ESP CITROEN C5 2016 Instructieboekjes (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: CITROEN, Model Year: 2016, Model line: C5, Model: CITROEN C5 2016Pages: 384, PDF Size: 19.75 MB
Page 229 of 384

227
C5_nl_Chap09_verification_ed01-2015
niveaus controleren
Motorolieniveau
Het motorolieniveau kan bij aangezet
contact worden gecontroleerd
via de motorolieniveaumeter op
het instrumentenpaneel (volgens
uitvoering) of met de oliepeilstok.
Controleer deze niveaus regelmatig en respecteer de voorwaarden zoals vermeld in het onderhoudsschema van de fabrikant. Vul indien nodig bij, tenzij anders aangegeven.
Laat in het geval van een sterk gedaald niveau het desbetreffende circuit controleren door het CItroËn- netwerk of door een gekwalificeerde werkplaats.
Als u ziet dat het oliepeil boven het merkteken
A of onder het merkteken B ligt, star t de
motor dan niet.
-
A
ls het oliepeil boven het merkteken MAXI
ligt (kans op motorschade), neem dan
contact op met het CI
t
ro
Ën-
netwerk of
met een gekwalificeerde werkplaats.
-
A
ls het oliepeil lager is dan het merkteken
MINI , vul dan altijd motorolie bij.
Let bij werkzaamheden onder de
motorkap goed op, want bepaalde
delen van de motor kunnen zeer heet
zijn (kans op brandwonden) en de
motorventilateur kan ieder moment
aanslaan (zelfs bij afgezet contact).
De controle van het motorolieniveau is alleen
betrouwbaar als de auto op een horizontale
ondergrond staat en de motor ten minste
30
minuten niet heeft gedraaid.
Het is normaal dat u tussen twee
onderhoudsbeurten door olie moet bijvullen.
CI
t
ro
Ën
adviseert u om elke 5000
km het
olieniveau te controleren en, indien nodig, olie
bij te vullen.
Controle met de oliepeilstok
F kijk waar de oliepeilstok zich bevindt in de motorruimte van uw auto.
ra
adpleeg de rubriek "
be
nzinemotor" of
"Dieselmotor".
F
t
r
ek aan het gekleurde uiteinde om de
oliepeilstok volledig uit de schacht te
trekken.
F
V
eeg de peilstok af met een schone, niet
pluizende doek.
F
s
t
eek de oliepeilstok weer volledig in de
schacht en trek hem er weer uit om het
oliepeil te controleren: het oliepeil is correct
als het tussen de merktekens A en B ligt. A = MA XI
B = MI
nI
9
onderhoud
Page 237 of 384

235
C5_nl_Chap09_verification_ed01-2015
Actieradiusindicatoren
Zodra de reservevoorraad van het Adblue®-
reservoir is aangesproken of een storing in het
sCr-
systeem is gesignaleerd, verschijnt bij
het aanzetten van het contact een indicator die
aangeeft hoeveel kilometer u nog ongeveer
kunt rijden voordat het opnieuw starten van de
motor automatisch wordt geblokkeerd.
Als gelijktijdig een storing wordt gesignaleerd
en het Ad
bl
ue
®-niveau laag is, wordt de laagste
actieradius weergegeven.
Als de motor mogelijk niet opnieuw kan worden gestart door een te laag AdBlue®-niveau
Actieradius groter dan 2400 km
A ls het contact wordt aangezet, wordt er niet
automatisch een melding over de actieradius
weergegeven op het instrumentenpaneel.
Druk op deze knop om de actieradius tijdelijk
weer te geven.
bi
j een actieradius van meer dan 5000 km is de
waarde minder nauwkeurig.
Het wettelijk verplichte
startblokkeringssysteem wordt
automatisch geactiveerd zodra het
Ad
blu
e
®-reservoir leeg is.
9
Onderhoud
Page 253 of 384

