ESP BMW X5 2016 Instructieboekjes (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: BMW, Model Year: 2016, Model line: X5, Model: BMW X5 2016Pages: 314, PDF Size: 6.15 MB
Page 5 of 314

InhoudsopgaveSpeciale onderwerpen vindt u het snelst aan
de hand van het trefwoordenregister, zie pa‐
gina 302.6Opmerkingen
Overzicht
12Bedieningsorganen16iDrive25Spraakgestuurd systeem28Geïntegreerde handleiding in de auto
Bediening
32Openen en sluiten51Instellen66Kinderen veilig vervoeren73Rijden90Weergaven111Verlichting118Veiligheid151Rijstabiliteitsregelsystemen159Rijcomfort187Klimaatregeling201Interieuruitrusting211Opbergvakken
Rijtips
220Bij het rijden in acht nemen225Belading228Rijden met een aanhangwagen232Brandstof besparenMobiliteit242Tanken244Brandstof249Wielen en banden257Motorruimte260Motorolie264Koelvloeistof266Onderhoud268Vervangen van onderdelen279Hulp in geval van pech285Verzorging
Opzoeken
292Technische gegevens300Bijlage302Alles van A tot Z
Online Edition for Part no. 01 40 2 969 785 - II/16
Page 13 of 314

Dimlicht 111Automatische verlichtingsrege‐
ling 112
Adaptieve bochtverlichting 113
Grootlichtassistent 114Koplampverstelling 114Instrumentenverlichting 116Night Vision, warmtebeeld in-/
uitschakelen 1387Stuurkolomschakelaar, linksRichtingaanwijzers 80Grootlicht, lichtsignaal 80Grootlichtassistent 114Parkeerlicht 112Boordcomputer 1048Toetsen op stuurwiel, linksSnelheidsbegrenzer 146Snelheidsregeling aan/uit, onder‐
breken 169Actieve gewenste rijsnelheid aan/
uit, onderbreken 159File-assistent aan/uit 165Snelheidsregeling: snelheid op‐
roepenMet file-assistent: actieve snel‐
heidsregeling, afstand instellenActieve snelheidsregeling, af‐
stand verkleinenActieve snelheidsregeling, af‐
stand vergrotenTuimelschakelaar voor snelheidsregeling9Schakelpaddels 8710Instrumentenpaneel 9011Toetsen op stuurwiel, rechtsEntertainmentbronVolumeSpraakinvoer 25Telefoon, zie handleiding over
navigatie-, entertainment- en
communicatiesysteemGekartelde knop voor selectielijsten 10412Stuurkolomschakelaar, rechtsRuitenwisser 81Regensensor 82Ruiten en koplampen reini‐
gen 81Achterruitenwisser 83Achterruit reinigen 83Seite 13BedieningsorganenOverzicht13
Online Edition for Part no. 01 40 2 969 785 - II/16
Page 16 of 314

iDriveUitrusting van de auto
In dit hoofdstuk worden alle standaard, lands‐
pecifieke en speciale uitrustingen beschreven
die in de modelserie aangeboden worden. Er
worden daarom ook uitrustingen beschreven
die in een auto, bijv. vanwege de landspeci‐
fieke of gekozen speciale uitrusting niet be‐
schikbaar zijn. Dat geldt ook voor veiligheidsre‐
levante functies en systemen. Bij gebruik van
deze functies en systemen moeten de in het
land geldende voorschriften worden nage‐
leefd.
Principe iDrive omvat de functies van een groot aantal
schakelaars. Deze functies kunnen derhalve op
een centrale plaats worden bediend.
WAARSCHUWING
De bediening van geïntegreerde informa‐
tiesystemen en communicatieapparatuur tij‐
dens het rijden kan de aandacht van het ver‐
keer afleiden. U kunt de controle over de auto
verliezen. Er bestaat gevaar voor ongevallen.
De systemen en apparatuur alleen bedienen
als de verkeerssituatie het toelaat. Zo nodig
stoppen en de systemen resp. apparatuur bij
stilstaande auto bedienen.◀Overzicht
bedieningselementen
Bedieningselementen1Control Display2Controller met toetsen en, afhankelijk van
de uitrusting, met touchpad
Control Display
Aanwijzingen
▷Voor het reinigen van het Control Display
onderhoudsaanwijzingen in acht nemen.▷Geen voorwerpen in het gebied voor het
Control Display neerleggen, het Control
Display kan anders worden beschadigd.▷Wanneer het Control Display wordt bloot‐
gesteld aan zeer hoge temperaturen, bijv.
door intensieve zonnestralen, kan de hel‐
derheid verminderen of kan het Control
Display volledig worden uitgeschakeld. Bij
verlaging van de temperatuur, bijv. door
schaduw of airconditioning, worden de
normale functies weer hersteld.
Inschakelen
1.Contact inschakelen.2.Controller indrukken.Seite 16OverzichtiDrive16
Online Edition for Part no. 01 40 2 969 785 - II/16
Page 22 of 314

