display BMW X6 2016 Instructieboekjes (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: BMW, Model Year: 2016, Model line: X6, Model: BMW X6 2016Pages: 302, PDF Size: 5.89 MB
Page 239 of 302

ATTENTIE
Bestanddelen van het reductiemiddel zijn
zeer agressief. Er bestaat gevaar voor schade.
Contact van reductiemiddel met oppervlakken
van het voertuig vermijden.◀
Geschikte AdBlue▷AdBlue volgens de norm ISO 22241-1
AdBlue is in verschillende verpakkingen ver‐
krijgbaar. Bij voorkeur de door BMW aanbevo‐
len speciale fles gebruiken. Met deze fles en
de speciale adapter kan AdBlue eenvoudig bij‐
gevuld worden.
Bijvulhoeveelheid Bij de start van de reserve-weergave minstens
3 flessen reductiemiddel bijvullen.
Dat is ca. 6 liter.
Bijvulhoeveelheid weergeven
De exacte bijvulhoeveelheid wordt weergege‐
ven op het Control Display.
1."Auto-info"2."Autostatus"3."AdBlue"
Tank voor reductiemiddel
De tankdop van de tank voor het reductiemid‐
del bevindt zich in de motorruimte.
Reductiemiddel bijvullen
Reductiemiddel bij ingeschakelde ontsteking
bijvullen.1.Motorkap openen, zie pagina 250.2.Tankdop tegen de klok in draaien en ver‐
wijderen.3.Fles aanbrengen en tot de aanslag draaien,
zie pijl.4.Fles omlaag duwen, zie pijl.
De tank van de auto wordt gevuld.
De tank is gevuld als de vulstand zich niet
meer wijzigt. Het overmatig vullen is niet
mogelijk.5.Fles terugtrekken, zie pijl, en afschroeven.Seite 239BrandstofMobiliteit239
Online Edition for Part no. 01 40 2 966 029 - X/15
Page 252 of 302

MotorolieUitrusting van de autoIn dit hoofdstuk worden alle standaard, lands‐
pecifieke en speciale uitrustingen beschreven
die in de modelserie aangeboden worden. Er
worden daarom ook uitrustingen beschreven
die in een auto, bijv. vanwege de landspeci‐
fieke of gekozen speciale uitrusting niet be‐
schikbaar zijn. Dat geldt ook voor veiligheidsre‐
levante functies en systemen. Bij gebruik van
deze functies en systemen moeten de in het
land geldende voorschriften worden nage‐
leefd.
Algemeen Het motorolieverbruik is afhankelijk van de
rijstijl en van de gebruiksomstandigheden.
Het motorolieverbruik kan hoger zijn, bijv. in de
volgende situaties:▷Bij een sportieve rijstijl.▷Bij het inrijden van de motor.▷Bij het stationair draaien van de motor.▷Bij het gebruik van motoroliesoorten die als
ongeschikt zijn aangemerkt.
Daarom regelmatig, na elke tankbeurt, het mo‐
toroliepeil controleren.
De auto beschikt over een elektronische olie‐
peilcontrole.
De elektronische oliepeilcontrole beschikt over
twee meetprincipes:
▷Statusweergave.▷Uitvoerige meting.Elektronische
oliepeilcontrole
Statusweergave
Principe
Het motoroliepeil wordt tijdens het rijden elek‐
tronisch bewaakt en in het Control Display
weergegeven.
Als het motoroliepeil het minimum bereikt, ver‐
schijnt er een Check-Control-melding.
Voorwaarden
Een actuele meetwaarde staat ter beschikking na ca. 30 minuten rijden. Bij een korte rit wordt
de status van de laatste, voldoende lange rit
weergegeven.
Wanneer vaak korte ritten worden afgelegd, re‐
gelmatig een uitvoerige meting uitvoeren.
Peil motorolie tonen Via iDrive:1."Auto-info"2."Autostatus"3. "Motoroliepeil"
Het motoroliepeil wordt weergegeven.