251
C5_nl_Chap11a_btA_ed01-2015
noodoproep of Pechhulp
Wanneer de elektronische
eenheid airbags een botsing heeft
gedetecteerd, wordt onafhankelijk van
het eventueel afgaan van de airbags,
automatisch een noodoproep gedaan.
Noodoproep met lokalisatiefunctie
Druk in geval van nood langer
dan 2
seconden op deze toets.
Het knipperen van het groene
L
eD
-lampje en een gesproken
bericht bevestigen dat de
oproep naar de helpdesk
van "
no
odoproep met
lokalisatiefunctie" is verstuurd*.
Door deze toets meteen opnieuw in te drukken,
wordt de oproep geannuleerd.
Het groene L
eD
-lampje dooft.
De oproep wordt ook geannuleerd door, op
ieder willekeurig moment, de toets langer dan
8
seconden in te drukken.
Het groene LeD -lampje blijft branden (zonder te
knipperen) wanneer de verbinding tot stand is gebracht.
Aan het einde van het gesprek gaat het lampje uit.
Deze oproep wordt beheerd door de helpdesk
van "no odoproep met lokalisatiefunctie" die
de informatie over de lokalisatie van de auto
ontvangt en een waarschuwing kan zenden
naar de gekwalificeerde hulpdiensten.
In landen waar de helpdesk niet operationeel
is of wanneer de lokalisatie uitdrukkelijk
is geweigerd, wordt de oproep meteen
doorgestuurd naar de hulpdiensten (112),
zonder lokalisatie. *
D
eze diensten zijn afhankelijk van bepaalde
voorwaarden en beschikbaarheid.
r aadpleeg het CI
t
ro
Ën-
netwerk.
Indien u gebruikmaakt van de dienst
Citroën Connect
b
o
x met sos
-
pakket
en pechhulpservice, beschikt u ook
over aanvullende diensten via uw
persoonlijke pagina MyCI
t
ro
Ën o
p
de CI
t
ro
Ën-
internetsite voor uw land.
su
r f hiervoor naar www.citroen.com.
.
Audio en telematica
Page 254 of 384

252
C5_nl_Chap11a_btA_ed01-2015
Pechhulp met lokalisatiefunctie
Wanneer u uw auto buiten het
CIt
roËn- netwerk hebt gekocht,
raden wij u aan de aanwezigheid van
deze diensten bij het netwerk te laten
controleren en eventueel configureren.
In een meertalig land kunt u het
systeem laten configureren in de
officiële landstaal van uw voorkeur.
om
technische redenenen, zoals het
verbeteren van de telematicadiensten
aan de klant, behoudt de fabrikant zich
het recht voor om op elk willekeurig
moment het telematicasysteem in de
auto te wijzigen.
bi
j een storing in het systeem kan er
wel met de auto worden gereden. Druk langer dan 2
seconden op
deze toets voor het aanvragen van
hulp bij het stranden van de auto.ee
n gesproken bericht bevestigt
dat de oproep is verstuurd*.
Door deze toets meteen opnieuw in te drukken,
wordt de aanvraag geannuleerd.
Dit wordt bevestigd door een gesproken
bericht.
Als het oranje lampje blijft branden, moet de
noodbatterij worden vervangen.
In beide gevallen kan er mogelijk geen
noodoproep of pechhulpoproep worden
verstuurd.
ra
adpleeg zo snel mogelijk een erkend
reparateur.
Werking van het systeem
bij het aanzetten van het
contact gaat het groene lampje
3
seconden branden. Dit duidt
op een goede werking van het
systeem.
Het knipperen en vervolgens
doven van het oranje lampje duidt
op een storing in het systeem.
*
D
eze dienst is afhankelijk van bepaalde
voorwaarden en beschikbaarheid.
Het CI
t
ro
Ën
netwerk raadplegen.
Audio en telematica
Page 258 of 384

