schade. Gebruik voor de reiniging
een schone, antistatische microvezeldoek.◀
ATTENTIE
Het oppervlak van displays kan door on‐
deskundig reinigen worden beschadigd. Er be‐
staat gevaar voor schade. Niet te hard drukken
en geen krassende materialen gebruiken.◀
Gebruik voor de reiniging een schone, antista‐
tische microvezeldoek.
Head-Up Display:
De beschermruit van het Head-Up Display met
een microvezeldoek een universeel afwasmid‐
del reinigen.
Auto buiten bedrijf stellenWanneer de auto langer dan drie maanden bui‐
ten bedrijf gesteld wordt, moeten bijzondere
maatregelen getroffen worden. Meer informa‐
tie is bij een Service Partner van de fabrikant of
een andere gekwalificeerde Service Partner of
specialist verkrijgbaar.Seite 288MobiliteitVerzorging288
Online Edition for Part no. 01 40 2 969 785 - II/16
Page 305 of 314

DTC dynamische tractiecon‐trole 153
Dynamic Light Spot, vervan‐ gen van lampen 274
Dynamic Light Spot, zie Night Vision 138
Dynamic Performance Con‐ trol DPC 152
Dynamische remlichten 148
Dynamische stabiliteitscon‐ trole DSC 152
Dynamische tractiecontrole DTC 153
E
ECO PRO 233
ECO PRO, anticipeer‐ hulp 236
ECO PRO, bonusactiera‐ dius 235
ECO PRO-tip 235
ECO PRO-weergaven 92
Edelhout, verzorging 287
Eenheden, maten 108
Een wasstraat binnenrij‐ den 285
Eerstehulpset 280
EfficientDynamics 236
EHBO-tas 280
Eigen veiligheid 7
Elektrische ruitbediening 46
Elektronische weergaven, in‐ strumentenpaneel 90
Elektronisch stabiliteitspro‐ gramma ESP, zie DSC 152
Energieterugwinning 100
ESP elektronisch stabiliteits‐ programma, zie DSC 152
Externe start 281
F
File-assistent 165
Flessenhouder, zie Bekerhou‐ der 214 Foutmeldingen, zie "Check-
Control" 94
Frontairbags 118
Frontlampen 270
Functiestoring, niveaurege‐ ling 156
G
Garantie 7
Gebruikte symbolen 6
Gedeeld scherm, split‐ screen 22
Gegevens, technische 292
Geheugen, stoel, spiegel, stuurkolom 62
Geïntegreerde gebruiksaan‐ wijzing in de auto 28
Geïntegreerde sleutel 32
Geïntegreerde universele af‐ standsbediening 201
Gemiddelde snelheid 105
Gemiddeld verbruik 105
Geparkeerde auto, condens‐ water 223
Gereedschap 268
Geschikte motoroliesoor‐ ten 262
Gevarendriehoek 280
Gewichten 293
Gladheid, zie buitentempera‐ tuurwaarschuwing 99
Glazen dak, zie Glazen pano‐ ramadak 48
Glazen panoramadak 48
Gloeilampen vervangen, zie Vervangen van lampen 269
Gordelherinnering voor be‐ stuurders- en passagiers‐
stoel 59
Gordelherinnering voor de achterbank 59
Gordels, veiligheidsgor‐ dels 58
GPS-plaatsbepaling, voer‐ tuigpositie 108 Grootlicht 81
Grootlichtassistent 114
Grootlicht, gloeilamp vervan‐ gen 271
H Halogeen-koplampen, lam‐ pen vervangen 270
Handbediening, Steptronic versnellingsbak 86
Handmatige bediening, ach‐ teruitrijcamera 176
Handmatige bediening, bui‐ tenspiegel 64
Handmatige bediening, Park Distance Control PDC 173
Handmatige bediening, por‐ tierslot 38
Handmatige bediening, Top View 179
Handmatige luchthoeveel‐ heid 188, 192
Handmatige luchtverde‐ ling 189, 192
Handmatige snelheidsbe‐ grenzer 146
Handrem, zie Parkeerrem 77
Handzender, wisselende code 202
HDC Hill Descent Con‐ trol 154
Head-Up Display 108