Meldingen motorolie-indicator Afhankelijk van het motoroliepeil worden ver‐
schillende meldingen op het display weerge‐
geven. Deze meldingen in acht nemen.
Bij een te laag motoroliepeil binnen de vol‐
gende 200 km Motorolie bijvullen, zie pa‐
gina 253.
ATTENTIE
Te weinig motorolie veroorzaakt motor‐
schade. Er bestaat gevaar voor schade. On‐
middellijk motorolie bijvullen.◀
Seite 252MobiliteitMotorolie252
Online Edition for Part no. 01 40 2 966 029 - X/15
Page 258 of 302

OnderhoudUitrusting van de autoIn dit hoofdstuk worden alle standaard, lands‐
pecifieke en speciale uitrustingen beschreven
die in de modelserie aangeboden worden. Er
worden daarom ook uitrustingen beschreven
die in een auto, bijv. vanwege de landspeci‐
fieke of gekozen speciale uitrusting niet be‐
schikbaar zijn. Dat geldt ook voor veiligheidsre‐
levante functies en systemen. Bij gebruik van
deze functies en systemen moeten de in het
land geldende voorschriften worden nage‐
leefd.
BMW onderhoudssysteem Het onderhoudssysteem wijst op vereiste on‐
derhoudsmaatregelen en helpt zo om de auto
verkeers- en bedrijfsveilig te houden.
De omvang en intervallen kunnen verschillen
afhankelijk van de landspecifieke uitrusting.
Vervangingswerkzaamheden, reserveonderde‐
len, verbruiksmaterialen en materiaal onderhe‐
vig aan slijtage worden afzonderlijk berekend.
Meer informatie is bij een Service Partner van
de fabrikant of een andere gekwalificeerde
Service Partner of specialist verkrijgbaar.
Condition Based Service
CBS
Sensoren en speciale algoritmen houden reke‐
ning met het gebruik van uw auto. Condition
Based Service bepaalt daarmee het noodzake‐
lijk onderhoud.
Met dit systeem kan dus het onderhoud wor‐
den aangepast aan het individuele gebruiks‐
profiel.
Op het Control Display kan gedetailleerde in‐
formatie over servicebehoefte, zie pagina 96,
worden weergegeven.Servicegegevens in de
afstandsbediening
In de afstandsbediening wordt continu infor‐
matie opgeslagen over de onderhoudsbe‐
hoefte. De Service Partner kan deze gegevens
uitlezen en een op uw auto afgestemde onder‐
houdsbeurt voorstellen.
Overhandig de serviceadviseur daarom de af‐
standsbediening waarmee het laatst werd ge‐
reden.
Stilstandtijden Er wordt geen rekening gehouden met stil‐
standtijden met losgekoppelde voertuigaccu.
Daarom periodieke onderhoudswerkzaamhe‐
den, zoals vervangen van de remvloeistof en
evt. de motorolie en het micro-/actief-koolstof‐
filter, door een Service Partner van de fabrikant
of een andere gekwalificeerde Service Partner
of specialist laten uitvoeren.
OnderhoudsgeschiedenisOnderhouds- en reparatiewerkzaamheden bij
een Service Partner van de fabrikant of een an‐
dere gekwalificeerde Service Partner of speci‐
alist laten uitvoeren.
De uitgevoerde onderhoudswerkzaamheden
worden in de onderhoudsbriefjes en in de
voertuiggegevens ingevoerd. De vermeldingen
zijn net zoals het onderhoudsboekje het bewijs
van regelmatig onderhoud.
Als een invoer in de elektronische onder‐
houdsgeschiedenis van de auto wordt opge‐
slagen, worden onderhoudsrelevante gege‐
vens niet alleen in de auto maar ook op de
centrale IT-systemen van BMW AG, München
opgeslagen.