256
C5_nl_Chap11b_sMeGplus_ed01-2015
stuurkolomschakelaars
Inschakelen/uitschakelen van de
modus "black Panel" - zwart scherm
(rijden in het donker).
te
lefoon: gesprek aannemen.
ti
jdens telefoongesprek: toegang
tot het menu
t
e
lefoon (gesprek
beëindigen, privacy-modus,
handsfree-modus).
te
lefoon, ingedrukt houden: inkomend
gesprek weigeren, gesprek beëindigen;
als de telefoon niet wordt gebruikt:
toegang tot het menu
t
e
lefoon.
MirrorLink
tM, ingedrukt houden: inschakelen
van de spraakherkenning van uw smartphone
via het systeem.
ra
dio, draaien: selecteren van de
vorige/volgende voorkeuzezender.
Media, draaien: selecteren van de
vorige/volgende track.
Indrukken: terugkeren naar het
navigatiescherm.
Annuleren van de bewerking.
om
hoog in de menustructuur (menu
of index).
Weergeven van het menu-overzicht.
Verhogen van het volume.
Verlagen van het volume.
ond
erbreken van het geluid.
ra
dio: automatisch zoeken van
zenders met een hogere frequentie.
Media: selecteren van de volgende track.Media, ingedrukt houden: versneld
vooruitspoelen.
na
ar een ander item van de lijst.
ra
dio: automatisch zoeken van
zenders met een hogere frequentie.
Media: selecteren van de vorige
track.
Media, ingedrukt houden: versneld
terugspoelen.
na
ar een ander item van de lijst.
r
adio: zenderlijst weergeven.
Media: tracklist weergeven.
radio, ingedrukt houden: weergeven van
de lijst met beschikbare radiozenders.
Weergeven van het
menu-overzicht.
Audio en telematica
Page 273 of 384

271
C5_nl_Chap11b_sMeGplus_ed01-2015
selecteer de melding in de
weergegeven lijst.
s
electeer het vergrootglas om
gesproken berichten te ontvangen.
Filters instellen
Druk op Navigatie om de
hoofdpagina weer te geven.
Druk op de secundaire pagina.
s
electeer " Instellingen ".
s
electeer " Info-opties ".
s
electeer:
-
" Nieuwe berichten melden ",
-
" Spraakweergave berichten ",
Ver fijn vervolgens het gebied van
het filter.
s
electeer " Bevestigen ".
Wij adviseren een filtergebied van:
-
2
0 km in de stad,
-
5
0 km op de snelweg.
ee
n via het GP
s-
navigatiesysteem
ontvangen
t
M
C-bericht (
tra
fic Message
Channel) is informatie met betrekking tot
de verkeersomstandigheden die in real
time wordt ontvangen.
De functie
t
A (tr
affic Announcement)
geeft voorrang aan het luisteren naar
verkeersberichten.
o
m
te worden
geactiveerd moet deze functie een
radiozender die deze berichten uitzendt,
goed kunnen ontvangen. Zodra een
verkeersbericht wordt uitgezonden,
wordt de geluidsbron die op dat moment
wordt weergegeven automatisch
onderbroken en wordt het verkeersbericht
weergegeven. Zodra het verkeersbericht
is afgelopen, wordt de weergave van de
oorspronkelijke geluidsbron hervat.
Verkeersberichten beluisteren
Druk op Navigatie om de
hoofdpagina weer te geven.
Druk vervolgens op de
secundaire pagina.
s
electeer " Instellingen ".
s
electeer " Spraak ".
sc
hakel " Verkeer (TA) "
in of uit.
.
Audio en telematica
Page 285 of 384

