display BMW X6 2016 Instructieboekjes (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: BMW, Model Year: 2016, Model line: X6, Model: BMW X6 2016Pages: 302, PDF Size: 5.89 MB
Page 28 of 302

Geïntegreerde handleiding in de autoUitrusting van de autoIn dit hoofdstuk worden alle standaard, lands‐
pecifieke en speciale uitrustingen beschreven
die in de modelserie aangeboden worden. Er
worden daarom ook uitrustingen beschreven
die in een auto, bijv. vanwege de landspeci‐
fieke of gekozen speciale uitrusting niet be‐
schikbaar zijn. Dat geldt ook voor veiligheidsre‐
levante functies en systemen. Bij gebruik van
deze functies en systemen moeten de in het
land geldende voorschriften worden nage‐
leefd.
Geïntegreerde handleiding in de auto
De geïntegreerde handleiding kan weergege‐
ven worden op het Control Display. Daarin
worden in het bijzonder de uitrustingen en
functies beschreven die voorhanden zijn in de
auto.
Onderdelen van de geïntegreerde
handleiding
De geïntegreerde handleiding bestaat uit drie
delen, die verschillende informatieniveaus of
toegangsmogelijkheden bieden.
Beknopte handleiding
In de beknopte handleiding vindt u belangrijke
informatie over het gebruik van de auto, de be‐
diening van de belangrijkste autofuncties en
instructies voor in het geval van pech. Deze
gegevens kunnen ook weergegeven worden
tijdens het rijden.
Zoeken op afbeelding
Door middel van het zoeken op afbeelding kan
gezocht worden naar gegevens en beschrijvin‐
gen aan de hand van afbeeldingen. Dit komt
bijv. van pas wanneer de beschrijving bij eenuitrusting nodig is waarvan de benaming niet
bekend is.
Handleiding Hier kan gezocht worden naar gegevens en
beschrijvingen door de directe invoer van een
zoekopdracht via de index.
Bestanddelen selecteren1. Toets indrukken.2.Controller draaien: "Auto-info"oproepen.3.Controller indrukken.4.Gewenste bereik selecteren:▷"Beknopte handleiding"▷"Zoeken op afbeelding"▷"Handleiding"
Bladeren in de handleiding
Paginawijs met linktoegang
Controller draaien tot de volgende of vorige
pagina wordt weergegeven.
Paginawijs zonder linktoegangPagina's direct doorbladeren en daarbij links
overslaan.
Symbool eenmaal markeren. Daarna alleen
nog Controller indrukken om van pagina tot
pagina te bladeren.
Seite 28OverzichtGeïntegreerde handleiding in de auto28
Online Edition for Part no. 01 40 2 966 029 - X/15
Page 29 of 302

Terugbladeren.
Naar voren bladeren.
Help-informatie/handleiding bij de op
dat moment geselecteerde functie
Passende informatie kan direct worden weer‐ gegeven.
Oproepen bij bediening via iDrive Direct vanuit de applicatie op het Control Dis‐
play in het menu "Opties" selecteren:1. Toets indrukken of Controller zo vaak
naar rechts kantelen tot het menu "Opties"
wordt weergegeven.2."Handleiding weergeven"
Oproepen bij weergave van een
Check-Control-melding
Direct vanuit de Check-Control-melding op het
Control Display:
"Handleiding weergeven"
Wisselen tussen functie en
handleiding
Op het Control Display uit een functie, bijv.
radio, in de handleiding en tussen de beide
weergaven heen en terug wisselen:
1. Toets indrukken of Controller zo vaak
naar rechts kantelen tot het menu "Opties"
wordt weergegeven.2."Handleiding weergeven"3.Gewenste pagina in de handleiding selec‐
teren.4. Toets opnieuw indrukken om naar de
laatste weergegeven functie terug te ke‐
ren.5. Toets indrukken om naar de laatste
weergegeven pagina van de handleiding
terug te keren.
Om permanent tussen de laatste weergegeven
functie en de laatste weergegeven pagina van
de handleiding te wisselen de stappen 4 en
5 herhalen. Hierbij worden steeds nieuwe
beeldvensters geopend.
Voorkeuzetoetsen
Algemeen
De handleiding kan op de Voorkeuzetoetsen
worden opgeslagen en daarmee direct worden
opgeroepen.
Opslaan
1."Handleiding" via iDrive selecteren.2. Gewenste toets langer dan 2 se‐
conden indrukken.
Uitvoeren
Toets indrukken.
Handleiding wordt direct weergege‐
ven.
Seite 29Geïntegreerde handleiding in de autoOverzicht29
Online Edition for Part no. 01 40 2 966 029 - X/15
Page 34 of 302

