dashboard FIAT DUCATO 2014 Instructieboek (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: FIAT, Model Year: 2014, Model line: DUCATO, Model: FIAT DUCATO 2014Pages: 367, PDF Size: 19.45 MB
Page 178 of 367

BELANGRIJK
110) Breng geen stickers of andere voorwerpen op het stuurwiel, op het dashboard in de zone van de passagiersairbag
en op de stoelen aan. Plaats nooit voorwerpen (bijv. mobiele telefoons) op het dashboard aan passagierszijde, omdat
deze het correct openen van de passagiersairbag kunnen hinderen en tevens de inzittenden ernstig kunnen
verwonden.
111) Plaats NOOIT een kinderzitje achterstevoren op de passagiersstoel van auto's met een actieve passagiersairbag.
Bij een ongeval, hoe klein ook, kan de airbag ernstig letsel en zelfs de dood van het kind tot gevolg hebben. Daarom
moet de passagiersairbag altijd uitgeschakeld worden als een kinderzitje tegen de rijrichting in gemonteerd wordt op
de voorste passagiersstoel. Bovendien moet de voorste passagiersstoel zo ver mogelijk naar achteren zijn geschoven
om te voorkomen dat het kinderzitje eventueel in aanraking komt met het dashboard. Schakel de passagiersairbag
onmiddellijk weer in als het kinderzitje is verwijderd.
174
VEILIGHEID
11-3-2014 16:50 Pagina 174
Page 181 of 367

118) Wanneer de contactsleutel is
ingebracht en naar de stand MAR
is gedraaid, kunnen de airbags
ook geactiveerd worden als de
stilstaande auto door een andere
auto wordt aangereden, ook al
is de motor afgezet. Daarom mag,
wanneer de passagiersairbag is
ingeschakeld, en ook al staat
de auto stil, GEEN tegen de
rijrichting in gemonteerd
kinderzitje op de voorstoel
gemonteerd worden. Als bij een
botsing de airbag wordt
opgeblazen, kan dit leiden tot
ernstig letsel en zelfs tot de dood
van het kind. Daarom moet de
passagiersairbag altijd
uitgeschakeld worden als een
kinderzitje tegen de rijrichting in
gemonteerd wordt op de voorste
passagiersstoel. Bovendien moet
de voorste passagiersstoel zo
ver mogelijk naar achteren zijn
geschoven om te voorkomen dat
het kinderzitje eventueel in
aanraking komt met het
dashboard. Schakel de
passagiersairbag onmiddellijk
weer in als het kinderzitje is
verwijderd. Onthoud tevens dat
als de sleutel in de stand STOP
staat, bij een ongeval geen enkel
veiligheidssysteem (airbags of
gordelspanners) geactiveerdwordt. In dat geval duidt de
uitgebleven activering niet op een
storing van het systeem.
119) Laat bij diefstal of poging tot
diefstal, vandalisme of
overstromingen het
airbagsysteem door het Fiat
Servicenetwerk controleren.
120) Wanneer de contactsleutel naar
MAR wordt gedraaid, gaat de led
op de knop
op het dashboard
enkele seconden knipperen (het
aantal seconden kan van het land
afhangen) om de correcte werking
van de led op de knop te
controleren.
121) Reinig de stoelen niet met
water of stoom onder druk (met
de hand of in een automatisch
wasstation voor stoelen)
122) De frontairbags hebben een
hogere activeringsdrempel dan de
gordelspanners. Bij aanrijdingen
die tussen deze twee
drempelwaarden liggen, treden
alleen de gordelspanners in
werking.
123) Hang geen harde voorwerpen
aan de kledinghaken of de
steunhandgrepen.124) De airbag vervangt niet de
veiligheidsgordels, maar verhoogt
hun doeltreffendheid Omdat de
frontairbags niet worden
ingeschakeld bij frontale
botsingen bij lage snelheden,
zijdelingse botsingen, botsingen
achterop en over de kop slaan,
worden de inzittenden in die
gevallen uitsluitend door de
veiligheidsgordels beschermd, die
dus altijd gedragen moeten
worden.
177
11-3-2014 16:50 Pagina 177
Page 200 of 367