283
C5_nl_Chap11b_sMeGplus_ed01-2015
De autoradio speelt bestanden met de extensie
"wma, .aac, .flac, .ogg, .mp3" met een bitrate
van 32 kbps tot 320 kbps af.
oo
k bestanden met een V
b
r (Variable b
i
t
ra
te) kunnen worden afgespeeld.
Geluidsbestanden met een andere extensie
(.mp4, ...) kunnen niet worden afgespeeld.
".wma"-bestanden moeten van het type
WMA9
st
andaard zijn.
De bemonsteringsfrequenties (sampling rates)
zijn 11, 22, 44
en 48 kHz.
Gebruik voor bestandsnamen maximaal
20
karakters en vermijd speciale tekens (bijv.:
" ", ?, ù) om problemen met het afspelen of de
weergave te voorkomen.
Informatie en adviezen
Gebruik uitsluitend usb- sticks met het formaat
FAt3 2 (File Allocation ta ble).
Het systeem is geschikt voor externe
u
sb
-
geluidsdragers,
b
l
ackberry's
®
of apparatuur van Apple® die op de u
sb-
aansluitingen kunnen worden
aangesloten (kabel niet meegeleverd).
u
kunt deze apparatuur bedienen via
de audio-installatie van de auto.
Andere randapparatuur, die bij het
aansluiten niet door het systeem wordt
herkend, moet met een kabel (niet
meegeleverd) op de
j
a
ck-plug worden
aangesloten.
Gebruik voor een goede werking bij
voorkeur de
usb
-
kabel van het externe
apparaat. Als tegelijkertijd twee identieke
apparaten zijn aangesloten (twee
usb
-
s
ticks of twee Apple
®-spelers), werkt
het systeem niet. Het is wel mogelijk
om tegelijkertijd een
usb
-
stick en een
Apple
®-speler aan te sluiten.
.
Audio en telematica
Page 302 of 384

300
C5_nl_Chap11b_sMeGplus_ed01-2015
Niveau 1
telefoon
Niveau 2Niveau 3
Contacten
Gesprekkenlijst
Audio en telematica
Page 303 of 384

301
C5_nl_Chap11b_sMeGplus_ed01-2015
Niveau 1Niveau 2 Niveau 3 Aanwijzingen
Telefoon
Gesprekkenlijst Alle oproepen
be
llen na de verschillende keuzes gemaakt te
hebben.
Ontvangen oproepen
Verzonden oproepen
Contacten
Vergrootglas
ra
adplegen
Aanmaken
Bellen
Telefoon
Contacten Adresbestanden
be
llen na de verschillende keuzes gemaakt te
hebben.
Raadplegen Aanmaken
Wijzigen
Verwijderen
Alles wissen
op n
aam sorteren
b
evestigen
Navigeren
Contact zoeken
Bellen
.
Audio en telematica
Page 305 of 384

303
C5_nl_Chap11b_sMeGplus_ed01-2015
Niveau 1Niveau 2 Niveau 3 Aanwijzingen
Telefoon-
verbinding
Secundaire pagina Bluetooth
Verbinding Zoeken
ex
terne apparatuur zoeken.
Verbinden /
Loskoppelen De
b
l
uetooth-verbinding van het geselecteerde
externe apparaat tot stand brengen of beëindigen.
Bijwerken De contacten van de geselecteerde telefoon
importeren om ze in de autoradio op te slaan.
Verwijderen De geselecteerde telefoon verwijderen.
Bevestigen De instellingen opslaan.
Telefoon-
verbinding
Secundaire pagina Zoeken naar apparatuur Gedetecteerde
apparatuur
tel
efoonHet zoeken naar externe apparatuur starten.
st
reaming audio
Internet
Telefoon-
verbinding
Secundaire pagina Telefoonopties In de wacht
De microfoon tijdelijk uitschakelen zodat uw
telefonische gesprekspartner het gesprek met de
passagier niet kan horen.
Updaten De contacten van de geselecteerde telefoon
importeren om ze in de autoradio op te slaan.
Beltonen De melodie en het volume van de beltoon kiezen
als de telefoon overgaat.
Geheugenstatus Gebruikte en beschikbare items, percentage
gebruik van intern telefoonboek en van de
contacten via
b
l
uetooth.
Bevestigen De instellingen opslaan.
.
Audio en telematica