dashboard Hyundai Accent 2008 Handleiding (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: HYUNDAI, Model Year: 2008, Model line: Accent, Model: Hyundai Accent 2008Pages: 250, PDF Size: 9.19 MB
Page 133 of 250

1
BIJZONDERHEDEN VAN UW HYUNDAI
123ANTENNE
B870D01MC-GXT MICRO-ANTENNE De auto is voorzien van een micro- antenne voor de ontvangst van zowelAM- als FM-signalen.Deze antenne is inklapbaar en kanworden verwijderd.
OMC025111 LET OP:
o Klap de micro-antenne in voordat een lage garage wordt binnengegaan of voordat eenautohoes wordt aangebracht. De antenne kan alleen naar voren worden geklapt.
o Verwijder de antenne voordat gebruik wordt gemaakt van eenautomatische wasstraat door deantenne linksom te draaien; op deze wijze worden beschadigingen van de antenne te voorkomen. Draai de antenne rechtsom om de antenne temonteren.
!
Zorg ervoor dat cassettes niet worden blootgesteld aan hogetemperaturen of een hoge vochtigheid, bijv. bovenop het dashboard of in het toestel. Wanneer een cassette erg koud of warm is, moet worden gewacht tot deze weer de normale temperatuurheeft bereikt alvorens hem in het toestel aan te brengen.
Page 187 of 250

5ONDERHOUDSVOORSCHRIFTEN
2ONDERHOUDSVOORSCHRIFTEN
SF020A1-FX Om van de bedrijfszekerheid van uw Hyundai verzekerd te zijn moeten regelmatig verschillende onderhouds-werkzaamheden worden uitgevoerd. Hoewel deze werkzaamheden door de constructie en de techniek tot eenminimum zijn verminderd, blijven echter enkele werkzaamheden uiterst belangrijk. Laat het onderhouduitvoeren in overeenstemming met de garantiebepalingen die gelden voor uw nieuwe Hyundai. Raadpleeg hetserviceboekje voor meer informatie omtrent de garantie. SF020B1-FX ONDERHOUD Het nodige onderhoud voor uw Hyundai kan in drie groepen worden gesplitst:
o Periodiek onderhoud
o Dagelijks uit te voeren controles
o Eenvoudige onderhoudswerk- zaamheden die u zelf kunt uitvoeren. SF020D1-FX Algemene controles Deze controles moeten worden uitgevoerd voordat met uw Hyundai wordt gereden of bij het tanken. Een lijst met deze controles vindt u op pagina 6-5. SF020E1-FX Eenvoudige onderhoudswerk- zaamheden Voor deze werkzaamheden is slechts
weinig gereedschap vereist en het kost weinig tijd. Raadpleeg voor meer informatie omtrent dit onderhoudhoofdstuk 6.
F010F01A-AXT Enkele tips Bewaar kopieën van de werkorders
voor de onderhoudswerkzaamheden in het dashboardkastje. Aan de hand hiervan bent u in staat te bewijzendat het voorgeschreven onderhoud op tijd is verricht. Dit is vooral van belang in geval van garantie.
SF020C1-FX Periodiek onderhoud Dit is het onderhoud zoals
inspectiebeurten, afstellingen en het vervangen van onderdelen zoalsbeschreven in de onderhoudstabellen vanaf bladzijde 5-4.
Deze werkzaamheden moeten
worden uitgevoerd op devoorgeschreven termijnen teneinde de garantie te behouden. Wij adviserenmet nadruk de onderhoudswer- kzaamheden door de getrainde vakmensen van uw Hyundai dealerte laten uitvoeren.
Hierbij worden originele Hyundai
onderdelen gebruikt. Andere merkenof equivalente producten kunnenworden gebruikt zonder invloed te hebben op de garantie, maar overtuig u er in een dergelijk geval van datdeze producten gelijkwaardig zijn aan de kwaliteit van de originele Hyundai onderdelen.
Raadpleeg het serviceboekje voor
meer informatie.
Page 211 of 250