De in de elektronische onderhoudsgeschiede‐
nis opgeslagen gegevens kunnen na een wijzi‐
ging van de autobezitter ook door de nieuweSeite 258MobiliteitOnderhoud258
Online Edition for Part no. 01 40 2 966 029 - X/15
Page 259 of 302

autobezitter worden ingezien. Daarnaast kan
een Service Partner van de fabrikant of een an‐
dere gekwalificeerde Service Partner of speci‐
alist de in de elektronische onderhoudsge‐
schiedenis opgeslagen gegevens inzien.
De autobezitter kan bij een Service Partner van
de fabrikant of een andere gekwalificeerde
Service Partner of specialist bezwaar maken
tegen de invoer in de elektronische onder‐
houdsgeschiedenis met de daarmee gepaard
gaande opslag van de gegevens in de auto en
de gegevensoverdracht aan de autofabrikant
gedurende de tijd dat de auto in zijn bezit is. Er
vindt dan geen invoer in de elektronische on‐
derhoudsgeschiedenis van de auto plaats.
Ingevoerd onderhoud op het Control Display
weergeven, zie pagina 97.
Aansluiting voor On-Board
Diagnose OBD
Opmerking ATTENTIE
Ondeskundig gebruik van de contact‐
doos voor de On-Board-Diagnose kan tot sto‐
ringen aan de auto leiden. Er bestaat gevaar
voor schade. De fabrikant van uw auto advi‐
seert dringend, alleen een Service Partner van
de fabrikant of een andere gekwalificeerde
Service Partner of specialist of andere over‐
eenkomstig geautoriseerde personen toegang
tot de contactdoos voor de On-Board-Dia‐
gnose te verlenen.◀Positie
Aan bestuurderszijde bevindt zich een OBD-
aansluiting voor het testen van onderdelen die
voor de emissiesamenstelling bepalend zijn.
Emissiewaarden
▷Het waarschuwingslampje knip‐
pert:
Motorstoring die tot beschadiging
van de katalysator kan leiden. Auto
onmiddellijk laten controleren.▷Het waarschuwingslampje brandt:
Verslechtering van de emissiewaarden.
Auto zo spoedig mogelijk laten controle‐
ren.
Terugname van de auto
De fabrikant van uw auto adviseert de auto aan
het eind van zijn levenscyclus in te leveren bij
een door de fabrikant aangeduid terugname‐
punt. Voor de terugname zijn de betreffende
nationale wettelijke voorschriften van toepas‐
sing. Meer informatie is bij een Service Partner
van de fabrikant of een andere gekwalificeerde
Service Partner of specialist verkrijgbaar.
Seite 259OnderhoudMobiliteit259
Online Edition for Part no. 01 40 2 966 029 - X/15
Page 269 of 302

Hulp in geval van pechUitrusting van de autoIn dit hoofdstuk worden alle standaard, lands‐
pecifieke en speciale uitrustingen beschreven
die in de modelserie aangeboden worden. Er
worden daarom ook uitrustingen beschreven
die in een auto, bijv. vanwege de landspeci‐
fieke of gekozen speciale uitrusting niet be‐
schikbaar zijn. Dat geldt ook voor veiligheidsre‐
levante functies en systemen. Bij gebruik van
deze functies en systemen moeten de in het
land geldende voorschriften worden nage‐
leefd.
Waarschuwingsknipperlicht
De toets bevindt zich in de middenconsole.
Intelligente noodoproep
Principe Via dit systeem kan in noodsituaties een nood‐
oproep worden verzonden.
Algemeen
SOS-toets uitsluitend bij noodgevallen gebrui‐
ken.
Ook als er geen noodoproep via BMW mogelijk
is, kan het zijn dat een noodoproep naar een
openbaar alarmnummer tot stand wordt ge‐
bracht. Dit is onder andere afhankelijk van het
mobiele netwerk en de nationale wetgeving.
De noodoproep kan om technische redenen
onder ongunstige omstandigheden niet wor‐
den gegarandeerd.