SymboolBetekenis Gracenote®-database. AUX-In-aansluiting voorin of ach‐
terin. USB-audio-aansluiting. Audio-interface mobiele telefoon.
Verdere omvang
SymboolBetekenis Gesproken informatie uitgescha‐
keld. Bepaling van de huidige voertuig‐
positie.
Gedeeld scherm, splitscreen
Algemeen
In het rechter gedeelte van het gedeelde
scherm kan extra informatie worden weerge‐
geven bijv. informatie van de boordcomputer.
Deze informatie blijft bij de gedeelde scherm‐
weergave, het zogenaamde splitscreen, ook bij
het wisselen naar een ander menu zichtbaar.
Gedeelde schermweergave in- en
uitschakelen
Op het Control Display:
1. Toets indrukken.2."Splitscreen"
Menupunt selecterenOp het Control Display:
1. Toets indrukken.2."Splitscreen"3.Controller kantelen tot het splitscreen is
geselecteerd.4.Controller indrukken of "Inhoud
splitscreen" selecteren.5.Gewenst menupunt selecteren.
Voorkeuzetoetsen
Algemeen
Functies van iDrive kunnen op de voorkeuzet‐
oetsen worden opgeslagen en direct worden
opgeroepen, bijv. radiozenders, navigatiebe‐
stemmingen, telefoonnummers en menupun‐
ten.
De instellingen worden opgeslagen voor het
momenteel gebruikte profiel.
Functie opslaan
1.Functie via iDrive markeren.2. Gewenste toets ingedrukt houden
tot een geluidssignaal klinkt.
Functie uitvoeren
Toets indrukken.
De functie wordt direct uitgevoerd. Dit
betekent dat bijv. bij de selectie van een tele‐
foonnummer ook de verbinding wordt opge‐
bouwd.
Toetsbezetting weergeven
Toetsen met de vinger aanraken. Geen hand‐
schoenen dragen of voorwerpen gebruiken.
Seite 22OverzichtiDrive22
Online Edition for Part no. 01 40 2 969 785 - II/16
Page 23 of 314

De toewijzing van de toetsen wordt aan de bo‐
venste schermrand weergegeven.
Toetsbezetting wissen
1.Toetsen 1 en 8 tegelijkertijd ca. vijf secon‐
den indrukken.2."OK"
Persoonlijke gegevens in de
auto wissen
Principe
De auto slaat, afhankelijk van het gebruik, per‐
soonlijke gegevens, zoals bijv. opgeslagen ra‐
diozenders op. Deze persoonlijke gegevens
kunnen via iDrive onherroepelijk worden ge‐
wist.
Algemeen
Afhankelijk van de uitvoering kunnen de vol‐
gende gegevens worden gewist:
▷Personal Profile instellingen.▷Opgeslagen radiozenders.▷Opgeslagen toets favorieten.▷Reis- en boordcomputerwaarden.▷Muziekcollectie.▷Navigatie, bijv. opgeslagen bestemmingen.▷Telefoonboek.▷Online-gegevens, bijv. favorieten, cookies.▷Gesproken notities.▷Login-accounts.▷RemoteApp Smartphone-koppeling.
Het wissen van de gegevens kan in totaal max.
30 minuten duren.
Voorwaarden voor een correcte
werking
Gegevens kunnen alleen bij stilstand worden
gewist.
Gegevens wissen
De aanwijzingen op het Control Display in acht
nemen en opvolgen.
1.Contact inschakelen.2."Instellingen"3."Opties" oproepen.4."Persoonl. gegevens wissen"5."Voortzetten"6."OK"
Letters en cijfers invoeren
Algemeen
Op het Control Display:
1.Controller draaien: letters of cijfers selecte‐
ren.2.Eventueel nog andere letters en cijfers se‐
lecteren.3."OK": invoer bevestigen.SymboolFunctie Controller indrukken: letter of cijfer
wissen. Controller lang indrukken: alle let‐
ters en cijfers wissen.Seite 23iDriveOverzicht23
Online Edition for Part no. 01 40 2 969 785 - II/16
Page 25 of 314