6
EENVOUDIG ONDERHOUD
19
!
SG120E1-FX Remvloeistof bijvullen
WAARSCHUWING:
Ga voorzichtig te werk met
remvloeistof. Vermijd contact met de ogen aangezien dit ernstige gevolgen kan hebben. Gebruik uitsluitend remvloeistof overeen-komstig de DOT 3 of DOT 4 specificatie uit een gesloten blik. Laat het blik of het reservoir nietlanger dan nodig onafgesloten. Hierdoor wordt voorkomen dat vuil of vocht door de remvloeistofwordt opgenomen, hetgeen een nadelige invloed op de werking heeft.
Als remvloeistof wordt bijgevuld, moet
het vuil rond de dop wordenweggeveegd. Draai de dop los en vulhet reservoir langzaam met remvloeistof. Vul niet te veel bij. Breng de dop hierna weer aan.
!
ONDERHOUD AIRCONDITIONING
SG140C1-FX Controle van de werking van de Airconditioning
1. Start de motor en laat deze enkele minuten versneld stationair draaien met de airconditioning ingesteld op max. koude situatie.
2. Als de uit de dashboardopeningen stromende lucht niet koud is, moet de installatie door de HYUNDAIdealer gecontroleerd worden. SG140D1-FX Smering Voor de smering van de compressor en de afdichtingen in het systeem moet de airconditioning elke weektenminste 10 minuten draaien. Dit is vooral van belang bij koude weersomstandigheden als hetairconditioningsysteem niet wordt gebruikt.
SG140A1-FXCondensor schoonhouden De condensor van de airconditioning en de radiateur moeten regelmatig worden gecontroleerd op vuil, dodeinsecten, bladeren enz. Dit kan de koelcapaciteit nadelig beinvloeden. Verwijder aangekoekt vuil enz. Ga bijhet verwijderen van vuil voorzichtig te werk om schade aan de ventilator te voorkomen.
LET OP:
Als het airconditioning systeem gedurende langere tijd werkt met een te laag koelmiddelniveau, zalbeschadiging van de compressor plaatsvinden.
!
Page 212 of 250

6EENVOUDIG ONDERHOUD
20
B145A01MC-GXT (Voor verdamper en aanjager) Het luchtfilter bevindt zich voor de
verdamperunit achter het dashboardkastje. Het vermindert dehoeveelheid verontreinigende stoffen die het interieur kunnen bereiken.
1. Open het dashboardkastje en verwijder de stelpennen aan beide zijden van het kastje. 2. Druk de haken aan beide zijden
naar elkaar en trek het luchtfilternaar buiten.
INTERIEURLUCHTFILTER VERVANGEN
B145A01MC
OMC055013OMC055012
!
LET OP:
Zorg ervoor dat de haken niet in de
tegengestelde richting worden gedrukt. 3. Verwijder het luchtfilter en vervang
het filter.
4. Voer voor het monteren de werkzaamheden van het verwijderenin omgekeerde volgorde uit.
Page 213 of 250

6
EENVOUDIG ONDERHOUD
21ZEKERINGEN CONTROLEREN EN VERVANGEN
SG200A1-FX Een zekering vervangen Een zekering smelt zodra het circuit vanaf de accu overbelast raakt,waardoor schade aan de bedrading wordt voorkomen (dit kan worden veroorzaakt door een kortsluiting inhet systeem). In dit geval moet de storing door een Hyundai dealer worden opgespoord, het systeemworden gerepareerd en de zekering worden vervangen. De zekeringen bevinden zich in een houder naast deaccu. LET OP:
Gebruik bij het vervangen van een zekering altijd een nieuwe zekering met hetzelfde amperage. Gebruiknooit een stuk draad of een zekering met een hoger amper- age. Dit kan ernstige schade enbrand tot gevolg hebben.
! G200B02HP-AXT Zekeringen vervangen
De zekeringenkast voor de verlichting en andere elektrische accessoires bevindt zich onder het dashboard aan de bestuurderszijde. Aan debinnenzijde van de kast is een lijst aangebracht met de beschermde cir- cuits per zekering.Als een lamp of een ander elektrischaccessoire niet meer werkt, dan kandit worden veroorzaakt door een doorgebrande zekering. Een doorgebrande zekering kan wordenherkend aan de onderbroken metalen strip in de zekering. Voer de volgende werkzaamheden uit om te controlerenof een zekering is doorgebrand:
OMC045003
OMC045001
Page 226 of 250