Overzicht
SOS-toets in de dakhemel
Voorwaarden
▷In de auto geïntegreerde SIM-kaart is ge‐
activeerd.▷Standby-modus van de radio is ingescha‐
keld.▷Noodoproepsysteem is bedrijfsklaar.
Noodoproep versturen
1.Voor het openen licht op afsluitklep druk‐
ken.2.De SOS-toets indrukken tot LED in de
toets groen brandt.▷LED brandt groen: noodoproep geacti‐
veerd.
Als een onderbrekingsvraag op het display
wordt weergegeven, kan de noodoproep
worden afgebroken.
Indien de omstandigheden dit toelaten, in
de auto wachten tot de spraakverbinding
tot stand is gekomen.Seite 269Hulp in geval van pechMobiliteit269
Online Edition for Part no. 01 40 2 966 029 - X/15
Page 278 of 302

ATTENTIE
Reinigers die alcohol of oplosmiddelen
bevatten zoals nitroverdunner, koudreiniger,
brandstof o.i.d. kunnen kunststof delen be‐
schadigen. Er bestaat gevaar voor schade. Ge‐
bruik voor de reiniging een microvezeldoek. De
doek evt. licht met water bevochtigen.◀
Veiligheidsgordels
Vervuilde gordels rollen niet goed op, waar‐
door de veiligheid nadelig wordt beïnvloed.
WAARSCHUWING
Chemische reinigers kunnen de stof van
de veiligheidsgordels aantasten. Ontbrekende
beschermende werking van de veiligheidsgor‐
dels. Er bestaat kans op letsel of levensgevaar.
Voor het reinigen van de veiligheidsgordels al‐
leen mild zeepsop gebruiken.◀
Gordels alleen in ingebouwde toestand met
mild zeepsop schoonmaken.
Veiligheidsgordels altijd in volkomen droge
toestand oprollen.
Vloerbedekking en vloermatten WAARSCHUWING
Voorwerpen in de beenruimte aan be‐
stuurderszijde kunnen de gaspedaalslag be‐
perken of een ingedrukt pedaal blokkeren. Er
bestaat gevaar voor ongevallen. Voorwerpen in
de auto zo opbergen dat deze beveiligd zijn en
niet in de beenruimte aan bestuurderszijde
kunnen komen. Vloermatten gebruiken die
voor de auto goedgekeurd zijn en adequaat
aan de vloer bevestigd kunnen worden. Geen
losse vloermatten gebruiken en niet meerdere
vloermatten over elkaar leggen. Erop letten dat
voldoende ruimte voor de pedalen aanwezig is.
Erop letten dat de vloermatten weer veilig wor‐
den bevestigd nadat deze werden verwijderd,
bijv. voor reiniging.◀
Voor het reinigen kunnen de vloermatten uit de
auto worden genomen.Vloertapijt bij sterkere vervuiling met een mi‐
crovezeldoek en water of textielreiniger
schoonmaken. Hierbij in de rijrichting vooruit
en achteruit wrijven, het tapijt kan anders ver‐
vilten.
Sensoren/cameralenzen
Gebruik voor de reiniging van sensoren of ca‐
meralenzen een met een beetje glasreiniger
bevochtigde doek.
Displays/beeldschermen/
beschermruit van het Head-Up
Display
ATTENTIE
Chemische reinigers, vocht of vloeistof‐
fen kunnen het oppervlak van displays en
beeldschermen beschadigen. Er bestaat ge‐
vaar voor schade. Gebruik voor de reiniging
een schone, antistatische microvezeldoek.◀
ATTENTIE
Het oppervlak van displays kan door on‐
deskundig reinigen worden beschadigd. Er be‐
staat gevaar voor schade. Niet te hard drukken
en geen krassende materialen gebruiken.◀
Gebruik voor de reiniging een schone, antista‐
tische microvezeldoek.
De beschermruit van het Head-Up Display met
een microvezeldoek een universeel afwasmid‐
del reinigen.