Spraakgestuurd systeemUitrusting van de autoIn dit hoofdstuk worden alle standaard, lands‐
pecifieke en speciale uitrustingen beschreven
die in de modelserie aangeboden worden. Er
worden daarom ook uitrustingen beschreven
die in een auto, bijv. vanwege de landspeci‐
fieke of gekozen speciale uitrusting niet be‐
schikbaar zijn. Dat geldt ook voor veiligheidsre‐
levante functies en systemen. Bij gebruik van
deze functies en systemen moeten de in het
land geldende voorschriften worden nage‐
leefd.
Principe▷Via het spraakgestuurd systeem kunnen
de meeste functies, die op het Control Dis‐
play worden weergegeven, door gespro‐
ken commando's worden bediend. Het
systeem ondersteunt bij de invoer met
aankondigingen.▷Functies die alleen bij een stilstaande auto
inzetbaar zijn, kunnen niet via het spraak‐
gestuurd systeem bediend worden.▷Tot het systeem behoort een speciale mi‐
crofoon aan de bestuurderszijde.▷›...‹ geeft commando's voor het spraakge‐
stuurd systeem aan in de handleiding.
Voorwaarden
Stel bij het Control Display een taal in die ook
door het taalinvoersysteem ondersteund wordt
om de uit te spreken commando's te kunnen
identificeren.
Taal instellen, zie pagina 107.
Commando's uitspreken
Spraakinvoer inschakelen1. Toets op het stuurwiel indrukken.2.Geluidssignaal afwachten.3.Commando uitspreken.
Commando, dat door het spraakgestuurd
systeem wordt herkend, wordt gesproken
en op het instrumentenpaneel weergege‐
ven.
Symbool in het instrumentenpaneel wijst
erop dat het spraakgestuurd systeem actief is.
Mogelijkerwijs zijn geen andere commando's
mogelijk, de functie in dit geval via iDrive be‐
dienen.
Spraakinvoer beëindigen Toets op stuurwiel indrukken
of ›Afbreken‹.
Mogelijke commando's
De meeste menupunten van het Control Dis‐ play kunnen als commando worden gespro‐
ken.
De mogelijke commando's zijn ervan afhanke‐
lijk welk menu actueel op het Control Display
wordt weergegeven.
Voor veel functies zijn er korte commando's.
Enkele lijstinvoeren, bijv. telefoonboekinvoe‐
ren, kunnen eveneens via het spraakgestuurd
systeem worden geselecteerd. Lijstinvoeren
daarbij exact zo uitspreken, zoals ze in de be‐
treffende lijst worden aangegeven.
Seite 25Spraakgestuurd systeemOverzicht25
Online Edition for Part no. 01 40 2 969 785 - II/16
Page 26 of 314

Mogelijke commando's laten
weergeven
Mogelijke commando's kunnen worden weer‐
gegeven: ›Spraakopdrachten‹.
Wanneer bijv. het menu "Instellingen" weerge‐ geven wordt, worden de commando's voor de
instellingen weergegeven.
Functies met korte commando's
uitvoeren
Functies van het hoofdmenu kunnen onmid‐
dellijk door korte commando's worden uitge‐
voerd, nagenoeg ongeacht welk menupunt er
is ingesteld, bijv. Autostatus.
Lijst voor korte commando's van het spraakge‐
stuurd systeem, zie Handleiding over naviga‐
tie-, entertainment- en communicatiesysteem.
De lijst met korte commando's voor het
spraakgestuurd systeem kan via de geïnte‐
greerde gebruiksaanwijzing op het Control
Display worden opgeroepen.
Help-informatie bij het
spraakgestuurd systeem
Help-informatie oproepen: ›Help‹.
Verdere commando's bij de hulpdialoog:▷›Hulp met voorbeelden‹: informatie over de
actuele bedieningsmogelijkheden en de
belangrijkste commando's daarvoor wor‐
den weergegeven.▷›Hulp bij spraakinvoer‹: informatie over het
werkingsprincipe van het spraakgestuurd
systeem wordt weergegeven.Een voorbeeld:
klankinstellingen oproepen
Via hoofdmenu De commando's van de menuopties kunnen
worden gesproken of via de controller geselec‐
teerd.1.Indien nodig geluidsweergave van enter‐
tainment inschakelen.2. Toets op het stuurwiel indrukken.3.›Radio‹4.›Klank‹
Met behulp van kort commando
De gewenste klankinstelling kan ook via een
kort commando worden gestart.
1.Indien nodig geluidsweergave van enter‐
tainment inschakelen.2. Toets op het stuurwiel indrukken.3.›Klank‹
Spraakdialoog instellen
Er kan worden ingesteld of het systeem de
standaard systeemmedelingen of een korte
variant daarvan gebruikt.
Bij de korte variant van de spraakdialoog wor‐
den de systeemmededelingen beknopt weer‐
gegeven.
1."Instellingen"2."Taal/eenheden"Seite 26OverzichtSpraakgestuurd systeem26
Online Edition for Part no. 01 40 2 969 785 - II/16
Page 27 of 314