6EENVOUDIG ONDERHOUD
34
G275H01MC-GXT Interieurverlichting
1. Verwijder de afdekking met een (-) schroevendraaier.
2. Vervang de lamp door een nieuwe.
G270G01MC-GXTLeeslamp (Indien gemonteerd)
1. Verwijder de afdekking met een
(-) schroevendraaier.
2. Vervang de lamp door een nieuwe.
OMC055029OMC055030 G270K01TG-GXT Verlichting dashboardkastje (Indien gemonteerd)
1. Open het dashboardkastje.
2. Verwijder m.b.v. een platte schroevendraaier het deksel vande verlichting van het dashboardkastje.
3. Vervang de lamp door een nieuwe.
OMC055031
Page 239 of 250

8INFORMATIE VOOR DE EIGENAAR
4
I040A02S-GXT WINTERBANDEN Als de auto wordt voorzien van
winterbanden, dan moeten deze dezelfde maat hebben en moeten opdezelfde manier belast kunnen worden. Winterbanden moeten om alle vier de wielen worden gemonteerd; als ditniet het geval is, dan kan dit de rij- eigenschappen van de auto negatief beïnvloeden.
De bandenspanning van winterbanden
moet 28 kPa (4 psi) hoger zijn dan deaanbevolen spanning voorstandaardbanden op de sticker in het dashboardkastje of de op de wang van de band aangegeven maximumspanning. Gebruik van deze twee waarden de laagste spanning.
Rijd niet sneller dan 120 km/h als de
auto is voorzien van winterbanden.
Deze bandenspanningen zijn gekozen voor een optimale combinatie tussenrijcomfort, bandenslijtage en koersstabiliteit onder normale omstandigheden. De bandenspanningen moeten minstens één keer per maand worden gecontroleerd.De juiste bandenspanning isnoodzakelijk om de volgende redenen:
o een te lage spanning heeft een
ongelijkmatige bandenslijtage en een vermindering van het rijgedrag tot gevolg.
o een te hoge spanning verhoogt de kans op beschadigingen onderinvloed van schokken en heeft eenongelijkmatige bandenslijtage tot gevolg. LET OP:
Let op het volgende:
o Controleer de bandenspanning als de banden koud zijn. Dit betekent dat tenminste gedur-ende drie uur niet met de wagen is gereden en niet verder is gereden dan circa 1,6 km vanafhet begin van de rit.
o Controleer ook de spanning van het reservewiel.
o Overschrijd het laadvermogen niet. Let hierbij vooral op alstijdens de vakantiereis met een imperiaal wordt gereden.
!
Page 248 of 250

10INHOUD
2
A Aansteker ................................................................... 1-80
Accu controleren ......................................................... 6-23
Achterklep/kofferdeksel .............................................. 1-95
Afmetingen ................................................................... 9-2
Aftappen van water in het brandstoffilter ....................6-26
Airbagsysteem ............................................................ 1-44
Algemene controles ...................................................... 6-5
Als de motor niet aanslaat ........................................... 3-2
Als de motor te heet wordt ........................................... 3-4 Als uw auto moet worden gesleept ............................ 3-12
Alvorens de motor te starten ........................................ 2-3Antenne .................................................................... 1-123
Anti verblindingsstand van de achteruitkijk-spiegel .... 1-91
Antiblokkeersysteem (ABS) ........................................ 2-14
Asbak ......................................................................... 1-82
Automatische transmissie .......................................... 2-10
Automatische verwarmings en koelings systeem ..... 1-111
B Bagagenet .................................................................. 1-97
Banden ......................................................................... 8-3
Bediening verwarming en koeling .............................1-101
Bedieningseenheid met draaischakelaars en druktoetsen ........................................................... 1-102
Behandeling van de CD’s ........................................ 1-120
Beschrijving zekeringhouder .......................................6-36Bij verlies van sleutels
............................................... 3-16
Bi-level verwarming ................................................... 1-106
Blikjeshouder .............................................................. 1-82
Bochten ...................................................................... 2-21
Boordcomputer ............................................................ 1-71
Brandstofvoorschriften .................................................. 1-4
Brillenvak .................................................................... 1-87
Buitenspiegel .............................................................. 1-89
C Claxon ...................................................................... 1-100
Corrosie voorkomen ...................................................... 4-2
D Dashboardkastje ......................................................... 1-88
De motor starten ........................................................... 2-3 Diefstalbeveil igingsinstallatie .....................................1-11
Digitale klok ................................................................ 1-80
E Economisch rijden ...................................................... 2-20
EGR-systeem ............................................................... 7-4
Elektrisch aa nsluitpunt ............................................... 1-81
Elektronische stabiliteitsregeling ( ESP) ......................2-15
GGloeilamp vervangen .................................................. 6-29