geslagen en op een later tijdstip weer worden
opgeroepen.
Algemeen
Er zijn drie bestuurdersprofielen beschikbaar waarin persoonlijke instellingen voor de auto
worden opgeslagen. Aan iedere afstandsbe‐
diening is één van deze bestuurdersprofielen
toegewezen.
Als de auto met een afstandsbediening wordt
ontgrendeld, wordt het bijbehorende bestuur‐
dersprofiel geactiveerd. Alle in het bestuurder‐
sprofiel opgeslagen instellingen worden auto‐
matisch uitgevoerd.
Als meerdere bestuurders ieder een eigen af‐
standsbediening hebben, past de auto zich bij
het ontgrendelen aan de persoonlijke instellin‐
gen aan. Deze instellingen worden ook her‐
steld als de auto tussendoor door een persoon
werd gebruikt met een andere afstandsbedie‐
ning.
Wijzigingen aan de instellingen worden auto‐
matisch opgeslagen in het op dat moment ge‐
bruikte bestuurdersprofiel.
Als via iDrive een ander bestuurdersprofiel
wordt geselecteerd, worden de daarin opge‐
slagen instellingen automatisch uitgevoerd.
Het nieuwe bestuurdersprofiel wordt toegewe‐
zen aan de momenteel gebruikte afstandsbe‐
diening.
Bovendien is er een gastprofiel beschikbaar
dat niet aan een afstandsbediening wordt toe‐
gekend. Dit kan worden gebruikt om instellin‐
gen aan de auto te kunnen uitvoeren zonder de
persoonlijke bestuurdersprofielen te wijzigen.
Instellingen De instellingen van de volgende systemen en
functies worden opgeslagen in het geacti‐
veerde profiel. De omvang van de instellingen
die worden opgeslagen is afhankelijk van land
en uitvoering.▷Ontgrendelen en vergrendelen.▷Licht.▷Klimaatregeling.▷Radio.▷Instrumentenpaneel.▷Voorkeuzetoetsen.▷Volume, klank.▷Control Display.▷Navigatie.▷Tv.▷Park Distance Control PDC.▷Achteruitrijcamera.▷Side View.▷Top View.▷Head-Up Display.▷Rijbelevingsschakelaar.▷Positie bestuurdersstoel, buitenspiegel,
stuurwiel.▷Intelligent Safety.▷Rijstrookwisselmelding.▷Night Vision.
Profielbeheer
Profielen oproepen Onafhankelijk van de gebruikte afstandsbedie‐
ning kan een ander profiel worden opgeroe‐
pen.
Via iDrive:
1."Instellingen"2."Profielen"3.Profiel selecteren.▷Het in het opgeroepen profiel opgeslagen
instellingen worden automatisch uitge‐
voerd.▷Het opgeroepen profiel wordt toegewezen
aan de op dat moment gebruikte afstands‐
bediening.▷Als het profiel reeds aan een andere af‐
standsbediening is toegewezen, geldt dit
profiel voor beide afstandsbedieningen.Seite 34BedieningOpenen en sluiten34
Online Edition for Part no. 01 40 2 966 029 - X/15
Page 35 of 302