3."Spraakmod.:"4.Instelling selecteren.
Volume aanpassenVolumeknop tijdens de gesproken aanwijzin‐
gen draaien tot de gewenste volume is inge‐
steld.
▷Volume blijft behouden, ook wanneer het
volume van andere audioapparatuur wordt
gewijzigd.▷Het volume wordt voor het momenteel ge‐
bruikte profiel opgeslagen.
Noodoproepen
Spraakgestuurd systeem niet gebruiken voor
noodoproepen. In stresssituaties kunnen taal
en stemniveau wijzigen. Daardoor wordt de
opbouw van een telefoonverbinding onnodig
vertraagd.
In plaats daarvan de SOS-toets, zie pa‐
gina 279, bij de binnenspiegel gebruiken.
Omgevingsomstandigheden
▷Commando's, cijfers en letters vloeiend en
met normaal volume, klemtonen en snel‐
heid uitspreken.▷Commando's altijd in de taal van het
spraakgestuurd systeem spreken.▷Bij de keuze van de radiozender de gebrui‐
kelijke uitspraak van de zendernaam ge‐bruiken, het beste zoals de naam in het
Control Display wordt weergegeven.
›Zender ...,‹ bijv. zender Classic Radio.▷Portieren, ruiten en schuifdak gesloten
houden, om storende geluiden te vermij‐
den.▷Nevengeluiden in de auto tijdens het spre‐
ken vermijden.Seite 27Spraakgestuurd systeemOverzicht27
Online Edition for Part no. 01 40 2 969 785 - II/16
Page 58 of 314

Veiligheidsgordels
Aantal veiligheidsgordels Voor de veiligheid van de inzittenden is de auto
uitgerust met vijf of zeven veiligheidsgordels.
Deze kunnen hun beschermende werking ech‐
ter pas vervullen, als zij correct zijn omgegespt.
De beide buitenste gordelsloten die in de 2e
zitrij zijn geïntegreerd, zijn bedoeld voor passa‐
giers links en rechts.
Het binnenste gordelslot van de 2e zitrij is uit‐
sluitend bedoeld voor de passagier in het mid‐
den.
Algemeen
Veiligheidsgordels voor elke rit op alle bezette
plaatsen omdoen.
Om de inzittenden te beschermen, wordt de
gordelblokkering vroegtijdig geactiveerd. De
gordel bij het omdoen langzaam uit de houder
halen.
Airbags vormen een aanvullende veiligheids‐
voorziening op de veiligheidsgordels, maar
vervangen deze niet.
Het punt van de gordelbevestiging past voor
volwassenen van elke lichaamslengte bij een
correcte stoelinstelling.
Aanwijzingen WAARSCHUWING
Als meer dan een persoon van dezelfde
gordel gebruikmaakt, is de beschermende
werking van de veiligheidsgordel niet meer ge‐
waarborgd. Er bestaat kans op letsel of levens‐
gevaar. Eén veiligheidsgordel slechts voor
één persoon gebruiken. Baby's en kinderen
niet op schoot nemen, maar in de daarvoor be‐
stemde kinderveiligheidssystemen zetten en
overeenkomstig beveiligen.◀
WAARSCHUWING
De beschermende werking van de veilig‐
heidsgordels kan beperkt zijn of wegvallen als
deze verkeerd worden gedragen. Een verkeerdgedragen veiligheidsgordel kan extra letsel
veroorzaken, bijv. bij een ongeval of bij rem- en
uitwijkmanoeuvres. Er bestaat kans op letsel of
levensgevaar. Erop letten dat de veiligheids‐
gordels bij alle inzittenden correct zijn omge‐
daan.◀
WAARSCHUWING
Als de achterbankleuning niet is vergren‐
deld, is de beschermende werking van de mid‐
delste veiligheidsgordel niet gewaarborgd. Er
bestaat kans op letsel of levensgevaar. Bij ge‐
bruik van de middelste veiligheidsgordel de
breedste achterbankleuning vergrendelen.◀
Correct gebruik van
veiligheidsgordels▷De gordel niet verdraaid en zo strak moge‐
lijk over het bekken en de schouder aan‐
brengen.▷De gordel in de bekkenzone laag over de
heup aanbrengen. De gordel mag niet te‐
gen het onderlichaam drukken.▷De veiligheidsgordel mag niet tegen de
hals aanliggen, langs scherpe randen
schuren, over harde of breekbare voorwer‐
pen in de kleding lopen of worden inge‐
klemd.▷Dikke kleding vermijden.▷De gordel ter hoogte van het bovenlichaam
meerdere keren naar boven toe straktrek‐
ken.Seite 58BedieningInstellen58
Online Edition for Part no. 01 40 2 969 785 - II/16
Page 59 of 314