BELANGRIJK
42) Beperk de snelheid als
sneeuwkettingen gemonteerd
zijn; rijd niet harder dan 50 km/h.
Vermijd kuilen, trottoirbanden
en stoepen en rijd geen lange
stukken op sneeuwvrije wegen om
het voertuig en het wegdek niet
te beschadigen.
LANGDURIGE
STILSTANDTref de volgende voorzorgsmaatregelen
als het voertuig langer dan een maand
niet gebruikt zal worden:
❒parkeer het voertuig in een
overdekte, droge en indien mogelijk
goed geventileerde ruimte;
❒schakel een versnelling in;
❒controleer of de handrem niet is
aangetrokken;
❒koppel de minpool van de accu los,
als de auto is uitgerust met een
"accu-cut-of"-functie (scheider), zie
voor de beschrijving van de
werkwijze de paragraaf
"Bedieningselementen" in
"Dashboard en
bedieningselementen";
❒maak de met lak gespoten delen
schoon en behandel ze met een
beschermende was;
❒reinig en bescherm de glanzende
metalen delen met speciale middelen
die in de handel verkrijgbaar zijn;
❒bestrooi de wisserrubbers van de
ruitenwissers en achterruitwisser met
talkpoeder en til ze van de ruit op;
❒zet de ruiten iets open;❒dek het voertuig af met een doek of
een geperforeerde kunststof hoes.
Gebruik geen dichte plastic hoezen,
omdat het op de carrosserie
aanwezige vocht dan niet kan
verdampen;
❒pomp de banden 0,5 bar boven de
voorgeschreven spanning op en
controleer de spanning met
regelmatige tussenpozen;
❒tap het koelsysteem van de motor
niet af.
BELANGRIJK Als de auto is uitgerust
met een alarmsysteem, moet dit met de
afstandsbediening worden
uitgeschakeld.
BELANGRIJK Wacht, nadat de
contactsleutel naar STOP is gedraaid
en het bestuurdersportier is gesloten,
minstens één minuut alvorens de
elektrische voeding naar de accu los te
koppelen. Wanneer de elektrische
voeding naar de accu weer wordt
aangesloten, controleren of de
contactsleutel in de stand STOP staat
en of het bestuurdersportier gesloten is.
196
STARTEN EN RIJDEN
11-3-2014 16:50 Pagina 196
Page 206 of 367

❒breng de meegeleverde sleutel C fig.
181 met het geschikte verlengstuk B
fig. 180 op de bout A fig. 180 van
de hefinrichting van het reservewiel
aan en draai de sleutel rechtsom
2 om het reservewiel omhoog te laten
komen totdat het volledig in de
zitting onder de bodemplaat rust.
Controleer daarbij of het vangteken D
fig. 181 in het venstertje van de
hefinrichting kan worden gezien.
146)
Ga bij voertuigen met lichtmetalen
velgen als volgt te werk:
❒neem de kit uit de gereedschapstas
die zich in het dashboardkastje
bevindt;❒monteer de kop A op de speciale
plaat B fig. 187 en bevestig hem
door de knop C fig. 188 vast te
draaien;
❒leg de beugel op de lichtmetalen velg
en draai de speciale bouten op de
moeren van de beugel fig. 189 vast;❒breng de meegeleverde sleutel C fig.
181 met het geschikte verlengstuk B
fig. 180 op de bout A fig. 180 van
de hefinrichting van het reservewiel
aan en draai de sleutel rechtsom om
het reservewiel omhoog te laten
komen totdat het volledig in de zitting
onder de bodemplaat rust.
Controleer daarbij of het vangteken D
fig. 181 in het venstertje van de
hefinrichting kan worden gezien.
❒controleer of het vervangen wiel
correct in zijn zitting onder de
bodemplaat is geplaatst (het
hefsysteem is voorzien van een
vangkoppeling die als eindaanslag
fungeert); een verkeerd geplaatst wiel
kan de veiligheid in gevaar brengen;
❒berg de demontagesleutel in de
gereedschapstas/-doos op;
❒plaats de gereedschapstas/-doos in
zijn opbergvak onder de
passagiersstoel.
147)
186
F1A0177
187
F1A0383
188
F1A0384
202
NOODGEVALLEN
11-3-2014 16:50 Pagina 202
Page 208 of 367