Een onderscheiding van de instellingen
voor de beide afstandsbedieningen is niet
meer mogelijk.
Profielen herbenoemen
Om te voorkomen dat de profielen worden ver‐
wisseld, kan aan iedere profiel een persoonlijke
naam worden gegeven.
Op het Control Display:
1."Instellingen"2."Profielen"3."Opties" oproepen.4."Huidige profiel wijzigen"
Profielen resetten Instellingen van het actieve profiel worden op
de fabrieksinstellingen gereset.
Op het Control Display:
1."Instellingen"2."Profielen"3."Opties" oproepen.4."Huidige profiel terugzetten"
Profielen exporteren De meeste instellingen van het actieve profiel
kunnen worden geëxporteerd.
Dit kan handig zijn bij de opslag en het herstel
van persoonlijke instellingen, bijv. voor een
verblijf in de werkplaats. De beveiligde profie‐
len kunnen in een andere auto met Personal
Profile-functie worden meegenomen.
De export geschiedt via de USB-aansluiting op
een USB-medium. De gangbare bestandssys‐
temen voor USB-media worden ondersteund.
Voor de export van profielen worden de forma‐
ten FAT32 en exFAT aanbevolen, bij andere
formaten kan het exporteren soms niet moge‐
lijk zijn.
Op het Control Display:1."Instellingen"2."Profielen"3."Profiel exporteren"4."USB"
Profielen importeren
Op een USB-medium opgeslagen profielen
kunnen geïmporteerd worden via de USB-aan‐
sluiting.
Bestaande instellingen worden met het geïm‐
porteerde profiel overschreven.
Op het Control Display:
1."Instellingen"2."Profielen"3."Profiel importeren"4."USB"
Gastprofiel gebruiken Met het gastprofiel kunnen individuele instel‐
lingen worden ingesteld die in geen van de drie
persoonlijke profielen worden opgeslagen.
Dit kan nuttig zijn bij tijdelijk gebruik van de
auto door bestuurders zonder eigen profiel.
Op het Control Display:
1."Instellingen"2."Profielen"3."Gast"
De naam van het gastprofiel kan niet worden
gewijzigd. Het wordt niet toegewezen aan de
actuele afstandsbediening.
Profiellijst bij start weergeven De profiellijst kan bij elke start worden weerge‐
geven voor de keuze van het gewenste profiel.
Op het Control Display:
1."Instellingen"2."Profielen"Seite 35Openen en sluitenBediening35
Online Edition for Part no. 01 40 2 966 029 - X/15
Page 77 of 302

Het controlelampje in het instrumen‐
tenpaneel dooft zodra de parkeerrem
weer gebruiksklaar is.
Richtingaanwijzers,
grootlicht, lichtsignaal
Richtingaanwijzers
Knipperlicht in de buitenspiegel Bij het rijden en tijdens het gebruik van de
knipperlichten of de waarschuwingsknipper‐
lichtinstallatie de buitenspiegels niet inklap‐
pen, zodat de knipperlichten in de buitenspie‐
gels goed te herkennen zijn.
Knipperen
Schakelaar door het drukpunt heen indrukken.
De richtingaanwijzer-grootlichtschakelaar
keert na de bediening in de uitgangspositie te‐
rug.
Om handmatig uit te schakelen de schakelaar
tot aan het drukpunt aantippen.
Kort knipperen Schakelaar licht aantippen.
Richtingaanwijzer knippert driemaal.
De functie kan geactiveerd of gedeactiveerd
worden.
Op het Control Display:
1."Instellingen"2."Licht"3."Driemaal knipperen"
De instelling wordt voor het momenteel ge‐
bruikte profiel opgeslagen.
Kortstondig knipperen
Hendel tot door het drukpunt drukken en inge‐
drukt houden zolang er geknipperd moet wor‐
den.
Storing Ongewoon snel knipperen van de controle‐
lampje duidt op een uitgevallen richtingaanwij‐
zerlampje.
Bij rijden met aanhanger wijst de lamp evt. ook
op een uitgevallen knipperlicht van de aan‐
hangwagen.
Grootlicht, lichtsignaal
▷Grootlicht, pijl 1.▷Grootlicht uit/lichtsignaal, pijl 2.
Ruitenwisserinstallatie
Wisser in-/uitschakelen en kort wissen
Algemeen
De wissers niet bij een droge voorruit gebrui‐
ken, anders kunnen de wisserbladen sneller
slijten of beschadigd raken.
Seite 77RijdenBediening77
Online Edition for Part no. 01 40 2 966 029 - X/15
Page 87 of 302