Veiligheidsgordel sluiten
Het gordelslot moet bij het sluiten hoorbaar
vastklikken.
Veiligheidsgordel automatisch strak
trekken
Bij gesloten gordel wordt na het wegrijden de
gordelband eenmalig automatisch strak aan‐
getrokken.
Veiligheidsgordel openen
1.Veiligheidsgordel vasthouden.2.Rode toets in het slot indrukken.3.Veiligheidsgordel naar het oprolmecha‐
nisme geleiden.
Gordelherinnering voor bestuurders-
en passagiersstoel
Er wordt een Check-Control-melding
weergegeven. Controleren of de veilig‐
heidsgordel correct is omgedaan.
De gordelherinnering wordt geactiveerd als de
veiligheidsgordel aan bestuurderszijde niet is
omgegespt.
Bij enkele landuitvoeringen wordt de gordel‐
herinnering vanaf ca. 10 km/h ook geactiveerd
als de passagiersgordel niet is omgegespt en
als zware voorwerpen op de passagiersstoel
liggen.
Gordelwaarschuwing voor de
achterbank
Controlelampje op het instrumenten‐
paneel gaat branden nadat de motor
gestart is.▷Groen: de veiligheidsgordel van de betref‐
fende zitplaats op de achterbank is vastge‐
maakt.▷Rood: de veiligheidsgordel van de betref‐
fende zitplaats op de achterbank is niet
vastgemaakt.
De gordelwaarschuwing wordt ook geactiveerd
wanneer een veiligheidsgordel op de achter‐
bank tijdens de rit wordt losgemaakt.
Veiligheidsfunctie In kritieke rij-omstandigheden, bijv. een nood‐
stop, worden de voorste gordels automatisch
voorgespannen.
Wordt de rijsituatie afgesloten zonder ongeluk‐
ken, dan ontspant de gordel weer.
Als de gordelspanning niet automatisch losser
wordt, moet u stoppen en de gordel met de
rode toets in het slot openen. Alvorens verder
te rijden, de gordel opnieuw sluiten.
Beschadiging van de
veiligheidsgordels
WAARSCHUWING
De beschermende werking van de veilig‐
heidsgordels kan in de volgende situaties be‐
perkt zijn of uitvallen:
▷Gordels zijn beschadigd, vervuild of op een
andere manier gewijzigd.▷Gordelslot is beschadigd of sterk vervuild.▷Gordelspanner of gordelautomaat is gewij‐
zigd.
De veiligheidsgordel kunnen bij een ongeval
onmerkbaar worden beschadigd. Er bestaat
kans op letsel of levensgevaar. Veiligheidsgor‐
dels, gordelsloten, gordelspanners, gordelau‐
tomaten en gordelverankeringen niet wijzigen
en schoon houden. Na een ongeval de veilig‐
Seite 59InstellenBediening59
Online Edition for Part no. 01 40 2 969 785 - II/16