Auto buiten bedrijf stellenWanneer de auto langer dan drie maanden bui‐
ten bedrijf gesteld wordt, moeten bijzondere
maatregelen getroffen worden. Meer informa‐
tie is bij een Service Partner van de fabrikant of
een andere gekwalificeerde Service Partner of
specialist verkrijgbaar.Seite 278MobiliteitVerzorging278
Online Edition for Part no. 01 40 2 966 029 - X/15
Page 291 of 302

Autokrik 265
Autolak 276
Automatic Hold 74
Automatisch dimmen, zie Grootlichtassistent 110
Automatische achterklep 39
Automatische airco ach‐ terin 189
Automatische gewenste rij‐ snelheid met Stop & Go 154
Automatische luchtrecircula‐ tiefunctie AUC 187
Automatische start-stop- functie 71
Automatische verlichtingsre‐ geling 108
Automatische versnellings‐ bak, zie Steptronic versnel‐
lingsbak 80
Automatisch vergrende‐ len 45
Auto-onderhoud 276
AUTO-programma, aircondi‐ tioning 183, 186
AUTO-programma, intensi‐ teit 186
Autosleutel, zie Afstandsbe‐ diening 32
Autowasinstallaties 275
B Bagagedrager, zie Dakdra‐ ger 219
Bagageruimte 202
Bagageruimteafdekking 202
Bagageruimte, opbergvak‐ ken 209
Bagageruimte vergroten 203
Bandbeschadiging 242
Bandenafdichtmiddel 245
Banden, alles over wielen en banden 241
Banden met noodloopeigen‐ schappen 244
Bandenpech verhelpen 244 Bandenpechwaarschuwing
RPA 120
Bandenpech, waarschu‐ wingslampje 118, 121
Bandenprofiel 242
Bandenspanning 241
Bandenspanningbewaking, zie RPA 120
Bandenspanningscontrole RDC 117
Banden voor het gehele jaar, zie Winterbanden 243
Bedieningsorganen 12
Bedieningsprincipe iDrive 16
Beeldscherm, zie Control Dis‐ play 16
Begroetingsverlichting 108
Begroetingsverlichting bij ontgrendelen 36
Bekerhouder 208
Bekerhouder achterin 208
Bekerhouder voorin 208
Belangrijke zaken in de mo‐ torruimte 249
Benodigd onderhoud, Condi‐ tion Based Service
CBS 258
Benodigd onderhoud, weer‐ gave 96
Benzine 236
Benzinekwaliteit 236
Bergafrijhulp 149
Bergen, auto 278
Beschermingssysteem voor voetgangers, actief 116
Besturing, actieve bestu‐ ring 150
Bestuurdersassistentie, zie Intelligent Safety 123
Beveiliging, portieren en rui‐ ten 68
Beveiligingsfunctie, glazen dak 50
Beveiligingsfunctie, ruiten 47
Beveiliging tegen bevriezing, sproeiervloeistof 80 Bevestigingsbanden, bagage
vastzetten 219
Bevestigingsmateriaal, ba‐ gage vastzetten 219
Bevestigingsogen, bagage vastzetten 219
Bevestigingssignalen 44
Binnenspiegel, automatisch dimmend 61
Biodiesel 237
Blikjeshouder, zie Bekerhou‐ der 208
Blokkeerrem, zie Parkeer‐ rem 73
Blokkering, ruitbediening 48
BMW diensten, zie Handlei‐ ding over navigatie-, enter‐
tainment- en communicatie‐
systeem
BMW Diesel met BluePerfor‐ mance 237
BMW Driver's Guide app 6
BMW homepage 6
BMW internetpagina 6
BMW onderhoudssys‐ teem 258
Bochtlijnen, achteruitrijca‐ mera 172
Bochtverlichting 109
Bonusactieradius, ECO PRO 228
Boordcomputer 100
Boordgereedschap 260