▷Datum, zie pagina 95.▷Energieterugwinning, zie pagina 96.▷Versnellingsbakaanduiding, zie pagina 84.▷Gordelwaarschuwing voor de achterbank,
zie pagina 57.▷Kilometer/dagteller, zie pagina 95.▷Meldingen, bijv. Check-Control, zie pa‐
gina 90.▷Momenteel verbruik, zie pagina 96.▷Navigatieweergave, zie Handleiding bij na‐
vigatie-, entertainment- en communicatie‐
systeem.▷Actieradius, zie pagina 95.▷Status, rijbelevingsschakelaar, zie pa‐
gina 151.▷Benodigd onderhoud, zie pagina 96.▷Snelheidslimietinformatie, zie pagina 98.▷Tijd, zie pagina 95.
Multifunctioneel instrumentendisplay
Principe
Het instrumentendisplay is een variabele weer‐
gave. Wanneer van programma wordt gewis‐
seld via de rijbelevingsschakelaar, past zich de
weergavesoort aan het desbetreffende pro‐
gramma aan. De verandering van de weergave
kan via iDrive worden gedeactiveerd.De weergaven op het instumentendisplay kun‐
nen gedeeltelijk van de weergaven in deze
handleiding afwijken.
Overzicht
1Brandstofmeter 942Controle- en waarschuwingslampjes 903Snelheidsmeter4Variabele weergavenSeite 87WeergavenBediening87
Online Edition for Part no. 01 40 2 966 029 - X/15
Page 88 of 302

5Toerenteller 94
Selectielijsten 100ECO PRO-weergaven 2266Motorolietemperatuur 947Boordcomputer 1008Kilometers resetten 95Verandering van de weergaven in-/
uitschakelen
Er kan ingesteld worden of het instrumenten‐
display bij een verandering van het rijpro‐
gramma naar de ECO PRO- of SPORT-weer‐
gave automatisch wisselt naar de
overeenkomstige weergave.
Op het Control Display:1."Instellingen"2."Info-display"3."ECO PRO info"of "Rijmodusweergave"
Met navigatiesysteem Professional:
vergrootglasfunctie in-/uitschakelen
U kunt instellen of de actuele snelheid in de
snelheidsmeter vergroot moet worden weer‐
gegeven.
Op het Control Display:
1."Instellingen"2."Info-display"3."Loepfunctie"
ECO PRO weergeven
1Snelheidsmeter2Variabele weergaven: ECO PRO-tips, Aan‐
wijzingen vertragingsassistent, Weergaven
bestuurdersassistentiesystemen3Efficiëntieweergave 2264Transmissie-aanduiding5▷Blauw: bonusactieradiusSeite 88BedieningWeergaven88
Online Edition for Part no. 01 40 2 966 029 - X/15
Page 89 of 302

▷Grijs: reikwijdteIn het programma ECO PRO schakelt het in‐
strumentendisplay om naar de ECO PRO-
weergaven. Deze weergaven ondersteuneneen zuinige rijstijl door een duidelijkere voor‐
stelling van de efficiëntieweergave en verschil‐
lende ECO PRO-tips.
Sport-weergaven
1Snelheidsmeter2Toerenteller 943Transmissie-aanduiding4Shift Lights, bij overeenkomstige uitrusting5Vermogensweergave6Variabele weergavenIn de rijmodus Sport en Sport+ schakelt het in‐
strumentendisplay naar de sportweergaven.
Deze weergaven ondersteunen een sportieve
rijstijl door een duidelijkere weergave van de
toerenteller, de transmissie-aanduidingen en
de snelheid.
Shift Lights op het
instrumentenpaneel
Principe
Bij overeenkomstige uitrusting geven Shift
Lights het optimale schakeltijdstip in de toe‐renteller aan. Daarmee wordt bij sportieve rijst‐
ijl de best mogelijke acceleratie van de auto
behaald.
Algemeen
Steptronic Sport versnellingsbak: Shift Lights
worden weergegeven, als het rijprogramma
SPORT+ geactiveerd is.Seite 89WeergavenBediening89
Online Edition for Part no. 01 40 2 966 029 - X/15
Page 90 of 302