143) Steek bij versies met
automatische niveauregeling
nooit uw hoofd of handen in de
wielkuip: het voertuig kan
automatisch omhoog of omlaag
komen, afhankelijk van de
mogelijke veranderingen in
belading of temperatuur.
144) De inrichting mag alleen met de
hand bediend worden, zonder een
ander gereedschap dan de
bijgeleverde slinger te gebruiken,
zoals pneumatische of elektrische
schroevendraaiers.
145) Ook de bewegende delen van
de krik (wormschroef en
gewrichten) kunnen
verwondingen veroorzaken: raak
deze delen niet aan. In geval van
accidenteel contact met
smeervet, het betreffende deel
zorgvuldig schoonmaken.146) Nadat het reservewiel is
opgetild/geblokkeerd en de
correcte plaatsing ervan onder de
bodemplaat is gecontroleerd
(wit teken in het venstertje op de
hefinrichting zichtbaar), moet
de sleutel worden verwijderd.
Draai hem niet in de verkeerde
richting om hem makkelijker te
kunnen verwijderen, om te
voorkomen dat het
bevestigingssysteem loskomt en
het wiel niet veilig is geblokkeerd
fig. 186.
147) Telkens wanneer het
reservewiel wordt bewogen, moet
de correcte plaatsing ervan in
de zitting onder de bodemplaat
worden gecontroleerd. Een
verkeerd geplaatst wiel kan de
veiligheid in gevaar brengen.
SNELLE
BANDENREPARATIEKIT
FIX&GO
AUTOMATIC(voor bepaalde versies/markten)
De snelle bandenreparatiekit Fix & Go
automatic bevindt zich voorin in de
passagiersruimte en bevat fig. 190:
❒busje A met afdichtmiddel, voorzien
van:
– een doorzichtige vulleiding B;
– een zwart slangetje voor het
herstellen van de spanning E;
– sticker C met het opschrift "max. 80
km/h”, na de reparatie van de band aan
te brengen op een voor de bestuurder
zichtbare plaats (op het dashboard);190
F1A0180
204
NOODGEVALLEN
11-3-2014 16:50 Pagina 204
Page 223 of 367

PLAATS VAN DE
ZEKERINGEN
De zekeringen van het voertuig zijn in
drie zekeringenkasten opgenomen;
deze bevinden zich in het dashboard, in
het interieur in de rechter stijl en in de
motorruimte.Zekeringenkast in het
dashboard
Draai, om toegang te krijgen tot de
zekeringenkast in het dashboard, fig.
223 de drie schroeven A fig. 222 los en
verwijder het deksel.
222
F1A0213
223
F1A0214
219
11-3-2014 16:50 Pagina 219
Page 226 of 367

Zekeringenkast in het dashboard
fig. 222 - fig. 223STROOMVERBRUIKER ZEKERING AMPÈRERechter dimlichtF12 7,5
Linker dimlichtF13 7,5
Relais zekeringenkast motorruimte, relais zekeringenkast dashboard (+sleutel) F31 5
Plafondverlichting inzittendenruimte (+accu) F32 7,5
Sensor accubewaking voor Start&Stop versies (+accu) F33 7,5
Interieurverlichting minibus (nood) F34 7,5
Radio, klimaatregeling, alarm, tachograaf, regeleenheid accuschakelaar,
Webasto timer (+accu)F36 10
Bediening remlichten (hoofd), derde remlicht, instrumentenpaneel (+sleutel) F37 7,5
Portiervergrendeling (+accu) F38 20
Ruitenwisser (+sleutel) F43 20
Elektrische ruitbediening bestuurderszijde F47 20
Elektrische ruitbediening passagierszijde F48 20
Regeleenheid parkeersensor, radio, bedieningsorganen op het stuurwiel,
middelste bedieningspaneel, linker bedieningspaneel, extra paneel, regeleenheid
accuschakelaar (+sleutel)F49 5
Klimaatregeling, regeleenheid stuurbekrachtiging, achteruitrijlichten, sensor water
in dieselfilter, debietmeter, tachograaf (+sleutel)F51 5
Instrumentenpaneel (+accu) F53 7,5
AfwezigF89 -
222
NOODGEVALLEN
11-3-2014 16:50 Pagina 222
Page 237 of 367