Boordmonitor, zie Control Display 16
Botsingswaarschuwing met City-remfunctie 124
Botsingswaarschuwing met remfunctie 127
Bovenbeensteun 53
Brandstof 236
Brandstof besparen 225
Brandstofkwaliteit 236
Brandstofmeter 94
Brandstof, tankinhoud 287
Brandstofverbruiksmeter 96 Seite 291Alles van A tot ZOpzoeken291
Online Edition for Part no. 01 40 2 966 029 - X/15
Page 292 of 302

Brillenvak 207
Buiten bedrijf stellen, auto 278
Buitenlucht, zie AUC 187
Buitenspiegel assagierszijde omlaag kantelen 60
Buitenspiegel, automatisch dimmend 61
Buitenspiegels 60
Buitentemperatuurindica‐ tie 95
Buitentemperatuurwaarschu‐ wing 95
C
Camera, achteruitrijca‐ mera 171
Cameralenzen, verzor‐ ging 278
Camera, Side View 176
Camera, Top View 174
CBS Condition Based Ser‐ vice 258
CD/multimedia, zie Handlei‐ ding over navigatie-, enter‐
tainment- en communicatie‐
systeem
Centraal scherm, zie Control Display 16
Centrale sleutel, zie Afstands‐ bediening 32
Centrale vergrendeling 38
Chassisinstellingen 151
Chassisnummer, zie Voer‐ tuigidentificatienummer 9
Check-Control 90
Chroomachtige delen, onder‐ houd 277
Claxon 12
Colonne-assistent, zie File- assistent 161
Combinatieschakelaar, zie Knipperlicht 77
Combinatieschakelaar, zie Ruitenwisserinstallatie 77 Comfort Access, zie Comfort‐
toegang 41
Comfortopenen met de af‐ standsbediening 36
COMFORT-programma, rij‐ belevingsschakelaar 153
Comfortsluiten met de af‐ standsbediening 36
Comforttoegang 41
Compressor 245
Computer, zie Boordcompu‐ ter 100
Condenswater onder de auto 217
Condition Based Service CBS 258
ConnectedDrive, zie Handlei‐ ding over navigatie-, enter‐
tainment- en communicatie‐
systeem
Contact aan 69
Contactdoos, On-Board Dia‐ gnose OBD 259
Contactdozen, zie Aansluiting elektrische apparaten 199
Contactsleutel, zie Afstands‐ bediening 32
Contact uit 69
Control Display 16
Control Display, instellin‐ gen 103
Controle- en waarschuwings‐ lampjes, zie "Check-Con‐
trol" 90
Controlelampjes, zie "Check- Control" 90
Controller 17
Corrosie van de remschij‐ ven 217
Cosmeticaspiegel 197
Coverbanden 243
Cruise-control, zie Actieve gewenste rijsnelheid 154
Cruise-control, zie Snelheids‐ regeling 165
Cupholder, bekerhouder 208 D
Dagrijlicht 109
Dagteller 95
Dakbelasting 283
Dakdrager 219
Dakdrager, zie Dakdra‐ ger 219
Dakhemel 15
Dashboardkastje 205
Datum 95
Deactiveren, airbags 115
Defrost, zie Ruiten ont‐ dooien 184, 188
Diefstalbeveiliging, auto 36
Diefstalbeveiliging, wielbou‐ ten 266
Diefstalbeveiliging, zie Alarm‐ installatie 45
Dierherkenning, zie Night Vi‐ sion 133
Diesel 237
Dieselroetfilter 215
Digitale klok 95
Dimlicht 107
Dimmende binnenspiegel 61
Dimmende buitenspiegel 61
Displays reinigen 278
Displayverlichting, zie Instru‐ mentenverlichting 112
Door water rijden 216
DPC, zie Dynamic Perfor‐ mance Control 147
Draai-drukregelaar, zie Con‐ troller 17