Shift Lights inschakelenSteptronic Sport versnellingsbak:1.SPORT+ selecteren via de rijbelevings‐
schakelaar.2.Handbediening M/S van de transmissie ac‐
tiveren.
Weergave op het instrumentendisplay
▷Het huidige toerental wordt op de toeren‐
teller weergegeven.▷Pijl 1: achter elkaar geel brandende velden
wijzen op de verhoging van het toerental.▷Pijl 2: achter elkaar oranje brandende
velden wijzen op het aanstaande schakel‐
tijdstip.▷Pijl 3: velden branden rood. Uiterlijk op dat
moment schakelen.
Bij het bereiken van het toegestane maximale
toerental knippert de gehele weergave. Bij het
overschrijden van het maximale toerental
wordt ter bescherming van de motor de brand‐
stoftoevoer verminderd.
Check-Control
Principe Check-Control controleert functies in de auto
en geeft een melding als in de bewaakte syste‐ men een storing is opgetreden.
Op het instrumentenpaneel en op het Head-
Up-Display wordt een Check-Control-melding
weergegeven als een combinatie van controle-
of waarschuwingslampjes en textuele meldin‐
gen.
Tevens klinkt er evt. een akoestisch signaal en
verschijnt er een tekstbericht op het Control
Display.
Controle- en waarschuwingslampjes
Algemeen Controle- en waarschuwingslampjes op het in‐
strumentenpaneel kunnen in verschillende
combinaties en kleuren gaan branden.
Van sommige lampen wordt bij het starten van
de motor of inschakelen van het contact de
werking gecontroleerd, waarbij deze even kort
branden.
Rode lampjes
Gordelherinnering De veiligheidsgordel aan de bestuur‐
derszijde is niet omgedaan. Bij som‐
mige landuitvoeringen: passagiersgor‐
del niet omgegespt of voorwerpen herkend op
de passagiersstoel.
Knipperen of continu brandend: veiligheids‐
gordel aan de bestuurders- of passagierszijde
is niet omgedaan. De gordelherinnering kan
ook in werking treden als er voorwerpen op de
passagiersstoel liggen.
Controleren of de veiligheidsgordel correct is
omgedaan.
Gordelherinnering voor de achterbank Rood: de veiligheidsgordel van de be‐
treffende zitplaats op de achterbank is
niet vastgemaakt.
Groen: de veiligheidsgordel van de betreffende
zitplaats op de achterbank is vastgemaakt.Seite 90BedieningWeergaven90
Online Edition for Part no. 01 40 2 966 029 - X/15
Page 91 of 302

AirbagsysteemAirbagsysteem en gordelspanner zijn
mogelijk defect.
De auto zo snel mogelijk door een Ser‐
vice Partner van de fabrikant of een andere ge‐
kwalificeerde Service Partner of specialist la‐
ten controleren.
Parkeerrem Parkeerrem is vastgezet.
Voor meer informatie, zie Parkeerrem
loszetten, zie pagina 74.
Remsysteem Remsysteem vertoont een storing.
Voorzichtig doorrijden.
De auto zo snel mogelijk door een Ser‐
vice Partner van de fabrikant of een andere ge‐
kwalificeerde Service Partner of specialist la‐
ten controleren.
Botsingswaarschuwing Branden: vooralarm, bijv. bij een drei‐gend botsingsgevaar of bij zeer geringe
afstand tot een voorligger.
Afstand vergroten.
Knipperen: acute waarschuwing bij direct bot‐
singsgevaar als de auto met relatief hogere,
andere snelheid een andere auto nadert.
Ingrijpen door te remmen en evt. uit te wijken.
Persoonswaarschuwing Symbool op het instrumentenpaneel.
Dreigt er een botsing met een herkent
persoon, dan licht het symbool op en
klinkt er een signaal.
Symbool op het instrumentendisplay.Dreigt er een botsing met een herkent per‐
soon, dan licht het symbool op en klinkt er een
signaal.
Oranje lampjes
Actieve snelheidsregeling De gekozen afstand tot het voorlig‐
gende voertuig wordt aangegeven door
het aantal dwarsbalken.
Voor meer informatie, zie Actieve snelheidsre‐
geling met Stop & Go-functie, ACC, zie pa‐
gina 154.
Voertuigherkenning, actieve
snelheidsregeling
Branden: voorligger gedetecteerd.
Knipperen: voorwaarden voor het ge‐
bruik van het systeem zijn niet meer
vervuld.
Het systeem is gedeactiveerd, maar remt af tot
uw actieve overname door indrukken van het
rempedaal of het rijpedaal.
Gele lampjes
Antiblokkeersysteem ABS Abrupt remmen zo veel mogelijk ver‐
mijden. Rembekrachtiger mogelijk de‐
fect. Houd rekening met een langere
remweg. Direct door een Service Partner van
de fabrikant of een andere gekwalificeerde
Service Partner of specialist laten controleren.
Dynamische stabiliteitscontrole DSC Knipperen: DSC regelt de aandrijf- en
remkrachten. De auto wordt gestabili‐
seerd. Snelheid verlagen en rijstijl aan
de wegomstandigheden aanpassen.
Branden: DSC is uitgevallen. Het systeem door
een Service Partner van de fabrikant of een an‐Seite 91WeergavenBediening91
Online Edition for Part no. 01 40 2 966 029 - X/15