GEPROGRAMMEERD ONDERHOUDSSCHEMA
km x 1000 48 96 144 192 240
Maanden 24 48 72 96 120
Laadtoestand accu controleren en zo nodig opladen●●●●●
Banden op conditie/slijtage controleren en eventueel op spanning brengen●●●●●
Werking verlichtingssysteem (koplampen, richtingaanwijzers,
alarmknipperlichten, bagageruimte, interieur, dashboardkastje, lampjes
instrumentenpaneel, enz.) controleren●●●●●
Werking van ruitenwissers/-sproeiers controleren en zo nodig de sproeiers
afstellen●●●●●
Stand en conditie van wisrubbers van ruitenwissers voor/achter controleren●●●●●
Slot van motorkap en achterklep op aanwezigheid van vuil controleren,
schoonmaken en mechanismen smeren●●●●●
Visueel de toestand controleren van: buitenzijde van carrosserie,
bodemplaatbescherming, slangen en leidingen (uitlaat, brandstof- en
remsysteem en rubber elementen (hoezen, balgen, bussen enz.)●●●●●
Conditie en slijtage remblokken van schijfremmen voor controleren en de
werking van remblokslijtagesensor controleren●●●●●
Conditie en slijtage remblokken van schijfremmen achter controleren en de
werking van remblokslijtagesensor controleren (voor versies/markten, daar
waar aanwezig)●●●●●
Vloeistofniveaus controleren en eventueel bijvullen (motorkoelvloeistof,
remmen/hydraulische koppeling, ruitensproeiers, accu enz.)●●●●●
233
11-3-2014 16:50 Pagina 233
Page 250 of 367

Als men na aanschaf van het voertuig
accessoires wil monteren die constante
elektrische voeding nodig hebben
(diefstalalarm, enz.) of veel stroom
verbruiken, dient men contact op te
nemen met het gespecialiseerde
personeel van het Fiat Servicenetwerk.
Zij kunnen het totale stroomverbruik
beoordelen en controleren of de
elektrische installatie hierop berekend is
en of het noodzakelijk is een accu met
een grotere capaciteit te monteren.
Er zijn namelijk ook apparaten die bij
afgezette motor stroom blijven
verbruiken en op deze manier de accu
ontladen.
BELANGRIJK Als het voertuig is
voorzien van een tachograaf en 5
dagen niet wordt gebruikt, is het
raadzaam om de minpool van de accu
los te koppelen om ontlading van de
accu te voorkomen.
Als het voertuig is uitgerust met een
acculoskoppelfunctie (accuschakelaar),
zie dan voor de beschrijving van de
loskoppelprocedure de paragraaf
"Bedieningselementen" in "Dashboard
en bedieningselementen").
BELANGRIJK
184) Accuvloeistof is giftig en
corrosief. Vermijd contact met
huid en ogen. Houd open vuur en
bronnen van vonken uit de buurt
van de accu: brand- en
ontploffingsgevaar.
185) Als de accu met onvoldoende
vloeistof werkt, kan dit de accu
onherstelbaar beschadigen en
een explosie veroorzaken.
186) Alvorens aan het elektrische
systeem te gaan werken, de
negatieve accukabel losmaken
middels de daarvoor bestemde
klem, na ten minste een minuut te
hebben gewacht nadat de
contactsleutel op STOP is
geplaatst.
187) Draag altijd een speciale bril
wanneer aan of in de buurt van
de accu wordt gewerkt.
BELANGRIJK
51) Verkeerde installatie van
elektrische en elektronische
apparatuur kan ernstige schade
aan het voertuig toebrengen.
Als na aanschaf van het voertuig
accessoires (alarmsysteem,
mobiele telefoon, enz.)
gemonteerd moeten worden,
neem dan contact op met het Fiat
Servicenetwerk, dat de
geschiktste apparaten weet aan
te raden en vooral kan beoordelen
of een accu met een grotere
capaciteit nodig is.
52) Als het voertuig langdurig
gestald moet worden bij zeer lage
temperaturen, verwijder dan de
accu en breng deze naar een
verwarmde plek, om bevriezing te
voorkomen.
246
ONDERHOUD EN ZORG
11-3-2014 16:50 Pagina 246
Page 362 of 367