DSC dynamische stabiliteits‐ controle 147
DTC dynamische tractiecon‐ trole 148
Dynamic Light Spot, vervan‐ gen van lampen 264
Dynamic Light Spot, zie Night Vision 133
Dynamic Performance Con‐ trol DPC 147
Dynamische remlichten 143 Seite 292OpzoekenAlles van A tot Z292
Online Edition for Part no. 01 40 2 966 029 - X/15
Page 293 of 302

Dynamische stabiliteitscon‐trole DSC 147
Dynamische tractiecontrole DTC 148
E
ECO PRO 226
ECO PRO, anticipeer‐ hulp 229
ECO PRO, bonusactiera‐ dius 228
ECO PRO-tip 228
ECO PRO-weergaven 88
Edelhout, verzorging 277
Eenheden, maten 104
Een wasstraat binnenrij‐ den 275
Eerstehulpset 270
EfficientDynamics 229
EHBO-tas 270
Eigen veiligheid 7
Elektrische glazen dak 48
Elektrische ruitbediening 46
Elektronische weergaven, in‐ strumentenpaneel 86
Elektronisch stabiliteitspro‐ gramma ESP, zie DSC 147
Energieterugwinning 96
ESP elektronisch stabiliteits‐ programma, zie DSC 147
Externe start 271
F
File-assistent 161
Flessenhouder, zie Bekerhou‐ der 208
Foutmeldingen, zie "Check- Control" 90
Frontairbags 113
Frontlampen 262
Functiestoring, niveaurege‐ ling 151 G
Garantie 7
Gebruikte symbolen 6
Gedeeld scherm, split‐ screen 22
Gegevens, technische 282
Geheugen, stoel, spiegel, stuurkolom 59
Geïntegreerde gebruiksaan‐ wijzing in de auto 28
Geïntegreerde sleutel 32
Geïntegreerde universele af‐ standsbediening 195
Gemiddelde snelheid 101
Gemiddeld verbruik 101
Geparkeerde auto, condens‐ water 217
Gereedschap 260
Geschikte motoroliesoor‐ ten 254
Gevarendriehoek 270
Gewichten 283
Gladheid, zie buitentempera‐ tuurwaarschuwing 95
Glazen dak, elektrisch 48
Gloeilampen vervangen, zie Vervangen van lampen 261
Gordelherinnering voor be‐ stuurders- en passagiers‐
stoel 57
Gordelherinnering voor de achterbank 57
Gordels, veiligheidsgor‐ dels 55
Grootlicht 77
Grootlichtassistent 110
H
Handbediening, Steptronic versnellingsbak 82
Handmatige bediening, ach‐ teruitrijcamera 171
Handmatige bediening, bui‐ tenspiegel 60 Handmatige bediening, Park
Distance Control PDC 168
Handmatige bediening, par‐ keerrem 76
Handmatige bediening, por‐ tierslot 38
Handmatige bediening, tank‐ dopklep 235
Handmatige bediening, Top View 174
Handmatige luchthoeveel‐ heid 183, 187
Handmatige luchtverde‐ ling 184, 187
Handmatige snelheidsbe‐ grenzer 141
Handrem, zie Parkeerrem 73
Handzender, wisselende code 196
HDC Hill Descent Con‐ trol 149
Head-Up Display 104
Head-Up Display, verzor‐ ging 278
Heet uitlaatsysteem 215
Helderheid, van het Control Display 104
Hellingshoeksensor 46
Hill Descent Control HDC 149
Hoekverlichting 109
Homepage 6
Hoofdairbags 113
Hoofdsteunen 51
Hoofdsteunen, voorin 57
Hoogwater 216
Houder voor dranken 208
Hout, verzorging 277
HUD Head-Up Display 104
Hulp bij het wegrijden 146
Hulp bij pechgeval 269
I
IBA, geïntegreerde gebruiks‐ aanwijzing in de auto 28 Seite 293Alles van A tot ZOpzoeken293