Head-Up Display, verzor‐ ging 288
Heet uitlaatsysteem 221
Helderheid, van het Control Display 108
Hellingshoeksensor 45
Hill Descent Control HDC 154
Hoekverlichting 113
Homepage 6
Hoofdairbags 118
Hoofdsteunen 51
Hoofdsteunen, achterin 61 Seite 305Alles van A tot ZOpzoeken305
Online Edition for Part no. 01 40 2 969 785 - II/16
Page 309 of 314

Persoonlijke gegevens wis‐sen 23
Persoonsherkenning, zie Night Vision 138
Persoonswaarschuwing met City-remfunctie 135
Plaats voor kinderen 66
Pleister, zie EHBO-tas 280
Portieren, soft-close-auto‐ maat 39
Portiersleutel, zie Afstands‐ bediening 32
Portierslot 38
PostCrash 150
Praktische tips voor het rij‐ den 220
Profiel, banden 250
Profile, zie Personal Pro‐ file 34
R
Raapoliemethylester RME 245
Radiografische sleutel, zie Af‐ standsbediening 32
Radio, zie Handleiding over navigatie-, entertainment-
en communicatiesysteem
RDC bandenspanningscon‐ trole 122
Rechtsrijdend verkeer, instel‐ ling koplampen 116
Recycling 267
Regelsystemen, koersstabili‐ teit 151
Regensensor 82
Reiniging displays 288
Reinigingsmiddel voor vel‐ gen 287
Reinigingsvloeistof 84
Reis-boordcomputer 106
Reisdoelafstand 105
Remassistent 151
Remassistent, adaptief 151
Remlicht, adaptief 148 Remlichten, dynamisch 148
Remmen, aanwijzingen 222
Remschijven inrijden 220
Remvoeringen inrijden 220
Reservewaarschuwing, zie Actieradius 99
Reservewiel 274
Reservezekering 277
Reservoir voor sproeiervloei‐ stof 84
Reset, bandenspanningscon‐ trole RDC 123
Resetten, bandenspannings‐ controle RDC 123
Resterende actieradius 99
RES-toets 162
RES-toets, zie Actieve snel‐ heidsregeling, ACC 159
RES-toets, zie Snelheidsre‐ geling 169
Restwarmte, automatische airconditioning 192
Richtingaanwijzer, zie Knip‐ perlicht 80
Rijaanwijzing, ECO PRO 235
Rijaanwijzingen, alge‐ meen 220
Rijbaanbegrenzing, waar‐ schuwing 142
Rijbelevingsschakelaar 156
Rijden op het circuit 223
Rijden op slechte wegen 223
Rijmodus 156
Rijmodus ECO PRO 233
Rijstabiliteitsregelsyste‐ men 151
Rijstrookwisselmelding 144
Rijtips 220
Ritten op slechte wegen 223
RME raapoliemethyles‐ ter 245
Roetdeeltjesfilter 221
Roetfilter 221
Rokerspakket 203
RON, benzinekwaliteit 245
Rondom de dakhemel 15 Rondom de middencon‐
sole 14
Rondom het stuurwiel 12
RPA bandenpechwaarschu‐ wing 125
RSC Runflat System Compo‐ nent, zie Banden met nood‐
loopeigenschappen 252
Rubber, verzorging 287
Rugleuning achterbank kan‐ telen 209
Rugleuningbreedte 54
Rugleuningcontour, zie Len‐ densteun 53
Ruitbediening 46
Ruitensproeiermonden 83
Ruitensproeiers, ruiten 83
Ruitenwisser 81
Ruitenwisserinstallatie 81
Ruitenwisser, uitgeklapte stand 83
Ruitreinigingsinstallatie 81
Run Flat-banden 252
S
Schade, banden 250
Schakelaars, zie Bedienings‐ organen 12
Schakelaar voor rijdyna‐ miek 156
Schakeling, zie Steptronic versnellingsbak 84
Schakelpaddels op het stuur‐ wiel 87
Schakelpuntindicator 102
Scherm tegen verblin‐ ding 203
Schminkspiegel 203
Schoudersteun 54
Schroevendraaier, zie Boord‐ gereedschap 268
Schuif-/kanteldak 48
Sensoren, verzorging 288
Service-centrale, zie Mobile Service 280 Seite 309Alles van A tot ZOpzoeken309
Online Edition for Part no. 01 40 2 969 785 - II/16