ALFABETISCH
REGISTER
Aanhangers trekken ...................... 187
Aansteker....................................... 66
ABS ............................................... 80
Accu
– Vervangen ................................. 245
Accu (opladen) ............................... 226
Accu (schakelaar) ........................... 61
Accuschakelaar.............................. 61
Achterruitverwarming ..................... 61
Achteruitkijkspiegels ....................... 25
Advies voor verlengen
levensduur accu ........................... 245
Afmetingen..................................... 270
Afsluiter brandstoftoevoer .............. 62
Alarmknipperlichten........................ 60
Asbak ............................................ 66
ASR-systeem ................................. 83
ASR (systeem) ............................... 83
Automatische klimaatregeling ......... 35
Autoradio ....................................... 105Banden ......................................... 266
Bandenspanning ............................ 269
Batterij vervangen .......................... 245
Bedieningselementen ..................... 60
Bedieningselementen
verwarming en ventilatie ............... 29
Bovenste opbergvak ...................... 63Brandstofbesparing........................ 185
Brandstofmeter .............................. 114
Brandstoftoevoer ........................... 261
Brandstofverbruik........................... 328
Buitenverlichting ............................. 48
Busje vervangen............................. 207
Camera achter .............................. 95
Carrosserie
– Bescherming tegen
atmosferische invloeden ............ 250
– Carrosseriegarantie ................... 250
– Tips voor het behoud van de
carrosserie ................................ 250
Carrosserieversie............................ 258
Centrale portiervergrendeling ......... 62
Chassisnummer ............................. 256
CO2-emissie .................................. 339
Contactslot .................................... 14
Cruise-control ................................ 54Dagrijlichten .................................. 48
Dashboardkastje ........................ 63-64
Dashboardkastje met slot............... 64
Dead lock ...................................... 73
De frontairbag en zijairbag aan
passagierszijde handmatig
uitschakelen ................................. 170
De gestarte motor opwarmen ........ 180
De motor uitzetten ......................... 180
derde remlicht ................................ 216
Diefstalalarm .................................. 13Dieselroetfilter (DPF) ....................... 109
Dimlicht .................................... 48-213
Display
– Standaardscherm...................... 116
DPF (roetfilter) ................................ 109
Draaibare stoel met ingebouwde
gordel .......................................... 17
Driving Advisor (systeem) ............... 90
Dubbele achterdeur ....................... 74
Een lamp vervangen ..................... 208
Een wiel vervangen ........................ 199
Elektrische ruitbediening ................ 76
EOBD-systeem .............................. 99
ESC (systeem) ............................... 82
Extra klimaatregeling achter
(Panorama- en Combiversies) ...... 47
Extra verwarming achter
(Panorama- en Combiversies) ...... 46
Extra verwarming ........................... 41Fiat CODE systeem....................... 10
Flex Floor achterbank ..................... 20
Follow me home ............................ 50"Follow me home" systeem ........... 50Frontairbags.................................. 170
– De frontairbag en zijairbag
aan passagierszijde
handmatig uitschakelen............. 170
– Frontairbag bestuurderszijde ..... 171
– Frontairbag passagierszijde ....... 171Gear Shift Indicator ....................... 116
ALFABETISCH REGISTER
11-3-2014 16:50 Pagina 364