Online Edition for Part no. 01 40 2 966 029 - X/15
Page 294 of 302

Identificatienummer, zie Voer‐tuigidentificatienummer 9
iDrive 16
IJswaarschuwing, zie buiten‐ temperatuurwaarschu‐
wing 95
In-/uitschakelen, zie Groot‐ lichtassistent 110
Individuele instellingen, zie Personal Profile 33
Info display, zie Boordcompu‐ ter 100
Inhaalverboden 98
Inhaalverbodinfo 98
Initialiseren, bandenpech‐ waarschuwing RPA 121
Initialiseren, bandenspan‐ ningscontrole RDC 118
Inklembeveiliging, glazen dak 50
Inklembeveiliging, ruiten 47
Inparkeerassistent 177
Inrijden, rijaanwijzingen 214
Instellingen op Control Dis‐ play 103
Instellingen opslaan van stoel, spiegel, stuurkolom 59
Instellingen, stoelen/hoofd‐ steunen 51
Instellingen, ver-/ontgrende‐ len 44
Instrumentendisplay, multi‐ functioneel 87
Instrumentenpaneel 86
Instrumentenpaneel, elektro‐ nische weergaven 86
Instrumentenverlichting 112
Intelligente noodoproep 269
Intelligent Safety 123
Intensiteit, AUTO-pro‐ gramma 186
Interieurbeveiliging 46
Interieuruitrusting 195
Interieurverlichting 112
Interieurverlichting bij ont‐ grendelen 36 Interieurverlichting bij ver‐
grendelde auto 37
Interieurvoorventilatie/verwar‐ ming tijdens stilstand 190
Internetpagina 6
Intervalmelding, servicebe‐ hoefte 96
Intervalmodus 78
ISOFIX kinderzitjesbevesti‐ ging 66
J Joystick, Steptronic versnel‐ lingsbak 81
Juiste plaats voor kinde‐ ren 63
K
Katalysator, zie Heet uitlaat‐ systeem 215
Kenmerken van aanbevolen banden 243
Keuzehendel, Steptronic ver‐ snellingsbak 81
Keuzelijst op instrumenten‐ paneel 100
Keyless-Go, zie Comforttoe‐ gang 41
Key Memory, zie Personal Profile 33
Kick-down, Steptronic ver‐ snellingsbak 81
Kilometerteller 95
Kinderbeveiliging 68
Kinderen veilig vervoeren 63
Kinderzitje 63
Kinderzitjes, montage 65
Klank, zie Handleiding over navigatie-, entertainment-
en communicatiesysteem
Klassen van kinderzitjes, ISO‐ FIX 66
Kleerhaken 209
Klimaatregeling 182, 185 Klok 95
Knipperlicht, bediening 77
Knop, start-/stop 69
Koelbox achterin 200
Koelen, maximaal 186
Koelfunctie 183, 186
Koelmiddel 256
Koelsysteem 256
Koelvloeistof 256
Koelvloeistofpeil 256
Koelvloeistoftemperatuur 95
Kogeldruk 284
Kompas 102
Koplampen 262
Koplampen instellen 111
Koplampen, onderhoud 276
Koplampreinigingsinstallatie, zie Ruitenwisserinstalla‐
tie 77
Kort knipperen 77
Koude start, zie Starten van de motor 70
Kriksteunpunten 265
Kunststof, onderhoud 277
L
Lading 218
Lak, auto 276
Lampen 261
Lampglazen 262
Lampje in de buitenspiegel, zie Rijstrookwisselmel‐
ding 139
Lamp, passagiersairbags 115
Lamp vervangen, achter‐ aan 264
Lamp vervangen, voor‐ zijde 262
Launch Control 84
Leder, verzorging 276
LED-koplampen, lampvervan‐ ging 263
LED-lampen 261
Leeftijd van de banden 242
Leeggewicht 283 Seite 294OpzoekenAlles van A tot Z294
Online Edition for Part no. 01 40 2 966 029 - X/15